Is een later keuzemoment voor VO beter voor leerlingen uit achterstandsituaties?

Geplaatst op 27 mei 2017

Leerlingen worden in Nederland op 12-jarige leeftijd geselecteerd in verschillende onderwijsniveaus, terwijl dat in veel andere landen pas op 14-16 jarige leeftijd gebeurt. Onderzoek wijst uit dat een vroege selectie met name negatieve effecten heeft voor leerlingen uit lagere sociaal economische milieus en leerlingen met een migrantenachtergrond. Vroege selectie vergroot de leerprestatieverschillen tussen leerlingen en werkt daarmee ongelijkheid in de hand en resulteert daarnaast in negatieve gevolgen voor de (school)loopbaan. Vroege selectie heeft echter positieve gevolgen voor leerlingen in de hogere niveaus, omdat ze eerder onderwijs genieten dat beter op hun niveau aansluit.

Toelichting antwoord

In Nederland verloopt de transitie van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs niet altijd geheel probleemloos. Niet alle leerlingen maken moeiteloos de overstap van het primair naar het voortgezet onderwijs. Vooral in de eerste drie leerjaren van het vo is er een grote mate van vroegtijdige uitstroom en doorstroom naar andere niveaus. 20% van de leerlingen stroomt in de eerste drie leerjaren van het vo af naar een lager niveau dan het basisschooladvies en één op de acht leerlingen blijft zitten (Van Rooijen et al, 2016). Ander onderzoek laat zien dat 40% van de leerlingen in de eerste drie leerjaren van het vo is blijven zitten of is op- dan wel afgestroomd (Timmermans et al., 2013).

Oorzaken van overgangsproblemen zijn onder andere de verschillen in pedagogisch klimaat tussen po en vo, het definitieve karakter van een keuze of dat het keuzemoment te vroeg komt.

Vroeg moment

Leerlingen worden in Nederland op een relatief vroege leeftijd geselecteerd in verschillende onderwijsniveaus. Dit gebeurt op 12-jarige leeftijd, terwijl dat in veel andere landen pas op 14-16 jarige leeftijd gebeurt (van der Steeg, 2011). De vraag is of leerlingen in vroeg selecterende en later selecterende landen verschillen in schoolsucces.

Internationaal vergelijkend onderzoek laat zien dat leerlingen die te maken krijgen met vroege selectie een grotere kans hebben om te blijven zitten (Dupriez, Dumay & Vause, 2007). Het heeft tevens nadelige gevolgen voor de cognitieve en niet-cognitieve ontwikkeling van de leerlingen (Naaijer et al., 2016). Vroege selectie vergroot de leerprestatieverschillen tussen leerlingen en werkt daarmee ongelijkheid in de hand. In vroeg selecterende landen zijn de verschillen in leerprestaties tussen leerlingen in het vo groter, terwijl in laat selecterende landen de leerprestatiesverschillen tussen leerlingen in het vo kleiner zijn dan in het po (Naaijer et al., 2016).

Hierdoor wordt de ongelijkheid tussen leerlingen met een migrantenachtergrond en autochtonen vergroot (Pásztor, 2008) omdat leerlingen uit gezinnen in achterstandsitusaties of met een migrantenachtergrond (gemiddeld) lagere prestaties halen en een lager schooladvies krijgen. Een vroege selectie blijkt daarnaast ook gevolgen te hebben voor de doorstroom naar het tertiaire onderwijs. Landen die later selecteren hebben een groter aandeel 18-39 jarigen in het tertiaire onderwijs dan vroeg selecterende landen (Luyten, 2008; OESO, 2007).

Homogene klassen

Het ongunstige effect van vroege selectie lijkt versterkt te worden in homogene klassen. Hoewel onderwijs in homogene klassen beter afgestemd kan worden op het niveau in de klas, kunnen homogene klassen nadelig zijn voor leerlingen met een laag/lager niveau. Zij hebben er baat bij om tevens leerlingen met een iets hoger niveau in de klas te hebben om zich aan hen op te trekken. De niveauverschillen tussen de leerlingen moeten echter niet te groot zijn (Naaijer et al., 2016).

Er zijn echter ook positieve effecten aan te wijzen voor een vroege selectie. Het pakt over het algemeen goed uit voor de beter presterende leerlingen. Met name omdat zij door een vroege selectie eerder onderwijs genieten dat beter op hun niveau aansluit, dan het geval is bij een latere selectie (Onderwijsraad, 2010; Van der Steeg, 2011).

Dat lijkt te betekenen dat vroege selectie niet voor iedereen negatieve gevolgen heeft, maar met name voor leerlingen uit lagere sociaal economische milieus en leerlingen met een migrantenachtergrond (Naaijer et al., 2016). Zij hebben immers een grotere kans om een lager schooladvies te krijgen, waardoor zij minder kansen krijgen binnen het onderwijs (Timmermans et al., 2013). De mogelijkheid om door te stromen naar een hoger niveau lijkt deze effecten deels op te kunnen vangen (Naaijer et al., 2016), maar door de steeds strengere eisen voor opstroom (OECD, 2016) lijkt de keuze voor het niveau binnen het vo tegenwoordig een steeds definitief karakter te hebben.

Selectiemoment

Nederland worstelt al enige tijd met de problematiek rondom de po-vo overgang. De afgelopen jaren zijn er verschillende wetswijzingen geweest om ervoor te zorgen dat leerlingen op het juiste schoolniveau terechtkomen. De eindtoets op het po is verplicht gesteld en ook het schooladvies is bij wet bindend. Het selectiemoment verlaten, lijkt op basis van de literatuur een goede oplossing. Bij een latere selectie kan het niveau van de leerlingen beter vastgesteld worden (Onderwijsraad, 2010) wat voor een beter passend schooladvies zorgt (Naaijer et al., 2016).

Uit onderzoek in Duitsland blijkt dat met name leerlingen uit lagere sociaal economische milieus baat hebben bij twee extra oriëntatiejaren waardoor hun schoolkeuze voor voortgezet onderwijs later valt (Mühlenweg, 2007). Zij laten betere PISA testscores zien dan leerlingen die eerder doorstromen naar het voortgezet onderwijs. Vergelijkbare resultaten zijn gevonden in Finland. Leerlingen met laagopgeleide ouders profiteren van een latere selectie, terwijl leerlingen met hoogopgeleide ouders hier juist negatieve effecten van ondervinden (Meghir & Palme, 2005). Het verlate van het selectiemoment lijkt hiermee niet gunstig zijn voor alle leerlingen.

In Nederland zijn de afgelopen jaren nieuwe vormen van onderwijs ontwikkeld om de problemen rondom de po-vo overgang te verminderen. De laatste jaren zijn verschillende scholen opgericht met een doorlopende leerlijn po-vo voor 10-14 jarigen die baat hebben bij een latere selectie. Leerlingen krijgen op deze manier meer tijd om hun talenten te ontwikkelen. Voorbeelden zijn het Gorinchemse Tiener College, Spring High uit Amsterdam, de Leeronderneming uit Ridderkerk en de Onderwijsroute 10-14 te Zwolle. Er is echter nog weinig bekend over de resultaten van dit type onderwijs voor het schoolsucces van deze leerlingen in het vo.

Geraadpleegde bronnen

  • Dupriez, V., Dumay, X., & Vause, A. 2008. How do school systems manage pupils’ heterogeneity? Comparative Education Review, 52, 245-273
  • Luyten, H. 2008, Empirische evidentie voor effecten van vroegtijdige selectie in het onderwijs. Enschede: Universiteit Twente.
  • Maurin, E. & McNally, S. 2007. Educational Effects of Widening Access to the Academic Track: A Natural Experiment. IZA Discussion Paper, no. 2596.
  • Meghir, C., & Palme, M.  2005. "Educational Reform, Ability, and Family Background." American Economic Review,  95(1): 414-424.
  • Mühlenweg, A. 2007. Educational effects of early or later secondary school tracking in Germany, discussion paper, Mannheim: Center for European Economic Research (ZEW).
  • Naaijer, H. M., Spithoff, M., Osinga, M., Klitzing, N., Korpershoek, H., & Opdenakker, M-C. 2016). De overgang van primair naar voortgezet onderwijs in internationaal perspectief: Een systematische overzichtsstudie van onderwijstransities in relatie tot kenmerken van verschillende Europese onderwijsstelsels. Groningen: GION onderwijs/onderzoek.
  • Onderwijsraad 2010. Vroeg of laat. Den Haag: Onderwijsraad.
  • OECD 2007. Thematic review of Tertiary Education.
  • OECD 2016. Netherlands 2016: Foundations for the Future. Parijs: OECD Publishing.
  • Pásztor, A. 2008.The children of guest workers: comparative analysis of scholastic achievement of pupils of Turkish origin throughout Europe. Intercultural Education, 19, 407-419.
  • Timmermans, A. C., Kuyper, H., & van der Werf, M. P. C. 2013. Schooladviezen en onderwijsloopbanen. Voorkomen, risicofactoren en gevolgen van onder- en overadvisering. Groningen: GION.
  • Tolsma, J. & Wolbers, M. H. J. 2010. Onderwijs als nieuwe sociale scheidslijn? De gevolgen van onderwijsexpansie voor sociale mobiliteit, de waarde van diploma’s en het relatieve belang van opleiding in Nederland. Tijdschrift voor Sociologie, 31, 239-259.
  • Van der Steeg, M. 2011. Invloed vroege selectie op bovenkant vaardigheidsverdeling. Achtergronddocument bij CPB Policy brief, 5.
  • Van Rooijen, M., Korpershoek, H., Vugteveen, J., Timmermans, A.C., & Opdenakker, M. C. 2016. Overgangen en aansluitingen in het onderwijs. Deelrapportage 2: empirische studie naar de cognitieve en niet-cognitieve ontwikkeling van leerlingen rondom de po-vo overgang. Groningen: GION Onderwijs/Onderzoek.

Opgesteld door: Sjerp van der Ploeg (kennismakelaar Kennisrotonde) en Linda Dominguez Alvarez (Ecorys)
Vraagsteller: beleidsmedewerker gemeente

Gerelateerd

congres
Professionele ontwikkeling bij mbo-studenten
Professionele ontwikkeling bij mbo-studenten
Over talent, zelfkennis en een ondernemende houding
Medilex Onderwijs 
Schooladvies
Schooladvies zonder Cito toets - hoe gaat dat?.
Marjolein Zwik
Passend onderwijs
Passend onderwijs op een basisschool - ondersteuningsplicht
Arja Kerpel
Gevolgen verplichte eindtoets
Veel gestelde vragen over verplichte eindtoets, gevolgen po/vo
Gerdineke van Silfhout


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Intake selectieprocedure NT1 en NT2
Hoe zorg je voor een passend taaltraject voor NT1 en NT2?
Kenmerken blended learning NT2- volwassenonderwijs
Welke kenmerken van blended learning zijn positief voor NT2 deelnemers?
Vakdidactiek economie bevorderlijk voor strategisch inzicht
Welke vakdidactiek economie draagt bij aan strategisch inzicht?
Aparte taalklas voor nt2 leerlingen basisonderwijs nederlands leren
Nederlands leren: aparte klas of instromen in het reguliere onderwijs?
Welke groepssamenstelling zorgt voor goede leerresultaten?
Welke groepssamenstelling zorgt voor de beste leerresultaten in het mbo?
Economie onderwijs en beroepscontext voor beeldvorming vmbo-lln
Onderwijs aan de hand van beroepscontexten, beter voor beeldvorming?
Oorzaken van uitvall leerlingen in het vo en interventies
Wat zijn oorzaken van voortijdige uitval in het voortgezet onderwijs en hoe stop je het?
Inburgeraars en het nut van het vut-model
Volwassen inburgeraars en het nut van het vut-model
Verband kwaliteit technisch leesonderwijs en laaggeletterdheid
Is er verband tussen de kwaliteit van het leesonderwijs en laaggeletterdheid?
Manieren differentieren leerrendement volwassenen
Volwasseneneducatie: Hoe verhoog je leerrendement door differentiatie?
Evaluatie wet Doelmatige Leerwegen herziening kwalificatiestructuur
Evaluatie wet ‘Doelmatige Leerwegen’ en de herziening van de kwalificatiestructuur
Professionele leergemeenschappen
Professionele leergemeenschappen in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs: Effecten van wederzijdse afhankelijkheid o...
Studiekeuze vmbo
De rol van ouders bij studiekeuze en beroepskeuze in (v)mbo
Competentiegericht beroepsonderwijs
Teamleren in het kader van competentiegericht beroepsonderwijs
Ontwikkeling vakmanschap
Ontwikkeling van vakmanschap in het beroepsonderwijs
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Later keuzemoment lln. vo

achterstandsleerlingen
beroepsonderwijs

 

Mis geen bijdragen

Inschrijven nieuwsbrief

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook Volg ons op instagram Volg ons op pinterest