Organisatie en functioneren van de Regionale ExpertiseCentra

Geplaatst op 1 juni 2016

Managementsamenvatting - De effectiviteit van de Regionale ExpertiseCentra 

Beleidscontext

Het speciaal onderwijs is tussen 1998 tot 2003 georganiseerd in Regionale ExpertiseCentra (REC’s), op basis van het advies van de commissie Rispens (1995). REC’s zijn samenwerkingsverbanden van scholen. De ontwikkeling van de REC’s is onderdeel van de invoering van de LeerlingGebonden Financiering (LGF, of Rugzak). De implementatie is ondersteund door landelijke Wegbereiders. Er zijn nu 33 REC’s (328 scholen), in vier clusters: visueel gehandicapten, auditief gehandicapten, lichamelijke en/of verstandelijke handicaps en gedragsgestoorde kinderen. Het speciaal onderwijs is onderverdeeld in vier clusters. Met de invoering van de LGF zijn de clusters II, III en IV gaan samenwerken in REC’s. Conform de Wet op de Expertisecentra (WEC) hebben de REC’s zes merendeels coördinerende taken: het in stand houden van een Commissie voor de Indicatiestelling (CvI), het coördineren van de formatie van de ambulante begeleiding, onderzoekstaken en drie taken voor het begeleiden van ouders. Vanaf 2003 werken de REC’s binnen dit wettelijke kader. De scholen in cluster I (blinde en slechtziende kinderen) hebben met het Ministerie van OCW aparte afspraken gemaakt over toelating en financiering. Zij vallen niet onder de WEC en hoeven ook niet te voldoen aan de wettelijke taken die middels de WEC aan de REC’s zijn opgelegd. Zij vallen om die reden ook buiten dit onderzoek.

Onderzoeksvraag

In opdracht van de Programmacommissie Beleidsgericht Onderzoek Primair Onderwijs (BOPO) van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft Sardes onderzoek verricht naar de effectiviteit van de REC’s. De centrale vraag in dit onderzoek was: Welke organisatorische kenmerken van het REC ondersteunen dan wel belemmeren de effectieve uitvoering van de taken van het REC. Aansluitende vragen hadden betrekking op de werkwijzen, de structuur en de cultuur in de REC’s.

Onderzoeksopzet

Het onderzoek bestond uit drie delen. Ten eerste een literatuuronderzoek naar de beleidsontwikkeling en implementatie van de REC’s, het functioneren van de REC’s (inspectierappporten) en relevante theoretische inzichten. Het model van Quinn en Rohrbaugh (1983) is gekozen als analysemodel, aangevuld met inzichten over effectiviteit van organisaties en netwerken.
Het tweede deel was een vragenlijst voor alle REC’s. De respons was vrij hoog, namelijk 91%.1
Het derde deel bestond uit case studies bij tien REC’s. De selectiecriteria waren: spreiding over de clusters II, III, en IV, grote en kleine REC’s, verschillende management/bestuurmodellen (fusie/federatie) en REC’s die een bijzondere positie innemen, zoals de combinatie van cluster III en IV. De uitkomsten van het survey zijn gebruikt bij de selectie. Per REC zijn vier interviews gehouden: met de REC-manager of coördinator, met de directeur van één van de bij het REC aangesloten scholen, met de coördinator van de ambulante begeleiding en met een vertegenwoordiger van de CvI. Eén van de geselecteerde REC’s is afgevallen vanwege tijdgebrek.
Binnen hetzelfde cluster is een vervangend REC gevonden, dat recent was gefuseerd met een ander REC dat al was geselecteerd, zodat het totaal aantal cases negen bedraagt.

Literatuuronderzoek

Het model van Quinn en Rohrbaugh biedt verschillende opvattingen van het begrip effectiviteit naast elkaar. In het onderstaande schema zijn de criteria opgenomen.  

Schema 1
De kenmerken van het Quinn & Rohrbaugh model per kwadrant

Human relations model
  • Samenwerking en eensgezindheid onder personeel
  • Verantwoordelijkheid nemen
  • Benutten van kwaliteiten van personeel
  • Scholing en ontwikkeling
Open system model
  • Flexibiliteit, inspelen op vragen en behoeften
  • Openstaan voor externe evaluaties
  • Samenwerken met andere sectoren
  • Vernieuwingsgezindheid
Internal process model
  • Procedures voor communicatie en informatie-uitwisseling
  • Rust in de organisatie
  • Controle op afspraken en regels
Rational goal model
  • Stellen van doelen
  • Planning hanteren voor het behalen van doelen
  • Halen van doelen
  • Slagvaardige organisatie

 

In de case studies zijn vier criteria voor effectiviteit gehanteerd, gebaseerd op het model:

  1. Het REC werkt door uitwisseling van informatie en functioneel overleg aan eenduidige procedures en efficiëntie (internal process).
  2. Het REC werkt door onder andere deskundigheidsbevordering aan een gemeenschappelijk denk- en handelingskader (human relations).
  3. Het REC kan adequaat inspelen op veranderingen (open system).
  4. Het REC stelt zichzelf doelen en beziet of deze worden gehaald (rational goal). Hieraan is nog een vijfde, meer algemeen criterium toegevoegd:
  5. Het REC heeft een slagvaardige beleids- en besluitvorming, die ook wordt nagekomen.

Uitkomsten van empirisch onderzoek

De onafhankelijke CvI’s functioneren volgens de meeste REC’s goed, hoewel dit een ijzeren (administratieve) discipline vraagt. Het lukt de meeste CvI’s om de indicaties binnen de termijn van 8 weken af te handelen. Het aantal dossiers (400-1400) en de vergaderfrequentie (eens per week tot eens per vijf weken) verschillen behoorlijk. De secretaris is gemandateerd om eenvoudige dossiers te voorzien van een preadvies (50-90% is een hamerstuk). Vertraging doet zich niet zo zeer voor in de afhandeling van de dossiers, maar meer in de voorbereiding, want er moet veel informatie worden verzameld voor de dossiers.

Als de kinderen zijn geïndiceerd en geplaatst in het regulier onderwijs, biedt het REC ambulante begeleiding. Een toenemend aantal REC’s kiest ervoor om een centrale dienst te vormen voor de ambulante begeleiding of is dit binnen afzienbare tijd van plan. Er is in toenemende mate tevredenheid over een centrale dienst ambulante begeleiding, omdat dit meer mogelijkheden biedt voor een efficiëntere aansturing, planning en werkwijze, voor deskundigheidsbevordering en kwaliteitsontwikkeling. Toch is de organisatie van de ambulante begeleiding nog sterk in ontwikkeling. Over de preventieve ambulante begeleiding zijn de REC’s niet tevreden. Men heeft er te weinig tijd en middelen voor. In sommige gevallen leveren de afspraken met de samenwerkingsverbanden op dit gebied problemen op.

De ondersteuning van ouders door het REC bij het indienen van een verzoek tot indicatiestelling, het doen van onderzoek en het vinden van een school voor regulier of speciaal onderwijs na de indicatiestelling, is niet altijd glashelder geregeld. Dit zijn voor veel ouders ingewikkelde trajecten. Begeleiding en advies helpen bij het maken van de juiste keuzes en het volgen van de procedure. Steeds meer REC’s kiezen voor centrale aanmelding met één loket voor het REC. Ouders die zich melden bij één van de scholen, worden doorverwezen naar de centrale aanmelding. Het is goed dat de CvI-procedure transparant en onafhankelijk is geworden, maar dit gaat naar de mening van de REC’s soms wel ten koste van het menselijk aspect. Bij de reformatorische school zijn binnen het REC afspraken gemaakt om de eigen identiteit en band met de ouders te behouden. Na een indicatie valt het niet altijd mee om voor een leerling een plek op een school te vinden. Naast plaatsingsproblemen (huisvesting) kunnen en willen scholen voor regulier onderwijs een ‘rugzak’ kind soms niet opnemen, omdat dit hun mogelijkheden te boven gaat. Scholen gaan daarom op zoek naar nieuwe vormen voor extra ondersteuning van leerlingen die zorg nodig hebben. In sommige regio’s zijn in het reguliere onderwijs aanleunklassen opgezet waar leerlingen voor het speciaal onderwijs gezamenlijk in een klas zitten. Ook worden speerpuntscholen opgericht, scholen voor regulier onderwijs die een speciale samenwerking met een school voor speciaal onderwijs aangaan.

Effectiviteit

Op basis van de vragenlijst konden voor de 30 REC’s scores op de vier modellen van Quinn en Rohrbaugh worden bepaald.

  Score (1-10) Belang (1-10) Verschil belang - score
Internal process model 6,2 7,7 1,5
Human relations model 4,8 6,8 2,0
Open system model 6,4 7,9 1,5
Rational goal model 6,0 8,0 2,0

De lage score op het Human relations model is opvallend. Vooral de factoren ‘samenwerking en eensgezindheid onder het personeel’ en ‘verantwoordelijkheid nemen’ drukken de score. Binnen het Rational goal model scoren met name ‘het halen van doelen’ en ‘een slagvaardige organisatie’ laag. Uit het verschil tussen score en belang kunnen we afleiden dat de REC’s nog niet tevreden zijn over de effectiviteit. Uit het survey bleek dat REC-managers zelf redelijk tevreden zijn over de uitvoering van de wettelijke taken. Er is een discrepantie tussen deze tevredenheid en hun eigen waardering van de effectiviteit van het REC.

Succes en risicofactoren

Het onderzoek geeft aan dat er drie succesfactoren zijn voor de ontwikkeling van effectieve REC’s, namelijk een duidelijk beeld van de organisatie, goed leiderschap en participatieve werkvormen (projecten). De risicofactoren zijn onder meer de verscheidenheid in samenstelling van REC’s (grootte, spreiding, denominaties, professionaliteit, etc.) en de autonomiewens van scholen en besturen.

Beperkt en uitgebreid organisatieperspectief

De beoordeling van de effectiviteit van de REC’s had betrekking op de uitvoering van de wettelijke taken. Dit kan een beperkt organisatieperspectief worden genoemd. Als REC’s de maatschappelijke en beleidsmatige verwachtingen willen waarmaken om uit te groeien tot volwaardige regionale expertisecentra, dan zullen REC’s een uitgebreid organisatieperspectief moeten kiezen. Voor de uitvoering van de wettelijke taken volstaat een federatief verband. Als REC’s een volwaardige effectieve organisatie willen worden, zal men een uitgebreid organisatieperspectief moeten kiezen en de lat hoger moeten leggen.
Na de structuurwijzigingen is nu tijd nodig om een effectieve cultuur vorm te geven. REC’s kunnen daarbij veel van elkaar leren.
De belangrijkste aanbevelingen zijn:

  • Aan OCW: geef het speciaal onderwijs een redelijke termijn om een goede en professionele praktijk te ontwikkelen (reculturing)
  • Aan OCW: splits ineffectieve samenwerkingsverbanden (REC’s) alsnog op
  • Aan OCW: faciliteer de WEC-raad voor een goede sectorvorming
  • Aan de WEC-raad: zorg voor een begeleidingsstructuur voor de zwakkere REC’s
  • Voor de REC’s: kies voor een uitgebreid organisatieperspectief
  • Voor de REC’s: concentreer je op professionalisering en samenwerking in plaats van bestuurlijke keuzes

1 Cluster I is buiten beschouwing gelaten, omdat de instellingen van cluster I (Visio, Barthiméus en Sensis) eigen wetgeving hebben en ook niet onder de WEC vallen

Details van het onderzoek

  
NWO-projectnummer:  413-04-011
Titel onderzoeksproject:  REC-vorming: organisatie en functioneren
Looptijd:01-09-2004 tot 07-11-2005

Projectleider(s)

Naam Instelling E-mail
Drs. F. Studulski Sardes secretariaat@sardes.nl

Publicatie(s)

Relevante links(s)

[Bron: Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO)]











Gerelateerd onderzoek

Regionale Expertise Centra
Organisatie en functioneren van de Regionale ExpertiseCentra
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Regionale Expertise Centra



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.