Welke meerwaarde heeft Cito-toetsen Woordenschat voor de woordenschatontwikkeling?

Geplaatst op 14 april 2017

Samenvatting

De toetspakketten LOVS Woordenschat van Cito zijn een hulpmiddel om op lange termijn het globale woordenschatniveau (brede woordenschat en diepe woordenschat) en de woordenschatontwikkeling van leerlingen in kaart te brengen. De resultaten van de toets geven informatie over die ontwikkeling en kunnen helpen om beslissingen te nemen over de schoolloopbaan van leerlingen. Om positieve effecten te sorteren op de woordenschatontwikkeling zouden scholen de toets ook formatief kunnen gebruiken. Dan zetten ze de toetsresultaten in om het woordenschatonderwijs aan te passen. Dit vereist een aantal randvoorwaarden: eigenschappen van de toets zelf, de frequentie van afname, de leerling, de schoolcultuur, de inrichting van het (digitale) LOVS en de expertise van schoolteams.

De woordenschatontwikkeling van kinderen wordt om verschillende redenen geëvalueerd. Om informatie over de woordenschatontwikkeling te verstrekken aan de leerling zelf, zijn of haar ouders, collega’s of andere instanties. De evaluatiegegevens worden ook gebruikt om onderwijs te bieden dat aansluit op het niveau van de leerlingen. En met die gegevens kan de school het eigen taalonderwijs evalueren en zo nodig bijsturen. Bovendien kan de informatie uit de evaluatie helpen bij het nemen van beslissingen over bijvoorbeeld zittenblijven of externe hulpverlening. Bij de evaluatie van de woordenschatontwikkeling wordt idealiter gebruikgemaakt van verschillende bronnen, zoals toetsen, observaties en interactieve gesprekken.

Welke toetsen

Om de woordenschatontwikkeling van leerlingen te meten, zijn er methodegebonden toetsen en methodeonafhankelijke toetsen. Methodegebonden toetsen gaan na in hoeverre de leerling de aangeboden woorden in de methode beheerst. Methodeonafhankelijke toetsen, zoals de toetspakketten LOVS (Leerling en Onderwijs Volg Systeem) Woordenschat, brengen het algemene woordenschatniveau van leerlingen in kaart. De resultaten maken het mogelijk het niveau van een leerling te vergelijken met dat van leeftijdsgenoten. Het gaat dan niet om beheersingstoetsen, maar om normgerichte toetsen.

Of een leerling de getoetste woorden kent, is afhankelijk van een groot aantal verschillende factoren, zoals het aanbod in de methode, de woorden die voorkomen in leesboeken, het leesgedrag van kinderen en het taalgebruik van de leerkracht en de ouders. Hoe meer de inhoud van het curriculum aansluit op de toetsen, hoe groter de kans op een hogere toetsscore.

Doel LOVS

Er kunnen verschillende aspecten van woordenschat worden geëvalueerd. Bijvoorbeeld de brede woordenschat (hoeveel woorden ken je?) en de diepe woordenschat (hoeveel weet je van een woord? Welke betekenisrelaties kun je leggen?). Daarnaast is er onderscheid tussen de receptieve woordenschat (begrijpen van woorden) en de productieve woordenschat (gebruiken van woorden).

De toetsen LOVS Woordenschat zijn bedoeld om de receptieve woordenschatontwikkeling (zowel de breedte als de diepte van de woordenschat) van leerlingen over de tijd vast te stellen. En scholen kunnen verschillen tussen leerlingen in kaart brengen. LOVS Woordenschat heeft dus twee doelen: het niveau en de ontwikkeling van de woordenschat bepalen. De resultaten kunnen worden gebruikt om betrokkenen te informeren en een beslissing te nemen over bijvoorbeeld het inschakelen van extra hulp. Ook laat de toets zien waar leerlingen nog moeite mee hebben, zowel qua brede als diepe woordenschat.

De informatie uit de toetsen kunnen scholen gebruiken om leerlingen onderwijs te bieden dat past bij hun niveau én om het eigen taalonderwijs te evalueren en zo nodig bij te sturen. De toetspakketten LOVS Woordenschat kunnen dus worden ingezet om leerlingen te classificeren (summatief) en om het woordenschatonderwijs eventueel aan te passen (formatief).

Resultaten van leerlingen

De toetspakketten LOVS Woordenschat zijn een middel om het niveau en de ontwikkeling van de woordenschat van leerlingen in kaart te brengen. Om een positieve invloed te hebben op de leerprestaties van leerlingen, zullen de resultaten moeten worden gebruikt om de instructie aan te passen en/of feedback te geven. De toetspakketten kunnen dus formatief ingezet worden en zo een didactische functie vervullen. De Hulpboeken Woordenschat kunnen daarbij helpen. Voor een optimaal resultaat van het formatief toetsen moet aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan. Zo zijn er eisen aan de toets zelf, de frequentie van afname, de leerling, de schoolcultuur, de inrichting van het (digitale) LOVS en de expertise van schoolteams. Zie antwoord KRvraag 015 m.b.t. formatief toetsen, https://www.nro.nl/wp-content/uploads/2016/09/015-Antwoordformulier-formatieftoetsen.pdf.
 

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Martine Gijsel
Vraagsteller: leerkracht primair onderwijs
Geraadpleegde expert: S. van Berkel, Cito

Vraag

Wat is de meerwaarde van de toetsen Woordenschat van Cito voor het volgen van de woordenschatontwikkeling van leerlingen in groep 3 t/m 8?

Kort antwoord

De toetspakketten LOVS Woordenschat zijn een hulpmiddel om op lange termijn het globale woordenschatniveau (brede woordenschat en diepe woordenschat) en de woordenschatontwikkeling van leerlingen in kaart te brengen. De resultaten van de toets kunnen gebruikt worden voor het verstrekken van informatie en het nemen van beslissingen over de schoolloopbaan van leerlingen. Om positieve effecten te sorteren op de woordenschatontwikkeling van leerlingen zou de toets ook formatief gebruikt kunnen worden. Dat wil zeggen: schoolteams zouden de toetsresultaten optimaal kunnen inzetten om het woordenschatonderwijs aan te passen. Dit brengt echter wel een aantal vereisten met zich mee aan de toets zelf, de frequentie van afname, de leerling, de schoolcultuur, de inrichting van het (digitale) LOVS en de expertise van schoolteams.

Toelichting antwoord

Waarom de woordenschatontwikkeling evalueren?

Het evalueren van de woordenschatontwikkeling van kinderen heeft drie belangrijke functies, namelijk een informatieverstrekkende functie, ondersteunende functie en een besluitvoerende functie (Van den Branden, 2010). De informatieverstrekkende functie betreft het verstrekken van informatie over de woordenschatontwikkeling aan de leerling zelf, zijn of haar ouders, collega’s of andere instanties. De ondersteunende functie houdt in dat de evaluatiegegevens gebruikt worden om onderwijs te bieden aan leerlingen dat aansluit op hun niveau én dat het eigen taalonderwijs evalueert en zo nodig bijstuurt. Bij de besluitvoerende functie gaat het om het nemen van beslissingen met betrekking tot bijvoorbeeld zittenblijven of externe hulpverlening. Bij het evalueren van de woordenschatontwikkeling wordt idealiter gebruikgemaakt van verschillende bronnen, zoals toetsen, observaties en interactieve gesprekken.

Welke aspecten van woordenschat evalueren?

Bij woordenschat wordt onderscheid gemaakt worden tussen een brede woordenschat (hoeveel woorden ken je?) en een diepe woordenschat (hoeveel weet je van een woord? Welke betekenisrelaties kun je leggen?). Daarnaast is er onderscheid tussen de receptieve woordenschat (begrijpen van woorden) en de productieve woordenschat (gebruiken van woorden).

Welke toetsen zijn er beschikbaar?

Om de woordenschatontwikkeling van leerlingen te meten, kan gebruik worden gemaakt van methodegebonden toetsen en methodeonafhankelijke toetsen. Methodegebonden toetsen gaan na in hoeverre de leerling de aangeboden woorden in de methode beheerst. Methodeonafhankelijke toetsen, zoals de toetspakketten LOVS Woordenschat, brengen het algemene woordenschatniveau van leerlingen in kaart. De resultaten maken het mogelijk om het niveau van een leerling te vergelijken met dat van leeftijdsgenoten. Het gaat dan niet om beheersingstoetsen, maar om normgerichte toetsen. In Figuur 1 zijn de belangrijkste verschillen tussen methodegebonden en methodeafhankelijke toetsen op een rijtje gezet.

Methodegebonden toets Methodeonafhankelijke toets
Wat beheerst het kind? Op welk niveau ligt de vaardigheid?
Afzonderlijke toetsen  Gekoppelde toetsen: kijken naar groei
Meerdere meetmomenten per jaar Twee meetmomenten per jaar
Beslaat korte periode (3-5 weken) Beslaat lange periode (6 maanden)
Beslaat aangeboden leerstof  Reikt verder dan de aangeboden stof
Beheersingstoets  Vaardigheidstoets

Figuur 1. Verschillen tussen methodegebonden methodeafhankelijke toetsen (Hollenberg, 2016, p. 16)

Bij methodegebonden woordenschattoetsen is er een directe relatie tussen de leerstof die behandeld is en de leerstof die getoetst wordt. De overeenkomst tussen aangeboden en getoetste leerstof wordt in de literatuur ook wel Opportunity to Learn (OTL) genoemd, oftewel: de gelegenheid tot leren. Bij methodeonafhankelijke toetsen is deze relatie er niet: of een leerling de getoetste woorden kent, is afhankelijk van een groot aantal verschillende factoren, zoals het aanbod in de methode, de woorden die voorkomen in leesboeken, het leesgedrag van kinderen en het taalgebruik van de leerkracht en de ouders. Uit onderzoek blijkt dat er een tamelijk grote relatie is tussen de gelegenheid tot leren en leerprestaties van leerlingen, hoewel er grote verschillen zijn in de gemiddelde effectgroottes (zie bijv. Scheerens, 2016). Oftewel: hoe meer de inhoud van het curriculum aansluit op de toetsen, hoe groter de kans op een hogere toetsscore.

Wat is het doel van de toetsen LOVS Woordenschat?

De toetsen LOVS Woordenschat zijn bedoeld om de receptieve woordenschatontwikkeling (zowel de breedte als de diepte van de woordenschat) van leerlingen over de tijd vast te stellen. Bovendien kunnen met behulp van deze toetsen de verschillen tussen leerlingen in kaart gebracht worden. LOVS Woordenschat heeft dus twee doelen: enerzijds het bepalen van het niveau (I t/m V of A t/m E) en anderzijds – met behulp van vaardigheidsscores- het bepalen van de woordenschatontwikkeling. Deze informatie kan gebruikt worden om betrokkenen te informeren (informatieverstrekkende functie) en een beslissing te nemen over bijvoorbeeld het inschakelen van extra hulp (besluitvoerende functie). Daarnaast bieden de toetsen de mogelijkheid om te signaleren met welke categorieën (betekenis en/of betekenisrelaties) leerlingen moeite hebben (Van Berkel et al., 2010).  De categorie ‘betekenis’ heeft betrekking op de brede woordenschat en betreft opgaven die vragen naar dezelfde betekenissen, definities, beschrijvingen of belangrijke betekeniskenmerken. De categorie ‘betekenisrelaties’ heeft betrekking op de diepe woordenschat en betreft opgaven die vragen naar tegenstellingen, betekenisvelden, deel-geheel relaties, gezamenlijke kenmerken en vergelijkingen. Deze informatie kan worden ingezet om leerlingen onderwijs te bieden dat past bij hun niveau én om het eigen taalonderwijs te evalueren en zo nodig bij te sturen (ondersteunende functie). In tegenstelling tot de methodegeboden toetsen is het bij de toetspakketten LOVS Woordenschat niet de bedoeling dat alle leerlingen de opgaven goed maken; de toetsen beogen immers verschillen tussen leerlingen aan het licht te brengen. Bovendien zijn de toetsen niet ontwikkeld om op korte termijn de effecten van inspanningen in het woordenschatonderwijs te effectueren. De toetsen laten zien of “er een beweging op gang is gebracht, waarbij leerlingen in de volle breedte in allerlei contexten woorden hebben verworven” (Hilte & Verhallen, 2014, p. 9).  De toetspakketten LOVS Woordenschat kunnen dus ingezet worden om leerlingen te classificeren (summatief) en om het woordenschatonderwijs eventueel aan te passen (formatief). Zie Sanders (2013) voor een toelichting op deze verschillende doelen van toetsen.

Wat is het effect van de toetsen LOVS Woordenschat op de resultaten van leerlingen op het gebied van woordenschat?

De toetspakketten LOVS Woordenschat zijn een middel om het niveau en de ontwikkeling van de woordenschat van leerlingen in kaart te brengen. Om een positieve invloed te hebben op de leerprestaties van leerlingen, zullen de resultaten moeten worden gebruikt voor het aanpassen van de instructie en/of het geven van feedback. De toetspakketten kunnen dus formatief ingezet worden en zo een didactische functie vervullen. De Hulpboeken Woordenschat kunnen daarbij een hulpmiddel zijn. Voor een optimaal resultaat van het formatief toetsen worden echter verschillende eisen gesteld aan de toets: de toets moet betekenisvol zijn en aansluiten bij het curriculum en niveau van leerlingen; de toetsing gebeurt frequent; de leerkracht moet beschikken over de benodigde vaardigheden; er wordt een actieve rol van de leerling gevraagd; er is een toetscultuur op school. Zie antwoord KRvraag 015 m.b.t. formatief toetsen, https://www.nro.nl/wp-content/uploads/2016/09/015-Antwoordformulier-formatieftoetsen.pdf.

Er is geen onderzoeksliteratuur bekend waarin de effecten zijn onderzocht van de inzet van de toetsen LOVS Woordenschat op de woordenschatontwikkeling van leerlingen. Er is wel onderzoek gedaan naar de effecten van het gebruik van een digitaal LOVS op de leerresultaten van leerlingen over meerdere vakgebieden heen (de vakgebieden wiskunde-rekenen, lezen en taal). Uit een reviewstudie van Faber en Visscher (2014) blijkt dat het gebruik van een digitaal LOVS een positief effect heeft op de leerprestaties van leerlingen. De effecten zijn echter afhankelijk van een aantal factoren, namelijk: de frequentie van feedback, oftewel de terugkoppeling van resultaten (grootste effecten bij minimaal maandelijkse terugkoppeling), de inhoud van de feedback (grootste effecten als er naast feedback ook advies over benodigde instructie en verwerkingsopdrachten gegeven wordt) en de aanwezigheid van een goede ondersteunende interventie oftewel een training/instructie voor het schoolteam (grootste effecten als er minimaal een keer per maand een interventie plaatsvindt; in de interventie zouden leerkrachten moeten leren hoe ze de ontvangen feedback kunnen vertalen naar de instructie). Het belang van een instructie en training voor schoolteams wordt ook bevestigd door onderzoek van Van der Kleij en Eggen (2013). Zij laten in hun onderzoek zien dat veel leerkrachten moeite hebben met het interpreteren van gegevens uit het LOVS.

Conclusie: De toetspakketten LOVS Woordenschat hebben met name een informatieverstrekkende en besluitvoerende functie. Om ook een ondersteunende functie te kunnen vervullen, moet aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan. Zo zijn er een aantal vereisten aan de toets zelf, de frequentie van afname, de leerling, de schoolcultuur, de inrichting van het (digitale) LOVS en de expertise van schoolteams.

Geraadpleegde bronnen

  • Faber, J. M., & Visscher, A. J. (2014). Digitale leerlingvolgsystemen: een review van de effecten op leerprestaties. Universiteit Twente: Vakgroep Onderzoeksmethodologie, Meetmethoden en Data-analyse. Kennisnet.
  • Filipiak, P. (2015). Onduidelijk wat de Cito-woordenschattoets meet: woorden, kinderen of leraren. https://wij-leren.nl/woordkennis-woordenschat-toetsen.php
  • Gillijns, P., & Verhoeven, L. (1991). Naar een leerlingvolgsysteem voor het basisonderwijs. Pedagogische Studiën, 68, 216- 230.
  • Hilte, M., & Verhallen, M. (2014). Woordkennis toetsen: weet wat je meet. Jeugd in School en Wereld, 10, 6-9.
  • Hollenberg, J. (2016). Methodegebonden toetsen versus methodeonafhankelijke toetsen. Praxisbulletin (34), 2, 14-17.
  • Sanders, P. (2013). Toetsen op school. Arnhem: Cito. Te downloaden van: www.cito.nl .
  • Scheerens, J. (ed.) (2016). Opportunity to learn, instructional alignment and test preparations: a research review. Te downloaden van: www.nro.nl .
  • Van Berkel, S., Hilte, M., Engelen, R., Kamphuis, F., Kleintjes, F., &Krom, R. (2010). Wetenschappelijke Verantwoording Woordenschat groep 3 t/m 5. Arnhem: Cito.
  • Van den Branden, K. (2010). Handboek taalbeleid basisonderwijs. Leuven: Uitgeverij Acco.
  • Van der Kleij, F. M., & Eggen, T. J. H. M. (2013). Interpretation of the score reports from the Computer Program LOVS by teachers, internal support teachers and principals. Studies in Educational Evaluation, 39, 144-152.
  • Verhallen, M. (2009). Meer en beter woorden leren. Utrecht: projectbureau Kwaliteit PO-raad.

Gerelateerd

Leeropbrengsten verhogen middels de Citotoetsen
Leeropbrengsten verhogen middels de Citotoetsen
De Citotoetsen komen er weer aan...
BCO Onderwijsadvies 
Woordenschatlessen
Wat maakt woordenschatlessen effectiever?
Jos Cöp
Woordenschat differentiatie
Differentiëren binnen woordenschatonderwijs
Martie de Pater
Woordenschattoets
Onduidelijk wat de Cito-woordenschattoets meet
Paul Filipiak
Tips woordenschat
Knikkers spelers en spel: tips voor woordenschatonderwijs.
Paul Filipiak
Woordenschatlessen
Wat maakt woordenschatlessen effectiever?
Jos Cöp










Effect eindadvies basisschool
Eindadvies basisschool: wat doet dat met een kind?
Effect van RTTI®-model
Welk effect heeft het toepassen van het RTTI®-model op leerresultaten?
Factoren die de Cito-eindtoets beinvloeden
Welke factoren spelen een rol bij de resultaten van de Cito-eindtoets of de centrale eindtoets PO?
Invloed van nederlandse taal op de woordenschatontwikkeling
Nederlandse taal en woordenschatontwikkeling
Tweetalig onderwijs en schoolprestaties
In hoeverre heeft tweetalig onderwijs invloed op de vakspecifieke kennis en vaardigheden van de leerlingen?
meerwaarde woordenschat citotoetsen
Heeft het toetsen van de woordenschat meerwaarde voor de woordenschatontwikkeling?
Schooltaal woordenschat po
Schooltaal en woordenschat in taalonderwijs op de basisschool
Woordenschat leesbegrip
Rol van de woordenschat bij de ontwikkeling van begrijpend lezen
Samenstelling klas
Samenstelling van de klas en cognitieve en sociaal-emotionele uitkomsten
Prestaties loopbanen zorgleerlingen
Prestaties en loopbanen van zorgleerlingen
Slechthorende dove leerlingen
Leesdidactiek slechthorende en dove leerlingen - OnderwijsBewijs
[extra-breed-algemeen-kolom2]




meerwaarde woordenschat citotoetsen

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.