Leernetwerken en verbeternetwerken in het basisonderwijs

Geplaatst op 1 juni 2016

Wat valt in het onderwijs te verstaan onder ‘leren in netwerken’ en welke dimensies of facetten kunnen aan dit begrip worden onderscheiden?

Voor het verschijnsel ‘leren in netwerken’ zijn uiteenlopende termen in omloop, zowel in het Nederlands als in het Engels. Voorbeelden in het Nederlands zijn: collectief leren, intervisiegroep, kennisgemeenschap, kenniskring, samenwerkingsverband en teamleren. Voorbeelden in het Engels zijn: ‘collegial network’, ‘community of learning’, ‘community of practice’, ‘discourse community’ en ‘school-based professional community’. Om verdere spraakverwarringen te voorkomen, stellen wij een nieuwe term voor die bestaande termen overkoepelt. Deze luidt: een leer- of verbeternetwerk in het onderwijs is een groep personen of organisaties – werkzaam in het onderwijsdomein – die gezamenlijk een of meer doelen nastreven met het oog op leren (van individuen) of op het verbeteren (van organisaties). Leer- of verbeternetwerken zijn er in een grote variëteit. De belangrijkste onderscheidingscriteria zijn: type deelnemers, deelnamecondities, levensduur, netwerkdoelen, werkwijze, organisatie en opbrengsten. Onderscheidingen vinden voornamelijk op ad-hocbasis plaats. Voorbeelden zijn: scholenversus lerarennetwerken, schooloverstijgende versus schoolgebonden netwerken, open of gesloten netwerken (het betreft de toegankelijkheid voor derden) en virtuele netwerken versus netwerken waarbij deelnemers face-to-face contacten hebben.

Wat zijn de effecten van ‘leren in netwerken’ op de professionalisering van leraren en op schoolontwikkeling?

Rond de effectiviteit van leer- of verbeternetwerken bestaat onder onderzoekers een groot optimisme. Zulke netwerken zouden in belangrijke mate bijdragen aan onderwijsverbetering. Een kritische analyse van de beschikbare literatuur ondersteunt deze verwachting geenszins. Wij hebben vier typen van onderzoek onderscheiden: onderzoek naar processen, onderzoek op basis van meningen van experts, onderzoek op basis van oordelen van de netwerkdeelnemers zelf en onderzoek waarbij het leren van leraren of leerlingen in de beschouwing wordt betrokken. De bewijskracht van de eerste drie typen onderzoek is zwak. Het vierde type onderzoek kent minder beperkingen, maar de uitkomsten zijn niet eenduidig. Er worden zowel positieve als negatieve effecten aangetroffen van leer- of verbeternetwerken op onderwijsverbetering. Al met al kunnen we geen andere conclusie trekken dan dat wetenschappelijke evidentie over de waarde van leer- of verbeternetwerken voor onderwijsverbetering nog vrijwel geheel ontbreekt.

Hoe functioneren netwerken van leraren en scholen in het primair onderwijs?

Het precieze aantal schooloverstijgende leer- of verbeternetwerken hebben we niet kunnen bepalen, maar 500 lijkt een redelijke schatting. De door ons onderzochte netwerken kennen qua deelnemers een gevarieerde samenstelling. Het aantal deelnemers per netwerk varieert tussen 2 en 25.000 (de mediaan is 20). De meeste netwerken zijn bedoeld voor gespecialiseerde leraren, waaronder interne begeleiders, remedial teachers en ict-ers. Vaak vormt het samenwerkingsverband WSNS het organisatorische kader, waarbij de deelnemers geacht worden de eigen school te vertegenwoordigen. Het gaat dan om zogenoemde scholennetwerken. Het meest genoemde doel is verbetering van de eigen expertise. Doorscholing en ondersteuning van collega’s op de eigen school is ook een belangrijk doel. Uitwisselings- of studiebijeenkomsten staan in de werkwijze centraal. Veelal worden er zo’n drie tot vijf per jaar gehouden. Tijdens zulke bijeenkomsten wisselen de deelnemers uit over de eigen praktijk. Kennisoverdracht door experts, zowel van binnen als buiten het netwerk, komt eveneens veel voor. Tussen coördinatoren en deelnemers zijn taken en rollen veelal gescheiden: coördinatoren organiseren de bijeenkomsten en deelnemers brengen hun ervaringen en vragen in. Wel hebben de deelnemers een stem in de te bespreken onderwerpen. Veel netwerken hebben bescheiden faciliteiten. Dit wordt door een aantal coördinatoren als een knelpunt gezien. Andere knelpunten zijn het vrijblijvende karakter van deelname en een gebrekkige doorwerking van de verworven inzichten naar de eigen lespraktijk of school. Toch tonen zowel de coördinatoren als de deelnemers zich tevreden over de leeropbrengsten, het meest over leeropbrengsten in de vorm van een toegenomen expertise van de deelnemer. Het gemiddelde rapportcijfer voor dit aspect bedraagt 7.6 (volgens coördinatoren) en 7.8 (volgens netwerkdeelnemers). Ook de werkwijze wordt door coördinatoren vaak als een sterk punt naar voren geschoven. Ze hechten grote waarde aan de uitwisseling tussen de deelnemers en aan de
samenwerking die tussen deelnemers en hun scholen ontstaat.

Discussie en aanbevelingen

Schooloverstijgende leer- of verbeternetwerken zijn in het basisonderwijs beslist nog geen algemeen verschijnsel. Wij schatten dat slechts één op de dertien leraren of directeuren in zo’n netwerk participeert. Het huidige onderwijsbeleid grijpt hierop aan. Het wordt als een belangrijk doel gezien dat leraren en experts zogenoemde leergemeenschappen vormen. De hoop is dat langs deze weg de professionaliteit van leraren en de onderwijskwaliteit toeneemt. De vraag is of deze hoop is gegrond.
Het onderzoek tot nu toe laat zien dat er over de effectiviteit van leer- of verbeternetwerken nog veel vragen bestaan. Het stimuleren van zulke netwerken komt dus niet tegemoet aan het streven zoveel mogelijk ‘evidence based’ te werken. Toch zijn er argumenten om het stimuleren van leer- of verbeternetwerken te vervolgen. Het belangrijkste argument is dat het nut ervan nog helemaal niet goed is onderzocht. Er is meer èn beter onderzoek nodig.
Er worden drie aanbevelingen gedaan:

  • investeer in leer- of verbeternetwerken onder de voorwaarden dat deze zich bedienen van ‘smart’
    geformuleerde doelstellingen en dat er onderzoek plaatsvindt naar de effecten;
  • investeer in geëigende operationalisaties voor de kwaliteit van leraren en scholen;
  • probeer leer- of verbeternetwerken te verbinden met meer klassieke vormen van professionalisering en schoolontwikkeling

Deze tekst is overgenomen uit de samenvatting van het eindrapport; zie bij Publicatie(s) hieronder.

Details van het onderzoek

  
NWO-projectnummer:  413-06-002
Titel onderzoeksproject:  Netwerken van leerkrachten (scholen) en innovatie
Looptijd:01-01-2007 tot 29-12-2008

Projectleider(s)

Naam Instelling E-mail
Dr. H. Blok Universiteit van Amsterdam hblok@kohnstamm.uva.nl

Projectuitvoerder(s)

Naam Instelling E-mail
E. van Eck Universiteit van Amsterdam  

Publicatie(s)

Relevante links(s)

[Bron: Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO)]

Gerelateerd

Bestuursaanpak ICT
Bestuursaanpak ICT
Grip op je ICT beleid
Timpaan Onderwijs 
Leren Zichtbaar Maken
Leren Zichtbaar Maken
John Hattie
Bazalt | HCO | RPCZ 
Lerende netwerken
Ontwikkeling en stagnatie van lerende netwerken
Naomi Mertens










Factoren die invloed hebben op professioneel oordelen
Wat heeft invloed op het professioneel oordelen en handelen van leraren?
Professionele ruimte
Zeggenschap en professionele ontwikkeling van docenten in het voortgezet onderwijs
Perspectieven kwaliteit
Perspectieven op kwaliteit van onderwijs
Kwaliteitszorg innovatie
Kwaliteitszorg, innovatie en schoolontwikkeling – review
Leernetwerken po
Leernetwerken en verbeternetwerken in het basisonderwijs
Onderwijskansenbeleid
Onderwijskansen bekeken: de stand van zaken in het onderwijskansenbeleid
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Leernetwerken po



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.