Wat is ‘weten’ nog waard in de complexe AI wereld van vandaag?
Karin Zegers-de Louw
Expert onderwijs en organisatieontwikkeling bij Stichting LeerKRACHT
Geraadpleegd op 09-12-2025,
van https://wij-leren.nl/wat-is-weten-nog-waard.php
Laatst bewerkt op 4 december 2025

Stel je voor: een kind kent alle antwoorden op toetsvragen, kan rijtjes feilloos opdreunen en haalt hoge cijfers. Maar zodra er iets onverwachts gebeurt, raakt het uit koers. Of het tegenovergestelde: een kind weet niet altijd meteen het juiste antwoord, maar voelt wél welke richting klopt en weet zich te redden in onzekere situaties. Waar heb je het meeste aan?
Dit raakt de kern van een spanning die vandaag in het onderwijs voelbaar is.
Waardering van ‘weten’
De afgelopen decennia werd je als mens vooral gewaardeerd om wat je wist. Cognitieve kennis stond – en staat nog vaak – met stip op één. Ons onderwijssysteem is lange tijd ingericht op lineair denken. Deze doelgerichte en analytische manier van werken brengt je dè weg naar het juiste antwoord. Dat werkt perfect bij duidelijke vragen met eenduidige antwoorden. Maar in een wereld die steeds minder voorspelbaar is, waarin maatschappelijke ontwikkelingen zich razendsnel opstapelen en AI het analytische denken van de mens overneemt, rijst de vraag: Wat is ‘weten’ nog waard?
Wat vraagt de toekomst van kinderen?
Kinderen die nu opgroeien, worden volwassen in een wereld vol systeemcrises, AI, maatschappelijke complexiteit en voortdurende verandering. De problemen waar zij zich toe moeten verhouden zijn zelden lineair of eenvoudig. Ze zijn vaak complex, met meerdere oorzaken, perspectieven en onvoorspelbare uitkomsten. Wat kinderen in zo’n wereld nodig hebben, is een breed palet aan ‘weet’ mogelijkheden.
In dit artikel verken ik drie vormen van ‘weten’ die kinderen – én leraren – kunnen helpen toekomstvaardig te worden:
- Lineair denken – het zaklampdenken
- Systeemdenken – het bouwlampdenken
- Intuïtief weten – het innerlijk kompas
1. Lineair denken: analytisch, gericht en doelmatig
Lineair denken is de dominante vorm in ons onderwijs. Het is logisch, analytisch en gericht op het behalen van concrete doelen. Het gaat uit van voorspelbaarheid en het oplossen van afzonderlijke, afgebakende problemen. In veel onderwijsdoelen, methodes en toetsculturen is dit de grondtoon. Deze vorm van denken blijft van waarde. Het stelt kinderen - en ook volwassenen - in staat om overzicht te houden, gerichte keuzes te maken en oplossingen te vinden voor enkelvoudige uitdagingen.
Lineair denken in de praktijk
Lineair denken in het onderwijs komt vaak tot uiting in hoe leerlingen, docenten en ouders situaties benaderen. Een leerling zegt bijvoorbeeld: "Als ik de regels voor zinsontleding en spelling goed leer en toepas, dan maak ik een goede tekst." Schrijven wordt zo een technisch proces met vaste stappen. Een docent verwoordt het als: "Als ik de uitleg goed geef en we samen oefenen, dan beheerst elke leerling dit straks." Ook hier ligt de aanname dat leren voorspelbaar verloopt. Ouders redeneren vaak net zo: "Als mijn kind elke dag huiswerk maakt en op tijd naar bed gaat, komt het later vanzelf goed." In al deze gevallen wordt succes gezien als het resultaat van een rechte lijn van oorzaak (A) en gevolg (B), terwijl de complexiteit van leren en leven nauwelijks wordt meegenomen.
Oftewel, lineair denken schiet tekort bij problemen die geen duidelijke oorzaak of oplossing hebben, de zogenaamde wicked problems van deze tijd.
2. Systeemdenken: samenhang zien en meervoudig perspectief
Systeemdenken biedt voor deze wicked problems een waardevolle aanvulling. Het helpt kinderen (en volwassenen) om te zien dat alles met alles samenhangt. Dan is er niet alleen oplossing B, maar is er ook ruimte voor oplossing C, D of zelfs E.
Problemen staan niet op zichzelf, maar zijn onderdeel van grotere patronen en dynamieken. Deze manier van denken vraagt om het kunnen omgaan met complexiteit, onzekerheid en tegenstrijdigheden. Waar het onderwijs nu vaak vooral de zaklamp (lineair denken) traint, zouden we kinderen ook de bouwlamp (systeemdenken) moeten leren hanteren.
Systeemdenken in de praktijk
Systeemdenken in en rond de klas laat zien dat leren en ontwikkeling niet in rechte lijnen verlopen. Zo zegt een leerling: "Ik snap de stof wel, maar soms blokkeer ik bij een toets. Misschien moet ik ook kijken hoe ik met die stress omga." Hij of zij beseft dat prestaties niet alleen afhangen van kennis, maar ook van emoties en omstandigheden. Een docent stelt: "Ik geef uitleg, maar ik weet dat leren grillig verloopt. Ik kijk mee met hoe elk kind reageert, en pas daarop mijn aanpak aan." Daarmee erkent de docent de complexiteit van leerprocessen en de noodzaak tot afstemming. Ook ouders kunnen samenhangend denken, bijvoorbeeld wanneer ze zeggen: "Mijn kind groeit in een wereld die snel verandert. Naast het aanleren van routines is het belangrijk dat hij of zij leert omgaan met verandering, keuzes en zichzelf." In al deze uitspraken klinkt het besef door dat ontwikkeling plaatsvindt binnen een groter geheel van relaties, contexten en onvoorspelbaarheid — en dat vraagt om meer dan alleen vaste stappen en regels.
Ook het leren denken in relaties en samenhangen biedt niet altijd antwoorden op de complexe vraagstukken van onze tijd. Steeds vaker worden we geconfronteerd met situaties die we nog nooit eerder zijn tegengekomen, waarvoor we nog geen bestaande taal, beelden of kaders hebben. Zelfs kunstmatige intelligentie schiet hier tekort: AI baseert zich immers op kennis en patronen uit het verleden, niet op een toekomst die zich nog moet ontvouwen.
3. Intuïtief weten: het innerlijk kompas
In een tijd waarin computers en AI veel van ons rationele denkwerk overnemen, blijft één vorm van weten onmiskenbaar menselijk: intuïtie. Intuïtief weten is het vermogen om te voelen wat klopt, nog vóór je het logisch kunt onderbouwen. Het is als een innerlijk kompas dat richting geeft in onzekere situaties die je nog niet eerder aan de hand hebt gehad.
Neurowetenschapper Emeran Mayer toont in zijn onderzoek aan dat intuïtie een neurobiologische basis heeft en hoe het brein en het lichaam voortdurend informatie uitwisselen. Intuïtie is geen vaag gevoel, maar een door ervaring gevormde, zintuiglijk gedragen vorm van weten. Juist bij complexe en ongrijpbare situaties (waar lineair en systeemdenken vastloopt) wijst intuïtie ons de weg. Niet als mystiek orakel, maar als diepe, lichamelijke intelligentie.
Intuïtief weten in de praktijk
Intuïtief weten speelt een stille, maar belangrijke rol in het onderwijs en opvoeding. Een leerling zegt bijvoorbeeld: "Ik weet niet precies waarom, maar dit onderwerp raakt me, ik wil er meer over weten." Zonder dat er een duidelijke reden is, voelt de leerling zich betrokken en gemotiveerd, vaak voorbij wat meetbaar is. Een docent merkt tijdens de les: "Ik voel dat ik nu even moet afwijken van mijn lesplan, er gebeurt iets in de groep."
Deze vorm van aanvoelen komt niet voort uit data of theorie, maar uit ervaring, afstemming en vertrouwen op het onderbuikgevoel. Ook ouders herkennen dit, wanneer ze zeggen: "Ik kan het niet goed uitleggen, maar ik voel dat mijn kind iets anders nodig heeft dan wat de school nu biedt." In al deze voorbeelden speelt intuïtie een rol als innerlijk kompas: een weten zonder bewijs, maar met diepe gevoeligheid voor wat nodig is in het moment.
Deze drie vormen van denken staan samengevat in Figuur 1.

Figuur 1. Drie vormen van weten die kinderen toekomstvaardig maken in de AI-wereld van vandaag.
Wil je deze infographic gratis downloaden in hoge resolutie en op de hoogte blijven van nieuwe artikelen over dit thema? Schrijf je dan in voor het kennisdossier 'AI gebruiken in het onderwijs' van de Wij-leren Academie.
En-en in plaats van of-of
Persoonlijke groei – van kinderen én leraren – vraagt niet om het afzweren van het ene ten gunste van het andere. Het gaat niet om óf analytisch denken, óf systeemdenken, óf intuïtief weten. Het is én-én. De vraag is niet welke manier van weten beter is, maar wanneer je welke vorm inzet. Het onderwijs van de toekomst is fluïde en situationeel: soms vraagt een probleem om de zaklamp, soms om de bouwlamp, en soms om het innerlijk kompas. En soms allemaal tegelijk.
Wat vraagt dit van de leraar of docent?
In een context vol onzekerheid verandert de rol van de leraar fundamenteel: je bent geen doorgever van zekerheden, maar een gids in het onbekende. Dat vraagt om voortdurend leren, reflecteren en bewegen binnen een systeem dat nog sterk leunt op controle en voorspelbaarheid. In de TIAS-podcast Rethinking Leadership benadrukt hoogleraar Ron Meyer het belang van adaptief handelen: het vermogen om je stijl af te stemmen op wie je wilt bereiken en wat de situatie vraagt is volgens hem niet zozeer een vast kenmerk, maar een repertoire van manieren om verbinding te maken.
Hiervoor is meer dan één manier van denken nodig. Niet alleen analytisch of systeemdenken, maar ook intuïtief. Wendbaarheid, responsiviteit en het durven loslaten van controle zijn daarin essentieel. Het vraagt moed om het lineaire denken soms even los te laten. Om niet direct met een oplossing te komen, maar ruimte te houden voor niet-weten. Om nieuwsgierig te blijven – naar de leerling, naar de context en naar jezelf.
Daarbij zijn drie kernaspecten leidend:
1. Flexibiliteit: het vermogen om snel te schakelen tussen verschillende benaderingen, bijvoorbeeld lineair versus systeemgericht of kloppende intuïtieve vragen stellen om ruimte te geven.
2. Responsiviteit: afgestemd zijn op de leerlingen: zien wat de groep of het individu nodig heeft en daarop ingrijpen, zodat je in situaties intuïtief aanvoelt welke manier van begeleiden het best werkt.
3. Adaptiviteit: nieuw gedrag durven omarmen. Als je merkt dat lineair denken niet toereikend is, nieuwe vormen van begeleiden uitproberen.
Tot slot: wat is ‘weten’ nog?
Weten is niet langer alleen het bezitten van feitenkennis. In een wereld die voortdurend verandert, betekent weten: kunnen schakelen tussen perspectieven, je intuïtie kunnen volgen en analytisch kunnen denken. Weten is flexibel. Relationeel. Geaard in lichaam en geest. Zo bouwen we een onderwijs waarin niet alleen leren wat je moet denken, centraal staat, maar waarin kinderen en leraren leren hoe ze kunnen navigeren in complexiteit. Precies die wendbaarheid, verbinding en responsiviteit maken onderwijs toekomstgericht en mensgericht. Juist in tijden van maatschappelijke en technologische transitie.
Vooruitblik
In een volgend artikel zoom ik in op het creëren van hechte relaties in toekomstgericht onderwijs. Waarbij zowel autonomie als cocreatie centraal staan. Want alleen in verbinding met jezelf en met anderen kun je werkelijk leren navigeren. Als je weet wat je zelfstandig kunt, weet je ook waar je de ander bij nodig hebt. En door het handelen en het perspectief van de ander te zien, kom je samen weer tot meer. Autonomie en cocreatie zijn in wezen met elkaar verbonden. Net als verstand en intuïtie.

Bronnen:
Praktijkboek systeemdenken. (2021). Van der Klooster, M. & Jutten, J.
In de kinderschoenen – opvoeden als niets meer vanzelfsprekend is. (2025) Zegers – de Louw, K.
https://emeranmayer.com/the-mayer-model/
https://podcasts.apple.com/nl/podcast/1-leadership-agility-ron-meyer/id1741927473?i=1000652839081
