Wat is het effect van over- of onderadvisering van leerlingen bij overgang BO/VO?

Geplaatst op 5 april 2017

Samenvatting

Zowel onder- als overadvisering heeft voor de meeste kinderen meer negatieve dan positieve langetermijneffecten. Een goed schooladvies is daarom van belang voor de verdere schoolloopbaan. Veel factoren spelen een rol bij de totstandkoming van het schooladvies, zoals toetsresultaten uit het leerlingvolgsysteem, gedragskenmerken en het zorgdossier van de leerling. De focus op toetsen in het basisonderwijs zorgt voor teaching to the test. Dat heeft een negatief effect op de verdere schoolloopbaan door de versmalling van het curriculum.

Sinds de Wet Eindtoetsing PO is het oordeel van de leraren, gebaseerd op een meerjarig beeld van de leerling, leidend voor het schooladvies. De score van de eindtoets fungeert nu als second opinion. Leerlingen ontvangen vóór het maken van de eindtoets hun schooladvies. Om onderadvisering te voorkomen, zijn scholen verplicht om het schooladvies te heroverwegen als de score van de eindtoets tenminste een half schoolniveau hoger is dan het gegeven schooladvies. Is het schooladvies bijvoorbeeld vmbo-tl, maar het eindtoetsadvies vmbo-tl/havo dan is de school verplicht om het schooladvies te heroverwegen.

Effecten van onder- en overadvisering

Overgeadviseerde leerlingen krijgen een hoger schooladvies dan andere leerlingen bij vergelijkbare schoolprestaties. Deze leerlingen beginnen het voortgezet onderwijs met een achterstand. Ze hebben meer kans op lagere rapportcijfers. Daarnaast blijven ze vaker zitten, ze stromen af of vallen uit. Overadvisering zorgt tevens voor motivatieverlies bij de leerlingen. Echter op de langere termijn is een hoger schooladvies dan leerlingen in potentie aankunnen niet altijd negatief. Het zorgt voor een deel van de leerlingen ook voor een extra stimulans en uitdaging. Deze leerlingen ontwikkelen hogere ambities om boven hun niveau uit te stijgen.

Ondergeadviseerde leerlingen krijgen een lager advies dan leerlingen bij vergelijkbare schoolprestaties. Onderadvisering zorgt voor een blijvende achterstand binnen het voortgezet onderwijs. Deze leerlingen presteren ondermaats in het voortgezet onderwijs en hun talenten en competenties blijven onderbenut. Onderadvisering heeft daarom ten dele het karakter van een self-fulfilling prophecy. Een te laag schooladvies zorgt ervoor dat leerlingen zich daarnaar gaan gedragen.

Werkhouding

De effecten van onder- en overadvisering zijn echter niet enkel toe te schrijven aan het schooladvies. De leerlingen verschillen ook op andere kenmerken die deze effecten (deels) kunnen verklaren, zoals hun motivatie en werkhouding.
Gedragskenmerken van de leerling, zoals werkhouding en/of werkmotivatie, spelen ook een belangrijke rol bij de totstandkoming van het schooladvies. Schooladviezen worden niet bijgesteld bij leerlingen die een negatieve werkhouding hebben, ondanks dat zij een hoge score hebben behaald bij de eindtoets. Leerlingen zonder positieve werkhouding hebben een grotere kans op afstroom, wat een negatieve impact kan hebben op de rest van de schoolloopbaan.

Teaching to the test

De focus op de toetsen in het basisonderwijs en de druk op leraren om deze scores te verhogen, kan leiden tot teaching to the test. Dit houdt in dat het onderwijscurriculum afgestemd wordt op de toetsen. Zo wordt het curriculum versmald tot enkel de getoetste kennis en vaardigheden. Hierdoor wordt minder tijd besteed aan andere kennis en vaardigheden.

Teaching to the test perkt het leerrendement van leerlingen in. Het leidt tot hogere scores op de toetsen, maar de kans is groot dat leerlingen de vaardigheden die bij de test horen niet volledig gebruiken. Teaching to the test benadrukt immers het memoriseren in plaats van de toepassing van kennis en vaardigheden in een nieuwe situatie. Dit heeft grote implicaties voor de resterende schoolloopbaan van de leerling.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Sjerp van der Ploeg (kennismakelaar) m.m.v. Linda Dominquez Alvarez (Ecorys)
Vraagsteller: Voorzitter MR (oudergeleding)

Vraag

Wat is er uit de onderzoeksliteratuur bekend over effect van over- of onderadvisering van leerlingen aan het einde van de basisschool?

Kort antwoord

De overgang tussen het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs is een belangrijke transitie in de schoolloopbaan van kinderen. Zowel onder- als overadvisering hebben voor de meeste kinderen meer negatieve dan positieve lange termijn effecten. Een goed schooladvies is daarom van belang voor de verdere schoolloopbaan. Veel factoren spelen een rol bij de totstandkoming van het schooladvies, zoals toetsresultaten uit het leerlingvolgsysteem, gedragskenmerken en het zorgdossier van de leerling. De focus op toetsen in het basisonderwijs zorgt voor de invoering van teaching to the test. Dat heeft een negatief effect op de verder schoolloopbaan van de leerling vanwege de versmalling van het curriculum.

Toelichting antwoord

De overgang tussen het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs is een belangrijke transitie in de schoolloopbaan van kinderen. Sinds 2013 is de Wet Eindtoetsing PO van kracht. Deze wet beoogt een betere aansluiting tussen het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Het schooladvies van de leerling wordt niet langer bepaald door een momentopname, de resultaten van de eindtoets, maar door een meerjarig beeld van de leerling. Het oordeel van de leraren is leidend en de score van de eindtoets fungeert nu als second opinion. Leerlingen ontvangen vóór het maken van de eindtoets hun schooladvies. Om onderadvisering te voorkomen, zijn scholen school verplicht om het schooladvies te heroverwegen wanneer de score van de eindtoets tenminste een half schoolniveau hoger is dan het gegeven schooladvies. Is het schooladvies bijvoorbeeld schooladvies vmbo-tl, maar de eindtoetsadvies vmbo-tl/havo dan is de school verplicht om het schooladvies te heroverwegen.

Effecten van onder- en overadvisering

Overgeadviseerde leerlingen krijgen een hoger schooladvies dan andere leerlingen bij vergelijkbare schoolprestaties. Deze leerlingen  beginnen het voortgezet onderwijs met een achterstand. Ze hebben meer kans op lagere rapportcijfers. Daarnaast blijven ze vaker zitten, ze stromen af of vallen uit (Driessen, 2006; Tesser & Iedema, 2001). Overadvisering zorgt tevens voor motivatieverlies bij de leerlingen (Driessen, 2006). Echter op de langere termijn is een hoger schooladvies dan leerlingen in potentie aankunnen niet altijd negatief. Het zorgt voor een deel van de leerlingen ook voor een extra stimulans en uitdaging (Hustinx, 2002). Deze leerlingen ontwikkelen hogere ambities om boven hun niveau uit te stijgen.

Behalve overgeadviseerde zijn er ook ondergeadviseerde leerlingen. Zij krijgen een lager advies dan leerlingen bij vergelijkbare schoolprestaties. Onderadvisering zorgt voor een blijvende achterstand binnen het voortgezet onderwijs (De Boer, Bosker & Van der Werf, 2007). Ondergeadviseerde leerlingen presteren ondermaats in het voortgezet onderwijs (Timmermans et al., 2013) en de talenten en competenties van deze leerlingen blijven onderbenut (Mulder, Roeleveld, & Vierke, 2007). Onderadvisering heeft daarom volgens Timmermans en collega’s ten dele het karakter van een self-fulfilling prophecy. Een te laag schooladvies zorgt ervoor dat leerlingen zich daarnaar gaan gedragen.

Zowel onder- als overadvisering hebben voor de meeste leerlingen meer negatieve dan positieve gevolgen op de lange termijn. Een goed schooladvies is daarom van belang voor de verdere schoolloopbaan.

Echter, opgemerkt moet worden dat de effecten van onder- en overadvisering niet enkel toe te schrijven zijn aan het schooladvies. Deze leerlingen verschillen ook op andere kenmerken die deze effecten (deels) kunnen verklaren, zoals de motivatie en de werkhouding van leerlingen (Timmermans, Kuyper, & Van der Werf, 2013).

Meewegen werkhouding / werkmotivatie in schooladvies

Naast prestaties spelen andere factoren een rol bij de totstandkoming van het schooladvies. Gedragskenmerken van de leerling, zoals werkhouding en/of werkmotivatie, blijken daarin van groot belang. Onderzoek na de invoering van de Wet Eindtoetsing PO laat zien dat schooladviezen niet worden bijgesteld wanneer het leerlingen betreft die een negatieve werkhouding hebben, ondanks dat zij een hoge score hebben behaald bij de eindtoets (Oomens, Scholten & Luyten, 2013).. Dit geeft aan dat werkhouding en/of werkmotivatie zwaar meewegen in het schooladvies. Leerlingen zonder positieve werkhouding hebben een grotere kans op afstroom, wat een negatieve impact kan hebben op de rest van de schoolloopbaan.

Teaching to the test

De focus op de toetsen in het basisonderwijs en de druk op leraren om deze scores te verhogen, kan leiden tot teaching to the test. Dit houdt in dat het onderwijscurriculum afgestemd wordt op de toetsen en wordt, het curriculum versmald tot enkel de getoetste kennis en vaardigheden. Hierdoor wordt minder tijd besteed aan andere kennis en vaardigheden.

Popham (2001) stelt dat teaching to the test ervoor zorgt dat leerlingen hoger scoren op de toetsen, maar dat vervolgens de vraag is of dat komt omdat ze de relevante kennis beter beheersen of omdat ze beter weten hoe de test werkt. Verschillende onderzoeken wijzen uit dat teaching to the test het leerrendement van leerlingen inperkt (Levinson, 2002). Teaching to the test leidt tot hogere scores op de toetsen, maar er bestaat een grotere kans dat leerlingen niet in staat zijn om volledig gebruik te maken van de vaardigheden die de desbetreffende test vertegenwoordigt. Teaching to the test benadrukt immers het memoriseren in plaats van de toepassing van kennis en vaardigheden in een nieuwe situatie. Dit heeft grote implicaties voor de resterende schoolloopbaan van de leerling.

Daarnaast worden door middel van deze methode leerlingen met interesse buiten de geteste onderwerpen vervreemd (Herman, 1992) omdat er minder tijd over is voor andere kennis en vaardigheden die in de toetsen niet aan bod komen. Deze leerlingen hebben een grotere kans om ongemotiveerd te raken met potentiële kans op uitval.

Geraadpleegde bronnen

  • Boer, H. de, Bosker, R., & Werf, M. van der (2007). De gevolgen van onder- en overadvisering. In Inspectie van het Onderwijs, Onderadvisering in beeld (pp. 83-92). Utrecht: Inspectie van het Onderwijs.
  • Driessen, G. (2006). Het advies voortgezet onderwijs: is de overadvisering over? Mens en Maatschappij, 81(1), 5-23.
  • Herman, J. L. (1992). What research tells us about good assessment. Educational Leadership, 49(8), 74-78.
  • Hustinx, P. (2002). School careers of pupils of ethnic minority background after the transition to secondary education: Is the ethnic factor always negative? Educational Research and Evaluation, 8, 169-195.
  • Levinson, C. Y. (2000). Student assessment in eight counties. Educational Leadership, 57(5), 58-61.
  • Mulder, L., Roeleveld, J., & Vierke, H. (2007). Onderbenutting van capaciteiten in basis- en voortgezet onderwijs. Den Haag: Onderwijsraad.
  • Oomens, M., Scholten, F., & Luyten, H. (2013). Evaluatie Wet Eindtoetsing PO. Tussenevaluatie.
  • Popham, W. J. (2001). Teaching to the test. Educational Leadership, 58(6), 16-20.
  • Tesser, P. & Iedema, J. (2001). Rapportage minderheden 2001. Vorderingen op school. Den Haag: SCP.
  • Timmermans, A., Kuyper, H., & van der Werf, G. (2012). Schooladviezen en onderwijsloopbanen. Voorkomen, risicofactoren en gevolgen van onder-en overadvisering, Gronings Instituut voor Onderwijs van Onderwijs, Rijksuniversteit Groningen.

Gerelateerd

Leeropbrengsten verhogen middels de Citotoetsen
Leeropbrengsten verhogen middels de Citotoetsen
De Citotoetsen komen er weer aan……
BCO Onderwijsadvies 
Schooladvies
Schooladvies zonder Cito toets - hoe gaat dat?
Marjolein Zwik
Gevolgen verplichte eindtoets
Veel gestelde vragen over verplichte eindtoets, gevolgen po/vo
Gerdineke van Silfhout
Citoscore hanteren
Citoscore hanteren
Sieneke Goorhuis
Onderwijsinspectie eindtoets
Visie van de onderwijsinspectie op de Cito eindtoets
Arnold Jonk
Een sober leerlingvolgsysteem
Een sober leerling- en onderwijsvolgsysteem, dat kan en mag!
Teije de Vos










Effect eindadvies basisschool
Eindadvies basisschool: wat doet dat met een kind?
Effect van RTTI®-model
Welk effect heeft het toepassen van het RTTI®-model op leerresultaten?
Factoren die de Cito-eindtoets beinvloeden
Welke factoren spelen een rol bij de resultaten van de Cito-eindtoets of de centrale eindtoets PO?
meerwaarde woordenschat citotoetsen
Heeft het toetsen van de woordenschat meerwaarde voor de woordenschatontwikkeling?
Samenstelling klas
Samenstelling van de klas en cognitieve en sociaal-emotionele uitkomsten
Prestaties loopbanen zorgleerlingen
Prestaties en loopbanen van zorgleerlingen
TEST
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Effect eindadvies basisschool

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.