Cognitieve en executieve functies (8): Cognitieve en executieve functies in samenhang
Emiel van Doorn
Trainer, mediator, coach, ontwikkelaar mediërend leren en IVP-trainer bij Stichting StiBCO
Geraadpleegd op 13-03-2026,
van https://wij-leren.nl/relatie-cognitieve-executieve-functies-belang-executief-functioneren.php.
Laatst bewerkt op 18 december 2025

Cognitieve en executieve functies. Twee begrippen die in het onderwijs voortdurend rondzingen, maar vaak door elkaar worden gehaald. Wat maakt een kind in staat om informatie op te nemen, te verwerken en om te zetten in doelgericht gedrag? En hoe hangen die denk- en regelfuncties precies met elkaar samen? In deze serie nemen we je stap voor stap mee in het fundament van leren. We verkennen wat cognitieve functies zijn, hoe executieve functies werken en waarom ze niet los van elkaar te begrijpen zijn. Dit artikel is onderdeel van een serie waarin de cognitieve en executieve functies uitgelegd worden en waarin de relatie gelegd wordt tussen deze functies. Hier staat een overzicht van alle artikelen en bronnen.
In dit afsluitende artikel van de reeks worden de kerninzichten uit de voorgaande artikelen samengebracht. Centraal staat de samenhang tussen cognitieve functies, executieve functies en metacognitie, de beperkingen van meten en trainen en de betekenis hiervan voor onderwijs en begeleiding. Tot slot worden concrete hulpmiddelen verstrekt die in te zetten zijn in het onderwijs.
Dit is het achtste en laatste deel van een artikelenserie over cognitieve en executieve functies. Lees ook de overige delen van deze serie:
- Deel 1: Wat zijn cognitieve functies?
- Deel 2: Cognitieve kennis
- Deel 3: Uitwerking van de cognitieve functies-deel 1
- Deel 4: Uitwerking van de cognitieve functies-deel 2
- Deel 5: Inleiding op executieve functies
- Deel 6: Discussie over executieve functies
- Deel 7: Componenten van de executieve functies en hun ontwikkeling
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen, tips en infographics? Schrijf je dan in voor het gratis kennisdossier 'executieve functies' van de Wij-leren Academie.
Cognitieve functies en executieve functies: geen losse domeinen
Cognitieve functies vormen de basis van het denken. Het gaat om functies als waarnemen, nauwkeurig zijn, vergelijken, relaties leggen, analyseren en logisch denken. Deze functies bepalen hoe informatie wordt opgenomen, verwerkt en weergegeven. Zij zijn nodig om tot begrip te komen en kennis te construeren.
Executieve functies worden vaak beschreven als de ‘regelfuncties’ van het denken. Zij sturen het gebruik van cognitieve functies aan en maken doelgericht gedrag mogelijk. Voorbeelden zijn plannen, impulsremming, aandacht reguleren, timemanagement, flexibiliteit en doelgericht handelen. In de neuropsychologie worden executieve functies daarom ook wel gezien als hoogontwikkelde cognitieve functies.
Belangrijk is dat deze functies niet los van elkaar functioneren. Executieve functies kunnen niet worden ingezet zonder onderliggende cognitieve functies. Omgekeerd blijven cognitieve functies zonder executieve sturing vaak steken op het niveau van potentie: kennis en vaardigheden komen dan niet tot handelen.
“Zonder executieve sturing blijft cognitieve potentie vaak ongebruikt.”
Problemen met executieve functies
Onderzoek laat zien dat problemen met executieve functies zich grofweg op twee terreinen manifesteren. Enerzijds zijn er problemen die zich vooral uiten in leren en denken. Het gaat dan om moeite met redeneren, plannen van cognitieve stappen, het toepassen van leerstrategieën en het controleren van eigen werk. Dit heeft directe gevolgen voor schoolse taken, studie en beroepsmatige ontwikkeling. Anderzijds zijn er problemen die vooral zichtbaar worden in structureren en organiseren. Denk aan moeite met plannen, organiseren, tijd inschatten, gedrag reguleren en taken initiëren. Deze problemen komen niet alleen op school voor, maar ook thuis, in werk- en privésituaties.
In beide gevallen geldt dat begeleiding niet kan starten bij een etiket, maar bij een analyse van wat er precies misgaat en wat wel lukt. Het formuleren van leerdoelen gebeurt idealiter samen met het kind of de jongere, met aandacht voor kwaliteiten, context en draagkracht.
“Effectieve begeleiding begint niet bij wat ontbreekt, maar bij wat al lukt en van daaruit versterkt kan worden.”
Muriel Deutsch Lezak (een Amerikaanse neuropsycholoog) benadrukt dat verstoringen in executieve functies vaak zichtbaar worden in gedrag, niet per se in intellectuele prestaties. Problemen met zelfcontrole, zelfhandhaving, motivatie, plannen of het uitvoeren van handelingen in de juiste volgorde zijn typische signalen. Deze problemen raken direct aan doelgericht handelen. Een belangrijk inzicht van Lezak is dat executieve functiestoornissen in testsituaties vaak onderbelicht blijven. Tests zijn sterk gestructureerd: de onderzoeker bepaalt het begin en einde, geeft instructies, bewaakt de tijd en structureert het handelen. Precies die functies die bij executieve problemen zwak zijn, worden in testsituaties dus overgenomen door de omgeving. Het gevolg is dat iemand in een test relatief goed kan functioneren, terwijl het dagelijks functioneren ernstig wordt belemmerd.
Dit verklaart waarom mensen met intacte cognitieve functies en soms zelfs een hoge IQ-score, toch grote problemen kunnen ervaren in zelfstandig functioneren. Wanneer executieve functies zijn aangetast, heeft dit gevolgen voor alle levensdomeinen: leren, werken, sociale relaties en zelfzorg.
"Executieve problemen laten zich niet altijd zien in tests, maar wel in het dagelijks leven."
Meten en beoordelen: voorzichtigheid is geboden
Een belangrijk knelpunt in de praktijk is het ontbreken van eenduidige meetinstrumenten voor executieve functies. In tegenstelling tot cognitieve functies bestaan er nauwelijks tests die executieve functies rechtstreeks meten. Vaak worden vragenlijsten en observaties gebruikt, maar deze zijn onvermijdelijk subjectief en contextafhankelijk. Daarom is zorgvuldigheid essentieel. Observaties en interpretaties krijgen pas betekenis wanneer ze worden besproken met het kind of de jongere zelf. In lijn met het concept Mediërend Leren vraagt effectieve begeleiding om gezamenlijke reflectie en commitment. Zonder eigenaarschap bij de leerling is transfer naar het dagelijks leven nauwelijks mogelijk. Het is bij begeleiding altijd van belang dat leraar, materiaal en leerling op elkaar aansluiten, zodat er in de zone van naaste ontwikkeling gewerkt kan worden (zie Figuur 1)
"Executieve functies laten zich niet objectief vangen, maar worden zichtbaar in het dagelijks handelen."

Figuur ......
Het informatieverwerkingsmodel als denkkader
Om de samenhang tussen cognitieve en executieve functies inzichtelijk te maken, kan het informatieverwerkingsmodel helpen. Dit model (zie Figuur 2) beschrijft drie fasen: opname, verwerking en weergave.
In de opnamefase gaat het om waarnemen, aandacht richten en relevante informatie selecteren.
In de verwerkingsfase worden gegevens geordend, geanalyseerd en met elkaar in verband gebracht.
In de weergavefase wordt informatie omgezet in handelen, taal, schrijven of ander gedrag.

Figuur 2. Het informatieverwerkingsmodel
Het informatieverwerkingsmodel geeft sterk verkort weer wat er in een individu gebeurt, wanneer hij/zij iets waarneemt, het verwerkt in zijn/haar brein en vervolgens laat zien wat hij/zij met die waarneming en verwerking doet. Tussen waarnemen enerzijds en handelen anderzijds, verricht een individu in een hoog tempo een heleboel denkhandelingen (maakt gebruik van de cognitieve functies).
“Wat een leerling laat zien in gedrag is het eindpunt van een complex proces van waarnemen, verwerken en handelen.”
Executieve functies sturen dit proces voortdurend aan. Tegelijkertijd vraagt elke fase om specifieke cognitieve functies. Problemen in executieve functies kunnen daarom niet los worden gezien van beperkingen in één of meerdere cognitieve functies. Wanneer ondersteuning zich uitsluitend richt op een executieve functie, zonder aandacht voor de onderliggende cognitieve processen, is de kans op succes beperkt.
Het informatieverwerkingsmodel is al met al een hulpmiddel om:
- inzicht te krijgen in het proces van informatieverwerking;
- te kunnen diagnosticeren waarom mensen bepaalde deficiënties vertonen;
- gerichte ondersteuning te kunnen bieden.
"Wie alleen aan executieve functies werkt, maar de onderliggende denkprocessen negeert, bouwt op een wankele basis."
In onderstaande tabellen staat een aantal voorbeelden uit de verschillende fasen van het informatieverwerkingsmodel. Je ziet per fase een executieve functie, een deficiënte cognitieve functie en een efficiënte cognitieve functie die als tegenhanger kan dienen. Hieronder enkele voorbeelden uit de verschillende fasen (let op: deze tabellen bevatten voorbeelden en geven geen volledige weergave).
Opnamefase
| Executieve functie | Ontoereikende cognitieve functie | Efficiënte tegenhanger(s) Cognitieve functies |
| Aandacht richten en volhouden | Vage, onvolledige en/of vluchtige waarneming, wat tot gevolg kan hebben dat er onvolledige associaties worden gelegd. | Waarnemen |
Reactie-inhibitie | Impulsief, niet planmatig en/of onsystematisch verkennend en onderzoekend gedrag. | Waarnemen |
Timemanagement | Het ontbreken van deugdelijke tijdsystemen. Dit belemmert het gestructureerd beschrijven of omschrijven van gebeurtenissen en/of tijdrelaties. Daarbij gaat het naast toepassen van tijdseenheden ook om tijdsgevoel. | Waarnemen |
Verwerkingsfase
| Executieve functie | Ontoereikende cognitieve functie | Efficiënte tegenhanger(s) Cognitieve functies |
| Planning, prioritering en overzicht | Beperkingen bij het herkennen, identificeren en/of definiëren van een probleem. | Waarnemen Nauwkeurig zijn Niet impulsief Ruimtelijke relaties Gegevens verzamelen Relaties leggen Vergelijken Relaties leggen Elimineren Selecteren Tijdsrelaties Classificeren Plannen Analyseren |
| Niet in staat zijn om relevante van niet-relevante aanwijzingen te onderscheiden bij het (her)formuleren van een probleem. |
Weergavefase
| Executieve functies | Ontoereikende cognitieve functie | Efficiënte tegenhanger(s) Cognitieve functies |
Reactie- inhibitie | Egocentrisch communiceren. De behoefte om te zorgen dat de ander het antwoord begrijpt wordt niet gevoeld. Er wordt vanuit gegaan dat de ander hetzelfde denkt en/of weet. | Waarnemen Niet impulsief zijn Etiketteren Niet egocentrisch communiceren Vergelijken Analyseren Logisch denken Breed denken |
| Flexibiliteit | Blokkeren, vast blijven zitten in eerder verworven oplossingstechnieken of het niet benutten van bestaande door anderen geformuleerde oplossingstechnieken. | Waarnemen Nauwkeurig zijn Niet blokkeren Niet impulsief zijn Gegevens verzamelen Vergelijken Relaties leggen Niet egocentrisch communiceren Systematisch werken Analyseren Veronderstellingen maken Logisch denken Breed denken Onveranderbaarheid inzien |
Transfer, metacognitie en de rol van reflectie
Een centraal thema in de discussie over executieve functies is transfer: het toepassen van wat geleerd is in nieuwe situaties. Transfer is zelden vanzelfsprekend. Trainingen of interventies leiden vaak tot verbetering binnen de getrainde taak, maar nauwelijks tot verbetering daarbuiten. Metacognitie speelt hierin een sleutelrol. Metacognitie verwijst naar het vermogen om na te denken over het eigen denken en leren: weten wat je doet, waarom je het doet en wanneer een andere aanpak nodig is. Reflectie maakt het mogelijk om ervaringen te overstijgen en toe te passen in andere contexten. Zonder metacognitieve reflectie blijven vaardigheden contextgebonden. Daarom is het expliciteren van denkprocessen, keuzes en strategieën belangrijker dan het aanleren van losse trucjes.
"Zonder reflectie blijft leren gebonden aan de situatie waarin het plaatsvond."
De rol van omgeving en onderwijs
Executieve functies ontwikkelen zich niet vanzelf. Kinderen worden geboren met de potentie om deze functies te ontwikkelen, maar de omgeving bepaalt in sterke mate hoe dit verloopt. Ouders, leraren en begeleiders creëren de context waarin ervaringen worden opgedaan.
In het onderwijs betekent dit dat structuur, voorspelbaarheid, warme relaties en expliciete begeleiding cruciaal zijn. Leraren modelleren gedrag, leren routines aan en bieden activiteiten aan die een beroep doen op executieve functies. Daarmee dragen zij bij aan leren, motivatie en zelfregulatie.
Tegelijkertijd is ontwikkeling ongelijk verdeeld. Omgevingsfactoren en biologische kwetsbaarheden dragen bij aan kansenongelijkheid. Juist daarom is het onderwijs een belangrijke plek om compenserend en ondersteunend te werken, zonder te vervallen in simplificatie of snelle labeling.
“Onderwijs beïnvloedt niet alleen wat kinderen leren, maar ook hoe zij leren sturen, volhouden en richting geven aan hun gedrag.”
Tot slot: samenhang als uitgangspunt
Cognitieve functies, executieve functies en metacognitie vormen samen één samenhangend systeem. Ze ontwikkelen zich over tijd, zijn contextafhankelijk en laten zich niet los van elkaar begrijpen of ondersteunen. Problemen in leren en gedrag vragen daarom om analyse, nuance en maatwerk.
Ondersteuning begint niet bij het trainen van een functie, maar bij het begrijpen van het kind in zijn context. Ontwikkeling vraagt tijd, begeleiding en realistische verwachtingen. Met die blik kan het onderwijs bijdragen aan niet alleen schoolsucces, maar ook aan brede persoonlijke ontwikkeling en duurzaam functioneren.
Hulpmiddelen
Hieronder wordt een aantal hulpmiddelen gegeven die te gebruiken zijn bij het analyseren van cognitieve en executieve functies.
| Benoem je eigen sterkste en zwakste cognitieve functie ©StiBCO | |||||
| sterkste | sterk | neutraal | zwak | zwakste | |
| Waarnemen | |||||
| Nauwkeurig zijn | |||||
| Niet impulsief zijn | |||||
| Niet Blokkeren | |||||
| Ruimtelijke relaties leggen | |||||
| Gegevens verzamelen | |||||
| Etiketteren | |||||
| Vergelijken | |||||
| Relaties leggen | |||||
| Elimineren | |||||
| Selecteren | |||||
| Niet egocentrisch communiceren | |||||
| Tijdsoriëntatie | |||||
| Systematisch werken | |||||
| Classificeren | |||||
| Plannen | |||||
| Analyseren | |||||
| Veronderstellingen maken | |||||
| Logisch denken | |||||
| Breed denken | |||||
| Onveranderbaarheid inzien | |||||
| Verinnerlijken | |||||
| Benoem je eigen sterkste en zwakste executieve functie ©StiBCO | |||||
| sterkste | sterk | neutraal | zwak | zwakste | |
| Planning/prioritering | |||||
| Organisatie | |||||
| Timemanagement | |||||
| Werkgeheugen | |||||
| Metacognitie | |||||
| Reactie-inhibitie | |||||
| Emotieregulatie | |||||
| Volgehouden aandacht | |||||
| Taakinitiatie | |||||
| Flexibiliteit | |||||
| Doelgericht gedrag | |||||
| Welke executieve functies zitten erin? ©StiBCO | |
| Spel/materiaal/werkblad etc.: | |
| Geef aan of het materiaal er een beroep op doet. | |
| Planning/prioritering | |
| Organisatie | |
| Timemanagement | |
| Werkgeheugen | |
| Metacognitie | |
| Reactie-inhibitie | |
| Emotieregulatie | |
| Volgehouden aandacht | |
| Taakinitiatie | |
| Flexibiliteit | |
| Doelgericht gedrag | |
| Welke cognitieve functies zitten erin? ©StiBCO | |
| Spel/materiaal/werkblad etc.: | |
| Geef aan of het materiaal er een beroep op doet. | |
| Waarnemen | |
| Nauwkeurig zijn | |
| Niet impulsief zijn | |
| Niet blokkeren | |
| Ruimtelijke relaties leggen | |
| Gegevens verzamelen | |
| Etiketteren | |
| Vergelijken | |
| Relaties leggen | |
| Elimineren | |
| Selecteren | |
| Niet egocentrisch communiceren | |
| Tijdsoriëntatie | |
| Systematisch werken | |
| Classificeren | |
| Plannen | |
| Analyseren | |
| Veronderstellingen maken | |
| Logisch denken | |
| Breed denken | |
| Onveranderbaarheid inzien | |
| Verinnerlijken | |
Bronnen
De volledige bronnenlijst van deze artikelenserie vind je hier.
Leestip: Zet in op de ontwikkeling van cognitieve functies!
Dit boek van Emiel van Doorn en Floor van Loo geeft handvatten om de cognitieve functies te stimuleren.

