Opbrengstgericht werken: van beleidsspeerpunt tot de uitvoering in de groep

Geplaatst op 1 juni 2016

Opbrengstgericht werken is één van de speerpunten in het overheidsbeleid gericht op onderwijskwaliteit. Onderzoek laat zien dat leerkrachten door scholing op het gebied van opbrengstgericht werken toetsresultaten beter leren analyseren en dat dergelijke scholing samengaat met verbeterde leerlingprestaties. Uit onderzoek blijkt echter ook dat het voor leerkrachten moeilijk is om daadwerkelijk gedifferentieerd onderwijs te plannen en te geven. Bovendien blijkt dat scholen sterk verschillen in de mate waarin zij opbrengstgericht zijn en hoge onderwijskwaliteit realiseren. Deze verschillen tussen scholen hebben te maken met interne factoren zoals professionele vaardigheden van het team en externe factoren zoals krimp, en vragen om verschillen in aanpak en ondersteuning.
Het huidige onderzoek concentreert zich daarom op drie thema’s, op drie verschillende niveaus:

  1. op groepsniveau: effecten van het gebruik van gedifferentieerde groepsplannen,
  2. op schoolniveau: oorzaken voor een goede of achterblijvende ontwikkeling op kleine, krimpende basisscholen en kenmerken van verbeterde scholen, en
  3. op school- en bestuursniveau: de wijze waarop scholen gefaciliteerd worden in kwaliteitsverbetering door overheids- en bestuursbeleid.

Thema 1 wordt onderzocht door gebruik te maken van data van het Focus-project (UT). Op een deel van deze scholen wordt aanvullende observatiedata verzameld, gekoppeld aan groepsplannen. Thema 2 en 3 worden in samenhang onderzocht. Via interviews met bestuurders, schoolleiders en de ib-er/leerkracht van 16 besturen met elk 2 kleine en/of 2 verbeterde scholen (voor thema 3 aangevuld met 8 kleine besturen) wordt inzicht verkregen in oorzaken van positieve of achterblijvende ontwikkeling op scholen, implementatie van componenten van opbrengstgericht werken en beleidsmaatregelen die daarbij faciliterend werken.

Managementsamenvatting 

Krimp is een realiteit voor veel Nederlandse basisscholen. Vooral scholen in dunbevolkte gebieden hebben te maken met dalende leerlingaantallen, door een combinatie van ontgroening en een trek naar de stad. Krimp heeft belangrijke gevolgen voor een school: het leidt tot verkleining van het budget (doordat financiering deels gebaseerd is op leerlingaantallen), een kleiner team en klassen waarin twee of meer leerjaren worden gecombineerd. Er zijn zorgen over het effect van kleine, krimpende scholen op de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. Er wordt gevreesd dat leerlingen op kleine scholen minder leerwinst boeken en niet genoeg sociale contacten zullen hebben met leeftijdsgenoten. Bovendien zijn kleine scholen relatief duur. Eén van de manieren om met krimp om te gaan is het verhogen van het minimumaantal leerlingen waarbij een school mag blijven bestaan, zoals voorgesteld door de Onderwijsraad. Door strengere eisen te stellen aan schoolgrootte zullen te kleine scholen worden opgeheven of gefuseerd en kan de onderwijskwaliteit worden gewaarborgd, zo is de gedachte. De belangrijkste onderbouwing die hiervoor wordt gegeven, is de bevinding van de Inspectie van het Onderwijs dat kleine scholen met minder dan honderd leerlingen iets vaker (zeer) zwak zijn. Het is echter belangrijk om de aanname dat kleine scholen negatieve effecten hebben op de ontwikkeling van leerlingen te staven met empirisch bewijs. In de (beleids)rapporten over dit onderwerp wordt namelijk niet of nauwelijks gerefereerd aan de internationale peer-reviewed literatuur.
Met de huidige systematische review wordt in kaart gebracht wat er bekend is over het effect van kleine scholen. Met behulp van verschillende zoektermen in de onderwijskundige database ERIC en de snowball-methode zijn 58 artikelen gevonden over kleine basisscholen. Het bleek dat ‘klein’ verschillend werd opgevat, soms zelf tot 500 leerlingen. Er is daarom gekozen om alleen de 32 onderzoeken mee te nemen die betrekking hadden op scholen met maximaal honderd leerlingen. Het overgrote deel van deze onderzoeken betreft landen in Europa, vaak Groot-Brittannië. De meeste onderzoeken zijn beschrijvend en kwalitatief; ruim een vijfde heeft een vergelijkende opzet. De afhankelijke variabele in de onderzoeken varieert en ligt vaker op schoolniveau (onderwijs en curriculum, rol van de schoolleider, samenwerkingsverbanden, plek in de lokale gemeenschap) dan op leerlingniveau (leerprestaties en sociaal-emotionele ontwikkeling).
Op basis van de review kan geen conclusie getrokken worden over het effect van kleine scholen op leerprestaties: er is te weinig (geschikt) onderzoek om iets over deze relatie te kunnen zeggen. Ook naar kleine scholen en sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen is weinig onderzoek verricht. Het beschikbare onderzoek lijkt niet te wijzen op een negatief effect: er zijn aanwijzingen dat leerlingen zelfstandiger en hulpvaardiger zijn door de eisen die een combinatieklas aan hen stelt. Daarnaast zouden leerlingen vaker verticale vriendschappen hebben, die niet per se minder zijn dan vriendschappen met leeftijdsgenoten. Thema’s die wel duidelijk uit de review naar voren komen zijn de professionele isolatie van leerkrachten en schoolleider, beperkte expertise binnen het team en het gebrek aan tijd voor goed (onderwijskundig) leiderschap. Deze specifieke problemen van kleine teams op kleine scholen vormen een risico voor de onderwijskwaliteit.
Met deze review wordt een gebrek aan onderzoek naar de relatie tussen schoolgrootte en de cognitieve en niet-cognitieve ontwikkeling van leerlingen gesignaleerd. De discussie over kleine scholen zou gebaat zijn bij meer vergelijkend onderzoek op dit gebied. Het onderzoek biedt geen onderbouwing voor de aanname dat scholen uit minimaal honderd leerlingen moeten bestaan om de onderwijskwaliteit te kunnen garanderen. De grootte van het leerkrachtenteam lijkt een risico te zijn: in een klein team hebben leerkrachten minder collega’s met specifieke expertises om mee te overleggen en ideeën op te doen, is er minder tijd en geld voor professionaliseringsactiviteiten en heeft de schoolleider meer onderwijs- en organisatorische taken, wat ten koste kan gaan van het (onderwijskundig) leiderschap. Een manier om deze problemen het hoofd te bieden is samenwerkingsverbanden aan te gaan met andere scholen, zoals in Engeland veel gebeurt. Het lijkt verstandig om in (beleids)reactie op krimp vooral in te zetten op versterking van het team en om besluiten over de sluiting van scholen te baseren op de opbrengsten die zij realiseren in plaats van op andere criteria, zoals leerlingaantallen. 

Details van het onderzoek

  
NWO-projectnummer:  413-12-016
Titel onderzoeksproject:  Opbrengstgericht werken: van beleidsspeerpunt tot de uitvoering in de groep
Looptijd:01-06-2013 tot 31-12-2014

Projectleider(s)

Naam Instelling E-mail
Prof. dr. R.J. Bosker Rijksuniversiteit Groningen r.j.bosker@rug.nl

Projectuitvoerder(s)

Naam Instelling E-mail
Dr. M.I. Deunk Rijksuniversiteit Groningen m.i.deunk@rug.nl
Mw. J.M. Faber MSc    
Dr. R. Maslowski Rijksuniversiteit Groningen r.maslowski@rug.nl
Mw. W.G.C. Schut MSc    

Publicatie(s)

Relevante links(s)

[Bron: Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO)]

Gerelateerd

Focus op Professie van de leraar
Focus op Professie van de leraar
Marzano
Bazalt | HCO | RPCZ 
Leeropbrengsten verhogen middels de Citotoetsen
Leeropbrengsten verhogen middels de Citotoetsen
De Citotoetsen komen er weer aan……
BCO Onderwijsadvies 
OGW en samenwerking
Samenwerking bevordert opbrengstgericht werken
Annemieke Top










Effect van RTTI®-model
Welk effect heeft het toepassen van het RTTI®-model op leerresultaten?
Effecten van formatief evalueren
Wat zijn de effecten van formatief evalueren?
Factoren die de Cito-eindtoets beinvloeden
Welke factoren spelen een rol bij de resultaten van de Cito-eindtoets of de centrale eindtoets PO?
Gestandaardiseerde toetsen in groep 1 en 2
Groep 1 en 2: wijzen gestandaardiseerde toetsen de weg?
Formatieve toetsing
Hoe kan het onderwijs met succes formatieve toetsing inzetten?
Resultaatverplichting toetsen motiveert mbo studenten
Resultaatverplichting of deelnameverplichting? Wat werkt beter?
Formatief toetsen po
Selfassessment voor formatief toetsen van basisschoolleerlingen
Toetsen-leertrajecten
Gebruik van toetsen bij het plannen van leertrajecten
Begrip door zelftoetsen
Beter begrip van informatie in teksten door zelftoetsen
Leren met zelftoetsen
Samenhang expertiseniveau leerling bij leren met zelftoetsen
Leren van teksten
Zelftoetsen voor het effectiever leren van teksten
Computer Adaptieve Oefentoetsen
Onderwijsdifferentiatie met Computer-Adaptieve Oefentoetsen met docentenfeedback
Samenstelling klas
Samenstelling van de klas en cognitieve en sociaal-emotionele uitkomsten
Opbrengstgericht werken
Opbrengstgericht werken: van beleidsspeerpunt tot de uitvoering in de groep
Voorwaarden formatieve toetsing
Voorwaarden voor effectieve formatieve toetsing – reviewstudie
Toetsvormen
Reviewstudie: verbinding tussen leerdoelen, instructie en toetsen in taalonderwijs
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Opbrengstgericht werken



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.