Kijk eens bij de Nieuwe onderwijsboeken!

Cognitieve en executieve functies (6): Discussies over executieve functies

Emiel van Doorn
Trainer, mediator, coach, ontwikkelaar mediërend leren en IVP-trainer bij Stichting StiBCO  

van Doorn, E. (2022). Cognitieve en executieve functies (6): Discussies over executieve functies.
Geraadpleegd op 12-01-2026,
van https://wij-leren.nl/relatie-cognitieve-executieve-functies-indeling-discussie.php
Geplaatst op 18 januari 2022
Laatst bewerkt op 18 december 2025
Cognitieve en executieve functies (6): Discussies over executieve functies

Cognitieve en executieve functies. Twee begrippen die in het onderwijs voortdurend rondzingen, maar vaak door elkaar worden gehaald. Wat maakt een kind in staat om informatie op te nemen, te verwerken en om te zetten in doelgericht gedrag? En hoe hangen die denk- en regelfuncties precies met elkaar samen? In deze serie nemen we je stap voor stap mee in het fundament van leren. We verkennen wat cognitieve functies zijn, hoe executieve functies werken en waarom ze niet los van elkaar te begrijpen zijn. Dit artikel is onderdeel van een serie waarin de cognitieve en executieve functies uitgelegd worden en waarin de relatie gelegd wordt tussen deze functies. Hier staat een overzicht van alle artikelen en bronnen.

Discussies over executieve functies

Onder deskundigen bestaat brede overeenstemming over het grote belang en de complexiteit van executieve functies voor adequaat en zinvol gedrag. Executieve functies spelen een centrale rol bij leren, zelfregulatie en doelgericht handelen. Tegelijkertijd is er discussie over welke componenten precies onder de term executieve functies vallen. De diversiteit aan definities en indelingen laat zien dat het om een complex en veelzijdig construct gaat.

Ondanks deze verschillen is er internationaal wel consensus over drie kernexecutieve functies: impulsremming, werkgeheugen en cognitieve flexibiliteit. Deze functies vormen samen de basis van het executief functioneren en kunnen niet los van elkaar worden gezien. Ze werken voortdurend samen en beïnvloeden elkaar.

"Executieve functies zijn onmisbaar voor doelgericht handelen, maar laten zich niet eenvoudig afbakenen."


Dit is het zesde deel van een artikelenserie over cognitieve en executieve functies. Lees ook de overige delen van deze serie:

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen, tips en infographics? Schrijf je dan in voor het gratis kennisdossier 'executieve functies' van de Wij-leren Academie.


In dit artikel wordt ingegaan op de discussies die er zijn over executieve functies: hoe worden executieve functies gedefinieerd, geordend en toegepast, en wat betekent dit voor de onderwijspraktijk? 

De drie kernexecutieve functies

Laten we eerst kijken naar de drie kernexecutieve functies: impulsremming, werkgeheugen en cognitieve flexilibiteit. 

Impulsremming

Impulsremming bestaat uit verschillende samenhangende aspecten. Allereerst gaat het om het selectief richten van de aandacht: het kunnen focussen en concentreren op relevante informatie. Daarnaast speelt cognitieve remming een rol, het vermogen om storende gedachten of irrelevante herinneringen te onderdrukken. Tot slot omvat impulsremming ook gedragsremming, oftewel zelfcontrole en zelfdiscipline.

Samen vormen deze aspecten wat vaak wordt aangeduid als zelfregulatie. Zelfregulatie omvat onder meer impulsbeheersing, het vasthouden van aandacht en het reguleren van emoties, motivatie en cognitieve inzet. Het betreft een aangeboren aanleg die zich ontwikkelt door oefening en begeleiding.

“Impulsremming vormt de basis voor aandacht, zelfcontrole en doelgericht handelen.”

Werkgeheugen

Het werkgeheugen omvat het verbaal geheugen, het rekenkundig geheugen en het visueel-ruimtelijk geheugen. Het stelt iemand in staat om informatie tijdelijk vast te houden, te bewerken en met elkaar te verbinden. Binnen het werkgeheugen kunnen ideeën en feiten worden geclassificeerd en gecombineerd.

De wisselwerking tussen werkgeheugen en impulsremming is cruciaal. Om informatie vast te houden, moet iemand in staat zijn impulsen te remmen en zich niet te laten afleiden door externe prikkels of interne gedachten. Zonder voldoende impulsremming raakt het werkgeheugen snel overbelast.

“Het werkgeheugen maakt het mogelijk om informatie vast te houden terwijl je ermee werkt.”

Cognitieve flexibiliteit

Cognitieve flexibiliteit verwijst naar het vermogen om perspectieven te wisselen, tussen taken te schakelen en strategieën aan te passen wanneer dat nodig is. Het gaat om outside the box kunnen denken, zonder voortdurend van aanpak te veranderen. Cognitieve flexibiliteit ondersteunt creativiteit en wat ook wel wordt aangeduid als flexibility of mind.

“Wie cognitief flexibel is, kan hetzelfde probleem vanuit meerdere invalshoeken benaderen.”

Hogere-orde executieve functies

Vanuit de drie kernexecutieve functies ontwikkelen zich hogere-orde executieve functies, zoals redeneren, probleemoplossend vermogen en plannen. Deze functies zijn complexer en bouwen voort op impulsremming, werkgeheugen en cognitieve flexibiliteit.

  • Redeneren betreft het trekken van conclusies op basis van argumenten, premissen of axioma’s. Dit kan deductief zijn (van algemeen naar specifiek) of inductief (van specifiek naar algemeen).
  • Probleemoplossend vermogen is het proces dat leidt tot het vinden van een oplossing voor een probleem.
  • Plannen omvat zowel het bedenken van een plan, het plan zelf als de juiste en tijdige uitvoering ervan.

Samen vormen deze hogere-orde functies het vermogen om flexibel, doelgericht en doordacht te handelen.

"Hogere-orde executieve functies bouwen voort op de basis van impulsremming, werkgeheugen en flexibiliteit."

Verschillende ordeningen van executieve functies in Nederland

In Nederland bestaan uiteenlopende systemen voor het ordenen van executieve functies. Afhankelijk van de bron worden vier tot vijftien verschillende executieve functies onderscheiden. Voorbeelden hiervan zijn indelingen van Luria, Lezak, SLO, BRIEF, Slim maar…, en Het tienerbrein. Sommige modellen benadrukken functies als werkgeheugen, inhibitie en flexibiliteit, terwijl andere ook taakinitiatie, emotieregulatie, timemanagement, zelfmonitoring of metacognitie onderscheiden. Deze variatie laat zien dat er geen eenduidige indeling bestaat en dat de gekozen ordening sterk samenhangt met het doel van het model: diagnostiek, begeleiding, onderwijs of training. De overeenkomsten en verschillen tussen de indelingen zijn te vinden in Tabel 1. 

"Dat modellen uiteenlopen, onderstreept hoe contextafhankelijk executieve functies worden benaderd."

Tabel 1. De overeenkomsten en verschillen tussen de verschillende indelingen van executieve functies.

Aleksandr Romanovich Luria 

  1. Anticipatie 
  2. Planning 
  3. Uitvoering 
  4. Zelf-monitoring

Breinsleutels

  1. Werkgeheugen
  2. Inhibitie
  3. Flexibiliteit
  4. Planning

Cognitieve Remediatie Therapie

  1. Inzicht
  2. Doel bepalen
  3. Plannen en organiseren
  4. Initiatie
  5. Inhibitie
  6. Controleren en evalueren
  7. Flexibel probleem oplossen

Muriel Deutsch Lezak 

  1. Wilskracht
  2. Planmatigheid/plannen 
  3. Doelgericht handelen/ doelgerichte activiteit
  4. Effectieve prestaties/ doeltreffende activiteit
  5. Effectieve prestaties/doeltreffende activiteit
     

Slim maar… 

  1. Respons-inhibitie
  2. Werkgeheugen
  3. Emotieregulatie
  4. Volgehouden aandacht
  5. Taakinitiatie
  6. Planning/prioritering
  7. Organisatie
  8. Timemanagement
  9. Doelgericht gedrag
  10. Flexibiliteit
  11. Metacognitie

SLO

  1. Reactie (of respons)-inhibitie
  2. Werkgeheugen
  3. Zelfregulatie van affect/ emotie-regulatie 
  4. Volgehouden aandacht
  5. Taakinitiatie
  6. Planning
  7. Organisatie 
  8. Doelgericht doorzettingsvermogen
  9. Flexibiliteit
  10. Metacognitie

Gedragsproblemenindeklas.nl

  1. Taakinitiatie, planning, overzicht
  2. Aandacht richten en volgehouden aandacht
  3. Emotieregulatie
  4. Werkgeheugen
  5. Inhibitie
  6. Zelfinzicht
  7. Cognitieve flexibiliteit
  8. Timemanagement

Vergeten, kwijt en afgeleid

  1. Responsinhibitie
  2. Flexibiliteit
  3. Emotieregulatie
  4. Taakinitiatie
  5. Werkgeheugen
  6. Planning/organisatie
  7. Organisatie van materialen
  8. Zelfmonitoring

Aandacht, graag!

  1. Aandacht
  2. Geheugen
  3. Organisatie
  4. Planning
  5. Inhibitie en initiatief
  6. Flexibiliteit en/of verschuiving
  7. Beheersing van gedrag en emoties
  8. Doelen

Train je brein en benut je talenten

  1. Organisatie
  2. Planning
  3. Focus
  4. Timemanagement
  5. Zelfbeheersing
  6. Flexibiliteit
  7. Werkgeheugen
  8. Zelfbewustzijn

Het tienerbrein, over adolescent tussen biologie en omgeving

  1. Filteren
  2. Organiseren van aandacht
  3. Impulsremming
  4. Nieuwsgierigheid en initiatief nemen
  5. Werkgeheugen
  6. Doelgerichtheid
  7. Gedrags-, motorische en cognitieve flexibiliteit
  8. Planmatig handelen
  9. Kiezen en beslissen
  10. Zelfinzicht
  11. Zelfregulatie
  12. Metacognitie
  13. Monitoring
  14. Empathie en perspectiefname
  15. Motivatie

BRIEF Vragenlijst 

  1. Inhibitie
  2. Flexibiliteit
  3. Emotieregulatie
  4. Initiatief nemen (alleen in de ouder- en leerkrachtvragenlijsten)
  5. Werkgeheugen
  6. Plannen en organiseren
  7. Ordelijkheid en netheid
  8. Gedragsevaluatie
  9. Taken afmaken (alleen in de zelfrapportage)

De discussie rond ‘plannen’

Een goed voorbeeld van deze variatie is de executieve functie plannen. In de literatuur en praktijk worden onder plannen verschillende aspecten verstaan, zoals: prioritering, taakinitiatie, overzicht houden, tijd inschatten, uitvoering en evaluatie. Sommige definities leggen de nadruk op het maken van een plan, andere op het uitvoeren of bijstellen ervan, zoals hieronder te zien is.

  • SLO:
    Planning/prioritering
    De vaardigheid een plan te bedenken om een doel te bereiken of een taak te voltooien. Hierbij moet je ook in staat zijn beslissingen te nemen over wat belangrijk en wat niet belangrijk is. Flexibiliteit: de vaardigheid om plannen te herzien als zich belemmeringen of tegenslagen voordoen, zich nieuwe informatie aandient of er fouten gemaakt worden; het gaat daarbij om aanpassing aan veranderende omstandigheden. 

  • Gedragsproblemen in de klas:
    Taakinitiatie, planning, overzicht
    Jongeren/leerlingen die moeite hebben met taakinitiatie herken je wel in je klas. Ze gaan vrijwel nooit meteen aan het werk, maar gaan nog even een potlood slijpen, naar het toilet of beginnen aan iets anders, als het maar niet hun werk is. Jongeren/leerlingen die moeite hebben met planning, vergeten aan hun werkstuk te beginnen, hebben aan het eind van de week hun weektaak nog niet af of laten hun huiswerk thuis liggen, waarbij de vraag is of het wel af is. Door gebrek aan overzicht kunnen zij hun taken moeilijk organiseren. Ze weten niet wanneer ze moeten beginnen en ook niet waarmee. Hun kastje ziet er vaak uit als een vuilnisbelt.

  • Kennisgroep speciaal:
    Planning
    Een plan maken om een doel te bereiken of een taak te voltooien. De leerling is tevens in staat beslissingen te nemen over wat belangrijk is en wat niet. Hierbij hoort de vaardigheid in te kunnen schatten hoeveel tijd je hebt, hoe je deze het beste kunt verdelen en hoe je een deadline moet halen bij deze executieve functie.

  • Psychologenpraktijk Fidelis:
    Plannen/prioritering
    In welke mate kan iemand onder druk inschatten welke taken belangrijk(er) zijn dan andere en keuzes maken?

  • Prodiagnostiek:
    Planning/prioritering
    De vaardigheid een plan te maken om een doel te bereiken of een taak te voltooien. Het gaat er daarbij ook om dat het kind in staat is beslissingen te nemen over wat al dan niet belangrijk is. Een jong kind kan onder enige begeleiding bedenken hoe het een conflict tussen leeftijdsgenootjes kan oplossen. Een tiener kan een plan opstellen om een vakantiebaan te krijgen.

  • Jolles (2017). Het tienerbrein:
    Planmatig handelen
    Dit impliceert het nemen van initiatief om een doel te stellen. Vervolgens het maken van een plan, bij voorkeur verdeeld in deelhandelingen en het prioriteren daarvan ('eerst dit, dan dat'). Daarvoor is anticipatie nodig, oftewel het vooruitzien naar wat er zou kunnen gebeuren bij bijvoorbeeld aanpak a, b of c. Vervolgens moet het plan worden uitgevoerd in overeenstemming met de gestelde doelen. De uitvoering moet vervolgens worden geëvalueerd: 'Is het gelukt en heb ik bereikt wat ik wilde?'

Deze verschillen zijn niet alleen theoretisch, maar hebben ook praktische gevolgen. Wanneer niet helder is wat onder plannen wordt verstaan, kunnen ondersteuningsstrategieën uiteenlopen en minder effectief zijn. Bovendien wordt vaak onderschat dat plannen een beroep doet op onderliggende cognitieve functies. Zonder aandacht voor deze basisfuncties kan ondersteuning op plannen onvoldoende effect hebben. Het gaat hieronder om de letterlijke citaten uit de bronnen.

"Achter één executieve functie kunnen zeer verschillende betekenissen schuilgaan."

Tot slot

Dit artikel liet zien dat er brede overeenstemming bestaat over het belang van executieve functies, maar dat de wijze waarop deze functies worden geordend en benoemd sterk verschilt per model en bron. Vooral bij functies als plannen wordt zichtbaar hoe uiteenlopende accenten kunnen leiden tot verschillende interpretaties en begeleidingsstrategieën. Tegelijkertijd is duidelijk dat deze verschillen niet betekenen dat de functies los van elkaar staan; ze verwijzen telkens naar samenhangende processen die gezamenlijk doelgericht handelen mogelijk maken.

In het volgende artikel (deel 7) wordt verder ingezoomd op de afzonderlijke executieve functies. Per functie wordt beschreven wat deze inhoudt, hoe zij zich ontwikkelt en hoe zij zich uit in het gedrag van kinderen en jongeren. Daarmee wordt de brug geslagen van theoretische indelingen naar concrete observaties en handelingsmogelijkheden in de onderwijspraktijk.

“Executieve functies laten zich niet vangen in één indeling, maar vragen om begrip van samenhang, ontwikkeling en toepassing in de praktijk.”

Bronnen

De volledige bronnenlijst van deze artikelenserie vind je hier.

Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.