Doubleren (VO): welk effect heeft het op de verdere schoolloopbaan?

Geplaatst op 4 augustus 2017

Samenvatting

Zittenblijven in het voortgezet onderwijs leidt niet tot betere schoolprestaties of minder ongediplomeerde uitval. De kans is klein dat het strikt toepassen van overgangsnormen een positief effect heeft op de verdere schoolloopbaan van leerlingen die niet voldoen aan de norm en toch overgaan.

Er zijn geen landelijke regels voor het zittenblijven van leerlingen. Scholen voor voortgezet onderwijs stellen zelf hun overgangsnormen vast. De overgangsnormen zijn onderdeel van het onderwijskundig beleid van de school en moeten worden opgenomen in het schoolplan. Nagenoeg alle scholen hebben een uitgeschreven regeling met daarin criteria voor bevordering en zittenblijven. Vaak zijn de overgangsnormen ook opgenomen in de schoolgids en op de website van de school. De normen zijn veelal gebaseerd op rapportcijfers waarbij het aantal en de zwaarte van onvoldoendes een rol spelen, met daarnaast eventuele compensatiemogelijkheden door hoge cijfers. Gedrag en motivatie tellen minder zwaar mee.

De overgangsnormen zijn leidend bij het (voorwaardelijk) bevorderen van leerlingen. In de regel wordt daarover in een speciale docentenvergadering aan het einde van het jaar per leerling besloten . Tijdens die vergadering kunnen uitzonderingen worden gemaakt, door een leerling die niet aan de normen voldoet toch over te laten gaan. Mogelijke redenen daarvoor kunnen privéomstandigheden en ziekte zijn, of één heel laag cijfer wat waarschijnlijk toevallig is voor dat jaar.

Overgangsnormen en zittenblijven

Om de gevolgen van het strikt toepassen van de overgangsnormen te achterhalen, is idealiter een uitsplitsing naar vier groepen nodig: het wel of niet voldoen aan de overgangnorm in combinatie met de feitelijke uitkomst: wel of niet overgaan. Er is heel wat onderzoek verricht naar doubleren en overgaan in het voortgezet onderwijs, maar niet volgens bovenstaande verdeling. Wel is duidelijk dat er een overwegend negatief effect is van zittenblijven op schoolprestaties, zoals bijvoorbeeld toetsen. Op de langere termijn wisselen zittenblijvers vaker van school en stromen ze vaker zonder diploma uit. Over succes in het vervolgonderwijs van zittenblijvers is niets bekend maar later op de arbeidsmarkt verdienen zittenblijvers ongeveer evenveel als niet-zittenblijvers, en krijgen ze een even hoge uitkering.

Bij al deze resultaten is rekening gehouden met zogenoemde selectie-effecten; minder goed presterende leerlingen hebben sowieso een grotere kans om zonder diploma uit te stromen en maken ook een grotere kans om te blijven zitten. En het gaat steeds om zittenblijven zònder dat er extra ondersteuning of een alternatief programma wordt geboden (bijvoorbeeld een zomerschool). Uit beperkt onderzoek op één havo/vwo-school blijkt dat leerlingen die behoren tot de groep ‘zware bespreekgevallen’ (drie onvoldoendes of meer in de onderbouw van vwo) maar toch zijn bevorderd, het uiteindelijk beter doen dan degenen die zijn blijven zitten. Ze halen vaker een vwo-diploma, ze stromen minder vaak af naar havo en ze vallen minder vaak uit zonder diploma.

Omdat deze zware bespreekgevallen overeenkomsten vertonen met leerlingen die ondanks de overgangsnormen toch bevorderd worden, wijzen deze uitkomsten erop dat een strikte toepassing van overgangsnormen niet altijd in het voordeel van de leerling uitvalt. Verder is er geen onderzoek gedaan naar een eventueel preventief effect van zittenblijven of van het strikt hanteren van overgangsnormen. Wel is slechts vijf procent van de scholen in het voortgezet onderwijs van mening dat de kans op zittenblijven leerlingen motiveert om meer hun best te gaan doen.

Zittenblijven in het voortgezet onderwijs draagt al met al weinig in positieve zin bij aan de verdere schoolloopbaan van een leerling. Dat maakt de kans klein dat het strikt toepassen van overgangsnormen wel een positief effect zouden hebben.
 

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Sjerp van der Ploeg (kennismakelaar)
Vraagsteller: docent voortgezet onderwijs

Vraag

Heeft het strikt toepassen van overgangsnormen (wel of niet zittenblijven van leerlingen) die zijn gebaseerd op rapportcijfers in het havo/vwo een positief effect op de verdere schoolloopbaan van zittenblijvers in het voortgezet onderwijs, doorstroom naar vervolgonderwijs en studiesucces in het vervolgonderwijs?

Heeft het strikt toepassen van de overgangsnormen aanvullend een positief effect op de motivatie en werkhouding van andere leerlingen?

Kort antwoord

Zittenblijven in het voortgezet onderwijs leidt niet tot betere schoolse prestaties of minder ongediplomeerde uitval. Hoewel niet zo specifiek onderzocht, achten we de kans klein dat het strikt toepassen van overgangsnormen wel een positief effect zou hebben op de verdere schoolloopbaan van groep van leerlingen die niet voldoen aan de norm en desondanks toch overgaan.

Toelichting antwoord

Er zijn geen landelijke regels voor het zittenblijven van leerlingen. Scholen voor voortgezet onderwijs stellen zelf hun overgangsnormen vast. De overgangsnormen zijn onderdeel van het onderwijskundig beleid van de school en moeten worden opgenomen in het schoolplan. Nagenoeg alle scholen (97%) hebben een uitgeschreven regeling met daarin criteria voor bevordering en zittenblijven (Inspectie van het Onderwijs, 2015). Vaak worden de overgangsnormen daarnaast in de schoolgids en/of website van de school opgenomen. De normen zijn veelal gebaseerd op rapportcijfers waarbij het aantal en de zwaarte van onvoldoendes een rol spelen met daarnaast eventuele compensatiemogelijkheden met voldoendes. Gedrag en motivatie spelen tellen daarbij minder zwaar mee dan de cijfers.

Deze normen zijn leidend bij het (voorwaardelijk) bevorderen van leerlingen naar volgende leerjaren. In de regel (96% van de scholen) wordt daarover in een speciale docentenvergadering aan het einde van het jaar per leerling besloten (Inspectie van het Onderwijs, 2015) . Er worden daar afhankelijk van de school en leerling soms uitzonderingen gemaakt door leerlingen die niet aan de normen voldoen toch te bevorderen. Die beslisruimte is ook vaak in de overgangsreglement van een school vastgelegd. Bijvoorbeeld als er sprake is van bijzondere omstandigheden (m.b.t. gezin, familie, ziekte, specifieke belemmering) en soms zijn de ‘bespreekgevallen’ ook gedefinieerd (gemiddelde net niet gehaald, één heel laag cijfer wat waarschijnlijk toevallig is voor dat jaar e.d.). Daarnaast wordt de beslisruimte soms heel algemeen geformuleerd waarbij de rapportvergadering zich het recht voorbehoudt een leerling buiten de norm te bevorderen.

De vraag is nu of het strikt toepassen van de normen op basis van de rapportcijfers een positieve bijdrage levert aan de rest van de schoolcarrière in het voortgezet onderwijs en het eventuele vervolgonderwijs. Op basis van twee dimensies (wel/geen bevordering volgens de norm en wel/niet overgang naar volgende leerjaar) kunnen vier groepen leerlingen onderscheiden worden.

Typologie van overgangsnormen en zittenblijven

Bij de rode en de groene groep correspondeert de beslissing (wel of niet naar een volgend leerjaar) met de overgangsnorm. Bij de gele groep is dat niet het geval. Hier gaat het om leerlingen die niet aan de norm voldoen maar desondanks toch worden bevorderd. Idealiter zouden we voor het beantwoorden van de vraag gegevens hebben over de schoolloopbanen van deze drie verschillende groepen (de groep leerlingen die volgens de norm wel naar een hoger leerjaar mogen maar waarvoor het besluit negatief uitvalt, is in deze context niet relevant).

Ondanks het feit dat er heel wat onderzoek is verricht naar doubleren en overgaan in het voortgezet onderwijs, hebben we daarin geen onderzoeksdesign zoals hierboven gepresenteerd kunnen vinden. Er is wel onderzoek beschikbaar waaruit we het een en ander kunnen afleiden wat relevant is voor het deels beantwoorden van de vraag.

Een recente reviewstudie over zittenblijven (Goos e.a., 2013) laat zien dat de empirische studies in het voorgezet onderwijs een overwegend negatief effect van zittenblijven vinden op schoolse prestaties. Daarbij gaat het dus om een vergelijking van schoolprestaties (bijvoorbeeld een toets) van de rood-witte met de gele-groene groep. Verder blijkt dat op de langere termijn zittenblijvers vaker van school wisselen en vaker zonder diploma uitstromen. Er zijn geen onderzoeksuitkomsten gevonden over succes in het vervolgonderwijs van zittenblijvers. Wel blijkt uit een beperkt aantal studies dat zittenblijvers op de arbeidsmarkt ongeveer evenveel verdienen of een even hoge uitkering krijgen als niet zittenblijvers.

In alle studies die in de review zijn meegenomen, is op de een of andere manier gecontroleerd voor selectie-effecten (het feit dat minder goed presterende leerlingen sowieso een grotere kans hebben om bijvoorbeeld zonder diploma uit te stromen en ook een grotere kans maken om te blijven zitten). Verder gaat het om zittenblijven zonder dat er een alternatief programma wordt geboden (bijvoorbeeld een zomerschool of extra ondersteuning).

Al met al doen de onderzoeksresultaten vermoeden dat zittenblijven in het voortgezet onderwijs weinig in positieve zin bijdraagt aan de verdere schoolloopbaan. Dat is geen antwoord op de specifieke vraag die hier is gesteld. Wel leiden we eruit af dat de kans niet groot is dat het strikt toepassen van overgangsnormen een positief effect zou hebben. Dat veronderstelt namelijk dat zittenblijven, in tegenstelling tot wat de literatuur suggereert, wel degelijk positieve effecten heeft en dan specifiek voor de groep die ondanks de norm toch overgaat (de gele groep). Op de overige zittenblijvers (de rode groep) zou het effect dan negatief zijn.

Een beperkt onderzoek van Bruin-Van Rossem en Shafekar (2013) op één havo/vwo-school (niet meegenomen in de eerder genoemde review) levert nog aanvullende inzichten. Zij vergeleken de schoolloopbanen van leerlingen waarbij een indeling naar zittenblijvers, niet zittenblijvers en twee soorten bespreekgevallen (weinig en veel onvoldoendes) is gemaakt. De groep ‘zware bespreekgevallen’ (drie onvoldoendes of meer in de onderbouw van vwo) komt vermoedelijk het dichtst in de buurt van de gele groep: leerlingen die eigenlijk buiten de cijfernormen om toch worden bevorderd.

De uitkomsten laten zien dat deze leerlingen het uiteindelijk beter doen dan degenen die wel zijn blijven zitten: ze halen vaker een vwo-diploma, ze stromen minder vaak af naar havo en ze vallen minder vaak uit zonder diploma. Deze uitkomsten wijzen dus ook juist niet op een verondersteld positief effect van strikte toepassing van overgangsnormen op de verdere schoolloopbaan in het vwo. We tekenen wel aan dat hier niet voor selectie-effecten is gecontroleerd en dat er daarom mogelijk een overschatting van de effecten plaatsvindt.

We hebben geen studies aangetroffen waarin specifiek is onderzocht wat het eventuele preventieve effect is van zittenblijven of van het strikt hanteren van overgangsnormen. Wel meldt de Inspectie dat slechts een zeer kleine groep scholen in het voortgezet onderwijs (5 procent van totaal) van mening is dat de kans op zittenblijven leerlingen motiveert om meer hun best te gaan doen (Inspectie van het Onderwijs, 2015).

We concluderen al met al dat er in de onderzoeksliteratuur weinig ondersteuning is voor de veronderstelling dat het strikt toepassen van overgangsnormen op basis van rapportcijfers een positieve invloed heeft op de verdere schoolloopbaan van leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.

Geraadpleegde bronnen

Gerelateerd

Volgen van de ontwikkeling
Volgen van ontwikkeling: evalueren - normeren - LVS - rapportage
Arja Kerpel
Klas overslaan
Klas overslaan / versnellen? Let op!
Teije de Vos
Paradoxen
Paradoxen of ongerijmdheden rond ontwikkeling en leren
Luc Stevens


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Belemmeringen bij doorstroom van havo naar vwo
Doorstromen van Havo naar Vwo: hoe gaat dat?
Invloed wisselende leerkrachten op jonge kind
Wisselende leerkrachten op één dag: heeft dat invloed op het welbevinden?
Effecten van centrale vaklestijd
Wat zijn de effecten van een aanpassing in het lesaanbod?
Strikt toepassen overgangsnormen in vo
Doubleren (VO): welk effect heeft het op de verdere schoolloopbaan?
Vaardigheden gepersonaliseerd onderwijs zichtbaar in lespraktijk
Zijn vaardigheden van leraren voor gepersonaliseerd onderwijs zichtbaar?
Loslaten leerstofjaarklassensysteem effect op ontwikkeling
Ontwikkelen kinderen zich beter bij loslaten van leerstofjaarklassensysteem?
Effect wisselende samensstelling basisschoolklas
Welk effect heeft de samenstelling van de basisschoolklas?
Kleuterverlenging
Wat is effectiever: verlengde kleuterbouw of snelle doorstroom naar groep 3?
Zittenblijven of versnellen
Het effect van zittenblijven of versnellen
nieuwe leren po
Het nieuwe leren in het basisonderwijs
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Strikt toepassen overgangsnormen in vo

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.