Brede niveau-2 opleidingen in het MBO: meer motivatie en arbeidsparticipatie van leerlingen?

Geplaatst op 4 oktober 2018

Samenvatting

Het arbeidsmarktperspectief voor studenten in het mbo op niveau 2 is niet altijd positief. Mbo-instellingen willen dit oplossen door brede niveau 2 opleidingen aan te bieden. Er is nog geen onderzoek beschikbaar naar (lange termijn) arbeidsmarktperspectieven van deze brede kwalificaties. Wel kunnen we op basis van verwant onderzoek veronderstellen dat brede mbo 2 opleidingen op de korte termijn (aan het begin van de beroepsloopbaan) een kleinere kans op werk bieden dan smalle opleidingen. Maar op de lange duur (verderop in de beroepsloopbaan) hebben breed opgeleiden een even grote kans op werk. En ze werken in beroepen met een hoger maatschappelijk aanzien (en salaris) dan smaller opgeleiden op mbo niveau 2.

De mbo niveau 2 opleiding duurt 1 tot 2 jaar en bereidt studenten voor op uitvoerende werkzaamheden. Ongeveer een derde van de mbo 2-gediplomeerden stroomt direct door naar de arbeidsmarkt (en dus niet naar een vervolgopleiding). Door technologische ontwikkelingen en ict-toepassingen (bijvoorbeeld robotisering) krimpt de werkgelegenheid in delen van de arbeidsmarkt. Daardoor wordt het arbeidsmarktperspectief van met name mbo niveau 2 gediplomeerden bedreigd. Het idee is dat met bredere kwalificaties het voor gediplomeerden eenvoudiger is om tussen beroepen te switchen en dat ze daarmee flexibeler inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt.

Nieuwe opleiding

De nieuwe opleiding Dienstverlening op niveau 2 biedt zo'n brede kwalificatie. Daarin kunnen studenten na het basisdeel kiezen uit diverse uitstroomprofielen zoals Facilitair medewerker, Medewerker sport & recreatie of Helpende zorg & welzijn. Deze kwalificatie ‘Dienstverlener breed’ is gebaseerd op een aantal bestaande kwalificatiedossiers (bijvoorbeeld Helpende Zorg en Welzijn, Medewerker facilitaire dienstverlening, Verkoper en Medewerker secretariaat en receptie) waarbij is gekeken naar overeenkomstige of verwante werkprocessen. Meerdere instellingen bieden deze brede kwalificatie inmiddels aan. Er zijn nog geen brede kwalificaties beschikbaar voor andere bestaande kwalificatiedossiers op niveau 2.

Effecten van breed opleiden

Deze specifieke brede opleidingen op mbo niveau 2 niveau zijn gestart in het schooljaar 2016-2017. Dat betekent dat er nog geen beeld is van de arbeidsmarktpositie van deze groep. Op grond van recente studies over het thema vakmanschap kan daar desondanks wel iets over gezegd worden.

De kansen op werk blijken voor recent gediplomeerden die een specialistische opleiding gedaan hebben iets beter dan recent gediplomeerden met een bredere opleiding. Dit verschil is bij reeds langer gediplomeerden verdwenen. Als gekeken wordt naar status van de beroepen dan blijken de mbo-studenten die breed zijn opgeleid beter af te zijn dan de specialistisch opgeleiden. Dat geldt voor zowel de recent als de reeds langer gediplomeerden. Een hoge status betekent dat een beroep aantrekkelijk is (onder meer qua loon) en veel maatschappelijk aanzien heeft. Een lage status betekent weinig aantrekkelijk en weinig aanzien.

Brede mbo 2 opleidingen, die minder opleiden tot praktisch vakmanschap, lijken op de lange duur (verderop in de beroepsloopbaan) niet zozeer tot hogere kansen op werk te leiden maar wel op werk met een hoger maatschappelijk aanzien en dito salaris.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Sjerp van der Ploeg en Georgia Vasilaras (kennismakelaars Kennisrotonde)
Vraagsteller: onderwijskundige SBB

Vraag

Dragen brede niveau 2 opleidingen in het mbo bij aan de motivatie, slagingskansen en arbeidsmarktkansen van studenten ten opzichte van smallere opleidingen?

Kort antwoord

Twee derde van de studenten op mbo niveau 2 stroomt na diplomering door naar een vervolgopleiding en één derde stroomt direct door naar de arbeidsmarkt. Door technologische ontwikkelingen en ICT-toepassingen (bijvoorbeeld robotisering) wordt het arbeidsmarktperspectief van mbo niveau 2 gediplomeerden bedreigd. Een aantal mbo-instellingen poogt die arbeidsmarktkansen te verbeteren door brede niveau 2 kwalificaties en opleidingen aan te bieden waarmee gediplomeerden flexibeler inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt. Er wordt sinds kort één brede kwalificatie op mbo niveau 2 aangeboden: ‘Dienstverlener breed’. Deze is gebaseerd op een aantal reeds bestaande kwalificatiedossiers.

Er is nog geen onderzoek beschikbaar naar (lange termijn) arbeidsmarktperspectieven van deze brede kwalificatie. Wel kan op basis van beschikbaar verwant onderzoek verondersteld worden dat brede mbo 2 opleidingen op de korte termijn (aan het begin van de beroepsloopbaan) een kleinere kans op werk bieden dan smalle opleidingen maar dat op de lange duur (verderop in de beroepsloopbaan) breed opgeleiden een even grote kans op werk hebben en in beroepen werken met een hoger maatschappelijk aanzien (en salaris) dan smaller opgeleiden op mbo niveau 2.

Toelichting antwoord

Het SBB constateert dat het arbeidsmarktperspectief voor studenten in het mbo op niveau 2 niet altijd positief is. Daarbij stellen ze dat mbo-instellingen dit willen oplossen door brede niveau 2 opleidingen aan te bieden. De kern van de vraag is of we van die brede opleidingen inderdaad mogen verwachten dat ze bijdragen aan een beter arbeidsmarktperspectief. Daarvoor gaan in deze toelichting achtereenvolgens in op een aantal onderwerpen: de ontwikkelingen in studentpopulatie in mbo niveau 2, het ontstaan en verschijningsvormen van brede opleidingen mbo niveau 2, de te verwachten effecten van de brede opleidingen.

Studentenpopulatie mbo niveau 2

De mbo-niveau 2 opleiding wordt tegenwoordig ook aangeduid met de basisberoepsopleiding. Deze basisberoepsopleiding onderscheidt zich van de entreeopleiding, voorheen niveau 1; van de vakopleiding op niveau 3; en van de specialistenopleiding op niveau 4. De basisberoepsopleiding duurt 1 tot 2 jaar en bereidt studenten voor op het uitvoeren van uitvoerende werkzaamheden, bijvoorbeeld als kapper, autotechnicus, fietsenmaker, e.d.

Tot enkele jaren geleden was het mogelijk om drempelloos in te stromen in deze basisberoepspopleiding maar sinds het studiejaar 2014-2015 gelden vooropleidingseisen: een diploma op minimaal vmbo-niveau (incl. vergelijkbare diploma’s als mavo, vbo, lbo), een overgangsbewijs van havo/vwo naar leerjaar 4 of een diploma op mbo-niveau 1 (entree-opleiding).

In 2016 waren ongeveer 80.000 studenten in mbo niveau 2 ingeschreven: ongeveer 26.000 in de BBL en 54.000 in de BOL (https://www.onderwijsincijfers.nl/kengetallen/mbo/deelnemers-mbo/aantal-deelnemers-mbo). Kans e.a. (2016) laten zien dat de instroom in opleidingen op niveau 2 sterk is gedaald in de afgelopen 10 jaar. Een belangrijke verklaring hiervoor is dat meeste instromers in niveau 2-opleidingen komen uit het vmbo bl, waar het leerlingaantal met 20% is gedaald.

Verder constateren zij een sterke daling in het aandeel instromers in mbo niveau 2 zonder diploma (direct gevolg van regelgeving) en een stijging van het aandeel instroom vanuit het voortgezet speciaal onderwijs (vso) en praktijkonderwijs (pro). Dat geldt ook voor het aandeel studenten dat in het mbo instroomt vanuit het vmbo en dat leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) heeft gehad.

Breed opleiden mbo niveau 2

Per 1 augustus 2016 in het mbo een nieuwe kwalificatiestructuur ingevoerd (HKS: Herziene Kwalificatie Structuur). Daarmee bestaat voor mbo niveau 2 een kwalificatiedossier uit een basisdeel en profieldelen. In het basisdeel zijn overeenkomstige elementen van de beroepen waarop de kwalificaties zijn gebaseerd beschreven in de vorm van gemeenschappelijke kerntaken en werkprocessen, vakkennis en vaardigheden en kenmerkende houdingsaspecten die alle beroepsbeoefenaren in het betreffende werkveld delen.

In het profieldeel staan specifieke onderdelen van een kwalificatie beschreven die niet gelden voor alle kwalificaties in het dossier. Op het diploma wordt de naam van het profiel vermeld. Het doel van de HKS is om de doelmatigheid van het aanbod te vergroten en adequater te kunnen reageren op (regionale) arbeidsmarktontwikkelingen.

De HKS is voor een aantal onderwijsinstellingen aanleiding geweest opleidingen breed te gaan inrichten (Kans e.a., 2016). De twee belangrijkste redenen daarvoor zijn het uitstellen van het keuzemoment voor specifieke uitstroommogelijkheden zodat deze studenten meer tijd hebben zich een goed beeld van beroepen te vormen (1) en het aanleren van meer competenties zodat de student op de arbeidsmarkt breder kan worden ingezet (2).

De achtergrond van de eerste reden is dat veel studenten op mbo 2 niveau twijfelen over hun opleidingskeuze, onvoldoende beeld hebben van de beroepspraktijk en maar in beperkte de kansen op een baan meewegen in hun keuze (Commissie Doelmatigheid MBO, 2017). Door een brede opleiding bij de start kan de student zich eerst oriënteren en kan hij/zij werken aan basisvaardigheden en vervolgens bewuster een keuze kan maken voor een uitstroomprofiel. Hier gaat het dus om opleidingen die breed beginnen en waarbij keuzemomenten voor uitstroommogelijkheden zoveel mogelijk worden uitgesteld.

De achtergrond van de tweede reden is dat ongeveer een derde van de mbo 2-gediplomeerden direct doorstroomt naar de arbeidsmarkt. Het idee bestaat dat door technologische ontwikkelingen het perspectief op de arbeidsmarkt van mbo 2-gediplomeerden verslechtert. De arbeidsmarkt zou toenemende behoefte hebben aan werknemers die zich goed kunnen aanpassen, die multi-inzetbaar zijn en die beschikken over 21th century skills. Daar kunnen bredere opleidingen op niveau 2 in voorzien. Hier gaat het dan dus om opleidingen waarin meer vaardigheden worden aangeleerd, of waarbij er meer aandacht is voor algemene vaardigheden.

Een voorbeeld hiervan is de nieuwe opleiding Dienstverlening op niveau 2. Daarin kunnen studenten na het basisdeel kiezen uit diverse uitstroomprofielen zoals facilitair medewerker, medewerker sport & recreatie of helpende zorg & welzijn. Voor deze nieuwe brede opleiding zijn de verwante werkprocessen en activiteiten van 9 kwalificaties op niveau 2 nader geanalyseerd.

Effecten van breed opleiden

Deze specifieke brede opleidingen op mbo niveau 2 niveau zijn gestart in het schooljaar 2016-2017. Dat betekent dat er op dit nog geen beeld is van de arbeidsmarktpositie van deze groep. Voor de mogelijk effecten van breed opleiden zullen we daarmee een beroep moeten doen op min of meer vergelijkbare groepen.

Als het bijvoorbeeld gaat om motivatie van mbo-leerlingen dan is bekend dat studenten eenvoudiger gestimuleerd kunnen worden tot leren bij beroepsgerichte vakken dan bij algemene vakken zoals Nederlands en rekenen. Verder blijkt de betrokkenheid van studenten groter bij lessen waar studenten gestructureerd samenwerken en ligt de motivatie lager wanneer lessen niet aansluiten bij het niveau en de interesses van studenten (Inspectie van het Onderwijs, 2015).

Algemene vakken als Nederlands en wiskunde zijn uiteraard iets anders dan algemene 21ste eeuwse vaardigheden maar het feit dat het eenvoudiger blijkt mbo-leerlingen voor beroepsgerichte vakken te interesseren, geeft in ieder geval aan dat brede opleidingen het risico in zich dragen dat het mbo-studenten minder motiveert. De toekomst zal moeten uitwijzen of en onder welke omstandigheden dat het geval is.

Als het gaat om de arbeidsmarktpositie van mbo 2 studenten die breed worden opgeleid dan helpen mogelijk de uitkomsten van recente studies rondom het thema vakmanschap (Buisman en Van der Velden, 2017; Bol en Rözer, 2017). Daarbij is onderzoek gedaan naar de arbeidsmarktpositie van mbo-gediplomeerden op diverse momenten in de beroepsloopbaan, dus zowel snel na het behalen van het diploma als op na het hebben opgedaan van vele jaren werkervaring (Bol en Rözer, 2017). Zij onderscheiden binnen vakmanschap twee dimensies: enerzijds de mate van routinematige versus complexe taken en anderzijds de mate waarin veel of weinig specialistische kennis en vaardigheden nodig zijn.

Dat leidt dan tot een ideaaltypische indeling in vier kwadranten waaruit blijkt dat mbo 2 niveau opleidingen vooral in de twee kwadranten vallen waarbij er sprake is van veel routinematige taken. Verder is daarbinnen sprake van zowel opleidingen die meer specialistische kennis aanleren (het zogenaamde ‘praktische vakmanschap’) en opleidingen waar meer brede kennis aan bod komt (geen sprake van vakmanschap).

Wanneer de arbeidsmarktposities van deze beide groepen wordt vergeleken dan blijkt het volgende. De kansen op werk blijken voor recent gediplomeerden die een specialistische opleiding gedaan hebben iets beter dan recent gediplomeerden die een bredere opleiding hebben gedaan. Dit verschil blijkt voor reeds langer gediplomeerden niet meer aanwezig.

Als gekeken wordt naar status van de beroepen dan blijken de mbo-studenten die breed zijn opgeleid beter af te zijn dan de specialistisch opgeleiden. Dat geldt dan voor zowel de recent als de reeds langer gediplomeerden. Een hoge status betekent dat een beroep aantrekkelijk is (onder meer qua loon) en veel maatschappelijk aanzien heeft. Een lage status betekent weinig aantrekkelijk en weinig aanzien.

Op basis van deze uitkomsten lijkt de veronderstelling gerechtvaardigd dat brede mbo 2 opleidingen, die minder opleiden tot praktisch vakmanschap, op de lange duur (verderop in de beroepsloopbaan) niet zozeer tot hogere kansen op werk leiden maar wel op werk met een hoger maatschappelijk aanzien en dito salaris. Ook hier geldt dat toekomst zal moeten uitwijzen of en onder welke omstandigheden dat ook echt zo is.

Geraadpleegde bronnen:

Gerelateerd

Groepsdynamica in het mbo
Groepsdynamica in het mbo
Groepsprocessen analyseren, begeleiden en bijsturen
Medilex Onderwijs 
Kwaliteit opleiding
Meesterlijk opleiden - De ene opleiding is de andere niet
Eleonoor van Gerven
Kwaliteitszorg onderzoek
Wie is de baas over de kwaliteit van het onderwijs?
Harm Klifman










Hoe bevorder je het kiezen van bèta-techniek?
Hoe maak je bèta-techniek populair?
Brede opleidingen en slagingskansen
Dragen brede niveau-2 opleidingen in het MBO bij aan succes?
Terugdringen schoolverlating (v)mbo door mentoren
Hoe voorkom je voortijdig schoolverlaten op het (v)mbo?
4C/ID-model
Wat is het effect van het gebruik van het 4C/ID model op de kwaliteit van de les?
Keuze vervolgopleiding mbo
Wat zijn de belangrijkste factoren op basis waarvan een leerling vmbo kiest voor een vervolgopleiding naar het mbo?
Werkplekleren in het beroepsonderwijs
Welke factoren zijn van invloed op de kwaliteit van werkplekleren in het beroepsonderwijs?
Welke effect heeft groepsgrootte en werkbeleving van docenten bij MBO-studenten?
Competenties docent beroepsonderwijs
Welk handelingsrepertoire heeft een docent beroepsonderwijs nodig in een praktijknabije leeromgeving?
Kenmerken van de mbo-populatie
Wat zijn kenmerken van mbo-studenten?
Later keuzemoment lln. vo
Kiezen voor het VO: is 12 jaar voor sommige leerlingen niet te jong?
Doorstroom mbo-hbo
Voorwaarden succesvolle doorstroom mbo - hbo
Kenmerken MBO-studenten
Wat zijn de specifieke kenmerken van mbo studenten niveau 3 voor curriculumontwerp?
Invloed taalvaardigheid op doorstromen
Doorstromen naar het hbo: heeft taalvaardigheid invloed?
Competentiegericht beroepsonderwijs
Teamleren in het kader van competentiegericht beroepsonderwijs
Ontwikkeling vakmanschap
Ontwikkeling van vakmanschap in het beroepsonderwijs
Invloed sturingsdynamiek VO/MBO
Invloed sturingsdynamiek op onderwijspraktijk van voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs
Een Groen Lyceum
Een Groen Lyceum
Aansluiting overgangen po/vo en vmbo/mbo
Aansluiting en overgangen tussen po en vo en tussen vmbo en mbo
Doorstroom groene beroepskolom
Doorstroom in de groene beroepskolom
Techniek en vakmanschap
Differentiatie binnen beroepsgerichte lessen Techniek & Vakmanschap
Computergames wiskunde
Gebruik van computergames bij wiskunde in het beroepsonderwijs
Verbeteren rekenvaardigheid mbo
Verbeteren van rekenvaardigheid mbo-leerlingen met een serious game
Computergames wiskunde reflectie
Gebruik van computergames bij wiskunde in beroepsonderwijs: reflectie
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Brede opleidingen en slagingskansen

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.