De parabel van Bert en Erik

Ivo Mijland

trainer en coach bij Ortho Consult

 

  Geplaatst op 1 juni 2016

Mijland, I. (2016). De parabel van Bert en Erik.
Geraadpleegd op 17-07-2018,
van https://wij-leren.nl/contextuele-leerlingbegeleiding-loyaliteit.php

Leerlingbegeleiders doen er goed aan rekening te houden met het feit dat school slechts een onderdeel is van een netwerk aan relaties waarin een leerling en een leraar functioneren. Contextuele leerlingbegeleiding brengt deze fundamenteel andere houding in praktijk.

‘Mijn naam is Bert. Ze vinden me op school een probleemleerling. Laatst ben ik geschorst omdat ik een joint gerookt had in de grote pauze. Bij wiskunde word ik wekelijks uit de les gestuurd, maar die vent mag mij gewoon niet. Ik vind het maar raar dat ze me alleen maar aanspreken op mijn gedrag. Ik ben meer dan de lastige jongen op school. Mijn moeder overleed vier jaar geleden aan kanker. Van mijn vader mogen we daar niet te lang verdrietig over zijn. Wees sterk, mama zou dat gewild hebben, zegt hij dan. Maar mijn oma huilt elke dag en ik troost haar. Ik werk ook bij de C1000. Laatst was ik de werknemer van de maand. Mijn baas vindt dat ik goed met klanten omga.’ 

‘Mijn naam is Erik. Ik werk sinds drie jaar op een brede scholengemeenschap en geef het vak wiskunde. Ik had me dat werk anders voorgesteld. Die pubers zijn soms werkelijk niet te doen. In havo 4 zit zo´n kind, Bertje. Hij haalt je het bloed onder de nagels vandaan.. Ik kan op slechte dagen huilend op de fiets zitten. Mijn leven lang heb ik hard gewerkt om iets te bereiken. Ik heb nu iets bereikt, maar kom mezelf elke dag weer zwakker tegen. Ik koos exact om mijn vader niet teleur te stellen. Ik heb al eens hulp gevraagd aan een paar collega’s. Die zeiden alleen maar lachend: ´Rust, reinheid, regelmaat, Erik. En consequent zijn.´ Een soortgelijk tegeltje hing ook bij mijn oma aan de muur. Ik snapte dat nooit, want ze liet wel toe dat mijn ooms mijn moeder terroriseerden.’

De contextuele benadering, uitgewerkt door de Hongaars-Amerikaans psychiater/psychotherapeut Iván Böszörményi-Nagy, is gericht op ieders context en de netwerken die daarbij horen.

"De theorie stelt dat dat netwerk voortdurend op onbewust niveau grote invloed op individuele keuzes heeft."

Dat maakt het relevant om niet alleen naar de gedragingen binnen school te kijken, maar daar externe gebeurtenissen bij te betrekken. Dat doe je door het individu te zien als onderdeel van meerdere sociale netwerken, en door het individu te plaatsen in de relationele geschiedenis en toekomst; de verbinding met ouders en grootouders en de verbinding met eigen kinderen en kleinkinderen.

Theorie dynamische driehoek

Werken met het contextuele gedachtegoed betekent gericht zijn op de dialoog. In een gesprek met een persoon over een conflict of diens (dis)functioneren ben je er niet op uit om elkaar te bestrijden, maar probeer je elkaar te verstaan. Wie is Bert die vecht, wie is Erik die worstelt? Wat neemt hij mee in zijn familieschatkist, dat onlosmakelijk verbonden is met het huidige conflict? Een eerste stap om de persoon in een breder perspectief te ontmoeten, is het maken van een genogram - een soort stamboom. Soms leidt zo’n familieplaatje tot nieuwe paden. Bert vecht, maar wil misschien wel huilen. Erik wankelt, maar wil misschien wel vechten.

De balans van geven en ontvangen

Wie geeft, heeft het recht er voor terug te krijgen. Wie ontvangt, wil teruggeven. Nagy werkte in zijn therapie veel met de metafoor van de balans van geven en ontvangen. Een kind geeft door een goed rapport of door te helpen met corvee. Aan de andere kant ontvangt dat kind door een bedankje, of een trotse vader die op een feestje vertelt over het goede rapport. Is geven en ontvangen in balans, dan voelt dat goed. 

"Maar die balans kan ook verstoord raken."

Als een kind thuis dagelijks helpt in het huishouden, na het overlijden van zijn moeder, als een kind niet huilt, omdat zijn vader de tranen niet kan verdragen of als een kind zijn boosheid over het verdriet op een plek buitenshuis afreageert, geeft hij zonder dat de gift ontvangen wordt. Het cadeau wordt niet uitgepakt. Deed de volwassene zijn leven lang datgene, wat zijn ouders van hem vroegen, dan kan het zijn dat hij nu niet durft te begrenzen. Een verstoring van de balans noemen we in contextuele termen ‘aangedaan en toedelend onrecht’. Om de balans te herstellen, heb je een professional nodig, die de weegschaal aan beide kanten aanraakt, zodat de weegschaal in beweging komt.

Loyaliteit: horizontaal en verticaal

In de casus van leerling Bert en leraar Erik kom je pas echt vooruit als je beiden erkenning wilt en kunt geven voor hun inzet, maar ook voor hun onrecht. Dat is vooral belangrijk, omdat er op de balans van geven en ontvangen nog een complexe factor meespeelt. Nagy werkt dat uit in zijn theorie onder de noemer loyaliteit. Er zijn twee soorten loyaliteit: in het web van horizontale relaties - je vrijwillig gekozen vrienden, collega’s, buren - geef en ontvang je op zo’n manier dat er een balans ontstaat. De relatie wordt en blijft waardevol als je in balans kunt samenzijn, maar zal eindigen als de balans verstoord raakt. Naast je horizontale relaties ben je ook onlosmakelijk verbonden met je geschiedenis, je verticale relaties. De existentiële loyaliteit betreft de relaties uit je zijnsgeschiedenis. Het zijn de historische lijnen in je leven. Deze banden zijn onlosmakelijk. Hoe zeer de balans ook verstoord wordt, je kunt je vader of moeder nooit in je exen-bestand opnemen. Zelfs bij ernstige beschadiging, bijvoorbeeld mishandeling, is de verticale loyaliteit uiteindelijk sterker dan de horizontale. Binnen de dynamische driehoek is het van belang te weten dat de verticale relaties anders zijn dan de horizontale. Een kind staat vanaf de geboorte in de ‘schuld’ en is van nature van zins om voor het bestaan terug te geven. Die loyaliteit botst met de horizontale relaties binnen de context school. Bert is met zijn gedrag onbewust loyaal aan de complexiteit in zijn gezin. Erik is op zijn beurt zeer loyaal aan zijn geschiedenis. Hij doet wat hij geleerd heeft, zelfs als het hem klem zet.

Meerzijdige partijdigheid

Wat wellicht het allerbelangrijkste is, is dat je in een gesprek ook de contextuele bril opzet om andere dingen te zien. Je kijkt dan achter het beeld dat iemand uitzendt. Daarvoor is een bijzondere basisattitude nodig: meerzijdige partijdigheid. Je streeft er dan naar de kant te kiezen van alle betrokkenen in het begeleidingsproces. Meerzijdige partijdigheid gaat uit van een hoopvolle toekomst, nodigt uit om de ander niet alleen te ontmoeten in waar je last van hebt, gelooft dat het gedrag een voedingsbodem elders kent, erkent onzichtbare pijn en inzet achter de zichtbare problematiek.
Wat kunnen we nu met al deze theorie?

Als we echt iets willen met de leerlingen, dan moeten we ze, hoe moeilijk dat soms ook is, als individu met een web aan relaties accepteren. In de begeleiding van de leerlingen zullen we ook rekening moeten houden met de verticale relaties van die kinderen. Leerlingen hebben legitimering nodig van thuis om iets te doen. School moet niet de rol van ouders overnemen, of proberen de betere ouder te worden. De kunst is om meerzijdig partijdig te zijn, zeker in het geval van conflicten. Zoek bij probleemgedrag naar de ondergrondse en bovengrondse loyaliteiten van het kind. Durf jij Bert werkelijk te ontmoeten en hem te zien als een onderdeel van een driehoek waarbinnen alle partijen samen naar een oplossing werken? Durf je te zoeken naar het onrecht in Berts leven, waardoor hij voor nieuw onrecht zorgt op school? En Erik? Een leraar die zich niet staande weet te houden tussen pubers, heeft niks aan een collega die adviseert eens wat strenger te worden. Erik heeft vooral iets aan een teamleider die Erik wil ontmoeten in het perspectief van zijn verticale loyaliteit. Maak je op voor een dialoog! Bert en Erik zullen je dankbaar zijn!


Ivo Mijland is trainer/coach voor Ortho Consult (www.orthoconsult.nl). Hij is in Utrecht basisopleider voor de tweejarige opleiding contextuele leerlingbegeleiding. Hij schreef elf onderwijsboeken over leerlingbegeleiding.

Mijland, I. (2016). De parabel van Bert en Erik.
Geraadpleegd op 17-07-2018,
van https://wij-leren.nl/contextuele-leerlingbegeleiding-loyaliteit.php

Gerelateerd

Zorg voor het kind
Zorg voor het kind: passend onderwijs - onderwijsbehoeften
Arja Kerpel
Uitdagend onderwijs
Beter begeleiden van uitdagend onderwijs
Eleonoor van Gerven
Contextuele benadering
Gekke kinderen in de klas - Alle kinderen zijn anders normaal
Ivo Mijland
Contextuele benadering
Gekke kinderen in de klas - Alle kinderen zijn anders normaal
Ivo Mijland
Ervaringsreconstructie
De ervaringsreconstructie; van onmogelijkheid naar kans
Marcel van Herpen
Pedagogisch kader
Pedagogisch kader professionele netwerken onderwijs en kinderopvang
Helčn de Jong
Bodemloos bestaan
Bodemloos bestaan
Arja Kerpel
Luister je wel naar míj?
Luister je wel naar míj? - Tips voor gespreksvoering met kinderen
Arja Kerpel
Lef om te luisteren
Lef om te luisteren - Hoe luister je nu echt naar leerlingen?
Arja Kerpel
Lef om te luisteren
Lef om te luisteren - Hoe luister je nu echt naar leerlingen?
Arja Kerpel
Aanpak probleemjongeren
Aanpak probleemjongeren vraagt om brede samenwerking
Kees van Overveld
Lof der zotheid
De lof der zotheid - echt gelijk door verschillende behandeling
Ivo Mijland










Wanneer zijn handelingsadviezen effectief?
Wanneer zijn externe handelingsadviezen effectief?
Vroegtijdig verwijzen
Vroege verwijzingen naar s(ba)o: zijn deze leerlingen beter af?
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Contextuele leerlingbegeleiding



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.