Algemeen
Ontwikkelend bewegen Contextuele leerlingbegeleiding Contextuele benadering Ervaringsreconstructie Hyperfocus Genderstereotypering Luisteren naar jongeren Pubers begrijpen Leerlingen leren kennen Lef om te luisteren Seksuele diversiteit Luister je wel naar mŪj? Mindfulness oefeningen Mindfulness uitleg Mindfulness ineffectief Ontwikkeling jonge kind Tweelingen Ontwikkelingspsychologie Puberbrein binnenstebuiten Sociale pubers Talent binnenstebuiten Temperamentvolle kinderen Meisjes risicomijdend? Meer ruimte vrij spel Wiebelen en friemelen in de klas Zorg voor het kind
Intelligentie
Intelligentie Structuur Test IQ-test beelddenkers IQ onderzoek RAKIT-2 intelligentietest WISC-III of RAKIT-2? Intelligentiekloof
Sociaal
Sociale ontwikkeling Aanraken van kinderen Counseling vervolggesprek Sociaal klimaat po Relatie leerling-leraar Luisteren naar leerlingen Korte counseling Weerbaarheid in gymles Schoolsucces in de brugklas Samenstelling klas SEL Inzicht in gevoelens Inzicht in anderen Sociaal emotionele vaardigheden Sociaal? Vaardig! Sociogram Groepsdynamiek Spelontwikkeling Toetsing anti pestprogramma Falen en succes Weerbaar maken
Leren
Flexibel puberbrein 21st century skills Zelfregulering po/vo Buitenschools leren De lerende mens Denken in beelden Digitale feedback Digitale feedback 2 Zelfreflectie Effect huiswerk Zelfregulerend leren Positieve feedback Feedback op emotie Handboek leren leren Hoe kinderen leren Huiswerkbegeleiding Informeel leren Intrinsieke motivatie Nurture of nature Onderwijs en leren Leerhouding als basis Acht dimensies Leren denken Manier van leren moet kloppen Huiswerk maken Onderzoekend leren Fysieke activiteit en leerprestaties Ontwikkeling hersenen Motivatie zelfregulering studenten Optimalisering 3R studiestrategie Zelfgestuurd leren Leren met zelftoetsen Binnen- en buitenschools Verbonden schrift en blokschrift Leeropbrengsten van werken met een weektaak Beoordeling eigen leren Studeren adolescenten
Jonge kind
Ontwikkeling peuter Ontwikkeling kleuter Kleuters en spel Peuters begeleiden spel Beginnende geletterdheid
Kernkwaliteiten
De mentor als spil in de begeleiding
Hoogbegaafdheid
Misverstanden hoogbegaafdheid Onderpresteren Begaafde onderpresteerders Begeleiding hoogbegaafden Beleid hoogbegaafdheid Uitdagend onderwijs Bevorderen intelligentie Chronisch onderpresteren Differentiatie Werken met hoogbegaafde leerlingen Excellentie bevorderen Hoogbegaafd met stoornis Slimme kleuters De Gids Metacognitie VWO leerlingen Onderpresteerders Gevoelig hoogbegaafd Identificatie excellente leerling Motivationele differentiatie Invloed leeromgeving vo Verrijkingsprogramma Hoogbegaafdheid Klas overslaan Top down denken Misdiagnose van hoogbegaafden Omgaan met excellentie po Onderpresteren Passend onderwijs voor begaafden Voorspellen excellentie Extra zorgvraag Studiemotivatie VWO plus Creatief begaafd Vakspecifiek verrijken Compacten en verrijken Visies op begaafdheid
Motivatie
Autonomie counseling Motivatie MBO Drijfveren voor leren Cijfers geven Transformeren Interne sturing Autonomie en motivatie Autonome motivatie Motivatie meten Motivatie door feedback Intrinsieke motivatie Hakken in het zand StrategieŽn voor zelfregulering Zelf gereguleerd leren Zelfvertrouwen en zelfstandigheid
Hooggevoeligheid
Overprikkeld Wegwijs in hooggevoeligheid
Problemen
Aanpak probleemjongeren Achterstand autochtone doelgroepleerlingen Hechting en adoptie Kind en delict Autonomie allochtone leerlingen Bodemloos bestaan Concentratieproblemen Depressie en zelfmoord Psychiatrische diagnose Scheiding ouders Examenvrees Bureau Halt Hechtingsstoornissen Het lukt toch niet... Lage verwerkingssnelheid Integratie vluchtelingen Gezonde leefstijl Prestaties en etniciteit Motivatie leerlingen po Omgaan met agressie Vluchtelingenkinderen Onveilige hechting Prestaties loopbanen Prestaties loopbanen zorgleerlingen Verwende kinderen Spijbelen Kinderrechter Thuiszitten leerplichtige leerlingen Getraumatiseerde kinderen Vluchtelingen begeleiding
Passend onderwijs
Diagnose label stigma Indicatiestelling Verschillen tussen leerlingen Leerlingstromen bo-sbo Op zoek naar...

 

Bodemloos bestaan

Arja Kerpel

Redactielid wij-leren.nl l Projectleider bij Wij-spelen.nl

 

  Geplaatst op 1 juni 2014

Kerpel, A. (2014). Bodemloos bestaan.
Geraadpleegd op 19-08-2017,
van http://wij-leren.nl/bodemloos-bestaan.php

Affectie, emotionele betrokkenheid, verzorging en voeding zijn voor ieder kind onmisbaar. Vooral in de eerste levensfase. Adoptiekinderen die deze basisbehoeften aan het begin van hun leven gemist hebben, kunnen afwijkend sociaal gedrag vertonen. Geertje van Egmond, auteur van Bodemloos bestaan, ziet dit gedrag als een emotionele handicap. Ze noemt dit het ‘Geen-bodem-syndroom’.
 
Het boek Bodemloos bestaan bestaat uit twee delen. Het eerste deel is een aangrijpend verhaal over Isabel, het adoptiekind van Geertje van Egmond. Dit meisje heeft het Geen-bodem-syndroom. Het goed leesbare verhaal gaat over de lange, zware weg die het gezin met Isabel heeft.
 
Het is ongetwijfeld herkenbaar voor adoptiegezinnen die met deze problematiek worstelen. En het is een eye-opener voor de omgeving, die zich soms weinig bewust is van de problemen waar deze gezinnen -vaak in stilte-  mee worstelen.
 
Het tweede deel is een theoretische uitwerking van het Geen-bodem-syndroom. Het is gericht aan ouders, leerkrachten en hulpverleners.

Geen-bodem-syndroom

Het Geen-bodem-syndroom ontstaat door affectieve en lichamelijke verwaarlozing in het jonge kinderleven. Vooral het ontbreken van een duurzaam aanwezig en liefhebbende moeder/vader/verzorg(st)er heeft ernstige gevolgen. Als een baby al in zijn jonge leven al ervaart dat hij niet gewenst is, dan is dat ongelooflijk beschadigend.
 
De auteur geeft een mooi voorbeeld. Stel je voor dat een gave persoonlijkheid een cirkel is. Bij kinderen met het Geen-bodem-syndroom ontbreekt er dan een segment. Welk segment ontbreekt? Het vermogen tot ‘tweezaamheid’. Dat wil zeggen: Het onderhouden van een duurzame, wederkerige, liefdevolle relatie met een ander. 

Kenmerken van het Geen-bodem-syndroom

Geertje van Egmond beschrijft tien kenmerken van het Geen-bodem-syndroom:

1. Geen bodem in het bestaan.

Het kind heeft geen affectieve banden gelegd in de eerste levensfase. Ouders ervaren hun adoptiekind vaak als een bodemloze put. Ze stoppen er veel liefde, aandacht en zorg in, maar er komt nooit iets terug.

2. Geen lijn in het leven.

Het kind ervaart de wereld als ongestructureerd en heeft weinig gevoel voor tijd en ruimte. Hierdoor kunnen leerproblemen ontstaan, zoals:
  • Geen / weinig getalbegrip
  • Geen / beperkt vermogen om te abstraheren.
  • Slecht woordbeeld.
  • De leerstof beklijft niet.

3. Geen gewetensontwikkeling.

Na een conflict is het kind (bijna) niet kunt bereiken. Niets schijnt indruk te maken. Het kind toont geen spijt of berouw. En korte tijd later kan het dezelfde overtreding begaan, of zelfs nog erger. Dit is voor de opvoeders erg frustrerend.

4. Geen ‘ik’ en geen basaal vertrouwen in volwassenen.

Het ‘ik’ is niet ontwikkeld, door het ontbreken van de liefhebbende en verzorgende ander. Het kind heeft veel gemist en heeft vaak wreedheden gezien (die door volwassenen begaan zijn). Het gevolg hiervan is het onvermogen en/of een diepgewortelde angst om duurzame relaties aan te gaan. 

5. Neiging tot het leggen van oppervlakkige contacten.

Het kind maakt heel gemakkelijk contact met anderen. Het probleem is dat het kind zich naar buiten toe anders voordoet dan in het gezin. De omgeving ziet een openhartig en vrolijk kind. Daardoor hebben buitenstaanders en soms ook hulpverleners er geen idee van er in het gezin speelt. 

6. Survivorsgedrag

Het kind vertoont survivorsgedrag. Het kind probeert zich staande te houden door de wereld onder controle te houden. Het kind is keigoed in het observeren, taxeren en manipuleren van de mensen om hem heen. Hier gaat erg veel energie heen, waardoor leerprestaties achterblijven.

7. Intieme emotionele banden zijn bedreigend.

Het kind ervaart de intieme emotionele banden in het gezin als bedreigend. Het adoptiekind ervaart de plotselinge overgang van het kindertehuis naar een hecht gezin als een verstikkende deken van gevoelens, waar het geen raad mee weet. 

8. Het vroegste ervaren van ongewenst zijn is ongelooflijk vernietigend.

Deze vroege afwijzing leidt tot een intense, basale pijn bij het kind. Deze pijn zoekt een uitweg in vernietigingsdrang. Dit kan internaliserend zijn, gericht tegen zichzelf. Het kind pijnigt zichzelf, dit heet ook wel automutilatie. Het is ook vaak externaliserend, gericht tegen de omgeving. Deze agressie kan zich uiten in fysiek geweld tegen mensen en dieren, maar het kind kan ook gaan stelen, liegen, vreten, vernielen en weglopen. Of provocerend seksueel gedrag vertonen, zelfs al op jonge leeftijd. Het kind heeft een onverzadigbare honger naar aandacht.

9. Weinig remmen.

Het kind handelt meestal vanuit het lustprincipe, het heeft nauwelijks remmen en drempels. Ouders en verzorgers moeten het kind tegen zichzelf beschermen. 

10. Uitingen van het Geen-bodem-syndroom zijn niet gebonden aan de culturele achtergrond.

Het is niet zo dat kinderen uit bijvoorbeeld Azië emotioneel moeilijker te benaderen zijn. Of dat de vijandige houding ten opzichte van de moeder komt door een cultuurbepaald beeld van vrouwen. Het Geen-bodem-syndroom heeft niet te maken met het land van herkomst, de huidskleur en de culturele achtergrond.

En verder...

De auteur behandelt verder:
  • Het ideale adoptiegezin?
  • Adoptieouders, wat zijn dat voor mensen?
  • Ouder en/of therapeut
  • Biologisch eigen en geadopteerde kinderen in één gezin
  • Machteloze woede
  • Identiteitscrisis?

Voor hulpverleners

Het is voor hulpverleners best lastig, want het verhaal dat ouders vertellen is vaak heel anders dan het beeld dat het kind laat zien. Dat komt omdat het kind buitenshuis anders is dan thuis. Vaak hebben hulpverleners het idee dat het allemaal wel meevalt; ze zien een vriendelijk, openhartig kind. Ouders voelen zich vaak niet serieus genomen. Een tip voor hulpverleners: Leer echt luisteren. 
Het is goed om de gesprekken te voeren met alle partijen erbij. Anders kan het kind het idee hebben dat ze achter zijn rug om samenspannen. Voor het kind is het veilig om te weten:
  • Wat er precies besproken is.
  • Dat het serieus genomen wordt.
  • Dat alle partijen weten wat afgesproken is.
Toch kan het daarnaast soms nodig zijn dat ouders buiten het kind om met de hulpverlener praten, al is het maar om stoom af te blazen. Het is beter als het kind hier niet van weet, zodat het daar niet mee belast wordt. Uit zo’n gesprek mogen ouders en hulpverleners absoluut niet citeren.

Voor leerkrachten

Het is bij kinderen met het Geen-bodem-syndroom enorm belangrijk dat je consequent bent. Dus niet ‘voor één keertje dan’. Want daar maken ze de volgende keer misbruik van. 
 
Mogelijk probleemgebieden op school zijn:
  • Inzet: Het kind heeft een wisselvallige inzet en heeft erg veel aanmoediging nodig.
  • Concentratie: Het kind heeft een zwakke concentratie en een korte spanningsboog. 
  • ‘Schijndomheid’: Het kind kan doen alsof het dom is, terwijl het last heeft van negatieve faalangst.
  • Rekenen: Het kind heeft een slecht ruimtelijk inzicht en vaak problemen met hoofdrekenen. Hij/zij kan moeilijk abstraheren en heeft moeite met redactiesommen.
  • Taal: Het kind heeft moeite met spelling en een slecht woordbeeld. 
  • Geschiedenis: Het kind heeft weinig gevoel voor tijd en tijdlijnen. 
  • Aardrijkskunde: Het kind heeft moeite met topografie. 
Sterke kanten zijn:
  • Vaak kan het kind zich verbaal goed uiten. Het kind kan goed anekdotisch vertellen.
  • Vaak heeft het kind een praktische intelligentie.
  • Vaak heeft het kind leiderschapskwaliteiten en kan het  goed organiseren.

Voor ouders

De auteur heeft een dringend advies aan ouders, die tobben met hun adoptiekind met het Geen-bodem-syndroom. Ze adviseert om hulp te zoeken. Allereerst door je aan te melden bij een oudergroep van adoptiekinderen met problemen. Het helpt als je er met gelijkgestemden over kunt praten. Ook kun je daar tips en suggesties krijgen.  Als het ernstig is, zoek dan een goede psycholoog of psychiater, die veel adoptiegezinnen heeft begeleid. Hoe jonger een kind deskundige begeleiding krijgt, hoe groter de kans op verbetering is. 
 
Bodemloos bestaan heeft sinds het verschijnen al veel losgemaakt. De term Geen-bodem-syndroom, die Geertje van Egmond introduceerde, wordt inmiddels breed gebruikt. Dit boek geldt als de klassieker over het Geen-bodem-syndroom. Het is een aanrader voor ouders, leerkrachten, hulpverleners en allen die in hun omgeving te maken hebben met het Geen-bodem-syndroom.

Bestellen

N.a.v. Geertje van Egmond, Bodemloos bestaan, Ambo Amsterdam, Zevende druk 2007, ISBN 978 90 263 1999 0, € 17, 95. Het boek is te bestellen via

Kerpel, A. (2014). Bodemloos bestaan.
Geraadpleegd op 19-08-2017,
van http://wij-leren.nl/bodemloos-bestaan.php

Gerelateerd

Hechtingsstoornissen
Hechtingsstoornissen - kenmerken - signalering - tips
Arja Kerpel
Hechting en adoptie
Adoptiekinderen bij start op basisschool extra kwetsbaar
Marion van Olst
Getraumatiseerde kinderen
Connectie in plaats van correctie - kinderen met trauma
Willem de Jong
Contextuele leerlingbegeleiding
De parabel van Bert en Erik
Ivo Mijland

Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]

Kennisrotonde - stel je vraag

Leren in de 21e eeuw - gratis e-book

Verkiezing onderwijscooperatie

Bodemloos bestaan



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.