Vroegtijdig schoolverlaten in het mbo: helpt werken aan groepscohesie?

Geplaatst op 22 november 2017

Samenvatting

Er is geen direct bewijs voor de relatie tussen groepscohesie of sociale verbondenheid in een klas en voortijdig schoolverlaten. Groepscohesie is echter te zien als een aspect van verbondenheid met school en school- en klasklimaat, en het belang daarvan is wél aangetoond. Studenten die zich verbonden voelen met de school en een goede relatie hebben met docenten en medestudenten, hebben minder kans om voortijdig de school te verlaten. Werken aan groepscohesie in de klas zou dus invloed kunnen hebben op voortijdig schoolverlaten.

Voortijdig schoolverlaters zijn jongeren die het onderwijs vaarwel zeggen zonder startkwalificatie, dat wil zeggen een havo- of vwo-diploma of een mbo-diploma op niveau 2, 3 of 4. Die groep schoolverlaters loopt een grotere kans om werkloos te worden of in de criminaliteit te geraken. Mede door inzet van de overheid neemt de laatste jaren het aantal en aandeel voortijdig schoolverlaters af.

Verschillende factoren spelen een rol bij voortijdig schoolverlaten: persoonlijke kenmerken, schoolkenmerken en contextkenmerken - meestal is er een combinatie van factoren. Studenten kunnen kampen met psychologische problemen, ziekte, verslaving of ze komen in aanraking met criminaliteit. Op schoolniveau zijn gebrekkige onderlinge relaties met docenten en medestudenten belangrijke factoren, evenals ondermaatse ondersteuning. Verder hebben de thuissituatie en de vriendengroep invloed. Bekende preventiefactoren om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan, zijn het stimuleren van leerprestaties, een positief school- en klasklimaat, de opbouw van een netwerk, en het zorgen voor succesvolle overgangen naar een vervolgopleiding.

Groepscohesie

De definitie van groepscohesie - een centraal concept in onderzoek naar groepen en groepsdynamiek - is: de mate waarin de leden van een groep verbonden zijn of zich verbonden voelen met elkaar, en de wens hebben om deel van de groep te blijven uitmaken. Onderzoek naar groepscohesie vindt plaats bij kleine groepen, van sportteams tot projectgroepen, van collega’s op een afdeling tot klinische settings. Vooral uit de sportwereld is bekend dat groepscohesie en prestatie sterk met elkaar samenhangen en dropout tegen gaat. Naast in een positieve groepsdynamiek en gevoel van verbondenheid met de groep, drukt groepscohesie zich uit in het nastreven van gedeelde groepsdoelen of behoeftes.

Over de relatie tussen specifiek groepscohesie in de klas en voortijdige schooluitval (in het mbo) is niets bekend. Wel is duidelijk dat leerlingen die zich verbonden voelen met de school, een positieve houding hebben tegenover school, docenten en medeleerlingen. Ook doen ze vaker hun best op school. Verbondenheid met de school is daarmee een beschermende factor. Andersom is het ontbreken van het gevoel van verbondenheid een risicofactor: slechtere relaties met klasgenoten en vervreemding van school kunnen bijdragen aan voortijdig schoolverlaten. Het gevoel van verbondenheid dat een student ervaart, is een van de belangrijkste behoeften voor alle studenten. En dit heeft ook een sterk verband met motivatie, hetgeen leerresultaten positief beïnvloedt.

Verder helpt het als studenten veel gelegenheid hebben om met elkaar te praten en leerervaringen delen. Juist ‘overbelaste’ jongeren ervaren schoolse verbondenheid als beschermende factor. Gevoelens van verbondenheid (de leerling voelt dat hij gezien en gewaardeerd wordt) leiden tot betere schoolprestaties en minder schooluitval. Essentieel lijkt een goed contact tussen studenten en docenten om de verbinding met school te vergroten. De relatie met cohesie in de klas is minder duidelijk. Verder kunnen processen in de klas de verbondenheid versterken, zoals meer dialoog en discussie tijdens de les en door gezamenlijk activiteiten met medestudenten.

In het voortgezet onderwijs bevordert interactie tussen leerkrachten en leerlingen en tussen leerlingen onderling de verbondenheid. Voor het mbo is bekend dat studenten die zich emotioneel betrokken voelen bij school een grotere kans hebben op studiesucces. Daarmee draagt het ook bij aan het voorkomen van voortijdig schoolverlaten. Het gaat hier om een gevoel van verbondenheid met de school, met medestudenten en met docenten.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Ingrid Christoffels, Tinka van der Kooij en Niek van den Berg (kennismakelaars van de Kennisrotonde)
Vraagsteller: adviseur/beleidsmedewerker mbo-instelling

Vraag

Heeft werken aan  groepscohesie in de klas invloed op voortijdig schoolverlaten (vsv) in het mbo?

Kort antwoord

Groepscohesie is hetzelfde als sociale verbondenheid tussen de leden van een groep. De relatie tussen groepscohesie of sociale verbondenheid in een klas en voortijdig schoolverlaten (vsv) is niet als zodanig onderzocht. Wel is het belang van verbondenheid met de school vastgesteld, maar dat is niet hetzelfde als groepscohesie/sociale verbondenheid. Studenten die zich verbonden voelen met de school, en een goede relatie hebben met docenten en medestudenten, hebben minder kans op voortijdig schoolverlaten. Groepscohesie in de klas, in nauwe zin, zou dus kunnen samenhangen met een kleinere kans op voortijdig schoolverlaten. Nader (interventie)onderzoek zou kunnen uitwijzen of een versterking van cohesie in de klas ook daadwerkelijk vsv kan verminderen, en welke rol cohesie speelt naast andere factoren die het verbondenheid met school bevorderen.

Toelichting antwoord

Na een korte probleemschets van voortijdig schoolverlaten worden de concepten groepscohesie en het bredere begrip sociale verbondenheid toegelicht, en de relatie daarvan met vsv.

Welke factoren spelen een rol bij voortijdig schoolverlaten?

Voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) zijn jongeren die het onderwijs verlaten zonder startkwalificatie, dat wil zeggen een havo- of vwo-diploma of een mbo-diploma op niveau 2, 3 of 4. Vsv’ers lopen een grotere kans om werkloos te worden of in de criminaliteit te raken (WRR, 2009). Vsv is een hardnekkig probleem, waar de overheid zich nu, en in het verleden voor inzet om dit tegen te gaan (WRR 2009; Rijksoverheid, 2017). De laatste jaren lijkt dit vruchten af te werpen, voortijdig schoolverlaten neemt steeds verder af. In 2002 waren er zo’n 70.000 vsv’ers, 5,5% van de gehele leerlingpopulatie. In 2015 is dat aantal gedaald tot zo’n 22.000 voortijdig schoolverlaters, ofwel 1,7% van de populatie (Rijksoverheid, 2017). In het mbo is het percentage vsv’ers ten opzichte steeds groter geweest dan in het voortgezet onderwijs. Zo was het percentage vsv op het mbo in 2015/2016 4,6% en in het voortgezet onderwijs in datzelfde jaar 0,4% (Bussemaker, 2017). Maar ook in het mbo is het cijfer wel gedaald, in 2008/2009 was het nog 7,8%.

Uit onderzoek blijkt dat verschillende factoren een rol spelen bij voortijdig schoolverlaten: persoonlijke kenmerken, kenmerken van de school en/of contextkenmerken, waarbij de laatste soms nog zijn onderverdeeld in familiekenmerken en gemeenschapskenmerken (De Witte et al., 2013). Meestal is er een combinatie van factoren die uiteindelijk zorgt voor voortijdig schoolverlaten bij een student (Oberon, 2008). Factoren op individueel niveau zijn bijvoorbeeld psychologische problemen, ziekte, criminaliteit, drugsgebruik (Blogt et al., 2009). Factoren die te maken hebben met school zijn bijvoorbeeld de relatie tussen student en docent, de relatie tussen studenten onderling, en de mate van ondersteuning (Elffers, 2011; WWR, 2009).

Contextfactoren zijn de buitenschoolse omstandigheden van een student zoals de thuissituatie en vriendengroep (Traag, 2012). In de literatuur over voortijdig schoolverlaten wordt vaak gesproken over risicofactoren en beschermende factoren, die een rol spelen op alle drie de niveaus (De Baat, et al., 2014).

Volgens een recent overzicht van het Nederlands Jeugd Instituut (De Baat et al., 2014) komt wat betreft preventie op school een aantal thema’s terug in initiatieven om vsv tegen te gaan: 

  1. Stimuleren van goede leerprestaties.
  2. Het klimaat in de klas en op school.
  3. Het netwerk om de leerling/student.
  4. Het maken van succesvolle overgangen (i.e., de overgang van vmbo naar mbo is een kwetsbaar moment dus daar moet je op sturen).

Verbondenheid met school wordt dus gezien als een van de schoolfactoren die een belangrijke rol speelt, naast andere factoren (De Baat et al., 2014; Witte et al., 2013).

Groepscohesie

Groepscohesie is een centraal concept in onderzoek naar groepen en groepsdynamiek, een onderdeel van sociale psychologie. Groepscohesie wordt gedefinieerd als de mate waarin de leden van een groep verbonden zijn of zich verbonden voelen met elkaar en de wens hebben om deel van de groep te blijven (Carron et al., 1987; Castelijns & Verhoeven, 2012). Groepscohesie wordt bestudeerd in de context van kleine groepen, van sportteams tot klinische settings, samenwerkende groepen studenten of teams van collega’s op de werkvloer (Bronkhorst, 2015; Glass & Benshoff, 2002). Er is veel onderzoek naar groepscohesie in andere contexten dan school, zoals sport, waaruit blijkt dat groepscohesie en prestatie sterk met elkaar samenhangen (Mullen & Copper, 1995; Bronkhorst, 2015). Naast in een positieve groepsdynamiek en gevoel van verbondenheid met de groep, drukt groepscohesie zich ook uit in het nastreven van gedeelde groepsdoelen of behoeftes (Carron, Windmeyer & Brawley, 1985).

Relatie tussen groepscohesie, verbondenheid en voortijdig schoolverlaten

Specifiek over de relatie tussen groepscohesie in de klas en voortijdige schooluitval (in het mbo) blijkt er geen onderzoeksliteratuur te zijn. Wel blijkt uit onderzoek in sportteams dat groepscohesie in die context zorgt voor minder ‘dropout’ (Calvo Garcia et al., 2010; Eys et al., 2009). Groepscohesie, of verbondenheid met de groep, kan gezien worden als onderdeel van klimaat in de klas (Goodenow, 1993), van het bredere concept sociale verbondenheid met de school (WRR, 2009) of een (emotionele) verbondenheid met de school (Elffers, 2011).

Dit zijn gerelateerde concepten, die ook wel geschaard worden onder schoolklimaat (De Baat, 2014). Sociale verbondenheid met de school wordt vaak geoperationaliseerd op manieren die in meer of mindere mate met groepscohesie in de klas te maken hebben, zoals student-student relaties, participatie in activiteiten op school, goede docent-student relaties  (WRR, 2009; Goodenow, 1993; Alivernini & Manganelli, 2015).

Zijn er in de (internationale) literatuur over verbondenheid met de school in bredere zin, vsv en academische prestatie aanwijzingen te vinden over de relatie tussen groepscohesie in de klas en voortijdig schoolverlaten? Leerlingen die zich verbonden voelen met de school hebben een positieve houding tegenover school, docenten en medeleerlingen en doen vaker hun best op school. Verbondenheid met de school is daarmee een belangrijke (beschermende) factor (Osterman, 2000). Het ontbreken van het gevoel van verbondenheid is een belangrijke risicofactor voor vsv: Kwalitatief slechtere relaties met klasgenoten, en vervreemding van school kunnen bijdragen aan uitval van studenten (Furrer, Skinner & Pitzer, 2014; Osterman, 1993, zie ook: Finn, 1989).

Volgens Goodenow (1993) is het gevoel van verbondenheid dat een student ervaart een van de belangrijkste behoeften voor alle studenten, en heeft dit ook een sterk verband met motivatie (zie ook zelf-determinatie theorie: Deci & Ryan, 1991; Kennisrotonde, 2016), hetgeen leerresultaten positief beïnvloedt. Furrer et al. (2014) concluderen dat het helpt als studenten veel gelegenheid hebben om met elkaar te praten en leerervaringen delen, om het gevoel van verbondenheid te vergroten. In Nederland blijkt uit een overzichtsstudie van het WRR (2009) over voortijdig schoolverlaten dat bij ‘overbelaste’ jongeren schoolse verbondenheid als belangrijke (beschermende) factor is in relatie tot vsv. De WRR concludeert dat gevoelens van verbondenheid (de leerling voelt dat hij/zijn gezien en gewaardeerd wordt) leiden tot betere schoolprestaties en minder schooluitval.

Overigens gaat de WRR vooral in op goed contact tussen studenten en docenten om de verbinding met school te vergroten. De relatie met cohesie in de klas is daarmee minder duidelijk. Verder blijkt verbondenheid blijkt te kunnen worden beïnvloed door processen in de klas, zoals meer dialoog en discussie in de klas (Castelijns & Verhoeven, 2012) en door gezamenlijk activiteiten met medestudenten (Furer et al, 2014). Volgens Junger-Tas (2002, in De Baat et al., 2014) maakt de meest effectieve preventie in het voortgezet onderwijs gebruik van interactie tussen leerkrachten en leerlingen en tussen leerlingen onderling.

Specifiek in het mbo is er onderzoek van Elffers (2011) en Van Wijk en Van Kan (2013). Het promotieonderzoek van Elffers naar voortijdig schoolverlaten in het mbo laat zien dat studenten die zich emotioneel betrokken voelen bij school een grotere kans hebben op studiesucces en dat dit daarmee ook bijdraagt aan het voorkomen van voortijdig schoolverlaten. Elffers (2011) doelt hiermee op een gevoel van verbondenheid met de school, met de medeleerlingen en met de docenten.

Van Wijk en Van Kan (2013) hebben onderzoek gedaan naar de praktijk van docenten in het signaleren van vroegtijdige uitval bij mbo studenten. Hiervan is een factor die gerelateerd is aan verbondenheid en groepscohesie bijvoorbeeld het contact met medeleerlingen. Als een student geen contact heeft met zijn klasgenoten, is dat een van de vroege signalen voor risico op vsv. Andere signalen waar een docent op kan letten zijn studenten die laten blijken dat ze zich onvoldoende in willen zetten voor de opleiding, afwezig zijn, niet opletten en/of niet laten corrigeren door beloning of straf (Van Wijk & Kan, 2013).

Conclusie

Er is geen direct bewijs voor de relatie tussen groepscohesie of sociale verbondenheid in een klas en voortijdig schoolverlaten, omdat deze niet als zodanig onderzocht. Groepscohesie is echter een aspect van verbondenheid met school en school- en klasklimaat. Het belang van verbondenheid met de school in relatie met vsv is wél aangetoond. Studenten die zich verbonden voelen met de school, en een goede relatie hebben met docenten en medestudenten, hebben minder kans op voortijdig schoolverlaten. Groepscohesie in de klas, in nauwe zin, zou dus kunnen samenhangen met een kleinere kans op van voortijdig schoolverlaten.

Het is echter niet duidelijk wat de richting van het effect is, en welke rol cohesie speelt naast andere factoren die het verbondenheid met school bevorderen. Nader (interventie)onderzoek zou kunnen uitwijzen of een versterking van cohesie in de klas ook daadwerkelijk vsv kan verminderen.

Geraadpleegde bronnen

  • Alivernini, F., & Manganelli, S. (2015). First evidence on the validity of the students’ relatedness scale (SRS) and of the school well-being scale (SWS). Procedia-Social and Behavioral Sciences, 205, 287-291.
  • Baat, M. de, Messing, C. & Prins, D. (2014). Wat werkt bij schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten? Utrecht: Nederlands Jeugd Instituut.
  • Bogt, T. ter, Lieshout, M. van, Doornwaard, S. & Eijkemans, Y. (2009). Middelengebruik en voortijdig schoolverlaten. Twee onderzoeken naar de actuele en gepercipieerde rol van alcohol en cannabis in relatie tot spijbelen, schoolprestaties, motivatie en uitval. Utrecht: Universiteit Utrecht en Trimbos-instituut.
  • Brawley, L. R., Carron, A.V., & Widmeyer, W.N. (1987). Assessing the cohesion of teams: Validity of the Group Environment Questionnaire. Journal of Sport Psychology, 9: 275-294.
  • Bronkhorts, A. (2015). De invloed van (school)sport op schoolbinding en schoolprestaties. Zwolle: Windesheim, Lectoraat school, bewegen en sport.
  • Bussemaker, J. (2017, 21 februari). Bijlage met cijfers voortijdig schoolverlaten [Bijlage Kamerbrief]. Geraadpleegd van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/vsv/documenten/
  • publicaties/2017/02/21/bijlage-met-cijfers-voortijdig-schoolverlaten.
  • Carron, A.V., Widmeyer, W.N. & Brawley, L.R. (1985) The Development of an Instrument to Assess Cohesion in Sport Teams: The Group Environment Questionnaire, Journal of Sport Psychology, 7: 244-266.
  • Castelijns, J. & Verhoeven, S. (2012). Dialoog in de klas. Literatuurstudie. ‘s-Hertogenbosch: KPC Groep in opdracht van het ministerie van OCW.
  • Elffers, L. (2011). The transition to post-secondary vocational education: students’ entrance, experiences, and attainment. [Proefschrift]. Enschede: Ipskamp Drukkers B.V.
  • Eys, M.A., Loughead, T., Bray, S.R. & Carron, A.V. (2009). Development of a Cohesion Questionnaire for Youth: The Youth Sport Environment Questionnaire. Journal of Sport and Exercise Psychology, 31: 390-408.
  • Finn, J. D. (1989). Withdrawing from school. Review of Educational Research, 59, 117-142.
  • Furrer, C., Skinner, E. A., & Pitzer, J. R. (2014). The influence of teacher and peer relationships on students’ classroom engagement and everyday motivational resilience. National Society for the Study of Education, 113, 101-123.
  • Glass, J.S. & Benshoff, J.M. (2002). Development of group cohesion through challenge course experiences. Journal of Experiential Education, 25: 268-278
  • Garciá Calvo, T., Cervelló, E., Jiménez, R., Iglesias, D. Moreno Murcia, J.A. (2010) Using Self-Determination Theory to Explain Sport Persistence and Dropout in Adolescent Athletes. The Spanish Journal of Psychology, 13(2): 677-684.
  • Goodenow, C. (1993a). Classroom belonging among early adolescent students: Relationships to motivation and achievement. Journal of Early Adolescence, 13: 21-43.
  • Goodenow, C. (1993b). The psychological sense of school membership among adolescents: Scale development and educational correlates. Psychology in the Schools, 30: 70-90.
  • Kennisrotonde (juni 2016). Wat is er bekend over de didactische strategieën waarmee docenten de motivatie en leergierigheid bij mbo studenten positief kunnen beïnvloeden? Geraadpleegd van: https://www.nro.nl/kennisrotondevragenopeenrij/beinvloeding-motivatie-en-leergierigheid-mbo-studenten/
  • Mullen, B. & Copper, C. (1995). The relation between group cohesiveness and performance: an integration. New York: Syracuse University.
  • Oberon (2008). De belevingswereld van Voortijdig Schoolverlaters. Een onderzoeksrapportage. Utrecht: Oberon.
  • Osterman, K. F. (2000). Students’ need for belonging in the school community. Review of Educational Research, 70, 323-367.
  • Rijksoverheid. (2017). Voortijdig schoolverlaten [webpagina]. Geraadpleegd van www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/vsv.
  • Rijksoverheid. (2017, 21 februari). Opnieuw minder jongeren voortijdig van school. [nieuwsbericht]. Geraadpleegd van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/vsv/nieuws/2017/02/21/
  • opnieuw-minder-jongeren-voortijdig-van-school.
  • Shaps, E. (2005). The Role of Supportive School Environments in Promoting Academic Success. In: Getting results: developing safe and healthy kids, Update 5. California Department of Education. Verkregen van https://www.collaborativeclassroom.org/research-articles-and-papers-the-role-of-supportive-school-environments-in-promoting-academic-success.
  • Traag, T. (2012). Early school-leaving in the Netherlands. A multidisciplinary study of risk and protective factors explaining early school-leaving. Den Haag: Statistics Netherlands.
  • Wijk, B. van & Kan, C. van (2013). Vroegtijdig signaleren van onderwijsuitval. Inzichten van en voor de praktijk. ’s-Hertogenbosch: Expertisecentrum Beroepsonderwijs.
  • Witte, K. de, Cabus, S., Thyssen, G., Groot, W., Maassen van den Brink, H. (2013). A Critical Review of the Literature on School Dropout. TIER working paper series.
  • WRR (2009). Vertrouwen in de school. Over de uitval over ‘overbelaste’ jongeren. Amsterdam: Amsterdam University Press.

Gerelateerd

Preventie gedragsproblemen
Onderwijs en gedragsproblemen: Prioriteit voor preventie
Kees van Overveld
Tiener college
Tiener College - school voor onderwijs aan 10 - 14 jarigen
Pieter Snel
MBO en ouders
Ouderbetrokkenheid op het mbo noodzakelijk voor schoolsucces!
Peter de Vries


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

[extra-breed-algemeen-kolom2]



Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.