Hoe kan het middelbaar beroepsonderwijs het uitvalrisico van werkende volwassenen die een vervolgopleiding doen verlagen?

Geplaatst op 16 juni 2020

Samenvatting

De beslissing om met een studie te stoppen, is de uitkomst van een afwegingsproces waarin meerdere factoren een rol spelen. Op persoonlijk vlak is vooral studiemotivatie bepalend voor het afronden van een opleiding. Daarnaast zijn steun in de sociale omgeving en een goede aansluiting van de opleiding bij het niveau van de student belangrijke factoren. Opleidingen kunnen het studierendement verhogen met studiebegeleiding en een onderwijskundige vormgeving die past bij het leven van werkende studenten. Verder helpen goede docenten en investeren in de betrokkenheid van studenten bij de opleiding uitval te voorkomen.

Een uitvaller is iemand die stopt met een opleiding. Er is weinig bekend over uitval van werkende volwassenen die een mbo-opleiding volgen. Er is wel kennis over deze groep in het hoger onderwijs, met het accent op onderwijsrendement in relatie tot uitval en studievertraging.

Risico’s en kansen van volwassen studenten

Onder studenten met veel zelfvertrouwen en een hoge intrinsieke motivatie is de kans op uitval laag. Studenten die hun studiezaken goed regelen en planmatig te werk gaan, hebben meer kans op studiesucces dan studenten die uitstelgedrag vertonen. Ook resultaatgerichtheid, doorzettingsvermogen, ambitie en zelfdiscipline hebben een sterke relatie met studiesucces. Om uitvalrisico te verkleinen, moet de vooropleiding goed aansluiten op de in de vervolgopleiding veronderstelde voorkennis.

Studenten die weinig steun krijgen vanuit hun werk, gezin of sociale omgeving, lopen een grotere kans om uit te vallen. Hetzelfde geldt voor studenten zonder vaste werkplek en vaste studiemomenten. Een drukke baan of veranderende gezinssamenstelling verhogen het risico op uitval.

Geen van de kenmerken is op zichzelf een doorslaggevende reden voor uitval. Aan de beslissing om te stoppen gaat vaak een fase van de voor- en nadelen afwegen vooraf. Daarin kan voor de ene student de beslissing anders uitvallen dan voor een andere. Er is in dat opzicht geen duidelijk onderscheid tussen uitvallers en blijvers.

Risico’s en kansen vanuit de opleidingen

Opleidingen hebben geen invloed op iemands persoonlijke omstandigheden of persoonskenmerken. Ze kunnen het afwegingsproces van studenten om al dan niet door te gaan, wel beïnvloeden door een omgeving te scheppen die hun motivatie verhoogt. Zo helpt betrokkenheid van een student bij de opleiding uitval te voorkomen. Voor veel studenten is de sfeer in de opleidingsgroep een factor om de studie al dan niet voort te zetten. Het is belangrijk dat de opleiding al bij aanvang van de studie contactmomenten organiseert om een basis te leggen voor academische en sociale integratie.

Studiebegeleiding, bijvoorbeeld aanvullende instructie over moeilijke onderwerpen van een cursus, heeft een gunstig effect op het onderwijsrendement. Ondersteunende workshops in het eerste studiejaar hebben eenzelfde effect. Persoonlijke leer- en studiebegeleiding helpt de student om te gaan met een ‘schools’ ritme en het verbeteren van leervaardigheden. Met proefstuderen maken studenten op concrete wijze kennis met de inhoud en vereisten van een opleiding.

Opeenvolgende programmering van onderdelen maakt het voor studenten makkelijker om hun studie te plannen. Als de opleiding onderdelen na elkaar programmeert, concurreren ze niet om de tijd van de student. Dat geldt ook voor grote zelfstudieopdrachten zoals het schrijven van een paper. Als die parallel geprogrammeerd worden, gaat de tijd die studenten in de opdrachten steken ten koste van de tijd voor andere studieonderdelen.

Last but not least: De kwaliteit van de instructie doet ertoe. Er is een directe relatie tussen de studievoortgang en de kwaliteit van de instructie, vooral het structureren en organiseren van de lesstof door de docent.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Anneke Westerhuis (antwoordspecialist) en Melissa van Amerongen (kennismakelaar Kennisrotonde).

Vraagsteller: Kwaliteitsmanager mbo

Vraag

Welke persoonskenmerken verhogen het uitvalrisico van werkende volwassenen die in het middelbaar beroepsonderwijs een vervolgopleiding doen - en hoe kunnen opleidingen dat risico verlagen?

Kort antwoord

De beslissing om met een studie of te stoppen kan door veel factoren zijn ingegeven. Op persoonlijk vlak is vooral studiemotivatie bepalend voor het afronden van een opleiding, maar ook steun in de sociale omgeving en een goede aansluiting van de opleiding bij het daadwerkelijk niveau van de student. Opleidingen kunnen het studierendement verhogen met goede studiebegeleiding, een onderwijskundige vormgeving die aansluit bij het leven van werkende studenten, goede docenten en investeren in de betrokkenheid van studenten bij de opleiding en de instelling.

Toelichting antwoord

1 Onderzoek naar studieuitval

Gebruikelijke aanduidingen voor het stoppen met een opleiding zijn voortijdig schoolverlaten (VSV) en (studie)uitval. De term voortijdig schoolverlater is gereserveerd voor jongeren van 12 tot 23 jaar die het onderwijs verlaten zonder diploma op minimaal havo- of mbo-2 niveau.[1] Een uitvaller is iemand, van welke leeftijd dan ook, die stopt met een opleiding, welke dan ook. In deze literatuurstudie richten we ons op uitval van volwassen beroepsbeoefenaren die een mbo-beroepsopleiding zijn gaan volgen na hun initiële onderwijsfase, bijvoorbeeld met een mbo-niveau 2 diploma een mbo-niveau 3 kwalificatie willen halen.

Er zijn veel (overzicht)studies over de uitval van jongeren uit het onderwijs beschikbaar, inclusief het mbo (bijv. Herweijer, 2008; De Baat & Foolen, 2012; Petit & Slichte 2016; Vugteveen & Timmermans, 2017), maar amper recente studies specifiek naar uitval van werkende volwassenen die post-initieel een mbo-opleiding volgen. Er zijn wel studies over volwassenen die, doorgaans naast hun baan, een post-initiële opleiding volgen in het hoger beroepsonderwijs of het universitair onderwijs. Deze studies zijn de belangrijkste bronnen geweest voor de beantwoording van de vraag.

Kenmerkend voor deze studies is evenwel dat vaak niet uitval, maar onderwijsrendement onderwerp van onderzoek is. Zowel uitval als studievertraging zijn een aanslag op het onderwijsrendement (zie bijv. Inspectie van het Onderwijs, 2009; Van der Veen, et al., 2013). Met name in onderzoek naar opleidingskenmerken (beschreven in paragraaf 3) staan effecten op het onderwijsrendement, en niet separaat op uitval óf vertraging, centraal.

2 Welke kenmerken van volwassen studenten verhogen of verlagen het risico op uitval? 

De relatie tussen uitval en de kenmerken en achtergronden van studenten

Er is veel onderzoek gedaan naar het effect van persoonskenmerken op uitval. We zetten de in de wetenschappelijke literatuur vaak genoemde factoren die de kans op uitval van volwassenen verhogen op een rij:

  • Feltzer en Rickli (2009) concluderen in een uitgebreid literatuuronderzoek dat vooral onder studenten met veel zelfvertrouwen die sterk intrinsiek gemotiveerd zijn de kans op uitval laag is. En ‘netheid’ is belangrijk: studenten die hun studiezaken goed regelen en planmatig te werk gaan hebben meer kans op studiesucces dan studenten die uitstelgedrag vertonen. Ook resultaatgerichtheid, doorzettingsvermogen, ambitie en zelfdiscipline hebben een sterke relatie met studiesucces. Al deze kenmerken zijn aspecten van ‘conscientiousness’, een van de vijf persoonlijkheidskenmerken vertaald door de auteurs in ‘de manier waarop we onze impulsen controleren en reguleren’. Kenmerken van het persoonlijkheidskenmerk neurotism[2], met aspecten als (faal)angst, spanning, impulsiviteit en gebrek aan zelfvertrouwen, vergroten de kans op uitval.
  • Ook in de aansluiting tussen de kennis en vaardigheden van de persoon met de nieuwe opleiding vinden we factoren die invloed hebben op de kans op uitval. Zowel voor jonge als volwassen studenten geldt dat een vooropleiding die niet aansluit bij de in de opleiding veronderstelde voorkennis, de kans op uitval groter maakt (Bosman, 1992; Petit & Sligte, 2016; Sneijers & De Witte, 2016). De kans op uitval is ook groter als studenten hun intelligentie en vaardigheden overschatten in relatie tot de opleidingsvereisten (Open Universiteit, 2011).
  • De sociale omgeving heeft ook invloed op uitval. Studenten die weinig steun krijgen vanuit hun werk, gezin of sociale omgeving om een opleiding te volgen, lopen een grotere kans om uit te vallen. Hetzelfde geldt voor studenten met studieomstandigheden die ontoereikend zijn: geen vaste werkplek, geen vaste studiemomenten. Ook volwassenen die feitelijk (tijdelijk) te weinig tijd hebben voor een studie (drukke baan, een veranderende gezinssamenstelling), vallen eerder uit (Open Universiteit, 2011). 

Uitval als afweging

Geen van de genoemde kenmerken is op zichzelf een doorslaggevende verklaring voor uitval. Factoren of omstandigheden kunnen elkaar compenseren en aan de beslissing om te stoppen gaat vaak een fase van het afwegen van de voor- en nadelen vooraf. Daarin kan voor de ene persoon de afweging anders uitvallen dan voor een andere. Er is dan ook geen duidelijk onderscheid tussen uitvallers en blijvers. Ook ‘blijvers’ kunnen overwegen om te stoppen, maar voor hen hebben motieven om door te gaan zwaarder gewogen (Bosman, 1992). Iemand met een sterk intrinsieke motivatie is wellicht meer bereid om hobbels op zijn pad voor lief te nemen dan iemand met een matige motivatie. Ook blijkt dat mensen met bijvoorbeeld minder competenties (minder intelligentie of een handicap) maar een sterke motivatie, toch met succes een studie kunnen afronden (Feltzer & Rickli, 2009).

3 Welke opleidingskenmerken verhogen of verlagen het risico op uitval in vervolgonderwijs voor werkende volwassenen? 

Opleidingen hebben weinig invloed op iemands persoonlijke omstandigheden of persoonskenmerken, maar ze kunnen wel in de opzet van studieprogramma’s barrières slechten - of opwerpen (Bosman, 1992; Ruis, 2007; Open Universiteit, 2011). Wat zijn bewezen effectieve interventies in de vormgeving van opleidingen waarmee opleidingsaanbieders uitval kunnen voorkomen of het onderwijsrendement kunnen verhogen? Onderstaand overzicht is samengesteld op basis van Bosman (1992), Ruis (2007) en Sneijers en De Witte (2016).

Studiebegeleiding

  • Studenten die een verkeerde studiekeuze maken, niet passend bij hun talenten of toekomstwensen, lopen meer kans om uit te vallen. Verwachtingen en wensen kunnen in studiekeuzegesprekken worden besproken zodat iemand de gelegenheid krijgt om een passende keuze te maken.
  • Studiebegeleiding in de vorm van aanvullende instructie over moeilijke onderwerpen van een cursus heeft een gunstig effect op het onderwijsrendement, zeker als de instructie wordt gegeven bij de aanvang van de studie. Ondersteunende workshops in het eerste studiejaar hebben eenzelfde effect.
  • Persoonlijke leer- en studiebegeleiding helpt de student te leren omgaan met een ‘schools’ ritme en het verbeteren van de gevraagde leervaardigheden.
  • Met proefstuderen maken studenten op de meest concrete wijze kennis met de inhoud en vereisten van een opleiding.

Onderwijskundige vormgeving van de opleiding

  • Contacturen zijn een randvoorwaarde voor zelfstudie, maar alleen als de contacturen van de opleiding zinvolle zelfstudie uitlokken. Het is beter om zelfstudie in te zetten als voorbereiding op een les, dan om dat wat in de les behandeld is te laten verwerken, want studenten stellen verwerken van lesstof in bijvoorbeeld opdrachten vaak uit.
  • Sequentiële programmering van onderdelen maakt het voor studenten makkelijker om hun studie te plannen. Als onderdelen na elkaar worden geprogrammeerd, concurreren ze niet om de tijd van de student. Dat geldt ook voor grote zelfstudieopdrachten zoals het schrijven van een paper; als die parallel geprogrammeerd worden gaat de tijd die studenten in de opdrachten steken ten koste van de tijd voor andere cursusonderdelen.
  • Een hoge kwaliteit van toetsen kan ervoor zorgen dat alleen studenten die de stof niet beheersen zakken. Te gedetailleerde vragen, onduidelijke stofomschrijvingen, onnauwkeurige formuleringen of vragen die geen betrekking hebben op de leerstof kunnen resulteren in onnodige studievertraging.
  • Een compensatorische examenregeling maakt het mogelijk dat studenten goede resultaten op het ene onderdeel kunnen gebruiken als compensatie voor een ander, als onvoldoende beoordeeld, onderdeel. Dit hoeft niet ten koste te gaan van de kwaliteit van een opleiding. Dit heeft een positieve invloed op het studierendement.
  • Een flexibele opzet van de opleiding biedt mogelijkheden om het niveau van en het tempo waarin de theorie worden gegeven aan te passen.

Kwaliteit van de docenten

De kwaliteit van de instructie doet ertoe: er is een directe relatie tussen de studievoortgang en de kwaliteit van de instructie, met name het structureren en organiseren van de lesstof door de docent.

Sociale dynamiek

  • Grote betrokkenheid van een student bij de opleiding kan helpen om uitval te voorkomen. Voor veel studenten blijkt de ervaren sfeer in de opleidingsgroep een factor in de afweging om een opleiding al dan niet voort te zetten. Daarom is het belangrijk dat de opleiding juist bij de aanvang van de studie contactmomenten organiseert om een voorspoedige academische en sociale integratie te bewerkstelligen[3].

4 Conclusies

Er zijn veel factoren die de kans op uitval uit een beroepsopleiding voor volwassenen kunnen reduceren of vergroten. Uitval is de uitkomst van een besluitvormingsproces waarin meerdere factoren een rol spelen. Er is daarbij niet één factor allesbepalend en in dat proces kunnen factoren elkaar versterken, maar elkaar ook compenseren. Voor opleidingsaanbieders is dit een interessant gegeven: lagere intelligentie is een uitvalrisico, maar opleidingskenmerken kunnen ‘tegenwicht’ bieden. Zo redt iemand die sterk gemotiveerd is het misschien ook met minder intellectuele capaciteiten. En bijvoorbeeld iemand die niet sterk intrinsiek gemotiveerd is kan zich met steun van familie of goede mentoring toch zo betrokken blijven voelen bij de opleiding dat stoppen (uitval) niet wordt overwogen.

Geraadpleegde bronnen 


[2] De andere drie persoonlijkheidskenmerken zijn: extraversion (mate waarin mensen geneigd zijn naar sociabiliteit, ervaren van positieve emoties en hoge activiteit), agreeableness (vertrouwen, openhartig, altruïsme, flexibel, bescheiden, teder) en openness (ontvankelijkheid voor nieuwe ideeën).  Zie bijvoorbeeld: https://www.dsm-5.nl/documenten/dsm-5_whitepaper_gina_rossi.pdf.

[3] Academische integratie staat voor de identificatie van studenten met hun studie en hun instelling, dat ze zich op hun gemak voelen in colleges/werkgroepen en gelegenheid hebben met docenten en studenten in contact te treden. Sociale integratie staat voor de interactie van een student met medestudenten en andere betrokkenen. De afbakening is enigszins willekeurig; academische integratie is ingebed in het sociale systeem: colleges volgen is naast een academische, ook een sociale activiteit. Voor het beantwoorden van de vraag lijkt vooral academische integratie relevant omdat die door activiteiten van de opleidingsaanbieder bevorderd/ versneld kan worden.

 

Gerelateerd

E- learning module
Jongens en meiden in de klas (vo)
Jongens en meiden in de klas (vo)
Inspelen op de verschillen in ontwikkeling, motivatie en leervoorkeuren
Medilex Onderwijs 
Passend mbo onderwijs
Passend onderwijs in het mbo maakt meer los dan gedacht
Annemieke Top
MBO en ouders
Ouderbetrokkenheid op het mbo noodzakelijk voor schoolsucces!
Peter de Vries


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Betrokkenheid in een video van één minuut uitgelegd
Betrokkenheid in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Motivatie in een video van één minuut uitgelegd
Motivatie in een video van één minuut uitgelegd
redactie
Hoeveel eigenaarschap kunnen professionals aan? Tjipcast 0012
Hoeveel eigenaarschap kunnen professionals aan? Tjipcast 0012
redactie
Welk effecten heeft het combineren van klassen?
Welke effecten heeft het combineren van klassen?
Welk verband bestaat er tussen leesmotivatie en begrijpend lezen?
Beïnvloedt leesmotivatie de prestaties voor begrijpend lezen?
Verwachtingen van werkgevers over mbo studenten
Welke verwachtingen schept een MBO-excellentieprogramma?
Motiveren van mbo-studenten voor presentaties
Hoe gaan mbo-studenten presenteren leuk vinden?
Kenmerken leeromgeving en studiesucces mbo studenten
Wat bevordert studiesucces van mbo-studenten als zij een vervolgstudie doen?
Mbo studenten begeleiden naar succesvol zelfsturend leren
Hoe zorg je dat een mbo-student zichzelf succesvol aanstuurt?
Aanpak theorie en praktijk onderzoekende houding
Hoe stimuleer je een onderzoekende houding bij studenten?
Intensieve mentoring ongemotiveerde havo-jongens
Is intensieve mentoring helpend voor ongemotiveerde jongen?
Theorie leervoorkeuren invloed op leerresultaten
Heeft kennis over leervoorkeuren invloed op leren?
Uitvalrisico op mbo verlagen
Hoe verklein je uitvalrisico van werkende volwassenen op mbo?
Professionele leergemeenschappen
Professionele leergemeenschappen in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs: Effecten van wederzijdse afhankelijkheid o...
Studiekeuze vmbo
De rol van ouders bij studiekeuze en beroepskeuze in (v)mbo
Competentiegericht beroepsonderwijs
Teamleren in het kader van competentiegericht beroepsonderwijs
Ontwikkeling vakmanschap
Ontwikkeling van vakmanschap in het beroepsonderwijs
Invloed sturingsdynamiek VO/MBO
Invloed sturingsdynamiek op onderwijspraktijk van voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs
[extra-breed-algemeen-kolom2]




Uitvalrisico op mbo verlagen

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.