Peuters begeleiden bij spel is goed voor hun leervermogen

Geplaatst op 1 juni 2016

In Nederlandse kinderdagverblijven en peuterspeelzalen is over het algemeen de sfeer goed, maar worden jonge kinderen onvoldoende gestimuleerd om zich te ontwikkelen. In voorschoolse voorzieningen waar peuters deze stimulans wél krijgen, heeft dit een positief effect op hun vermogen de aandacht ergens op te richten. Pedagoog Pauline Slot stelt dit vast in haar onderzoek naar de emotionele en educatieve kwaliteit van crèches en peuterspeelzalen voor kinderen van nul tot vier jaar.
Op Nederlandse crèches en peuterspeelzalen is de sfeer goed, de leidsters staan open voor signalen van de kinderen en ze leven zich goed in hen in. Op emotionele kwaliteit scoren de voorschoolse voorzieningen dus gemiddeld tot hoog. Nederlandse peuters worden echter weinig aangemoedigd en begeleid in de ontwikkeling van taal- en cognitieve vaardigheden zoals nieuwe woorden leren, doelen stellen, plannen maken en doorzetten. Activiteiten die hieraan bijdragen zijn bijvoorbeeld: voorlezen, samen puzzels maken, kringgesprekken voeren of ‘doen alsof’ fantasiespel. Op educatieve kwaliteit scoren Nederlandse crèches en peuterspeelzalen laag tot gemiddeld.

Ontwikkeling van kinderen

Pauline Slot concludeert dit op grond van observaties in 276 groepen in kinderdagverblijven en peuterspeelzalen, enquêtes onder leidsters en tests die bij de kinderen werden afgenomen. Ze beoordeelde haar waarnemingen aan de hand van het Classroom Assessment Scoring System (CLASS), een in Amerika ontwikkeld observatie-instrument dat zij voor de Nederlandse situatie aanpaste en dat internationale vergelijking mogelijk maakt. Haar werk maakt deel uit van Pre-COOL, een grootschalig onderzoek in opdracht van het ministerie van OCW en het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek. Doel van Pre-COOL is vast te stellen in hoeverre voorschoolse opvang en educatie bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. Het onderzoek van Slot geeft de eerste aanwijzingen dat zo’n effect er inderdaad is.

Effecten

Bij 850 twee- en driejarige peuters verspreid over 185 groepen, heeft Slot gekeken naar de effecten van de kwaliteit van voorzieningen op twee ontwikkelingsaspecten: woordenschat en aandachtsfunctie. Uit deze tests komt naar voren dat er inderdaad effecten zijn. Hoe hoger de educatieve kwaliteit van de crèche of peuterspeelzaal, hoe beter de kinderen hun aandacht gericht kunnen inzetten, zo blijkt. Deze aandachtsfunctie is een belangrijk onderdeel van het vermogen om te leren.
Ook blijkt dat hoe hoger de emotionele kwaliteit van de opvang is, hoe meer de kinderen hun woordenschat uitbreiden. Ten slotte is een effect gevonden van ‘vrij spel’. Gemiddeld besteden de kinderen hieraan 30 tot 35 procent van een ochtend. Ze spelen dan zonder begeleiding van een leidster. De onderzoekers vonden dat naarmate de kinderen meer tijd besteden aan vrij spel, zij zowel hun woordenschat als hun aandachtsfunctie minder goed ontwikkelen.
peuter

Professionele ontwikkeling

De wet OKE (Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie) uit 2010 schrijft voor dat gemeenten alle jonge kinderen een goede voorschoolse begeleiding moeten aanbieden. Peuters met een taalachterstand moeten worden geholpen deze in te halen, stelt de wet. Uit het onderzoek van Slot blijkt dat er nog winst te behalen is wat betreft de educatieve kwaliteit van crèches en peuterspeelzalen. De beste manier om dit doel te bereiken is leidsters op de werkvloer continu te ondersteunen in hun professionele ontwikkeling, stelt Slot.
Dit kan door peuters systematisch te observeren, regelmatig in het team de pedagogische aanpak te bespreken, te leren van collega’s, leidsters persoonlijk te begeleiden en trainingen aan te bieden. Bij voorschoolse voorzieningen waar dit gebeurde, was de educatieve kwaliteit hoger dan bij crèches en peuterspeelzalen waar dit niet gebeurde. Ook het werken met een educatief programma droeg bij aan de kwaliteit. Groepsgrootte en opleidingsniveau van de leidsters hadden een veel minder sterk effect op de educatieve kwaliteit.

Dit onderzoek werd gefinancierd vanuit het beleidsgerichte onderwijsonderzoek van het NRO.

Management samenvatting

In 2010 is de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (Wet OKE) van kracht geworden. Het doel van de wet is de taalontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren door de kwaliteit van de peuterspeelzalen en instellingen voor kinderopvang te verhogen. Het onderzoek waarvan in dit rapport verslag wordt gedaan, schetst de stand van zaken in kinderdagverblijven en peuterspeelzalen met betrekking tot de belangrijkste doelen van de Wet OKE. Gebruik wordt gemaakt van gegevens die in het kader van de nationale cohortstudie Pre-COOL2-5 in een landelijk representatieve steekproef van kinderdagverblijven en peuterspeelzalen zijn verzameld. De belangrijkste onderzoeksvragen zijn:

  • In hoeverre voldoet de kwaliteit van peuterspeelzalen en kinderdagverblijven aan de doelen die in de Wet OKE zijn gesteld?
  • Zijn er verschillen in kwaliteit tussen beide werksoorten en zijn beide werksoorten de afgelopen jaren wat betreft kwaliteit naar elkaar toegegroeid?
  • Kunnen verschillen in kwaliteit tussen instellingen verklaard worden uit structurele en organisatorische randvoorwaarden, waaronder het opleidingsniveau van de pedagogisch medewerkers?
  • Maakt het gebruik van een specifiek educatief VVE-programma of deelname aan een VVEtraining uit voor de kwaliteit?
  • Wat zijn de mogelijke aanknopingspunten om de kwaliteit te verhogen, mede met oog op de educatieve doelen die de Wet OKE stelt?

Tussen 2011 en 2012 zijn er bezuinigingen doorgevoerd in de kinderopvangtoeslag. Ook in het (gemeentelijke) welzijnswerk hebben bezuinigingen en reorganisaties plaatsgevonden. De PreCOOL2-5 data laten een vergelijking toe van de kwaliteit van de voorschoolse voorzieningen in de periode eind 2010, begin 2011 met de kwaliteit zoals gemeten in het voorjaar van 2012, nadat de ingrijpende bezuinigingen waren aangekondigd en in gang gezet. De onderzoeksvraag hierbij luidt:

  • Is er een verandering in de kwaliteit voor voorschoolse opvang en educatievoorzieningen tussen 2011 en 2012?

Het antwoord op de eerste vraag luidt dat de kwaliteit van peuterspeelzalen en kinderdagverblijven in emotioneel opzicht naar theoretische gefundeerde normen en internationale maatstaven midden tot hoog is, niet zeer hoog. In educatief opzicht laat de kwaliteit echter te wensen over en kan deze gekwalificeerd worden als laag tot midden. Hoewel ook in internationaal onderzoek de educatieve kwaliteit meestal lager is dan de emotionele kwaliteit, is deze in Nederland nog lager. Om de doelen van de OKE-wet te realiseren is het belangrijk de educatieve kwaliteit te verhogen.

Het antwoord op de tweede vraag luidt als volgt. Peuterspeelzalen en kinderdagverblijven verschillen gemiddeld genomen niet of nauwelijks in de emotionele kwaliteit van hun groepsprocessen, maar peuterspeelzalen bieden een hogere educatieve kwaliteit dan kinderdagverblijven, zowel in de dagelijkse processen als in het aanbod van activiteiten. De oriëntatie en profilering van kinderdagverblijven en peuterspeelzalen verschilt nog altijd. Kinderdagverblijven profileren zich sterker op dienstverlening en oriënteren zich meer op de sociaal-emotionele ontwikkeling van 6 kinderen, terwijl peuterspeelzalen zich profileren op hun educatieve en inclusieve functie en sterker georiënteerd zijn op de cognitieve ontwikkeling van kinderen en het bereiken van educatieve doelen. Toch oriënteren veel kinderdagverblijven zich ook op de educatieve functie en in 2012 gaf ruim 70% van de kinderopvangcentra die aan dit onderzoek deelnamen aan te werken met een VVEprogramma. Dit is een lichte stijging ten opzichte van 2011. Aangenomen kan worden dat vóór 2010 dit percentage aanzienlijk lager was, maar directe gegevens hierover zijn niet beschikbaar. Hoewel de steekproef van dit onderzoek selectief kan zijn, omdat op vrijwillige basis is meegewerkt aan onderzoek naar de kwaliteit en ontwikkelingseffecten van de voorschoolse opvang en educatie, kan met voorzichtigheid geconcludeerd worden dat beide sectoren naar elkaar toe zijn gegroeid.

Om antwoord op de derde vraag te kunnen geven zijn verschillende verklarende analyses uitgevoerd. Verschillen tussen instellingen en groepen in belangrijke structurele kwaliteitskenmerken zoals groepsgrootte en kind-staf ratio bieden een verklaring voor verschillen in de geobserveerde emotionele proceskwaliteit. Het opleidingsniveau van de pedagogisch medewerkers heeft geen duidelijke (consistente) relaties met de geobserveerde proceskwaliteit. De analyses laten verder zien dat de mate waarin creatieve, educatieve en (begeleide) spelactiviteiten, worden aangeboden, afgezet tegen tijd besteed aan verzorgingsactiviteiten, eveneens verschillen in zowel emotionele als educatieve proceskwaliteit verklaart.

Er is geen eenduidig antwoord op de vierde vraag te geven omdat de bevindingen voor 2011 en 2012 op dit punt verschillen. Afgaande op de gegevens van 2011 is de conclusie dat het gebruik van een educatief (VVE) programma met zowel hogere emotionele als educatieve kwaliteit samen gaat. Afgaande op de gegevens van 2012 is er geen duidelijk verband. Voor beide jaren wijzen de resultaten uit dat meer te verwachten is van verbetering van de instellingsinterne continue professionalisering en doelgerichte collegiale samenwerking – al of niet in aanvulling op een educatieve methode. In antwoord op de vijfde vraag is in dit onderzoek een aantal aanknopingspunten geïdentificeerd om de emotionele en educatieve kwaliteit te verhogen.

De belangrijkste aanbevelingen zijn: vasthouden aan de wettelijke regels ten aanzien van groepsgrootte en kind-staf ratio; implementatie van systemen voor instellingsinterne kwaliteitszorg en continue professionalisering; en planmatige aanpak van de dagelijkse activiteiten over een langere periode, met een goede balans tussen (begeleid) spel en educatieve activiteiten.

Ten slotte is er de vraag naar de effecten van de bezuinigingen in de sectoren kinderopvang en welzijnswerk. Hoewel de beschikbare onderzoeksgegevens geen sterke conclusie toelaten, zijn er onmiskenbare aanwijzingen dat de kwaliteit in emotioneel en educatief opzicht zowel in de kinderopvang als in het peuterspeelzaalwerk tussen 2011 en 2012 is gedaald, sterker in de kinderopvang en vooral sterker in centra waarin in 2011 relatief hoge kwaliteit voor een relatief lage prijs werd geboden. Een belangrijke voorspeller van kwaliteit, namelijk de mate waarin er aandacht is voor continue professionele ontwikkeling in het centrum, toonde in lijn hiermee eveneens een duidelijke daling tussen 2011 en 2012. Het suggereert dat een verminderde financiële armslag allereerst de (niet in een wettelijke regeling als vereiste vastgelegde) steun voor professionele ontwikkeling van medewerkers en team treft. 

Details van het onderzoek

  
NWO-projectnummer:  413-09-072
Titel onderzoeksproject:  Voorschoolse opvang en educatie in peuterzalen en kinderopvanginstellingen
Looptijd:01-12-2009 tot 01-05-2014

Projectleider(s)

Naam Instelling E-mail
Prof. dr. P.P.M. Leseman Universiteit Utrecht p.p.m.leseman@fss.uu.nl

Projectuitvoerder(s)

Naam Instelling E-mail
Drs. P.L. Slot Universiteit Utrecht P.L.Slot@uu.nl

Publicatie(s)

Relevante links(s)

[Bron: Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO)]











Gerelateerd

Bewegend leren
Presteren kinderen beter door ‘bewegend leren’?
Implementatie wet OKE
De Wet OKE, beleidsreconstructie en implementatie in twaalf gemeenten
Taallijn peuters kleuters
Het effect van Taallijn bij peuters en kleuters
Peuters begeleiden spel
Peuters begeleiden bij spel is goed voor hun leervermogen
Effectiviteitskenmerken
Vroeg- en voorschoolse educatie onder de loep
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Peuters begeleiden spel



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.