Evaluatie de Lokale Educatie Agenda (LEA)

Geplaatst op 1 juni 2016

Managementsamenvatting

Dit eindrapport is de derde rapportage van het themaproject ‘Lokale Educatieve Agenda’ van de BOPO onderzoekslijn Educational Governance. De Lokale Educatieve Agenda (LEA) is in 2006 als instrument in het leven geroepen voor overleg tussen de lokale overheid (de gemeente), schoolbesturen en eventuele andere lokale ‘spelers’ in het onderwijsveld. Het is een instrument voor gemeenten, schoolbesturen/scholen en overige partners om in meer gelijkwaardige verhoudingen tot gezamenlijke afspraken te komen over het lokaal onderwijs- en jeugdbeleid in de gemeente.
In dit eindrapport zijn we ingegaan op de stand van zaken in de Lokale Educatieve Agenda (LEA) anno 2012. Vervolgens is onderzocht of er sprake is van een samenhang tussen LEAkarakteristieken en de onderwijsopbrengsten van basisscholen, welke ontwikkelingen zich hebben voorgedaan in het lokaal onderwijsbeleid tussen 2004 en 2012 en of die samenhangen met de onderwijsopbrengsten. Ten slotte is dieper ingegaan op het functioneren van de LEA op basis van een dieptestudie.
De uitkomsten van het onderzoek zijn gebaseerd op een grootschalig kwantitatief onderzoek onder gemeenten in 2010 en onder schoolbesturen en scholen in 2010 en 2012. In 2010 hebben 120 gemeenten, 130 besturen en 163 scholen gerespondeerd; in 2012 respondeerden 120 besturen en 193 scholen. De dieptestudie is uitgevoerd onder besturen, schoolleiders en ruim 200 leerkrachten van 25 basisscholen. Het onderzoek sluit aan op eerder verricht onderzoek onder gemeenten naar de ‘Regiefunctie van gemeenten’ in 2003/2004 (Hofman et al., 2005) en maakt ook gebruik van informatie die destijds bij gemeenten, besturen en scholen is verzameld. Deze samenvatting gaat vooral in op de bevindingen van de monitor 2012 en ontwikkelingen vanaf 2010. Eind 2012 zal een integrerende studie verschijnen waarin de belangrijkste uitkomsten van de gehele Educational Governance onderzoekslijn (de vier themaprojecten) worden samengebracht.

De Lokale Educatieve Agenda anno 2012

In 2012 is 86 procent van de besturen en 55 procent van de schoolleiders bekend met de Lokale Educatieve Agenda. Deze percentages zijn nagenoeg gelijk aan die van 2010. Waar voorheen onderwerpen als segregatie/integratie en ouderbetrokkenheid centrale thema’s waren, zijn tegenwoordig taal- en rekenbeleid, passend onderwijs en de voor- en vroegschoolse educatie (VVE), de meest prominente onderwerpen. VVE scoort ook het hoogst op de mate waarin doelen zijn bereikt. Rond driekwart van de scholen houdt zich bezig met taalbeleid, passend onderwijs, bestrijding voortijdig schoolverlaten en ouderbetrokkenheid. Van deze thema’s zijn de scholen met het taalbeleid en de bestrijding voortijdig schoolverlaten het verst gevorderd in de uitvoering. Tussen besturen en scholen is er overeenstemming over de vormgeving en beoordeling van het karakter van de LEA. Beide actoren vinden dat de focus van het LEA-beleid ligt op kwaliteitsverbetering, facilitering, controle en communicatie.
Volgens de schoolbesturen zijn gemeenten zowel in 2010 als in 2012 het meest voorname beslissingsorgaan. In de periode 2010-2012 is hierin wel een verschuiving opgetreden. Schoolbesturen hebben meer invloed ten koste van de invloed van gemeenten. Gezamenlijk vormgeven van het LEA-beleid wordt in 2012 nog belangrijker gevonden dan in 2010. Alles overziend is de conclusie dat er een redelijke mate van overeenstemming (“fit”) is in de manier waarop de huidige staat van de Lokale Educatieve Agenda wordt beoordeeld naar vormgeving, focus, invloed en besluitvorming door besturen en scholen.

LEA-karakteristieken en onderwijsopbrengsten

In gemeenten die hebben gekozen voor een actieve initiërende rol en een analyse hebben gemaakt van de onderwijssituatie zijn de onderwijsopbrengsten hoger dan in gemeenten waar de gemeente heeft gekozen voor een meer terughoudende rol en/of geen analyse is gemaakt van de onderwijssituatie.

Trends op de Lokale Educatieve Agenda

De uitkomsten van de trendanalyses lijken er op te wijzen dat er een samenhang is in de mate waarin de doelen van LEA-thema’s, zoals de Brede school, bestrijding van voortijdig schoolverlaten, integratie/segregatie, schakelklassen en rekenbeleid, volgens schoolleiders zijn gerealiseerd enerzijds en de onderwijsopbrengsten anderzijds. Hoe meer de LEA-doelen zijn gerealiseerd, hoe hoger de onderwijsopbrengsten in de periode van 2010 tot en met 2012. Gemeenten die door schoolbesturen als meer deskundig worden beoordeeld en waarmee zij een positieve relatie hebben, komen eveneens tot hogere onderwijsopbrengsten dan gemeenten waar dit minder het geval is. Ook bij deze uitkomsten is voorzichtigheid geboden omdat zij zijn gebaseerd een zeer beperkt aantal gemeenten, besturen en scholen.

Bevindingen dieptestudie

Zowel schoolbesturen als schoolleiders zijn overtuigd van de toegevoegde waarde van samenwerking in een netwerk van organisaties in het kader van de Lokale Educatieve Agenda. De samenwerking in netwerken en de mate van afstemming op beleidsterreinen is toegenomen, waarbij de relaties tussen gemeenten en betrokken partijen directer, intensiever, maar ook veelzijdiger zijn geworden. De samenwerking met de gemeente ervaren de schoolbestuurders en schoolleiders als overwegend prettig en waardevol. Zij verbinden er echter wel voorwaarden aan, zoals beleidscontinuïteit, goede communicatie, transparantie, bestuurlijke daadkracht, toereikende competentie van ambtenaren en wethouders met prioriteiten in het onderwijs. In de kleine(re) gemeenten zijn de twee laatstgenoemde voorwaarden volgens de respondenten niet altijd vanzelfsprekend. Daarnaast wordt als knelpunt benoemd dat (vooral grote) besturen met meerdere gemeenten in overleg moeten, wiens prioriteiten niet altijd overeen komen.

Implicaties voor beleid en praktijk

In lijn met het overheidsbeleid staat de VVE op dit moment het hoogst op de LEA-agenda en dat thema scoort ook het hoogst op de mate waarin doelen zijn bereikt. Belangrijker nog is dat de mate waarin de doelen van oorspronkelijke LEA-thema’s, zoals de Brede school en integratie/segregatie en nieuwe thema’s zoals schakelklassen en taal- en rekenbeleid, volgens schoolleiders zijn gerealiseerd positief lijken samen te hangen met de onderwijsopbrengsten. Deze bevinding is een aanwijzing dat een verbreding van de LEA-thema’s en nieuwe ontwikkelingen in de richting van hetgeen de overheid beoogt in het actieplan “Basis voor presteren” een goede zaak is omdat de focus van scholen en besturen op taal- en rekenbeleid (inclusief schakelklassen) zijn vruchten lijkt af te werpen.
De overheid versterkt de autonomie en rol van besturen en de uitkomsten van de LEA-studie laten zien dat schoolbesturen (maar ook directies) een steeds belangrijker rol krijgen in de besluitvorming rond de Lokale Educatieve Agenda. We zien ook dat in LEA gemeenten waar een analyse is gemaakt van de onderwijssituatie en de gemeente heeft gekozen voor een actieve initiërende rol, de onderwijsopbrengsten hoger zijn dan in gemeenten waar de gemeente een meer terughoudende (passieve) rol heeft. Deze uitkomsten lijken te wijzen op de werkzaamheid van het lokaal beleid zoals dit vorm heeft gekregen in de huidige LEA.
Belangrijke voorwaarden voor een effectieve samenwerking liggen volgens besturen en schoolleiders die te maken hebben met de gemeente in de Lokale Educatieve Agenda op drie deelterreinen: (a) een goede communicatie en transparantie in de besluitvorming, (b) bestuurlijke daadkracht en een toereikende competentie van ambtenaren en wethouders die duidelijk prioriteiten leggen bij het onderwijs in hun gemeente. En ten slotte een aspect dat ook uit eerder onderzoek naar de regiefunctie van gemeenten naar voren kwam: beleidscontinuïteit (c). 

Details van het onderzoek

  
NWO-projectnummer:  413-09-103
Titel onderzoeksproject:  De Lokale Educatieve Agenda
Looptijd:01-11-2009 tot 22-07-2013

Projectleider(s)

Naam Instelling E-mail
Drs. J. de Boom Erasmus Universiteit Rotterdam deboom@risbo.eur.nl

Projectuitvoerder(s)

Naam Instelling E-mail
Kevin van Leer Erasmus Universiteit Rotterdam  
Roelande H. Hofman Erasmus Universiteit Rotterdam  
W.H. Adriaan Hofman Erasmus Universiteit Rotterdam hofman@fsw.eur.nl

Publicatie(s)

Relevante links(s)

[Bron: Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO)]











Gerelateerd

Terugdringen schoolverlating (v)mbo door mentoren
Hoe voorkom je voortijdig schoolverlaten op het (v)mbo?
Later keuzemoment lln. vo
Kiezen voor het VO: is 12 jaar voor sommige leerlingen niet te jong?
Intrinsieke motivatie
Het motiveren van leerlingen met verschillende prestatieniveaus en achtergrondkenmerken
Achterstand autochtone doelgroepleerlingen
De achterstand van autochtone doelgroepleerlingen
Onderwijsachterstandenbeleid vve/po
Onderwijsachterstandenbeleid op voorschool en basisschool
Ouderlijk opleidingsniveau
Ouderlijk opleidingsniveau en onderwijsachterstanden van kinderen
Prestaties en etniciteit
Motivatie bij verschillende prestatieniveaus en sociale en etnische achtergrond
Interactief taalonderwijs
Interactief taalonderwijs voor achterstandsleerlingen
Onderwijsachterstandenbeleid
Effecten van beleidsontwikkelingen in het onderwijsachterstandenbeleid
Geletterdheid adolescente risicoleerlingen
Aspecten van geletterdheid van adolescente risico leerlingen
Meertalige contexten
Ontwikkeling van geletterdheid van adolescente risico leerlingen in meertalige contexten; een verhaal van drie steden
Beleid onderwijsachterstanden PO
Beleid onderwijsachterstanden in primair onderwijs - reviewstudie
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Lokale Educatie Agenda LEA



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.