Pesten en klasdynamiek (4): De pester onder de loep
Nathalie Hoekstra
Postdoctoraal onderzoeker ontwikkelingspsychologie bij Radboud Universiteit
Geraadpleegd op 11-12-2025,
van https://wij-leren.nl/pesten-dader.php
Laatst bewerkt op 25 oktober 2025

Hoe ontstaat een veilig klasklimaat? Welke rol speelt groepsdynamiek daarbij? En wat kun je als leraar doen als er sprake is van pesten? In deze artikelenserie duiken we dieper in de sociale processen binnen de klas en de mechanismen achter pesten, signaleren en ingrijpen. We verkennen de rol van pesters, slachtoffers, meelopers én leraren en laten zien hoe sociale veiligheid doelgericht versterkt kan worden.
Op basis van onderzoek en praktijkervaring beantwoorden we vragen als: Waar komt pestgedrag vandaan? Wat is de impact op het slachtoffer? Wat maakt een interventie effectief? En kan een andere zitplaatsindeling bijdragen aan een veiligere klas? Deze artikelenserie biedt concrete handvatten voor leraren, intern begeleiders, schoolleiders en ouders om actief bij te dragen aan een sociaal veilige leeromgeving, waarin ieder kind zich veilig, gezien en gesteund weet.
De pester onder de loep
In artikel 1 van deze serie werd uitgelegd wat klasdynamiek is en hoe die samenhangt met het ontstaan van pesten. In artikel 2 stonden we stil bij de verschillende vormen van pesten en in artikel 3 verkenden we het beeld van het slachtoffer. In dit vierde artikel richten we de aandacht op de pester. Waarom kiezen sommige kinderen en jongeren ervoor om anderen stelselmatig pijn te doen? Welke motieven of omstandigheden spelen een rol? En bestaat er zoiets als ‘de typische pester’?
Om met die laatste vraag te beginnen: het beeld dat veel mensen hebben van een pester - luid, dominant en sterk - blijkt in werkelijkheid te eenzijdig. Pesters zijn er in vele vormen: van de populaire leider tot de meeloper, van de impulsieve uitdager tot het kind dat zelf met pijn rondloopt. In dit artikel zetten we uiteen welke typen pesters er zijn, wat hen drijft, welke rol de klassituatie speelt en hoe verandering mogelijk is.
Om pesten te begrijpen én aan te pakken, moet eerst het eenzijdige beeld van 'de pester' worden losgelaten.
Dit is het vierde deel van een artikelenserie over pesten en klasdynamiek. Lees ook de overige delen van deze serie:
- Deel 1: Sociale dynamiek in de klas
- Deel 2: De vele gezichten van pesten
- Deel 3: Het slachtoffer in beeld
- Deel 5: De sociale context van pesten
- Deel 6: De impact van pesten
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen, tips en infographics? Schrijf je dan in voor het gratis kennisdossier 'pesten en klasdynamiek' van de Wij-leren Academie.
Verschillende typen pesters
Er is niet één profiel van ‘de pester’. Pesters verschillen in gedrag, motieven en sociale positie. Door verschillende typen te onderscheiden, ontstaat meer begrip van de dynamiek achter pestgedrag. In de literatuur worden drie typen pesters onderscheiden:
- De leidende, dominante pester;
- De meeloper;
- De bully-victim.
Door pesters te typeren, wordt zichtbaar dat niet alleen de dader, maar ook de context bepalend is.
1. De leidende, dominante pester
Dit type pester neemt vaak een centrale plek in binnen de groep en staat hoog in de sociale hiërarchie van de klas. Om dit goed te begrijpen, is het belangrijk om onderscheid te maken tussen twee vormen van sociale status die in pestonderzoek veel worden gebruikt: geliefdheid en populariteit.
- Geliefdheid verwijst naar hoe aardig en sympathiek iemand wordt gevonden door klasgenoten. Het gaat om positieve sociale relaties, wederzijds contact en acceptatie. Kinderen en jongeren die geliefd zijn, worden vaak genoemd als fijne groepsgenoten, zijn zorgzaam en tonen prosociaal gedrag zoals helpen, delen en samenwerken.
- Populariteit heeft meer te maken met sociale status, invloed en zichtbaarheid. Populaire kinderen en jongeren worden gezien als ‘stoer’, ‘cool’ of invloedrijk, maar dat betekent niet automatisch dat ze ook aardig gevonden worden. Sommige populaire leerlingen zijn ook geliefd, maar andere helemaal niet.
De leidende pester scoort doorgaans hoog op populariteit, maar laag op geliefdheid. De populariteit van de leidende pester is gebaseerd op agressie, dominantie en zichtbaarheid en staat los van positieve sociale gedragingen. Dit type pester bepaalt wie erbij hoort en wordt soms bewonderd of juist gevreesd. Het gedrag van deze pesters wordt door klasgenoten vaak getolereerd of zelfs beloond. Bijvoorbeeld omdat ze anderen aan het lachen maken, de leiding nemen of een sterke groepspositie hebben.
De leidende pester is niet per se geliefd, maar wel machtig. Die macht maakt het verschil.
Pesten is voor deze kinderen en jongeren vaak een strategie om hun invloed te behouden of te vergroten. Dit gebeurt niet altijd openlijk: juist sociaal vaardige pesters zetten hun invloed subtiel in. Ze kunnen roddels verspreiden, andere leerlingen manipuleren of het sociale netwerk van een slachtoffer ondermijnen, zonder dat volwassenen het direct merken.
2. De meeloper
Niet alle pesters nemen zelf het initiatief. Sommige kinderen of jongeren lopen mee met dominante, leidende pesters wanneer er gepest wordt. Bijvoorbeeld omdat ze erbij willen horen, niet in durven te grijpen, of bang zijn om zelf het slachtoffer te worden. Binnen de categorie meelopers, kunnen we twee typen onderscheiden: de assistent en de bekrachtiger.
- De assistent: Waar een leidende pester begint met pesten, doet de assistent pas mee wanneer de leider begonnen is. Als de leider het slachtoffer slaat, doet de assistent hieraan mee. De assistent vertoont dus hetzelfde pestgedrag. Het verschil zit in het feit dat de assistent niet zelf begint, maar volgt.
- De bekrachtiger: bekrachtigers vertonen zelf geen pestgedrag, maar houden het wel in stand. Een bekrachtiger zal dus niet meeslaan wanneer de leider en de assistent dit doen, maar juicht, lacht, roept of klapt.
Zonder publiek verliest de pester zijn podium. De bekrachtiger speelt daarin een sleutelrol.
Voor beide typen meelopers geldt dat ze zichzelf vaak niet als pester zien, maar wel degelijk een rol spelen in het groepsproces. Door hun instemming bevestigen ze de sociale positie van de pester en versterken ze de uitsluiting van het slachtoffer. Meelopers onderschatten daarbij vaak hun eigen invloed: juist hun keuze om mee te doen, maakt verschil.
Meelopers zijn doorgaans gevoelig voor groepsdruk. Ze tonen pestgedrag vooral in aanwezigheid van leidende pesters en gedragen zich anders als die er niet zijn. Hun gedrag wordt minder gekenmerkt door initiatief en is sterk afhankelijk van de groepsdynamiek. Wanneer het klasklimaat onveilig is, wordt er meer gepest en dat biedt meer druk voor meelopers om assistent- of bekrachtigergedrag te vertonen. Op de rol van groepsdruk en sociale processen rondom pesten gaan we later in deze artikelenserie dieper in.
Meelopers zien zichzelf vaak niet als pesters, maar dragen wel degelijk bij aan het probleem.
3. De bully-victim
Een specifieke en kwetsbare groep wordt gevormd door de zogenaamde bully-victims: kinderen en jongeren die anderen pesten, maar ook zélf worden gepest. Hun gedrag is vaak onvoorspelbaar en sterk emotioneel gekenmerkt. Ze zijn zowel agressief als kwetsbaar en lopen een verhoogd risico op blijvende gedrags- en emotionele problemen.
Achter het pestgedrag van deze leerlingen schuilt vaak onzekerheid. Ze voelen zich bedreigd of buitengesloten en gebruiken pesten als een manier om hun eigen positie te versterken. Door anderen kleiner te maken, proberen ze zichzelf groter te voelen.
Pesten kan voor sommige leerlingen een wanhopige poging zijn om niet zelf buiten de groep te vallen.
Onderzoek laat zien dat bully-victims vaker impulsief reageren, regels overtreden en betrokken raken bij conflicten. In vergelijking met pesters en slachtoffers zijn ze vaak het slechtst af. Ze hebben meer internaliserende en externaliserende problemen, ze laten een hogere mate van suïcidaliteit zien, scoren het laagst op geliefdheid en hebben de meeste problemen met het sluiten van vriendschappen. De bully-victims vormen dus een unieke groep die vraagt om extra begeleiding, gezien de combinatie van kwetsbaarheid en agressie.
In Figuur 1 staan de verschillende typen pesters samengevat.

Figuur 1. De verschillende typen pesters.
Wil je deze infographic gratis downloaden in hoge resolutie? Schrijf je dan in voor het kennisdossier 'pesten en klasdynamiek' van de Wij-leren Academie.
Wat drijft pesters?
Pestgedrag lijkt op het eerste gezicht misschien puur gemeen gedrag, maar onderliggend spelen vaak complexe psychologische en sociale processen. Kinderen en jongeren pesten niet zomaar. In dit artikel bespreken we drie onderliggende aspecten die kunnen verklaren waarom ze pestgedrag vertonen:
- Sociale positie versterken
- Behoefte aan controle of zelfbevestiging
- Gebrek aan empathie of moreel inzicht
1. Sociale positie versterken
Eén van de meest onderzochte motieven voor pesten is het streven naar een hogere sociale positie binnen de groep. Vooral in klassen met een duidelijke hiërarchie kan pesten dienen als middel om dominantie en invloed uit te stralen. Vanuit een evolutionair perspectief is dit gedrag verklaarbaar: niet alleen mensen, maar ook dieren gebruiken vormen van uitsluiting of intimidatie om hun plek binnen een groep te verstevigen. Onderzoek laat zien dat pesters gemiddeld genomen hoog scoren op populariteit (ze worden gezien als invloedrijk of ‘stoer’) en dat zij pesten bewust inzetten als strategie om deze status te behouden of uit te bouwen. Door anderen te kleineren of uit te sluiten, positioneren zij zichzelf als machtig binnen de groep.
Pesten wordt vaak gebruikt om status te verkrijgen, met name in klassen met een duidelijke hiërarchie.
Ook voor leerlingen die nog geen hoge sociale status in de groep hebben, kan pesten een middel tot een doel zijn. Uit onderzoek naar populariteitsmotivatie en pesten, is bijvoorbeeld gebleken dat leerlingen die het belangrijk vinden om populair te zijn, onafhankelijk van hun werkelijke populariteit in de groep, meer sociale en fysieke agressie en meer pestgedrag vertonen. Ook richt onderzoek zich de laatste jaren op de rol van ‘niet onpopulair willen zijn’ en pesten. Kwalitatieve onderzoeken met interviews hebben aangetoond dat het vermijden van een lage status volgens jongeren een belangrijke reden kan zijn om te pesten. Een empirisch onderzoek heeft daarnaast laten zien dat de twee motivaties (populair willen zijn vs. niet onpopulair willen zijn) twee verschillende dingen zijn. Vervolgonderzoek moet gaan uitwijzen of niet onpopulair willen zijn ook gelinkt is aan pesten.
Sommige leerlingen pesten niet om populair te worden, maar omdat zij niet onpopulair willen zijn.
2. Behoefte aan controle of zelfbevestiging
Sommige kinderen pesten om een gevoel van controle of grip te krijgen over hun omgeving. Dit gedrag komt vaak voort uit ervaringen waarin zij zich machteloos, gekleineerd of niet gezien voelen. Dat kan op school zijn, maar ook in de thuissituatie. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van instabiliteit thuis, zoals conflicten, gebrek aan emotionele steun, verwaarlozing of een autoritaire opvoedstijl. In zo’n context kan het kind zich onveilig voelen, waardoor het op zoek gaat naar manieren om zichzelf te bevestigen.
Ook kan agressie als uitlaatklep gebruikt worden. Dit patroon komt met name voor bij bully-victims: kinderen die zowel pesten als zelf gepest worden. Zij verkeren in een vicieuze cirkel van gekwetst worden en zelf kwetsen.
Pesten kan een wanhopige poging zijn om jezelf te bevestigen als je je nergens veilig voelt.
Door op school de rol van pester aan te nemen, ervaart het kind wél controle en invloed, al is dat op een destructieve manier. Pesten wordt dan een strategie om het eigen gevoel van kwetsbaarheid of onzekerheid te maskeren. Het vergroot tijdelijk het zelfvertrouwen of statusgevoel, maar verhindert tegelijk het ontwikkelen van gezonde copingstrategieën en empathie.
3. Gebrek aan empathie of moreel besef
Een belangrijke psychologische factor bij pestgedrag is een tekort aan empathie: het vermogen om je in te leven in de gevoelens van een ander. Sommige kinderen herkennen de pijn van het slachtoffer niet, of doen er weinig mee. Hierdoor ervaren zij minder remming om te kwetsen. Dit speelt een grotere rol bij kinderen en jongeren, omdat empathie zich geleidelijk ontwikkelt tot in de jongvolwassenheid.
In sommige gevallen gaat het niet alleen om beperkt inlevingsvermogen, maar ook om een gebrekkig moreel besef. De pester beschouwt het eigen gedrag dan niet als fout of schadelijk. Dit zien we met name bij kinderen met zogeheten callous-unemotional traits: kenmerken zoals ongevoeligheid, emotionele afstand en onverschilligheid. Onderzoek toont aan dat deze eigenschappen de kans op pestgedrag sterk verhogen.
Kinderen met callous-unemotional traits herkennen de pijn van een ander nauwelijks.
Vaak gaat dit gepaard met morele ontkoppeling: het proces waarbij schadelijk gedrag wordt goedgepraat of gebagatelliseerd. Pesters leggen de verantwoordelijkheid dan bij het slachtoffer, met uitspraken als: “Ze is raar, ze vraagt er zelf om” of “Hij daagt me uit, dus het is zijn eigen schuld.” Zulke rechtvaardigingen maken het makkelijker om grensoverschrijdend gedrag voort te zetten zonder schuldgevoel.
De drijfveren van pesters staan samengevat in Figuur 2.

Figuur 2. Wat drijft pesters?
Wil je deze infographic gratis downloaden in hoge resolutie? Schrijf je dan in voor het kennisdossier 'pesten en klasdynamiek' van de Wij-leren Academie.
Hoe herken je een pester?
De verschillende typen pesters en aspecten die hun gedrag verklaren geven inzicht in waarom kinderen pesten, maar zeggen nog weinig over hoe je pesters herkent in de klas of thuis. Want hoe weet je als leraar dat een kind pest?
Pestgedrag is lang niet altijd zichtbaar en speelt zich vaak juist af buiten het oog van volwassenen. Daarom is het belangrijk om alert te zijn op subtiele signalen die kunnen wijzen op pestgedrag, zoals:
- De samenwerking met bepaalde klasgenoten weigeren of structureel anderen buitensluiten;
- Een beperkt inlevingsvermogen of gebrek aan empathie hebben;
- Regelmatig impulsief, boos of agressief reageren;
- Zich voorbeeldig gedragen in het bijzijn van volwassenen, maar dominant of grof buiten hun zicht;
- De leiding willen nemen op een dominante, onderdrukkende manier;
- Moeite hebben met het accepteren van regels, grenzen of correcties.
Let op: deze signalen duiden niet altijd op pestgedrag. Maar ze kunnen wel aanleiding zijn om dieper in gesprek te gaan met een leerling en te achterhalen waar het gedrag vandaan komt en of er mogelijk sprake is van pesten.
Pesters gedragen zich niet altijd zichtbaar. Let ook op de onderstroom, op wat zich buiten het oog van volwassenen afspeelt.
Daarnaast is het van het grootste belang op de sociale dynamiek in de klas te letten om pesters te identificeren. Pesten is namelijk een sociaal-dynamisch proces en kan niet als een individueel probleem worden aangepakt. De volgende factoren kunnen signalen zijn dat er mogelijk pestgedrag voorkomt:
- De leerkracht-leerlingrelaties worden niet gekenmerkt door nabijheid en warmte;
- Er heerst een sterke hiërarchie, het is duidelijk wie de leiders zijn en wie het voor het zeggen hebben in de klas;
- Het klimaat in de klas is gespannen en onveilig;
- Het wordt normaal gevonden op negatieve wijze op elkaar te reageren;
- Agressie richting klasgenoten wordt door de groep beloond met aanzien en waardering.
Let op: ook deze signalen duiden niet altijd op pestgedrag. Hierbij geldt opnieuw dat ze wel aanleiding kunnen zijn de sociale dynamiek in de klas verder te onderzoeken.
Pestgedrag wortelt vaak in een onveilig klasklimaat, waarin dominantie en hiërarchie de toon zetten.
Kan een pester veranderen?
Hoewel pesten vaak hardnekkig lijkt, is gedragsverandering wel degelijk mogelijk. Pestgedrag komt voort uit een combinatie van oepsdynamiek, persoonlijke kenmerken en sociale of emotionele factoren. Met de juiste aanpak kunnen kinderen die pesten, leren hun gedrag te herkennen, begrijpen én veranderen.
Effectieve interventies richten zich niet alleen op straf of correctie, maar op het ontwikkelen van sociale vaardigheden, empathie en zelfreflectie. Werken aan zelfcontrole, het herkennen van emoties bij zichzelf en anderen en het leren oplossen van conflicten op een constructieve manier zijn daarbij belangrijke bouwstenen.
Onderzoek toont aan dat anti-pestprogramma’s die inzetten op een positieve groepscultuur, herstelgerichte gesprekken en betrokkenheid van ouders het meeste effect hebben. Het is essentieel dat een kind leert verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen gedrag en dat de groepsnorm actief verschuift: pesten mag nooit lonen.
Alleen als de groepsnorm actief verandert, verdwijnt de voedingsbodem voor pesten.
Tot slot
Pesters vormen een diverse groep met uiteenlopende motieven. Sommige pesters zoeken controle, andere willen erbij horen of weten niet beter. Wat ze gemeen hebben, is dat hun gedrag nooit op zichzelf staat. Pesten is geen geïsoleerd verschijnsel, maar een groepsproces dat gevoed wordt door normen, dynamieken en reacties in de klas en daarbuiten.
Daarom is het van essentieel belang dat we als onderwijsprofessionals, ouders en omstanders niet alleen kijken naar het kind dat pest, maar vooral ook naar de bredere context waarin pesten ontstaat en in stand wordt gehouden.
Wie pesten écht wil stoppen, kijkt niet alleen naar de pester, maar naar het systeem dat het gedrag mogelijk maakt.
In de volgende artikelen in deze serie gaan we dieper in op de impact en sociale context van pesten. Blijf deze serie volgen om te ontdekken hoe je stap voor stap kunt bijdragen aan een schoolklimaat waarin iedereen zich veilig, gezien en gewaardeerd voelt.
Referenties
- Cillessen, A. H., & Mayeux, L. (2004). From censure to reinforcement: Developmental changes in the association between aggression and social status. Child Development, 75(1), 147–163. https://doi.org/10.1111/j.1467-8624.2004.00660.x
- Dawes, M., & Xie, H. (2014). The role of popularity goal in early adolescents’ behaviors and popularity status. Developmental Psychology, 50(2), 489–497. https://doi.org/10.1037/a0032999
- Georgiou, S. N., Ioannou, M., & Stavrinides, P. (2017). Parenting styles and bullying at school: The mediating role of locus of control. International Journal of School & Educational Psychology, 5(4), 226-242. https://doi.org/10.1080/21683603.2016.1225237
- Guy, A., Lee, K., & Wolke, D. (2019). Comparisons between adolescent bullies, victims, and bully-victims on perceived popularity, social impact, and social preference. Frontiers in Psychiatry, 10, 868. https://doi.org/10.3389/fpsyt.2019.00868
- Kelly, E. V., Newton, N. C., Stapinski, L. A., Slade, T., Barrett, E. L., Conrod, P. J., & Teesson, M. (2015). Suicidality, internalizing problems and externalizing problems among adolescent bullies, victims and bully-victims. Preventive Medicine, 73, 100-105. https://doi.org/10.1016/j.ypmed.2015.01.020
- Lansu, T. A., & van den Berg, Y. H. (2024). Being on top versus not dangling at the bottom: Popularity motivation and aggression in youth. Aggressive behavior, 50(4), e22163. https://doi.org/10.1002/ab.22163
- Lodewick, J., Geurts, R., Lucas, K., van den Broek, A., & Ramakers, C. (2023). Veilig op school. Landelijke Veiligheidsmonitor 2021–2022: Veiligheidsbeleid en veiligheidsbeleving in het primair en voortgezet onderwijs. Kohnstamm Instituut.
- Munoz, L. C., Qualter, P., & Padgett, G. (2011). Empathy and bullying: Exploring the influence of callous-unemotional traits. Child Psychiatry & Human Development, 42, 183-196. https://doi.org/10.1007/s10578-010-0206-1
- Rodkin, P. C., Farmer, T. W., Pearl, R., & Van Acker, R. (2000). Heterogeneity of popular boys: Antisocial and prosocial configurations. Developmental Psychology, 36(1), 14–24.
- Taliaferro, L. A., Doty, J. L., Gower, A. L., Querna, K., & Rovito, M. J. (2020). Profiles of risk and protection for violence and bullying perpetration among adolescent boys. Journal of School Health, 90(3), 212-223. https://doi.org/10.1111/josh.12867
- Spadafora, N., Marini, Z. A., & Volk, A. A. (2020). Should I defend or should I go? An adaptive, qualitative examination of the personal costs and benefits associated with bullying intervention. Canadian Journal of School Psychology, 35(1), 23–40. https://doi.org/10.1177/0829573518793752
- Thornberg, R., Wänström, L., Sjögren, B., Pozzoli, T., & Gini, G. (2025). Concurrent associations between callous-unemotional traits, moral disengagement, and bullying perpetration in adolescence. Journal of Interpersonal Violence, 40(5-6), 1459-1483. https://doi.org/10.1177/0886260524126000
- Valera-Pozo, M., Flexas, A., Servera, M., Aguilar-Mediavilla, E., & Adrover-Roig, D. (2021). Long-term profiles of bullying victims and aggressors: a retrospective study. Frontiers in Psychology, 12, 631276. https://doi.org/10.3389/fpsyg.2021.631276
- Wolke, D., & Lereya, S. T. (2015). Long-term effects of bullying. Archives of Disease in Childhood, 100(9), 879–885. https://doi.org/10.1136/archdischild-2014-306667
- Zhou, Y., Li, J., Li, J., Wang, Y., & Li, X. (2024). Latent profiles of bullying perpetration and victimization: Gender differences and family variables. Child Abuse & Neglect, 149, 106682. https://doi.org/10.1016/j.chiabu.2024.106682
- Zych, I., Ttofi, M. M., & Farrington, D. P. (2019). Empathy and callous–unemotional traits in different bullying roles: A systematic review and meta-analysis. Trauma, Violence, & Abuse, 20(1), 3-21. https://doi.org/10.1177/1524838016683456
