Kijk eens bij de Nieuwe onderwijsboeken! - mei 2026

Pesten en klasdynamiek (9): signaleren, analyseren en ingrijpen bij pestgedrag

Nathalie Hoekstra
Postdoctoraal onderzoeker ontwikkelingspsychologie bij Radboud Universiteit  

Hoekstra, N. (2026). De rol van de leraar bij het signaleren, analyseren en aanpakken van pesten.
Geraadpleegd op 10-05-2026,
van https://wij-leren.nl/signaleren-ingrijpen-pesten.php/
Geplaatst op 12 maart 2026
Laatst bewerkt op 23 april 2026
Pesten en klasdynamiek (9): signaleren, analyseren en ingrijpen bij pestgedrag

Hoe ontstaat een veilig klasklimaat? Welke rol speelt groepsdynamiek daarbij? En wat kun je als leraar doen als er sprake is van pesten? In deze artikelenserie duiken we dieper in de sociale processen binnen de klas en de mechanismen achter pesten, signaleren en ingrijpen. We verkennen de rol van pesters, slachtoffers, meelopers én leraren en laten zien hoe sociale veiligheid doelgericht versterkt kan worden.

Op basis van onderzoek en praktijkervaring beantwoorden we vragen als: Waar komt pestgedrag vandaan? Wat is de impact op het slachtoffer? Wat maakt een interventie effectief? En kan een andere zitplaatsindeling bijdragen aan een veiligere klas? Deze artikelenserie biedt concrete handvatten voor leraren, intern begeleiders, schoolleiders en ouders om actief bij te dragen aan een sociaal veilige leeromgeving, waarin ieder kind zich veilig, gezien en gesteund weet.

Het signaleren, analyseren en aanpakken van pesten

In de vorige artikelen is uitgebreid stilgestaan bij klasdynamiek, de verschillende vormen van pesten en de ingrijpende gevolgen die het kan hebben. Er is helder geworden dat pesten diepe sporen nalaat en vraagt om daadkrachtig handelen. In het meest recente artikel verkenden we welke rol de leraar, het team en de school hebben in de preventie van pesten. Maar wat als er ondanks deze inspanningen tóch pestgedrag ontstaat? Ook dan is het handelen van jou als leraar van groot belang. In dit artikel gaan we in op wat je kunt doen zodra pesten zich voordoet met als doel de balans in de groep te herstellen.


Dit is het negende deel van een artikelenserie over pesten en klasdynamiek. Lees ook de overige delen van deze serie:

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen, tips en infographics? Schrijf je dan in voor het gratis kennisdossier van de Wij-leren Academie.


Stap 1: Pesten signaleren

Pesten kan alleen worden aangepakt als het eerst wordt herkend. Maar dat is minder eenvoudig dan het lijkt. Veel pestgedrag vindt plaats buiten het directe zicht van volwassenen, zoals op het schoolplein, in de gangen, tijdens het omkleden bij gym of online. Daarnaast zijn veel vormen van pesten subtiel of indirect. Daarom is alertheid essentieel en is het belangrijk informatie te verzamelen uit verschillende bronnen en een open meldcultuur te creëren. 

"Wie pesten wil aanpakken, moet het eerst herkennen."

Wat kun je als leraar concreet doen?

1. Verzamel doelgericht informatie uit meerdere bronnen

Bij het signaleren van pesten is het belangrijk om doelgericht informatie te vergaren en hierbij meerdere perspectieven te bevragen. Onderzoek laat zien dat er regelmatig een verschil is tussen wat leerlingen zelf aangeven (self-report), wat klasgenoten over hen zeggen (peer-report) en wat de leraar ziet (teacher-report). Signalering vraagt dus om triangulatie: het combineren van verschillende bronnen van informatie.

Veel vragenlijsten die scholen kunnen gebruiken om de sociale relaties in de klas te meten, maken alleen gebruik van zelfrapportage. Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van wat er speelt in de groep, is het belangrijk om ook het perspectief van de klasgenoten te bevragen. Dit kan bijvoorbeeld door middel van sociometrie. Sociometrie is een verzamelnaam voor methoden die de sociale relaties in een groep in kaart brengen. Nominatievragen zijn een veelgebruikte vorm van sociometrie. Dit zijn vragen als ‘Wie in jouw klas is het meest populair?’, ‘Wie in jouw klas helpt anderen?’ of ‘Wie in jouw klas wordt gepest?’. Leerlingen kiezen bij elke vraag de klasgenoot/klasgenoten bij wie de omschrijving het beste past. Het uitgangspunt bij nominatievragen is dat de klas als geheel een betrouwbaar beeld kan geven van de onderlinge relaties. Voor elke leerling wordt per vraag het aantal ontvangen nominaties opgeteld. Zo ontstaat een duidelijk beeld van wie het meest wordt genoemd bij vragen over status in de groep, over pesten en gepest worden, of over positief gedrag.

"Voor het begrijpen van pesten is het belangrijk om te luisteren naar meerdere stemmen in de klas."

Soms geven leerlingen bijvoorbeeld zelf niet aan dat ze gepest worden, terwijl klasgenoten dit wél benoemen. Soms zien leerlingen een bepaalde klasgenoot als pester, terwijl de leraar die leerling als sociaal en vriendelijk beschouwt. Hierbij is het belangrijk om te onthouden dat ‘de waarheid’ vaak in het midden ligt. Het is dus niet zo dat één perspectief gelijk heeft en dat de andere perspectieven onjuist zijn. Juist de verschillen tussen deze perspectieven geven goed weer hoe verschillende betrokkenen de situatie ervaren en kunnen helpen om beter te begrijpen wat er aan de hand is. Bijvoorbeeld wanneer de klas aangeeft dat een leerling gepest wordt, maar de leerling ziet dit zelf niet zo, dan is het waarschijnlijk effectiever om met de groep aan de slag te gaan dan met het slachtoffer. Voorbeelden van monitoringsinstrumenten die gebruik maken van nominatievragen zijn Stoeltjesdans en KiVa.

Op basis van de resultaten uit een sociometrische vragenlijst kan de leraar doelgericht observeren of gesprekken voeren. Op deze manier vult de leraar de rapportages van individuele leerlingen en de klas aan met diens eigen perspectief en hebben alle betrokkenen hun standpunt kunnen delen.

2. Creëer een open meldcultuur

In een veilige klas is vertrouwen heel erg belangrijk: leerlingen moeten weten dat ze gehoord worden, dat hun zorgen serieus worden genomen en dat fouten bespreekbaar zijn. Praat daarom regelmatig met de groep over hoe jullie met elkaar omgaan en benadruk dat het melden van pesten geen bemoeien of klikken is, maar getuigt van zorg en moed. Een open klas- en meldcultuur betekent dat je actief laat zien dat pestgedrag niet wordt getolereerd, maar ook dat niemand wordt afgeschreven.

Zeg bijvoorbeeld expliciet dat leerlingen altijd bij je mogen komen, ook bij twijfel. Geef aan dat jij er bent om samen te onderzoeken wat er speelt en hoe je kunt helpen. Het is daarbij ook belangrijk dat leraren het melden van pesten normaliseren als iets wat getuigt van moed, niet van klikken. Onderzoek laat zien dat leerlingen die pesten melden zich vaak schamen, bang zijn dat het uitkomt dat ze het gemeld hebben en dat ze daarna nog erger gepest zullen worden.

"Wie pesten wil stoppen, moet eerst zorgen dat leerlingen durven te vertellen wat er speelt."

Ook voor leerlingen die zelf niet direct betrokken zijn bij pesten, de zogeheten omstanders, is het belangrijk dat ze zich verantwoordelijk voelen voor het tegengaan van pesten. Een belangrijke stap is ze taal te geven om pestgedrag bespreekbaar te maken. Leer ze bijvoorbeeld het verschil tussen plagen en pesten. Hoe beter leerlingen woorden hebben, hoe sneller ze iets zullen benoemen.

Neem alle meldingen van pesten altijd serieus, zelfs wanneer je als leraar twijfelt of er echt sprake is van pesten. Wanneer een leerling zich gepest voelt, heeft het zeer waarschijnlijk invloed op diens welzijn en daar moet je als onderwijsprofessional iets mee doen. Een veelvoorkomende denkfout is dat pestgedrag altijd gepaard gaat met duidelijke conflicten of zichtbaar negatief gedrag. In werkelijkheid komt pesten vaak voort uit machtsongelijkheid binnen de groep, waarbij ook populaire of sociaal vaardige leerlingen pestgedrag kunnen vertonen. Wie alleen let op “de stereotype pester” loopt het risico de werkelijke dynamiek te missen. Het omgekeerde is ook waar, slachtoffers zijn niet altijd zwakke, sociaal onvaardige leerlingen. Onderzoek laat zien dat ook leerlingen met een hoge status in de klas het doelwit van pesten kunnen zijn.

Tot slot draagt ook de manier waarop je spreekt over meldingen bij aan een open meldcultuur. Laat zien dat verandering altijd mogelijk is, ook voor leerlingen die pesten: “Het is nooit te laat om het anders te doen.”

"Wie elke melding serieus neemt, laat zien dat veiligheid in de klas voorop staat."

Stap 2: Analyseer de situatie alvorens actie te ondernemen  

De ene klas is de andere niet en elke pestsituatie is uniek. Wat werkt in de ene klas, werkt helemaal niet in de andere. Dit heeft te maken met individuele voorkeuren, de verdeling van de rollen bij pesten die we in artikel 5 besproken hebben en de groepsnormen, waar we in artikel 1 en artikel 7 op in gingen. Het is daarom van groot belang dat leraren in kaart brengen hoe de pestsituatie én de groepsnormen in hun klas eruitzien, om vervolgens de pogingen om pesten te stoppen zo effectief mogelijk te laten zijn.

"Wie de groepsnormen kent, begrijpt waarom pesten wel of niet standhoudt."

Wat kun je als leraar concreet doen?

1. Wie is het slachtoffer en wat heeft die leerling nodig?

Eén van de belangrijkste punten is vaststellen wat het slachtoffer nodig heeft. Heeft diegene vooral behoefte aan steun, zo ja van wie? Vindt de leerling het fijn om periodiek de situatie te evalueren en op welke manier? Of heeft de leerling juist meer behoefte aan focus op dingen die wel fijn zijn in de klas? Elke leerling die slachtoffer is van pestgedrag kan andere behoeften hebben en voor het welzijn van de leerling is het belangrijk om die goed in kaart te brengen. Dit kun je doen door met het slachtoffer in gesprek te gaan. Het doel is in zo’n gesprek niet alleen om te achterhalen wat er precies speelt, maar ook om het kind te laten voelen ‘je wordt gezien, je verhaal doet ertoe, en ik ben er voor jou’. Laat merken dat je luistert zonder oordeel en geef de leerling controle.

"Een kind dat zich gezien voelt, staat sterker in een moeilijke situatie."

2. Is er sprake van één of meerdere pesters? Wat zijn hun rollen?

Hoe zijn de rollen verdeeld in de groep? Is er één of meerdere pesters? Hoeveel assistenten en bekrachtigers zijn er? In welke situaties vertonen de leerlingen die pesten en de leerlingen die meelopen het gedrag? Is er sprake van één of meerdere slachtoffers? Zijn er verdedigers in de klas aanwezig? Wie zijn de omstanders? Door helder te krijgen hoe de rollen verdeeld zijn, kunnen de vervolgstappen hierop afgestemd worden. Een pestsituatie met één leerling die pest, zonder assistenten en bekrachtigers en de aanwezigheid van verdedigers kan op andere manieren aangepakt worden dan een situatie met meerdere leerlingen die pesten, meerdere leerlingen die meelopen en waarbij geen verdedigers aanwezig zijn.

3. Hoe zijn de normen in deze klas? Welk gedrag wordt beloond?

Dit is misschien wel de belangrijkste stap in het analyseren van de situatie. Hoe zijn de normen in deze klas? Wordt positief of negatief gedrag over het algemeen beloond met status en aanzien? Een klas waar pestgedrag stoer gevonden wordt en waar pesters populair zijn, vraagt om een andere aanpak dan een klas waar pesten over het algemeen afgewezen wordt en waar voor elkaar opkomen beloond wordt. Onderwijsprofessionals kunnen met man en macht een pester proberen te laten stoppen, maar zolang de klas het gedrag beloont en er voor de pester iets te winnen valt, zal deze niet stoppen. In alle pestsituaties moet de groep erbij betrokken worden als er pestgedrag plaatsvindt, maar in de zojuist beschreven situatie al helemaal. De norm in de groep moet veranderd worden, zodat pestgedrag niets meer oplevert voor de pester. In een pestsituatie is het daarom van het grootste belang dat de leraar, eventueel samen met IB’er en schoolleider, in kaart brengt hoe de normen in de klas eruitzien.

"Zolang pestgedrag status oplevert, blijft het bestaan."

4. Reflecteer op je eigen ernstinschatting en blinde vlekken

Onderzoek heeft laten zien dat leraren erg verschillen in hoe ze naar pesten kijken. Ze verschillen bijvoorbeeld in de ernst die ze aan pesten toeschrijven. Sommige leraren vinden dat pesten hoort bij opgroeien en dat het kinderen en jongeren bepaalde vaardigheden kan aanleren. Andere leraren maken zich zorgen om pestgedrag en vinden dat er zero tolerance voor zou moeten zijn. Het is goed om je als leraar bewust te zijn van jouw eigen ernstinschatting en te voorkomen dat deze je ervan weerhoudt om geen actie te ondernemen of juist te grootschalig te reageren.

Ook tegen uiteenlopende vormen van pesten wordt door leraren verschillend aangekeken. Fysiek pesten wordt vaak sneller herkend en meer serieus genomen dan verbaal of relationeel pesten. Redenen die leraren hiervoor noemden, waren bijvoorbeeld dat kinderen en jongeren in directer gevaar zijn wanneer ze het slachtoffer van fysiek pesten zijn. Toch kunnen subtiele vormen zoals buitensluiten, roddelen of online vernedering minstens zo schadelijk zijn als fysiek pesten. Wees je als leraar bewust van je eigen referentiekader en van de impact die ook ‘kleine’ opmerkingen of nonchalante grappen kunnen hebben.

"Bewustzijn van je eigen blik helpt om pesten scherper te herkennen."

Tot slot heeft onderzoek ook laten zien dat de strategieën die leraren kiezen om in te zetten wanneer pestgedrag zich voordoet, afhangen van bepaalde kenmerken van de leraar. Zo spelen leraren hun overtuigingen rondom pesten (zie ook artikel 8), de mate waarin ze toegerust zijn om dergelijke situaties aan te pakken, het aantal jaar onderwijservaring en hun eigen ervaringen met pesten gedurende hun kindertijd en pubertijd allemaal een rol in de mate waarin leraren anti-peststrategieën inzetten. Het is belangrijk dat leraren zich ervan bewust zijn dat persoonlijke kenmerken een rol kunnen spelen bij het inzetten van strategieën en dat zij proberen hun eigen neigingen of aannames hierin te herkennen en waar nodig te corrigeren.

Stap 3: Onderneem actie om het pesten tegen te gaan

De volgende stap is het ondernemen van actie om het pesten tegen te gaan. Hierbij is het belangrijk om bij elke melding van pesten een actie in te zetten, zodat je naar leerlingen uitdraagt dat pesten absoluut niet getolereerd wordt en dat je je actief inzet voor een veilige klas voor alle leerlingen. Uit onderzoek zijn verschillende strategieën effectief gebleken in het terugdringen van pesten. Het is de kunst om als onderwijsprofessionals juist die strategieën te kiezen die in de specifieke groep waar het pesten zich voordoet naar verwachting effectief zullen zijn.

"Niet ingrijpen is ook een boodschap."

Wat kun je als leraar concreet doen?

1. Reageer met een actie op elke melding

Onderzoek laat zien dat het vrijwel altijd beter is om in te grijpen dan om passief te blijven. Wanneer een leraar, die een sociaal voorbeeld is voor leerlingen, niet ingrijpt, trekken leerlingen daar onbewust conclusies uit: blijkbaar is het gedrag toegestaan, niet ernstig of zelfs geaccepteerd. Dit versterkt mechanismen van groepsdruk, rechtvaardiging (“het was een grapje”) en sociale stilte. Met elke actieve reactie geef je als leraar een signaal af aan de gehele groep: hier worden grenzen bewaakt; in deze klas pesten we elkaar niet.

Recent onderzoek van Van Gils (2023) liet zien dat er grofweg drie typen leraren te onderscheiden zijn als het gaat om reageren op ingrijpen bij pestincidenten: hoog actief, gemiddeld actief en passief. Leraren in de hoog actief (62%) groep reageerden vrijwel altijd op pestgedrag. Ze waren consistent: ze grepen in, benoemden wat ze zagen, ondersteunden slachtoffers en zetten in op herstel in de groep. Ook combineerden ze verschillende strategieën om het pesten te stoppen, zoals individuele gesprekken, groepsdiscussies, disciplinair optreden en mediation. In deze klassen werd het laagste niveau van pestgedrag gerapporteerd en het pesten nam gedurende het schooljaar af.

"Leerlingen letten niet alleen op wat je zegt, maar vooral op wat je doet."

Bij gemiddeld actieve leraren (32%) was het beeld wisselender. Deze leraren reageerden niet altijd of afhankelijk van de situatie. Ze gebruikten nog wel actieve strategieën, maar minder vaak en minder krachtig dan de hoog actieve groep. Het pestniveau in deze klassen bleef gedurende het schooljaar stabiel: het nam niet toe, maar ook niet af.

Een kleine groep leraren (6%) behoorde tot de groep die passief was. Deze leraren grepen zelden in, bagatelliseerden pestgedrag of zagen het niet. In deze klassen werden de hoogste niveaus van pesten gerapporteerd. Het pestgedrag was structureel hoger dan in de andere groepen. Niet ingrijpen is daarmee een belangrijke risicofactor: het geeft de boodschap dat pesten wordt gedoogd.

2. Combineer verschillende actieve vormen van ingrijpen en betrek de hele groep en de ouders hierbij

Het is bijna nooit voldoende om op één vlak in te grijpen. Daarom is het belangrijk dat leraren meerdere actieve strategieën combineren. Uit onderzoek zijn verschillende strategieën effectief gebleken. Per strategie verschilt de manier waarop ze effectief zijn. Sommige strategieën verbeteren het klasklimaat als geheel, sommige dragen positief bij aan het welzijn van het slachtoffer, en weer andere oefenen een meer indirecte invloed uit op de pestsituatie.

"Pesten aanpakken vraagt om meer dan één interventie."

  • Disciplinair optreden tegen de leerling(en) die pest(en); bijvoorbeeld door privileges te ontnemen (bijv. tijdelijk geen aanvoerder van het schoolvoetbalteam mogen zijn) of door een vervelende consequentie te koppelen aan het pestgedrag (bijv. tijdelijk meer klassendienst moeten doen). Hierbij is het belangrijk om te onthouden dat disciplineren alleen werkt als het gekoppeld is aan een pedagogisch doel: gedragsverandering, inzicht en herstel. Zonder gesprek is het niet effectief.
  • Ondersteuning van de leerling die gepest wordt; bijvoorbeeld door gesprekken tussen de leraar en het slachtoffer, begeleiding door een interne professional in school (bijv. schoolpsycholoog of IB’er), of door externe hulp in te schakelen (bijv. individuele trainingen/coaching of verschillende vormen van therapie).
  • Ondersteuning en/of mediation door leerlingen zelf (begeleid door onderwijsprofessionals); bijvoorbeeld door leerlingmediatoren aan te stellen voor tijdens de pauzes (nooit ter vervanging van toezicht door volwassenen, maar om leerlingen eigenaarschap te geven, conflictoplossings- en communicatievaardigheden te versterken en de drempel voor het vragen om hulp te verlagen) of door een buddysysteem in de klas in te stellen waarbij leerlingen aan elkaar worden gekoppeld om elkaar te helpen.
  • Lessen in emotieregulatie, bijvoorbeeld door middel van groepsinterventies gericht op het reguleren van negatieve emoties rondom pesten. Hierbij hoeft het niet expliciet over pesten te gaan. Een dergelijke groepsinterventie kan zich ook richten op het bespreekbaar maken van emoties, wat vervolgens op indirecte wijze invloed kan hebben op de pestprocessen in de klas.
  • Duidelijke klassenregels en klassenmanagement, bijvoorbeeld door met elkaar af te spreken wat wel en niet gewenst is in de klas en te bespreken hoe leerlingen met elkaar om willen gaan. Belangrijk daarbij is om actief terug te grijpen op de afspraken wanneer leerlingen zich daar niet aan houden, zodat de afspraken geen loze regels zijn, maar echt onderdeel van de dagelijkse praktijk in de klas zijn. Ook met het klassenmanagement kan de leraar pesten proberen tegen te gaan. Pesten vindt vaker plaats in vrije situaties of wanneer leerlingen geen duidelijke taken hebben. Zorg daarom, bijvoorbeeld tijdens lesovergangen of lessen waarbij leerlingen zelf mogen kiezen wat ze doen of waar ze zitten, dat leerlingen weten wat ze moeten doen, hoeveel tijd ze daarvoor hebben en wat ze moeten doen als ze klaar zijn. Ook het kritisch evalueren van looproutes door de klas of de locatie van bijvoorbeeld de instructietafel kan hierbij helpend zijn om zoveel mogelijk rust in de groep te kunnen bewaren. 
  • De inzet van anti-pestprogramma’s in de klas of in de school. Veel scholen maken al preventief gebruik van een anti-pestprogramma, maar niet alle scholen doen dit. Wanneer er sprake is van pesten en er is nog geen anti-pestprogramma op de school, kan dit een belangrijke stap zijn richting verbetering. Dergelijke programma’s richten zich op verschillende aspecten van het pestproces, bijvoorbeeld het positief beïnvloeden van de groep, het vergroten van de weerbaarheid van slachtoffers, of het stimuleren van de sociaal-emotionele ontwikkeling in het algemeen. Het is belangrijk dat scholen kritisch zijn bij het selecteren van een anti-pestprogramma, omdat onderzoek heeft laten zien dat de effectiviteit en kwaliteit van anti-pestprogramma’s sterk verschilt. Ook werken bepaalde programma’s beter in bepaalde situaties, wat ook weer het belang onderstreept van stap 2 (analyseer de situatie alvorens actie te ondernemen).
  • Het organiseren van leerlingenbijeenkomsten, bijvoorbeeld een themadag over pesten. Leerlingen leren van jongs af aan dat pesten niet mag, maar voor veel leerlingen blijft het vrij abstract. Tijdens een themadag kunnen leraren aandacht besteden aan onderwerpen zoals de gevolgen van pesten, de redenen waarom kinderen en jongeren soms anderen pesten, of over de rollen die er in de groep zijn bij pesten om reflectie te stimuleren. Onderwijsprofessionals zijn soms terughoudend in het spreken over pesten, bijvoorbeeld omdat ze bang zijn dat het leerlingen op ideeën brengt. Onderzoek laat echter zien dat deze zorgen niet nodig zijn. Klassikale gesprekken en bewustwording van pesten zorgen juist vaak voor een afname in pestgedrag, mits ze op een sociaal veilige manier plaatsvinden.
  • Het informeren van ouders over zowel de situatie als kennisoverdracht over pesten en de aanpak van de school hierin, bijvoorbeeld tijdens een ouderavond. Onderzoek heeft laten zien dat het betrekken van ouders een effectieve manier is in het terugdringen van pesten. Scholen zijn soms terughoudend in het informeren van ouders. Toch geven vrijwel alle ouders aan dat ze het willen weten als hun kind betrokken is bij een pestsituatie, in welke rol dat ook is. Het betrekken van ouders is dus niet alleen een professionele, maar ook een relationele stap in de goede richting. Ook is kennisoverdracht over pesten richting ouders belangrijk, zodat zij bijvoorbeeld weten wat precies de verschillen zijn met pesten, welke rollen er zijn en hoe ze kunnen herkennen welke rol hun kind heeft en hoe ze thuis met hun kind over pesten kunnen praten.
  • Meer toezicht op risicovolle plekken zoals het schoolplein en de gangen.
  • Een helder beleid en protocol omtrent pesten, zie ook artikel 8.

Deze lijst is zeker niet compleet. Er zijn nog veel meer strategieën die ingezet zouden kunnen worden en welke strategieën het meest effectief zijn, kan verschillen per klas. Het gaat er juist om dat onderwijsprofessionals goed kijken naar de specifieke groep waar het om gaat en wat die nodig heeft om een positieve, veilige klas te zijn. Hierbij is eenmalig ingrijpen vaak niet voldoende. Pesten is vaak onderdeel van een onderliggende groepsdynamiek die alleen verandert als er structureel wordt gewerkt aan verbetering.

"Disciplinair optreden werkt alleen als het gekoppeld is aan gedragsverandering, inzicht en herstel."

Tot slot

In dit artikel stond het handelen van de leraar centraal wanneer pesten zich voordoet. We zagen hoe belangrijk het is om signalen tijdig te herkennen, de situatie kritisch te analyseren en in kaart te brengen en hoe je acties kunt ondernemen om het pesten tegen te gaan. Een leraar die actief optreedt en tegelijk ruimte biedt voor groei en herstel, maakt het verschil tussen escalatie en verandering. In Figuur 1 zijn de stappen overzichtelijk samengevat.

Figuur 1. Pesten signaleren, analyseren en aanpakken.

Wil je deze infographic gratis downloaden in hoge resolutie en op de hoogte blijven van nieuwe artikelen over dit thema? Schrijf je dan in voor het kennisdossier 'pesten en klasdynamiek' van de Wij-leren Academie. 

"Signaleren, analyseren en ingrijpen vormen samen de basis van een effectieve aanpak van pesten."

Toch blijkt uit onderzoek dat pesten niet altijd wordt opgemerkt, zelfs niet door betrokken en ervaren leraren. In het volgende artikel gaan we daarom dieper in op het herkennen van pestgedrag. We bespreken recente inzichten uit onderzoek over de mate waarin leraren slachtoffers van pesten weten te identificeren. Daarbij kijken we naar hoe goed leraren overeenkomen met de inschattingen van leerlingen, hoe dit gedurende het schooljaar kan veranderen en welke groepen mogelijk over het hoofd worden gezien.

Referenties

  • Blomqvist, K., Saarento‐Zaprudin, S., & Salmivalli, C. (2020). Telling adults about one's plight as a victim of bullying: Student‐and context‐related factors predicting disclosure. Scandinavian Journal of Psychology61(1), 151-159. https://doi.org/10.1111/sjop.12521
  • Dawes, M., Gariton, C., Starrett, A., Irdam, G., & Irvin, M. J. (2023). Preservice teachers’ knowledge and attitudes toward bullying: A systematic review. Review of Educational Research93(2), 195-235. https://doi.org/10.3102/00346543221094081
  • Dawes, M., & Malamut, S. (2020). No one is safe: Victimization experiences of high-status youth. Adolescent Research Review5(1), 27-47. https://doi.org/10.1007/s40894-018-0103-6
  • Hendrickx, M. M., Mainhard, M. T., Boor-Klip, H. J., Cillessen, A. H., & Brekelmans, M. (2016). Social dynamics in the classroom: Teacher support and conflict and the peer ecology. Teaching and Teacher Education53, 30-40. https://doi.org/10.1016/j.tate.2015.10.004
  • Murphy, H., Tubritt, J., & Norman, J. O. H. (2018). The role of empathy in preparing teachers to tackle bullying. Journal of New Approaches in Educational Research7(1), 17-23. https://doi.org/10.7821/naer.2018.1.261
  • Fischer, S. M., & Bilz, L. (2019). Teachers' self-efficacy in bullying interventions and their probability of intervention. Psychology in the Schools, 56(5), 751-764. https://doi.org/10.1002/pits.22229
  • Fischer, S. M., Wachs, S., & Bilz, L. (2021). Teachers’ empathy and likelihood of intervention in hypothetical relational and retrospectively reported bullying situations. European Journal of Developmental Psychology, 18(6), 896-911. https://doi.org/10.1080/17405629.2020.1869538
  • Lee, S., Kim, C. J., & Kim, D. H. (2015). A meta-analysis of the effect of school-based anti-bullying programs. Journal of Child Health Care19(2), 136-153. https://doi.org/10.1177/1367493513503581
  • Li, Y., Chen, P. Y., Chen, F. L., & Chen, Y. L. (2017). Preventing school bullying: investigation of the link between anti‐bullying strategies, prevention ownership, prevention climate, and prevention leadership. Applied Psychology66(4), 577-598. https://doi.org/10.1111/apps.12107
  • Olweus, D. (2013). School bullying: Development and some important challenges. Annual Review of Clinical Psychology, 9(1), 751-780. https://doi.org/10.1146/annurev-clinpsy-050212-185516
  • Ttofi, M., & Farrington, D. (2009). What works in preventing bullying: Effective elements of anti‐bullying programmes. Journal of Aggression, Conflict and Peace Research1(1), 13-24. https://doi.org/10.1108/17596599200900003
  • Van Aalst, D. A., Huitsing, G., & Veenstra, R. (2024). Understanding teachers’ likelihood of intervention in bullying situations: Testing the theory of planned behavior. International Journal of Bullying Prevention, 1-11. https://doi.org/10.1007/s42380-024-00209-w
  • Van Gils, F. (2022). Powerless or powerful? Teachers' responses to bullying as perceived by students: Measurement, antecedents, and effects [Doctoral dissertation], KU Leuven.
  • Van Gils, F. E., Colpin, H., Verschueren, K., Demol, K., Ten Bokkel, I. M., Menesini, E., & Palladino, B. E. (2022). Teachers’ responses to bullying questionnaire: a validation study in two educational contexts. Frontiers in Psychology13, 830850. https://doi.org/10.3389/fpsyg.2022.830850
  • Van Gils, F. E., Verschueren, K., Demol, K., Ten Bokkel, I. M., & Colpin, H. (2023). Teachers' bullying‐related cognitions as predictors of their responses to bullying among students. British Journal of Educational Psychology93(2), 513-530. https://doi.org/10.1111/bjep.12574
  • Van Gils, F. E., Demol, K., Verschueren, K., ten Bokkel, I. M., & Colpin, H. (2024). Teachers’ responses to bullying: A person-centered approach. Teaching and Teacher Education148, 104660. https://doi.org/10.1016/j.tate.2024.104660
  • Veenstra, R., & Huitsing, G. (2021). Social network approaches to bullying and victimization. In P. K. Smith & J. O'Higgins Norman (Eds.), The Wiley Blackwell handbook of bullying: A comprehensive and international review of research and intervention (Vol. 1, pp. 196-214). Wiley-Blackwell.
  • Veenstra, R., Lindenberg, S., Huitsing, G., Sainio, M., & Salmivalli, C. (2014). The role of teachers in bullying: the relation between antibullying attitudes, efficacy, and efforts to reduce bullying. Journal of Educational Psychology106(4), 1135-1143. https://doi.org/10.1037/a0036110
  • Wachs, S., Bilz, L., Niproschke, S., & Schubarth, W. (2019). Bullying intervention in schools: A multilevel analysis of teachers’ success in handling bullying from the students’ perspective. The Journal of Early Adolescence, 39(5), 642-668. https://doi.org/10.1177/0272431618780423
  • Wójcik, M., & Rzeńca, K. (2021). Disclosing or hiding bullying victimization: A grounded theory study from former victims’ point of view. School Mental Health13(4), 808-818. https://doi.org/10.1007/s12310-021-09447-5
  • Yang, C., Sharkey, J. D., Reed, L. A., Chen, C., & Dowdy, E. (2018). Bullying victimization and student engagement in elementary, middle, and high schools: Moderating role of school climate. School Psychology Quarterly, 33(1), 54-64. https://doi.org/10.1037/spq0000250
  • Yoon, J. S. (2004). Predicting teacher interventions in bullying situations. Education & Treatment of Children, 27(1), 37-45.
  • Yoon, J., & Bauman, S. (2014). Teachers: A critical but overlooked component of bullying prevention and intervention. Theory Into Practice53(4), 308-314. https://doi.org/10.1080/00405841.2014.947226
  • Yoon, J. S., Bauman, S., & Corcoran, C. (2020). Role of adults in prevention and intervention of peer victimization. In L. H. Rosen, S. R. Scott, & S. Y. Kim (Eds.), Bullies, victims, and bystanders. Understanding child and adult participant vantage points (pp. 179-212). Springer.
Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.