Hoe ontwikkel je digitale geletterdheid in het praktijkonderwijs?

Geplaatst op 6 maart 2018

Samenvatting

Scholen voor praktijkonderwijs kunnen het beste digitale vaardigheden aanleren als onderdeel van andere onderwijsactiviteiten. Een specifiek leermiddel is daarom niet nodig. Er zijn nog geen toetsen beschikbaar waarmee scholen de ontwikkeling van de digitale geletterdheid in kaart kunnen brengen. Wel kunnen scholen daarvoor uitwerkingen van digitale geletterdheid van Kennisnet of ICILS als checklist gebruiken.

Vooral bij leerlingen in het praktijkonderwijs is het belangrijk dat zij op school digitale geletterdheid ontwikkelen, omdat zij daarin thuis weinig ondersteuning krijgen. Het gaat bij digitale geletterdheid om vier vaardigheden: informatievaardigheden, computational thinking, mediawijsheid en ict-vaardigheden (zie ook een eerdere vraag aan de Kennisrotonde).

Het blijkt belangrijk om de vier aspecten van digitale geletterdheid niet afzonderlijk aan de orde te stellen maar ze in samenhang in het onderwijs te verwerken. Scholen hoeven geen specifieke leermiddelen of lesmethoden in te zetten. Ze moeten juist een aanpak hanteren waarin digitale vaardigheden worden aangeleerd en toegepast in bredere onderwijsactiviteiten en opdrachten.

Aandachtspunten daarbij zijn: een afgestemd taalniveau, gebruikmaken van visuele ondersteuning, koppelen aan doe-activiteiten, oefenen in relevante contexten, en samenwerken met ouders om te komen tot een afgestemde aanpak en ondersteuning.

Toetsen van digitale geletterdheid

Over het minimumniveau dat nodig is voor maatschappelijke participatie, is nog geen overeenstemming. Verder zijn er nog geen toetsen beschikbaar waarmee scholen voor praktijkonderwijs het beginniveau en de ontwikkeling van de digitale geletterdheid van hun leerlingen in kaart kunnen brengen. Wel worden in Nederland op verschillende plaatsten toetsen ontwikkeld die zijn toegespitst op deze groep leerlingen (voor meer informatie zie de uitgebreide rapportage).
Vooralsnog kunnen scholen bij het in kaart brengen van de digitale geletterdheid gebruikmaken van bijvoorbeeld de uitwerkingen van Kennisnet of ICILS.

Uitwerking van Kennisnet

Ict-(basis)vaardigheden

  • basisbegrippen en functies kennen van computers en computernetwerken (knoppenkennis)
  • het kunnen benoemen, aansluiten en bedienen van hardware
  • kunnen omgaan met tekstverwerkers, spreadsheetprogramma’s en presentatiesoftware
  • om kunnen gaan met softwareprogramma's op mobiele apparaten
  • kunnen werken met internet (browsers, e-mail)
  • op de hoogte zijn van en kunnen omgaan met beveiligings- en privacyaspecten

Computational thinking

  • een verzameling van denkprocessen waarbij probleemformulering, gegevensorganisatie, -analyse en -representatie worden gebruikt voor het oplossen van problemen met behulp van ict-technieken en -gereedschappen

Mediawijsheid

  • de kennis, vaardigheden en mentaliteit die nodig zijn om bewust, kritisch en actief om te gaan met media.

Informatievaardigheden

  • het kunnen signaleren en analyseren van een informatiebehoefte en op basis hiervan het kunnen zoeken, selecteren, verwerken en gebruiken van relevante informatie.

Voor een verdere uitwerking zie Kennisnet: Werken aan digitale geletterdheid? Zo doe je dat.

Checklist van ICILS

Scholen kunnen ook ICILS (een grootschalig internationaal vergelijkend onderzoek naar computer- en informatievaardigheden) als checklist gebruiken:

Het verzamelen en bewerken van informatie Het produceren en uitwisselen van informatie

Het beheersen van basisopdrachten bij file-beheer, en kennis van de ict-basisterminologie en basisfuncties.

Bijvoorbeeld:

  • de computer veilig kunnen afsluiten
  • software als tekstverwerkers, internetbrowsers en zoekmachines herkennen
  • algemene software-commando’s kunnen toepassen zoals bestanden opslaan, knippen en plakken, en tekst selecteren
  • de functie kennen van randapparatuur als usb-sticks, dvd-drivers en printers

Functionele kennis hoe computers kunnen worden ingezet bij het uitvoeren van taken. 

Computers en software kunnen gebruiken om te communiceren. Bijvoorbeeld:

  • beelden kunnen aanpassen en gebruiken
  • de vormgeving van een tekst kunnen wijzigen door aanpassen van het lettertype en gebruik van vet en cursief
  • verschillen kennen tussen communicatietoepassingen als e-mail, blogs en sociale media
  • een e-mail kunnen voorzien van adres en onderwerp
  • lay-out en beeld kunnen gebruiken om de begrijpelijkheid van een tekst te bevorderen

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Edith van Eck
Vraagsteller: Bovenschools IT-coördinator vo
Geraadpleegde experts: Irma Heemskerk (Kohnstamm Instituut), Joke Voogt (POWL, UvA;Hogeschool Windesheim), Remco Pijpers (Kennisnet, SLO), Martina Meelissen (Universiteit Twente) en Maaike Heitink  (Universiteit Twente)

Vraag

  • Hoe kan digitale geletterdheid worden uitgewerkt voor leerlingen die praktijkonderwijs volgen?
  • Is er een instrument waarmee de digitale geletterdheid van leerlingen die instromen in het praktijkonderwijs in kaart kan worden gebracht, met het oog op het ontwikkelen van een passend onderwijsaanbod?
  • Zijn er leermiddelen of lesmethoden die in het praktijkonderwijs kunnen worden ingezet om de digitale geletterdheid van de leerlingen in het praktijkonderwijs te ontwikkelen?

Kort antwoord

Digitale geletterdheid maakt deel uit van de zogenoemde 21ste-eeuwse vaardigheden, vaardigheden die nodig zijn om te kunnen functioneren in de kennis- en netwerksamenleving van de toekomst. Over het minimumniveau dat nodig is voor maatschappelijke participatie, is nog geen overeenstemming. In het verlengde daarvan ligt ook niet vast wat leerlingen moeten weten en kunnen als zij uitstromen uit het praktijkonderwijs.

Verder zijn er nog geen toetsen beschikbaar waarmee scholen voor praktijkonderwijs het beginniveau en de ontwikkeling van de digitale geletterdheid van hun leerlingen op een onderbouwde manier in kaart kunnen brengen. Nog niet, maar er wordt in verschillende organisaties aan gewerkt. De school heeft een belangrijke functie bij de ontwikkeling van digitale geletterdheid van leerlingen in het praktijkonderwijs; zij leren deze competenties minder gemakkelijk zelf aan en krijgen in de huiselijke omgeving minder ondersteuning.

Toelichting antwoord

Digitale geletterdheid, een uitwerking

De term digitale geletterdheid verwijst naar een minimumniveau van kennis en vaardigheden op ict-gebied die nodig zijn om te kunnen functioneren als burger en deelnemer aan onderwijs en de arbeidsmarkt. In ICILS, een groot internationaal onderzoek naar digitale geletterdheid bij jongeren, wordt de volgende definitie gehanteerd: “De mate waarin een individu in staat is de computer te gebruiken voor het verzamelen, creëren en delen van digitale informatie, om thuis, op school, op het werk en in de samenleving als geheel, effectief te kunnen participeren.” (Fraillon, Schulz & Ainley, 2013; Meelissen, Punter, & Drent, 2014).

Het gaat dus niet zozeer om knopvaardigheid maar om het vermogen om digitale informatie en communicatie ‘verstandig’ te gebruiken en de gevolgen daarvan kritisch te beoordelen” (KNAW, 2013, p. 8).

Digitale geletterdheid maakt deel uit van de zogenoemde 21ste-eeuwse vaardigheden, vaardigheden die nodig zijn om te kunnen functioneren in de kennis- en netwerksamenleving van de toekomst. Het gaat dan bijvoorbeeld om kritisch denken, creatief denken, probleem oplossen, ict-basisvaardigheden, informatievaardigheden, computational thinking en mediawijsheid. Vier daarvan hebben betrekking op digitale geletterdheid: informatievaardigheden, computational thinking, mediawijsheid en ict-vaardigheden. Deze zijn door het Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling (SLO) en Kennisnet als volgt uitgewerkt.



Onder ict-(basis)vaardigheden vallen het kennen van basisbegrippen en functies van computers en computernetwerken ('knoppenkennis'), het kunnen benoemen, aansluiten en bedienen van hardware, het kunnen omgaan met tekstverwerkers, spreadsheetprogramma's en presentatiesoftware, het kunnen omgaan met softwareprogramma's op mobiele apparaten, en het kunnen werken met internet (browsers, e-mail). Het gaat hier dus wel degelijk ook om knoppenkennis. Verder maakt het op de hoogte zijn van en kunnen omgaan met beveiligings- en privacyaspecten deel uit van de benodigde ict-basisvaardigheden.

Bij computational thinking gaat het om een verzameling van denkprocessen waarbij probleemformulering, gegevensorganisatie, -analyse en -representatie worden gebruikt voor het oplossen van problemen met behulp van ict-technieken en -gereedschappen. Mediawijsheid omvat de kennis, vaardigheden en mentaliteit die nodig zijn om bewust, kritisch en actief om te gaan met media. Informatievaardigheden betreffen het kunnen signaleren en analyseren van een informatiebehoefte en op basis hiervan het kunnen zoeken, selecteren, verwerken en gebruiken van relevante informatie (voor een verdere uitwerking zie: https://www.kennisnet.nl/artikel/werken-aan-digitale-geletterdheid-zo-doe-je-dat/).

Welk niveau kunnen/moeten leerlingen in het praktijkonderwijs bereiken?

Over het minimum-niveau dat nodig is voor de beoogde maatschappelijke participatie, is nog geen overeenstemming. In de ICILS-toets wordt een viertal referentieniveaus onderscheiden: van basis- tot geavanceerd niveau. In de internationale rapportage (Fraillon et al, 2013)) worden die niveaus globaal gespecificeerd. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen receptieve en productieve vaardigheden. Het basisniveau omvat de volgende vaardigheden:

We zouden dit basisniveau kunnen opvatten als vereist minimumniveau voor maatschappelijk functioneren. Onduidelijk is of dit niveau haalbaar is voor praktijkonderwijsleerlingen. Van die leerlingenheeft meer dan de helft dit basisniveau op de ICILS-toets niet gehaald; een op de drie heeft het wel gehaald en 13% scoorde hoger.

Opvallend is dat, net als in de uitwerking in het model van Kennisnet, ook hier knoppenkennis ruim is vertegenwoordigd. Anderzijds wordt van diverse kanten gewezen op het belang van aandacht voor het ontwikkelen mediawijsheid voor jongeren in het praktijkonderwijs. Uit onderzoek blijkt dat deze jongeren weinig ervaring hebben met het gebruik van sociale media, vanuit de privésfeer daar weinig ondersteuning bij krijgen, terwijl zij kwetsbaar zijn in het sociale verkeer, ook het digitale. Ze zijn gemakkelijker te beïnvloeden, vatbaarder voor verslaving, gevoeliger voor afwijzing en manipulatie en hun gewetenvorming is minder. Ook lopen ze meer risico op seksueel grensoverschrijdend gedrag (Mijn kind online 2010, en Janssens, 2014 in Kennisnet 2014).

Mediawijsheid wordt conform het advies van de Raad voor Cultuur (2005) gedefinieerd als: het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld. De volgende uitwerking van mediawijsheid is ontwikkeld voor het primair onderwijs:



Bron: Mediawijzer, 2013

Toetsen van digitale geletterdheid

De tweede vraag die ons is voorgelegd, betreft het in kaart brengen van digitale geletterd bij leerlingen bij binnenkomst in het praktijkonderwijs en de ontwikkeling van die competenties als gevolg van het aangeboden onderwijs. ICILS heeft een onderbouwd en kwalitatief goed instrument, maar het is niet openbaar; scholen kunnen het niet zelf gebruiken ten behoeve van onderwijsontwikkeling en evaluatie. Verkenning van de onderzoeksliteratuur en raadpleging van een aantal experts1 op dit terrein heeft (nog) geen bruikbaar instrumentarium opgeleverd. Nog niet, maar er wordt op verschillende plaatsen aan gewerkt. Maaike Heitink van de Universiteit Twente werkt aan een toets voor het meten van digitale geletterdheid van leerlingen van het eind van het primair onderwijs (https://www.utwente.nl/nieuws/!/2016/10/346157/praktische-toets-voor-het-meten-van-21-eeuwse-digitale-vaardigheden?code=54cdfc0d). Verder heeft het Centre of Expertise Leren met ict van de HAN samen met een groep scholen een project in voorbereiding om een competentieprofiel ict-geletterdheid voor vo te ontwikkelen uitgesplitst naar onderwijsniveau (pro t/m vwo), dat daarna met docenten uitgewerkt wordt naar gedragsindicatoren en vervolgens gezamenlijk omgezet wordt naar een meetinstrument. En Kennisnet heeft plannen om het eerder gepresenteerde model van digitale geletterdheid in de nabije toekomst verder te gaan uitwerken naar niveaus per onderwijstype, om zo de ontwikkeling van doorgaande leerlijnen mogelijk te maken.
On de beginsituatie van leerlingen bij binnenkomst in het praktijkonderwijs te kunnen vaststellen zijn op dit moment dus nog geen bruikbare instrumenten beschikbaar. Scholen zijn vooralsnog aangewezen op het in kaart brengen van kennis en vaardigheden van leerlingen aan de hand van de hiervoor gepresenteerde overzichten van (minimum)competenties (zie ook de bijlage bij dit document).

Werken aan digitale geletterdheid in het praktijkonderwijs

Uit onderzoek naar digitale geletterdheid van jongeren in het praktijkonderwijs komt naar voren dat het onderwijs juist voor deze jongeren een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling van deze competenties. Zij gebruiken de computer thuis minder vaak en besteden thuis ook minder tijd aan internet dan de overige leerlingen in het voortgezet onderwijs; zij zijn dus meer aangewezen op schools aanbod. Ook geven leerlingen die praktijkonderwijs volgen, vaker aan dat zij de verschillende activiteiten niet zelf hebben geleerd, maar dat leraren, familie of vrienden hierin een belangrijke rol hebben gespeeld Fraillon, Schulz & Ainley, 2013). En als ze sociale media gebruiken, gaat het met name om gebruik in de privé-sfeer dan en niet ten behoeve van maatschappelijke participatie als burger of werknemer (Moekotte, e.a., 2015).

Om alle praktijkschoolleerlingen optimaal toe te rusten voor hun functioneren in de maatschappij is dus een belangrijke rol weggelegd voor het onderwijs. Ook de Vier-in-balans-monitor 2015 (Kennisnet 2015) benadrukt de rol die het onderwijs heeft om digitale gelijkheid te bevorderen. Vooralsnog blijkt de digitale geletterdheid van studenten sterker te worden beïnvloed door hun (sociaal-economische) thuissituatie dan door het curriculum van de onderwijsinstelling.

Van verschillende kanten wordt benadrukt dat het belangrijk is de vier aspecten van digitale geletterdheid niet afzonderlijk aan de orde te stellen maar ze in samenhang in het onderwijs te verwerken. Dit betekent dat het in het onderwijs niet zozeer gaat om specifieke leermiddelen of lesmethoden maar om een aanpak waarin digitale vaardigheden worden aangeleerd en toegepast in bredere onderwijsactiviteiten en opdrachten. Aandachtspunten daarbij zijn: een afgestemd taalniveau, gebruik maken van visuele ondersteuning, koppelen aan doe-activiteiten, oefenen in relevante contexten, en samenwerken met ouders om te komen tot een afgestemde aanpak en ondersteuning.

Bijlage Digitale geletterdheid; enkele uitwerkingen


1 Joke Voogt (POWL, UvA; Hogeschool Windesheim); Remco Pijpers (Kennisnet, SLO);Martina Meelissen (Universiteit Twente); Maaike Heitink  (Universiteit Twente)

Geraadpleegde bronnen

  • European Commission (2014). The international computer and Information literacy study (ICILS). Main findings and implications for education policies in Europe. European Commission, Education and training.
  • Fraillon, J., Schulz, W., & Ainley, J. (2013). International Computer and Information Literacy Study: Assessment Framework. Amsterdam: International Association for the Evaluation of Educational Achievement (IEA)
  • Kennisnet (2014). LVB-jeugd en sociale media. Rapport over jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) en de risico’s van sociale media. Zoetermeer: Kennisnet.
  • Kennisnet (2015). Vier in balans-monitor 2015. Zoetermeer: Kennisnet.
  • Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) (2013). Digitale geletterdheid in het voortgezet onderwijs: vaardigheden en attitudes voor de 21ste eeuw. Verkregen via: http://www.knaw.nl/nl/adviezen.
  • Mediawijzer (2013). Startdocument – meten van mediawijsheid. https://www.mediawijzer.net/wp-content/uploads/sites/6/2013/05/startdocument-meten_van_mediawijsheid.pdf
  • Meelissen, M. R. M., Punter, R.A. & Drent, M. (2014). Digitale geletterdheid van leerlingen in het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs. Nederlandse resultaten van ICILS-2013. Enschede: Universiteit Twente.
  • Moekotte, P.B.F., Brand-Cruwel, S., Ritzen, H.T.M., & Simons, R.J. (2015). Early school leavers’ attitudes towards online self-presentation and explicit participation. Computers in Human Behavior, 49, 171-184.
  • Raad voor Cultuur. (2005). Mediawijsheid - De ontwikkeling van nieuw burgerschap. Den Haag: Raad voor Cultuur. 

Meer weten?

Lees ook het antwoord op een andere vraag die aan de Kennisrotonde is gesteld: vraag 77
Andere relevante bronnen zijn:

Gerelateerd

Digitale geletterdheid
Digitale geletterdheid
Je leerlingen wegwijs maken in een digitale wereld
Medilex Onderwijs 
Kindgericht onderwijs in een lerende school
Kindgericht onderwijs in een lerende school
Hoe groeit jouw school naar kindgericht onderwijs?
Wij-leren.nl 
Programmeren 1
Leren denken als een programmeur - Digitale bouwvakkers
Marléone Goudswaard
Online informatievaardigheden methoden
Hoe gebruik je methoden om leerlingen vaardig met online informatie om te laten gaan?
Marléone Goudswaard
Effectiever onderwijs
Hoe gerichte inzet van ICT leidt tot effectiever onderwijs
Jos Cöp
Digitale media en kinderhersenen
Digitale media en kinderhersenen
Ewald Vervaet










App voor mbo studenten theorie-praktijk
Is een app helpend voor mbo-studenten tijdens hun stage?
Virtual reality
Zijn Augmented Reality en Virtual Reality in het basisonderwijs effectief?
Kunnen robots instructie geven?
Hoe effectief zijn robots in het onderwijs?
Adaptieve software
Wat biedt een adaptieve leeromgeving en welke rol heeft de leraar dan?
creatief denken stimuleren
Welke didactische benadering zet aan tot creatief denken?
Digitale geletterdheid in het praktijkonderwijs
Hoe ontwikkel je digitale geletterdheid in het praktijkonderwijs?
Welke ICT-vaardigheden zijn nodig voor leerlingen van het praktijkonderwijs?
Blended learning effect
Wat is het effect van blended lesmateriaal op onderwijsresultaten in het voortgezet onderwijs?
Effect educatieve tv-programma's op jonge kind
Wat leren jonge kinderen van educatieve tv-programma's?
Programmeren
Wat weten we over de effecten van programmeeronderwijs op programmeervaardigheden van leerlingen tot 12 jaar?
Cyberpesten en andere digitaal ongewenst gedrag
Wat zijn effectieve interventies om digitaal ongewenst gedrag in het onderwijs tegen te gaan?
Effect geanimeerde prentenboeken op taalontwikkeling
Hebben geanimeerde prentenboeken effect op risicoleerlingen?
Invloed digitale leeromgevingen op leraren
Wat doen digitale leeromgevingen met leraren?
Kenmerken professionalisering ict-competenties leraren
Hoe ontwikkel je ict-competenties bij leraren?
Kritisch denkvermogen stimuleren
Hoe stimuleer je kritisch denkvermogen?
Online-oefenprogramma's
Hoe en hoe vaak zou je een leerling moeten belonen in een online oefenprogramma om de leerling zo goed mogelijk te motiveren ...
Tablet in het onderwijs
Wat zijn de leeropbrengsten van tabletgebruik in de basisschool?
Werkt kennis moderne vreemde taal mee of tegen?
Kennis van een moderne vreemde taal: handig of juist belemmerend?
Creativiteitsontwikkeling
Welke factoren geven inzicht in de ontwikkeling van het creatief denken van leerlingen?
Programmeeronderwijs stimuleert vaardigheden
Stimuleert programmeerles probleemoplossingsvaardigheden?
relatie frans-spaans en dyslexie in vo
Heeft het leren van Frans of Spaans invloed op dyslexie?
Jonge kinderen en tabletgebruik
Is het wenselijk om tabletgebruik door jonge kinderen af te stemmen op hun lichamelijke kenmerken of ontwikkeling?
Verbeteren van informatievaardigheden vmbo-leerlingen
Hoe verbeter je informatievaardigheden van vmbo-leerlingen?
Vreemde taal snel of langzaam aanleren?
Hoe leer je het beste een vreemde taal aan: snel en intensief of langzaamaan?
Effecten digitaal leermiddel
Effecten van een digitaal leermiddel bij het leren lezen
Game Interactieve Fictie
Gebruik game Interactieve Fictie (IF) in het taalonderwijs
Digitale leeskilometers groep 3
Leesvaardig door digitale leeskilometers in groep 3: Differentiatie door inzet van ICT
Digitale gymles
Terugkijken met een tablet: De opbrengsten van de digitale gymles
Gebruik animaties po
Gebruik van animaties in basisonderwijs
Animaties natuur po
Gebruik van animaties bij natuuronderwijs in het basisonderwijs
Animaties rekenen po
Gebruik van animaties bij rekenen in het basisonderwijs
Animaties taal po
Gebruik van animaties bij taal in basisonderwijs
Computergames wiskunde
Gebruik van computergames bij wiskunde in het beroepsonderwijs
Verbeteren rekenvaardigheid mbo
Verbeteren van rekenvaardigheid mbo-leerlingen met een serious game
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Digitale geletterdheid in het praktijkonderwijs

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.