Ruimtelijk inzicht GIS
Algemeen
Leeromgevingen Gemotiveerde leerhouding Basisonderwijs met/zonder basis Systeemdenken en denkgewoonten Systeemdenken 21e eeuw Effectief onderwijs Filosoferen doe je zo Het Grote Vindingrijkboek Onderwijsmythes Onderwijs moet boeien Onderwijs slaat door Teach like a Champion Tiener college Leerlijnen vergelijken
Communicatie
Didactisch coachen 1 Didactisch coachen 2 Didactisch coachen 3 Gebruik animaties po Animaties natuur po Animaties rekenen po Animaties taal po
Klassenmanagement
Orde en aandacht Didactische werkvormen Grote en kleine groep Klassenmanagement Soepele lesovergang Zelfstandig werken
Instructie
Directe instructiemodel 4C/ID-model Expliciete Directe Instructie Humor in de klas Competenties Leren van fouten Mindmap maken Bewust bezig zijn met taal
Onderwijskwaliteit
Factoren die de Cito-eindtoets beinvloeden
Sociaal
Drama voor groepsvorming
Taal
Tweetalig onderwijs en schoolprestaties
Co÷peratief leren
Co÷peratief leren Co÷peratieve werkvormen Onderzoekend leren
Leren
Formatieve toetsing Nakijken en feedback Bewegend leren
Lezen
Fonemisch bewustzijn Voorwaarden voor begrijpend lezen Lezen en schrijven Leesmotivatie bevorderen Mentale voorstellingen Visie op literatuuronderwijs SLIM in het sbo Leesvaardigheid praktijkonderwijs Leesprestaties groep 6 po 2016
Samenwerken
Didactische vormgeving Excellentie Communities kennis over onderwijs Samenwerken met STIP
Schrijven
Schrijfonderwijs basisschool Lezen en schrijven vmbo
Differentiatie
Differentiatievormen Differentiatie adaptief onderwijs Differentiatie proces Opdrachtgestuurd leren Differentiatie methodiek Differentiatie Differentiatie zelfregulatie (1) Differentiatie zelfregulatie (2) EfficiŰnte differentiatie Feedback prestaties Individueel maatwerk vo MEGAband Leerstof hoogbegaafden Leerstofjaarklassensysteem Middenmoot als vertrekpunt Didactische impulsen OGO
Onderwijssysteem
Klassengrootte
Jonge kind
Fase jonge schoolkind Kleuters en vrij spel Basisontwikkeling en OGW Het vrije spel
Beroepsonderwijs
Werkplekleren in het beroepsonderwijs
Techniek
Practicum als onderwijsactiviteit
Passend onderwijs
Adaptief onderwijs SBO Hogere orde denken
Visies
Adaptief onderwijs Basisontwikkeling bij OGO Ervaringsgericht onderwijs Lerend werken Ontwikkelingsgericht onderwijs Ontdekkend leren Waardengedreven onderwijs
Jean Piaget
Jean Piaget Piaget: objectpermanentie Piaget: epistemologie Piaget: empirisme Piaget: leertheorie
Exacte vakken
Digitale Wiskunde Omgeving HAVO VWO Vernieuwend bŔtaonderwijs
ICT
Digitale didactiek 2 Mediawijsheid in curriculum Games voor leerlingen met concentratieproblemen Digitale didactiek

 

In hoeverre heeft tweetalig onderwijs invloed op de vakspecifieke kennis en vaardigheden van de leerlingen?

Geplaatst op 27 juli 2016

Samenvatting

Leerlingen in het voortgezet onderwijs die tweetalig onderwijs volgen, beheersen vooral het Engels op hoger niveau. Dat levert een blijvende voorsprong op ten opzichte van leerlingen die alleen in het Nederlands les krijgen. Tweetalig onderwijs gaat niet ten koste van andere vakken zoals Nederlands, geschiedenis en aardrijkskunde.

Tweetalig onderwijs

Nederland kent een systeem van tweetalig onderwijs (tto) waarbij op regulier bekostigde scholen voor voortgezet onderwijs leerlingen een deel van het onderwijs in een andere taal volgen; meestal is dit Engels. In de onderbouw havo/vwo is dan minstens de helft van de lessen in de andere taal. In de onderbouw vmbo is dit dertig procent. Leerlingen van tto-scholen doen in het Nederlands eindexamen; ze halen een gewoon vwo-, havo- of vmbo-diploma. Daarnaast krijgen de leerlingen een certificaat waaruit de extra competentie blijkt. Het soort certificaat hangt af van het deel van de opleiding dat leerlingen in een vreemde taal hebben gevolgd.

De docenten hebben een speciale tto-opleiding gehad met daarin aandacht voor taalvaardigheid en didactiek. Verder geldt dat het onderwijs in de vreemde taal niet ten koste mag gaan van de taalontwikkeling voor Nederlands. Daarnaast moet de school de leerlingen internationale activiteiten aanbieden, bijvoorbeeld taalreizen, uitwisselingen of workshops.

Nederland telt ruim 120 scholen voor tweetalig voortgezet onderwijs. Daarvan bieden er 115 tweetalige programma’s aan op vwo-niveau, 45 op havo-niveau, en 22 op vmbo-niveau. Tot en met 2019 loopt een pilot tweetalig primair onderwijs op achttien basisscholen waar dertig tot vijftig procent van het onderwijs in het Engels wordt gegeven. De kwaliteit van tto-scholen wordt bewaakt door EP-Nuffic (www.epnuffic.nl).

Effecten

Naar de effecten van tweetalig onderwijs is onderzoek gedaan. Het gaat echter om een groep leerlingen die niet zomaar vergeleken kan worden met niet-tto-leerlingen, omdat zogenoemde selectie-effecten optreden. Verspoor e.a. (2010) concluderen bijvoorbeeld dat leerlingen tot het tto worden toegelaten op grond van een positieve instelling tegenover het leren van een vreemde taal en dat ze relatief hoge scores op de Citotoets (einde basisonderwijs) behalen. De onderzoekers vergelijken drie groepen: tto-leerlingen, reguliere leerlingen op tto-scholen en reguliere leerlingen op niet-tto-scholen. Wanneer ze corrigeren voor verschillen in cognitieve vaardigheden (vanwege het selectie-effect), dan blijkt dat tto–leerlingen de taal anders leren dan reguliere leerlingen. Verder bouwen tto-leerlingen snel een significante voorsprong op als het gaat om woordenschatkennis en schrijfvaardigheid (Engels), terwijl in het begin van het eerste leerjaar nauwelijks verschillen meetbaar waren. De leerlingen in de tweetalige opleiding gebruiken langere zinnen, complexere zinnen, meer verschillende werkwoordstijden, moeilijker en minder frequente woorden, en ze maken minder fouten. Deze opgebouwde voorsprong wordt na het derde leerjaar niet veel groter, maar hij blijft wel in stand gedurende de rest van de schoolloopbaan. Het gaat dus om een blijvend positief leereffect – tto-leerlingen bouwen een voorsprong op die niet meer in te halen is. Dat sluit aan bij wat Van der Kooij (2015) vindt: masterstudenten met een achtergrond in het tweetalig onderwijs leveren op bepaalde onderdelen van geschreven, academische, Engelse teksten betere kwaliteit af dan masterstudenten die in het voortgezet onderwijs alleen in het Nederlands zijn onderwezen.

Uit onderzoek van Admiraal (2006) komt naar voren dat leerlingen in het tweetalig onderwijs niet alleen over een betere Engelse taalbeheersing beschikken dan andere leerlingen, maar ook dat dit niet ten koste gaat van de beheersing van de vakken geschiedenis, aardrijkskunde en Nederlands.

Uitgebreide beantwoording

Sjerp van der Ploeg
Vraagsteller: Docent vo-instelling
27 juli 2016

Vraag

In hoeverre heeft een aanbod van tweetalig onderwijs (TTO) op de havo invloed op de vakspecifieke kennis en vakspecifieke vaardigheden van de leerlingen?

Context

De directie van de school waaraan de vragensteller verbonden is, overweegt om TTO op de havo in te gaan voeren. De vragensteller signaleert dat veel leerlingen op de havo al moeite hebben met begrijpend lezen en woordenschat in het Nederlands. Hij is daarom bang dat wanneer de lessen in het Engels worden gegeven dit in negatieve zin invloed zal hebben op het Nederlands van de leerlingen en hij is benieuwd of de vakspecifieke kennis en vaardigheden van de leerlingen op peil blijven, beter of slechter worden.

Kort antwoord

Nederlands onderzoek laat zien dat in het tweetalig onderwijs (TTO) in het voortgezet onderwijs met name het Engels op hoger niveau wordt beheerst wat een blijvende voorsprong oplevert ten opzichte van leerlingen zonder TTO. Verder blijkt TTO niet ten koste te gaan van andere vakken zoals Nederlands, geschiedenis en aardrijkskunde. In de onderzoeken is niet specifiek gekeken naar verschillen tussen vwo- en havo-leerlingen.

Toelichting antwoord

Tweetalig onderwijs

Nederland kent een systeem van zogenaamde tweetalig onderwijs (TTO) waarbij op regulier bekostigde scholen voor voortgezet onderwijs leerlingen een deel van het onderwijs in een andere taal volgen. Meestal is dit Engels. In de onderbouw havo/vwo is dan minstens 50% van de lessen in de andere taal. In de onderbouw vmbo is dit 30%. Leerlingen van TTO-scholen doen in het Nederlands eindexamen. Ze halen een gewoon diploma (vwo, havo of vmbo). Daarnaast krijgen ze een certificaat waaruit de extra competentie blijkt. Het soort certificaat hangt af van het deel van de opleiding dat leerlingen in een vreemde taal hebben gevolgd.

De docenten hebben een speciale TTO-opleiding gehad met daarin aandacht voor taalvaardigheid en TTO-didactiek. Verder geldt dat het onderwijs in de vreemde taal mag niet ten koste gaan van de Nederlandse taalontwikkeling. Daarnaast moet de school de leerlingen internationale activiteiten aanbieden, bijvoorbeeld taalreizen, uitwisselingen/of workshops.

EP-Nuffic bewaakt de kwaliteit van TTO-scholen. Nederland telt ruim 120 scholen voor tweetalig voortgezet onderwijs. Daarvan bieden er 115 tweetalige programma’s aan op vwo-niveau, 45 op havo-niveau, en 22 op vmboniveau (De Graaff, 2013). Er loopt tot en met 2019 een pilot tweetalig primair onderwijs (TPO) op 18 basisscholen waar 30 tot 50% van het onderwijs in het Engels wordt gegeven (www.nuffic.nl).

Effecten

Er is in Nederland onderzoek gedaan naar de effecten van tweetalig onderwijs. Het gaat het om een groep leerlingen die niet zomaar vergeleken kan worden met de niet-TTO-leerlingen omdat selectie-effecten optreden. Verspoor e.a. (2010) concluderen bijvoorbeeld dat leerlingen in het TTO worden toegelaten op grond van een positieve instelling tegenover het leren van een vreemde taal en dat ze relatief hoge scores op de Citotoets (einde basisonderwijs) behalen. Zij vergelijken drie groepen: TTO-leerlingen, reguliere leerlingen op TTO-scholen en reguliere leerlingen op niet-TTO-scholen. Wanneer ze corrigeren voor verschillen in cognitieve vaardigheden (vanwege het selectie-effect) dan blijken dat TTO–leerlingen de taal anders leren dan reguliere leerlingen, dat ze snel een significante voorsprong opbouwen als het gaat om woordenschatkennis en schrijfvaardigheid (Engels) tot en met klas 3 (voortgezet onderwijs) terwijl in het begin van het eerste leerjaar nauwelijks verschillen meetbaar waren. De leerlingen in de tweetalige opleiding gebruiken langere zinnen, meer complexe zinnen, meer verschillende werkwoordstijden, moeilijker en minder frequente woorden, en ze maken minder fouten. Deze snel opgebouwde voorsprong wordt na het derde leerjaar niet veel groter, maar hij blijft wel in stand gedurende de rest van hun schoolloopbaan. Het gaat om een blijvend positief leereffect: TTO-leerlingen bouwen een voorsprong op die niet meer in te halen is. Dat sluit aan bij wat Van der Kooij (2015) vindt: masterstudenten met een achtergrond in het tweetalig onderwijs leveren op bepaalde onderdelen van geschreven, academische, Engelse teksten betere kwaliteit af dan masterstudenten met een achtergrond in het regulier voortgezet onderwijs.

Uit onderzoek van Admiraal (2006) blijkt dat leerlingen in het tweetalig onderwijs niet alleen over een betere Engelse taalbeheersing beschikken dan andere leerlingen maar ook dat dit niet ten koste gaat van de beheersing van een aantal vakken die in het onderzoek waren meegenomen: geschiedenis, aardrijkskunde en Nederlands (Admiraal, e.a., 2006). Daarbij is onder meer gebruik gemaakt van de cijfers voor het centraal eindexamen voor die vakken.

Geraadpleegde bronnen

Gerelateerd

De bovenkamer
De bovenkamer
Rotterdam
Bazalt 
Tweetaligheid
Tweetaligheid is geen probleem
Sieneke Goorhuis
Taal bij het jonge kind
Taalontwikkeling bij het jonge kind
Sieneke Goorhuis
Taalontwikkeling
Taalontwikkeling: door taal worden kinderen mensen
Steven Pont

Leerstijlen
Heeft een didactische aanpak gebaseerd op cognitieve voorkeuren van leerlingen effect op de leesvaardigheid (begrijpend lezen...
NT2-stimuleren taalontwikkeling
Hoe stimuleer je effectief de taalontwikkeling van kinderen die Nederlands als tweede taal (NT2) spreken?
Tweetalig onderwijs en schoolprestaties
In hoeverre heeft tweetalig onderwijs invloed op de vakspecifieke kennis en vaardigheden van de leerlingen?
GAS methodiek
GAS geven: doelgericht werken aan taal en lezen in Passend Onderwijs
Animaties taal po
Gebruik van animaties bij taal in basisonderwijs
Taalonderwijs BBL
Taalonderwijs in BBL-trajecten MBO
Schooltaal woordenschat po
Schooltaal en woordenschat in taalonderwijs op de basisschool
Woordenschat leesbegrip
Rol van de woordenschat bij de ontwikkeling van begrijpend lezen
Taallijn peuters kleuters
Het effect van Taallijn bij peuters en kleuters
ICT-vroege geletterdheid
Kenmerken van ICT-rijke leeromgevingen voor vroege geletterdheid
Beginnende geletterdheid
Leergedrag kleuters legt belangrijke basis voor het leren lezen
Toetsvormen
Reviewstudie: verbinding tussen leerdoelen, instructie en toetsen in taalonderwijs
Interactief taalonderwijs
Interactief taalonderwijs voor achterstandsleerlingen
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.