Zone van naaste ontwikkeling

De zone van naaste ontwikkeling (ZNO) is het aanspreken van het kind op een niveau dat net buiten bereik is van wat een kind op eigen kracht kan.
Wat een kind zelfstandig kan, is de actuele ontwikkeling. Waar een kind hulp bij nodig heeft, is de naaste ontwikkeling. Het gebied ertussen is de zone van naaste ontwikkeling: activiteiten die het kind nog niet zelfstandig kan, maar wel wanneer het sociale ondersteuning krijgt bij de uitvoering ervan.
Als je de zone van naaste ontwikkeling van een kind aanspreekt, doe je dit door (ondersteund) aanbod dat net boven het niveau van het kind ligt. Leerkrachten hebben zo kansen om taal- en handelingsmogelijkheden van kinderen uit te breiden.
 
Eenvoudig gezegd komt het hier op neer: het kind kan al iets, maar een volgende fase van de ontwikkeling dient zich bijna aan. Bijvoorbeeld: het kind kan de telrij noemen van één tot tien maar kan nog niet zelfstandig voorwerpen tellen. Door samen voorwerpen te tellen lukt het wel. Je speelt in op wat het kind kan en creërt kansen zodat het kind kan oefenen. Zo stimuleer je de zone van naaste ontwikkeling.
 
De begrippen zone van naaste ontwikkeling en actuele ontwikkeling werden voor het eerst gebruikt door de  Russische psycholoog Vygotsky (1896-1934). Hij deed veel onderrzoek naar de manier waarop kinderen leren. In zijn ontwikkelingstheorie staat centraal dat kinderen leren door samen met volwassenen of leeftijdsgenootjes activiteiten te ondernemen. Volwassenen kunnen ontwikkeling van kinderen stimuleren door hen de juiste hulp te bieden.
 

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.