Ik heb ook wat te vertellen!

Helčn de Jong

Groepsleerkracht en redactielid bij Wij-leren.nl

 

  Geplaatst op 10 januari 2017

Jong, H. de (2017) Ik heb ook wat te vertellen!
Geraadpleegd op 30-04-2017,
van http://wij-leren.nl/ik-heb-ook-wat-te-vertellen.php

Communiceren met pubers en adolescenten

Hoe kun je goede gesprekken voeren met pubers en jeugdigen? Daarover gaat het boek Ik heb ook wat te vertellen van Martine F. Delfos. Lees hier een samenvatting met tips voor gesprekvoering.

Pubers willen hun hersens gebruiken, volwassenen zijn bang dat ze dat niet doen. Zij hebben de neiging om in communicatie de hersens van jongeren ‘uit’ te zetten. Hoe gaat dat dan in zijn werk, puberhersens op ‘aan’ zetten? Daarover gaat het boek Ik heb ook wat te vertellen! van Martine F. Delfos.

Groei en ontwikkeling puberteit

Alvorens in te gaan op communicatie met pubers wordt eerst informatie gegeven over wat puberteit en adolescentie inhouden. De term adolescentie wordt meestal alleen gebruikt voor het laatste deel van de periode: van achttien tot vijfentwintig jaar. Deze periode kenmerkt zich door groei en ontwikkeling op lichamelijk en psychisch gebied.

  • In de prepuberteit gaat het om sociale identiteit: hoe men ervaart dat de anderen hen zien.
  • In de puberteit gaat het om psychologische identiteit: hoe men zichzelf ervaart.

Tijdens de puberteit staan vrienden centraal. School is met name een ontmoetingsplaats met leeftijdgenoten.

Pubers opvoeden: vallen en opstaan

De democratische opvoeding sluit het meest aan bij adolescenten, omdat ze gekenmerkt wordt door overleg en gelijkwaardigheid. Laat dat nu juist datgene zijn waar de puber naar streeft.

Aandachtspunten tijdens de puberteit zijn:

  • het belang meningen uit te wisselen;
  • gehoord te worden;
  • aansluiting bij leeftijdgenoten;
  • risicogroepen;
  • drugs en alcohol;
  • depressie;
  • zelfdoding.

Geen enkele opvoeding beschermt tegen conflicten tijdens de puberteit maar bedenk dat de generatiekloof niet zo groot is als men vaak denkt. De jongere lijkt rond veertien zijn verstand te verliezen en psychische te ‘vertrekken’, maar komt na de puberteit gerijpt en krachtig ‘terug’.

Gesprekken voeren

De vraag is niet of jongeren een mening hebben, maar hoe we met hen kunnen communiceren om die mening te weten te komen.

Wat volwassenen vaak te weinig in de gaten hebben is dat adolescenten van hen willen leren. Ze willen argumenten van ouders en leerkrachten horen om daarmee beter te staan voor hun eigen mening tegenover leeftijdgenoten.

Iedereen is in feite zijn of haar lievelingsverhaal. Het gaat erom dat de situatie veilig is om het te vertellen. Als de volwassene benieuwd is naar wat de adolescent te vertellen heeft, voelt deze dat en is des te gemotiveerder om te vertellen.

Praktische tips

Tips voor een gesprek met pubers:

  • Belangrijk is om hun denkproces te begeleiden
  • De houding moet zijn dat men wil luisteren en het verhaal wil horen
  • Het is de kunst om gericht door te vragen (zie vraagtechnieken)
  • Het contact wordt beter als de volwassenen waardering uit voor het inzicht dat hij of zij door het gesprek met de adolescent heeft gekregen
  • Een bereidheid tonen te leren vanuit de volwassenen is respectvol en bevorderlijk voor de communicatie
  • De socratische instelling is de wijze bij uitstek waarop communicatie het meest vruchtbaar verloopt

Metacommunicatie

Onder metacommunicatie verstaan we het spreken over communicatie. Via metacommunicatie kun je een gesprek repareren dat stroef verloopt of als de communicatie verstoort wordt.

  • Maak het doel van het gesprek duidelijk
  • Laat een jongere weten wat je intenties zijn
  • Laat een jongere weten dat hij of zij mag zwijgen
  • Probeer te benoemen wat je voelt en volg wat je voelt
  • Nodig de jongere uit zijn of haar mening over het gesprek te geven
  • Maak metacommunicatie een vast onderdeel van je communicatie

Moderne communicatiemiddelen

Dit zijn de actuele adviezen voor ouders van pubers met betrekking tot internet:

  • Leer een kind nadenken over eigen en andermans privacy
  • Leer uw kind ‘kleine lettertjes’ te lezen op internet
  • Maak goede afspraken over aankopen via internet
  • Zorg dat uw kind veilig koopt
  • Stop niet met de seksuele opvoeding
  • Praat over geweld en seksisme in games
  • Houd elkaar op de hoogte van wetten en regels voor internetgebruik
  • Praat over auteursrechten en illegaal kopiëren
  • Praat over de technische bedreiging (met virussen en spam kunnen jongeren hun ouders vaak beter helpen dan andersom)
  • Leer uw kind zo min mogelijk gegevens in te vullen op registratieformulieren

Fasen in een gesprek

Soms kiest een jongere een ‘ongelukkig’ moment om een gesprek te beginnen. Vaak wil de jongere een onderwerp dan minder beladen bespreken en niet te lang. We noemen dit wel  ‘deurknopgesprekken’.  Een jongere kan er ook voor zorgen dat hij nooit alleen is met een volwassene, zodat deze geen gesprek kan beginnen. Hoe chaotisch een situatie ook is, het is mogelijk om lijn aan te brengen in de gespreksvoering.

  • De voorbereiding. Mentaal voorbereiden in de zin van het creëren van een warme en respectvolle gemoedstoestand is van groot belang.
  • De introductie. Jezelf voorstellen en naar de naam van de ander vragen schept een gevoel van ‘ertoe doen’. 
  • In de startfase van het gesprek is het belangrijk om tot een overeenkomst te komen. De jongere moet als het ware aangeven dat hij of zij akkoord gaat met het gesprek.
  • De romp. Hier vinden twee processen tegelijk plaats. Het ene is inhoudelijk en het andere is de aandacht voor het onderhouden van een goede relatie en sfeer. Jongeren kunnen in dit gedeelte weerstand en vermoeidheid gaan vertonen. Het is belangrijk dat de volwassene dit niet negeert en zijn onderwerp ‘er doorheen drukt’.
  • De afronding. Een gesprek moet niet abrupt afgebroken worden. Een korte evaluatie of samenvatting is passend.

Vraagtechnieken

In het voeren van gesprekken worden verschillende vraagtechnieken gebruikt. In de recensie van Luister je wel naar mij worden deze ook genoemd.

  • Sommige vraagtechnieken zijn geschikt om een gesprek op gang te krijgen of door te laten lopen.
  • Andere technieken voorkomen miscommunicatie, herstellen deze of zijn behulpzaam bij het afronden van een gesprek.

Het volgende voorbeeld toont wat er gebeurt bij verschillende keuzes van doorvragen.

Tjitske: “Ik word vanzelf boos, ik weet ook niet hoe dat komt!”

  • Doorvragen op ik: je zegt dat jij vanzelf boos wordt, bedoel je dat anderen dat niet zo hebben?
  • Doorvragen op word: je zegt ‘word’, eerst is het er dus niet?
  • Doorvragen op vanzelf: je zegt ‘vanzelf’, begrijp ik goed dat er geen duidelijke reden is?
  • Doorvragen op boos: je wordt dus vanzelf boos?
  • Doorvragen op de tweede ‘ik’: je zegt ‘ik weet niet hoe dat komt’. Dat meen je volgens mij, het lijkt me heel erg vervelend het zelf niet te weten?
  • Doorvragen op weet niet: je zegt dat je niet weet waardoor het komt. Weet je wel waardoor het niet komt?
  • Doorvragen op ook: je zegt ‘ook’, dat klinkt een beetje moedeloos, heb je soms al veel verzonnen wat het kan zijn dat je zomaar boos wordt?
  • Doorvragen op hoe: je zegt ‘hoe dat komt’, bedoel je het boos worden of dat het vanzelf komt?
  • Doorvragen op dat: je zegt hoe dát komt, ik wil je niet verkeerd begrijpen, bedoel je met ‘dat’ het boos worden, of het vanzelf boos worden?
  • Doorvragen op komt: je zegt hoe dat komt. Dat klinkt alsof het je overkomt. Klopt dat?
  • Doorvragen op de toon: Ik hoor verbazing en verdriet in je stem. Klopt dat?

De socratische methode

Het gaat bij de socratische wijze van gespreksvoering om het voeren van een wezenlijke dialoog. Socrates (470 tot 399 v.C.) schreef niets op. Wat we overgeleverd hebben gekregen komt van zijn leerling Plato. Socrates was uiterst bedreven in het vragen en doorvragen, zodat de ander zijn mening niet alleen kon vertellen, maar vooral ook kon ontwikkelen.

Socratische basisregels bij gespreksvoering:

  • Ervan overtuigd zijn dat de mens deskundig is over zichzelf
  • De deskundigheid van de ander naar buiten halen
  • Eerder vragen dan vertellen
  • Doen ontdekken

Tot slot

Het boek Ik heb ook wat te vertellen! sluit af met een aantal bijlagen:

  • oefeningen in het communiceren;
  • aandachtspunten;
  • kenmerken van communiceren leeftijdsgewijs.

Het boek ontsluit de wereld van de puber op indringende wijze. De logische opbouw en de vele oefeningen maken het boek ook geschikt als leerboek in opleidingen voor mensen die met jongeren werken.

Interessant om te lezen dat de socratische gespreksvoering de hersens van pubers op ‘aan’ zet. Wel zo handig als je ervaart dat hun hersens uitvallen of als ze last hebben van stroomstoring. Daar kan elke volwassene al dan niet beroepsmatig winst mee doen in het contact met jongeren!

Ik heb ook wat te vertellen is deel 2 in een serie van twee boeken over communicatie. Deel 1 gaat over communiceren met kinderen: Luister je wel naar mij?

N.a.v. Delfos, Martine F., Ik heb ook wat te vertellen! (9e druk 2016), ISBN 978 3 407 85728 6, tevens verschenen als e-bookversie, Uitgeverij SWP, 271 blz. € 29,90. Het boek is te bestellen via

 

Jong, H. de (2017) Ik heb ook wat te vertellen!
Geraadpleegd op 30-04-2017,
van http://wij-leren.nl/ik-heb-ook-wat-te-vertellen.php

Ik heb ook wat te vertellen



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.