Welke maatregelen zijn effectief om het lerarentekort in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs te verminderen?

Geplaatst op 19 mei 2020

Samenvatting

Verschillende partijen in het onderwijs nemen maatregelen om het lerarentekort in het po en vo aan te pakken. Vaak is echter niet hard te maken of deze maatregelen ook echt werken. Dat komt onder andere doordat het niet eenvoudig is om effecten aan te tonen. In het algemeen geldt dat maatregelen het meest effectief zijn als ze onderdeel zijn van een bredere strategie en niet op zichzelf staan. Financiële prikkels kunnen helpen, hoewel onderzoek een grote variatie laat zien in de effectiviteit van dit soort maatregelen. Ook klassenvergroting kan bijdragen aan terugdringen van het lerarentekort. Maar dit brengt het risico met zich mee dat het negatief uitpakt voor de leerprestaties van leerlingen en het werkplezier van leraren. 

Het lerarentekort in het primair en voortgezet onderwijs zal de komende jaren verder groeien. Dat komt doordat een grote groep leraren met pensioen gaat, terwijl de leerlingendaling in het po minder sterk is dan voorheen. Dit doet de vraag naar leraren groeien. In het vo zijn er vooral tekorten voor Duits, Frans, informatica, exacte vakken en klassieke talen. Het aantal studenten aan de lerarenopleidingen voor die vakken is laag en dat betekent dat ook in die sector het lerarentekort niet snel zal afnemen.

Veel verschillende maatregelen

Verschillende partijen in het onderwijs, zoals scholen, lerarenopleidingen en hun regionale partners, overheden en onderwijsorganisaties nemen elk vanuit hun eigen rol maatregelen. Het ministerie van OCW kiest zes actielijnen om het lerarentekort aan te pakken. Dat zijn:

  1. In-, door- en uitstroom van de lerarenopleidingen optimaliseren;
  2. Zij-instroom bevorderen;
  3. Leraren behouden voor het onderwijs;
  4. Stille reserve aanspreken;
  5. Beloning en carrièreperspectief verbeteren
  6. Onderwijs anders organiseren en innovatieve ideeën uitwerken en uitproberen.

Relatie tussen maatregel en effect is ingewikkeld

Het meten van effecten van deze maatregelen is niet eenvoudig. Soms is er geen onderzoek naar gedaan of kan er geen directe relatie worden gelegd tussen maatregel en effect. Wat het extra ingewikkeld maakt is dat sommige effecten, zoals meer aanzien van het beroep, pas na langere tijd zichtbaar worden. Ook doen zich effecten voor waar de betrokken partijen vaak geen directe invloed op hebben, zoals een groeiende of krimpende economie.

Brede strategie en lange termijn

In het algemeen geldt dat maatregelen die onderdeel zijn van een bredere strategie en niet op zichzelf staan, het meest effectief zijn. En ze moeten op de langere termijn gericht zijn (zoals het lerarenberoep aantrekkelijker maken). Zo kozen in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk meer jongeren voor het lerarenberoep sinds er hogere kwalificatie-eisen zijn gesteld. Voorbeelden uit Nederland om academici voor het onderwijs te interesseren zoals Eerst De Klas (EDK) en OnderwijsTraineeship (OTS) waren echter niet zo overtuigend dat ze meer studenten opleverden of leraren konden behouden voor het vak. 

Een beter salaris werkt soms

Wat ook enigszins blijkt te werken zijn financiële prikkels, zoals een hoger salaris of een vaste aanstelling. Het maakt het beroep aantrekkelijker, maar het effect zal bescheiden zijn, ook omdat dit vooral mannen aanspreekt en juist zij ondervertegenwoordigd zijn in het basisonderwijs.

Experimenten in het Verenigd Koninkrijk met bonussen voor de tekortvakken in het vo lieten wel een verdubbeling zien van het aantal nieuwe wiskundeleraren. Maar het effect van een beter salaris is niet eenduidig, zo blijkt uit Nederlands onderzoek. Leraren in de Randstad die een extra salarisverhoging ontvangen, blijven even vaak in het onderwijs werkzaam als leraren buiten de Randstad die deze verhoging niet krijgen. Wel zorgt de beloning er voor dat een iets groter deel van de leraren in de Randstad blijft werken en niet buiten de Randstad als leraar aan de slag gaat.

Haken en ogen aan grotere klassen

Klassenvergroting is ook een manier om het lerarentekort tegen te gaan. Het is een relatief eenvoudige ingreep die echter risico’s met zich meebrengt. Zo kan de werkdruk van leraren toenemen en kunnen de prestaties van leerlingen eronder lijden. Onderzoeken naar de relatie tussen klassengrootte en leerprestaties geven overigens geen eenduidig beeld. 

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Deborah van den Berg (antwoordspecialist) en Ruud van der Aa (kennismakelaar)

Geraadpleegde expert: Frank Cörvers (hoogleraar onderwijs en arbeidsmarkt)

Vraagsteller: beleidsmedewerker gemeente

Vraag

Welke maatregelen zijn effectief om het lerarentekort in het primair onderwijs en de tekortvakken in het voortgezet onderwijs te verminderen?

Kort antwoord

Er worden in het po en vo door uiteenlopende partijen maatregelen genomen om het lerarentekort aan te pakken. In veel gevallen is niet duidelijk of deze maatregelen effectief zijn. Dat komt onder andere doordat de effecten niet eenvoudig zijn te onderzoeken. In algemene zin wordt wel geconcludeerd dat maatregelen het meest effectief zijn als ze onderdeel zijn van een bredere strategie en niet als een op zichzelf staande maatregel. Ook financiële prikkels kunnen effect hebben, hoewel de literatuur op dit punt grote variatie laat zien in de effectiviteit.

Naast financiële prikkels kunnen ook andere maatregelen worden ingezet in de strijd tegen het lerarentekort, zoals grotere klassen, hoewel dit negatieve effecten kan hebben op leraren en leerlingen.

Toelichting antwoord

Groeiend lerarentekort

Het lerarentekort in het primair onderwijs (po) neemt toe. Is het voor veel scholen op dit moment al moeilijk om vacatures te vervullen, de komende jaren zal het tekort verder toenemen (CentERdata, 2019a). Ook het voortgezet onderwijs (vo) heeft te maken met een stijgend tekort aan leraren (CentERdata, 2019b). De tekorten in het vo concentreren zich rond specifieke vakken als Duits, Frans, informatica, exacte vakken en klassieke talen. De maatschappelijke zorg om het lerarentekort bestaat al geruime tijd (zie Van der Aa en Van der Ploeg, 2017; Lanser, 2013).

Het lerarentekort is een complex probleem, waarbij de vraag naar leraren veel groter is dan het aanbod van leraren die werkzaam zijn in de sector (of in het vo in een bepaald schoolvak), of daarvoor worden opgeleid. De grote vraag naar leraren wordt veroorzaakt doordat een aanzienlijke groep leraren de sector verlaten heeft of op korte termijn zal verlaten vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In het po zien we gelijktijdig dat de leerlingendaling minder sterk is dan voorheen, waardoor de daling in de vraag naar leraren minder is dan verwacht, wat het lerarentekort voedt.

Er zijn ook regio’s waar het aantal leerlingen zal toenemen, wat - in aanvulling op vertrekkende leraren - zorgt voor meer vraag naar leraren. Het vo heeft de komende jaren wel te maken met een dalend aantal leerlingen, wat de vraag naar leraren enigszins tempert. Maar ook daar zorgt de vergrijzing voor ee grote uitstroom van leraren richting pensioen, waardoor er veel vraag blijft naar nieuwe leraren. Voor de tekortvakken geldt bovendien dat de instroom in de opleidingen erg laag is.

Uiteenlopende maatregelen

Er zijn en worden in het po en vo uiteenlopende maatregelen genomen om het lerarentekort aan te pakken. Dat gebeurt op de scholen zelf, bij de lerarenopleidingen en bij hun regionale partners, elk vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid. De sectorraden, vakbonden, gemeenten en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) ondersteunen hierbij vanuit regionaal en landelijk beleid. Dat is belangrijk, zo concluderen Lonsdale & Ingvarson (2003) in hun reviewstudie naar het lerarentekort, omdat scholen het tekort, gezien de complexiteit van het probleem, niet alleen kunnen opvangen.

Opgemerkt wordt dat sommige maatregelen pas effect hebben na enige jaren, bijvoorbeeld omdat nieuwe leraren eerst een opleidingstraject moeten doorlopen, terwijl andere maatregelen, zoals zij-instroom, al op korte(re) termijn effect kunnen hebben (Lanser, 2013).

In de Nederlandse context heeft OCW ervoor gekozen om het tekort aan te pakken via zes actielijnen:

  1. In-, door- en uitstroom van de lerarenopleidingen optimaliseren;
  2. Zij-instroom bevorderen;
  3. Leraren behouden voor het onderwijs;
  4. Stille reserve aanspreken;
  5. Beloning en carrièreperspectief verbeteren
  6. Onderwijs anders organiseren en innovatieve ideeën uitwerken en uitproberen.

Onduidelijkheid over effectiviteit maatregelen

Veel van de maatregelen binnen de genoemde actielijnen zijn en worden niet goed op effectiviteit onderzocht (Van der Aa et al., 2017). Daardoor is het niet direct duidelijk welke maatregelen effectief zijn in het verminderen van het lerarentekort. Dat heeft diverse oorzaken. In hun studie naar de effecten van de ‘impuls leraren tekortvakken’ concluderen Visser et al. (2019) dat er weinig bekend is over de exacte effecten van dit type maatregelen op wijzigingen in het arbeidsaanbod of de vraag naar leraren. Met andere woorden, de causale relaties zijn niet goed aangetoond.

Eén van de oorzaken is dat het uitgevoerde onderzoek veelal beschrijvend van aard is en er geen vergelijking (mogelijk) is met een valide controlegroep. In termen van effectiviteit is ook een cumulatie van effecten mogelijk, waarbij maatregelen op meer niveaus tegelijk effect kunnen hebben en niet duidelijk is welk effect aan welke maatregel is toe te schrijven. (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2013). Ook ontbreekt vaak een nulmeting. Lonsdale en Ingvarson (2003) signaleren in hun reviewstudie dat vaak niet goed duidelijk is wat het beoogde effect is van een bepaalde maatregel.

Een complicerende factor is bovendien dat veel maatregelen pas na verloop van tijd effect (kunnen) hebben, zoals effecten op de status van het beroep of effecten op het aantal gediplomeerde leraren (ibid.).Tot slot zijn de effecten van veel maatregelen mede afhankelijk van externe factoren, zoals bijvoorbeeld de economische conjunctuur, die buiten de invloedssfeer van de genomen arbeidsmarktmaatregelen vallen (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2013). Dit alles maakt een effectmeting in veel gevallen niet eenvoudig.

Bredere strategie

Ondanks de complexiteit in het toekennen van effectiviteit, concluderen Lonsdale & Ingvarson (2003) dat maatregelen die geïmplementeerd worden als onderdeel van een bredere strategie en niet als een op zichzelf staande maatregel, het meest effectief zijn. Die bredere strategie zou niet alleen moeten focussen op het urgente probleem, maar ook op het verbeteren van de aantrekkelijkheid van het beroep op de langere termijn (Lonsdale & Ingvarson, 2003; zie ook Cörvers et al., 2017).

Financiële prikkels

Kijken we meer in detail naar wat we wél weten over de effectiviteit van specifieke maatregelen, dan lijken financiële prikkels enig effect te hebben. In algemene zin geldt dat tekorten op een arbeidsmarkt leiden tot aanpassingsprocessen. Dit zijn aanpassingsprocessen waarbij de marktprijs gaat veranderen (prijsmechanisme: hoger salaris), of processen (niet-financiële mechanismen) waarbij de arbeidsproductiviteit verandert (bijvoorbeeld grotere klassen). Ook kunnen nieuwe partijen tot de markt toetreden (bijvoorbeeld herintreders, zij-instromers of zzp’ers) of bestaande partijen de markt verlaten (bijvoorbeeld vakken die niet meer worden aangeboden) (Lanser, 2013).

Toegepast op de arbeidsmarkt voor leraren is een vermindering van lerarentekorten mogelijk door het afspreken van een hoger loon. Dolton (in Lanser, 2013) laat zien dat de arbeidsaanbodelasticiteit van leraren positief is, hoewel beperkt. Dit betekent dat bij een hoger loon meer leraren zich op de arbeidsmarkt zullen aanbieden, maar dat het additionele aanbod dat hiermee wordt gecreëerd, bescheiden is. Het zijn vooral mannen die gevoelig zijn voor de relatieve beloning die zij ontvangen, terwijl er in het primair onderwijs op dit moment overwegend vrouwen werken. Het is aannemelijk dat deze mannen ook een groter aantal lesuren werken, maar hierover wordt in de literatuur geen uitsluitsel gegeven.

Lonsdale & Ingvarson (2003) komen in hun reviewstudie tot de conclusie dat financiële prikkels, en een vaste betrekking, tot de meest effectieve maatregelen horen om leraren te motiveren om in bepaalde vakken en regio’s les te geven. Deze maatregelen dragen volgens hen ook bij aan de aantrekkelijkheid van het beroep in het algemeen.

In het Verenigd Koninkrijk is geëxperimenteerd met intreedbonussen voor de tekortvakken in het vo. Het pakket aan maatregelen resulteerde tussen 1999 en 2005 in een verdubbeling van het aantal nieuwe wiskundeleraren (Lanser, 2013). Ook de OECD (2019) stelt recentelijk op basis van eerder OECD-onderzoek uit 2005 nogmaals dat het salaris van leraren een directe impact heeft op de aantrekkelijkheid van het beroep. Het salaris beïnvloedt niet alleen de beslissing om een lerarenopleiding te volgen, maar ook om daadwerkelijk leraar te worden (na afstuderen), om terug te keren naar het onderwijs na een andere baan of om leraar te blijven.

Onderzoek van het CPB nuanceert het effect van een hogere beloning overigens wel enigszins (Gerritsen et al., 2015). Het CPB verwijst naar veel literatuur die wel positieve effecten laat zien op het behoud van leraren voor scholen, in het bijzonder voor scholen met een moeilijke leerlingenpopulatie. Voor het eigen onderzoek naar een hogere beloning voor leraren in de Randstad, vindt het CPB geen effect op de uittreedkans van leraren in de Randstad vergeleken met die van leraren buiten de Randstad.

Wel heeft de beloning er voor gezorgd dat een iets groter deel van de leraren in de Randstad blijft werken en er niet voor heeft gekozen buiten de Randstad een baan als leraar te aanvaarden. De conclusies over de effecten van een hoger loon zijn dus niet eenduidig.

Ook niet-prijsmechanismen mogelijk

Naast salarismaatregelen zijn ook andere typen maatregelen mogelijk in de strijd tegen het lerarentekort. Een voorbeeld hiervan is klassenvergroting. Lanser (2013) concludeert in haar analyse over de arbeidsmarkt voor leraren dat dit een relatief eenvoudig en effectief middel is om de vraag naar leraren te verminderen. Wel kan deze maatregel negatieve effecten hebben op de prestaties van leerlingen, waardoor deze maatregel geen aantrekkelijk alternatief lijkt te zijn.

Uit Kennisrotonde (2019) blijkt dat kleinere klassen van 13 tot 17 leerlingen betere leerprestaties opleveren bij wiskunde en lezen dan wanneer een klas uit 22 tot 25 leerlingen bestaat, maar er is ook onderzoek dat geen of andere relaties vindt. Ook kan de werkdruk van leraren verder toenemen bij klassenvergroting.

Tot slot, in een poging de aantrekkelijkheid van het leraarsberoep te vergroten, zijn er voorbeelden van programma’s waarin de kwalificatie-eisen van het beroep zijn verhoogd, In Amerika (Teach for America) en het Verenigd Koninkrijk (Teach First) sorteren dit soort programma’s effect: tien procent van de jongeren stroomt vanuit deze alternatieve routes door naar het onderwijs (Lanser, 2013). Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek van het CPB (Deelen & Kuijpers, 2018) dat een selectie voor de onderwijstraineeships ‘Eerst De Klas’ (EDK) en ‘OnderwijsTraineeship’ (OTS) in de Nederlandse context niet overtuigend bijdraagt aan de kans om te starten met een academische lerarenopleiding, een eerstegraads lesbevoegdheid te halen of te (blijven) werken in het onderwijs.

Geraadpleegde bronnen

Aa, R, van der & S. van der Ploeg (2018). 25 jaar lerarenbeleid in Nederland. Balanceren tussen kwantiteit en kwaliteit. In: Cörvers, F. & M. van der Meer (red.) (2018). Onderwijs aan het werk – 2018. CAOP, Leerstoel Onderwijsarbeidsmarkt: Den Haag.

Aa, van der R., F. Cörvers & R. Schoon (2017). Met een blik op het verleden. Een inventarisatie van eerdere projecten en maatregelen ter vermindering van lerarentekorten in het po, vo en mbo. CAOP: Den Haag.

CentERdata (2019a). De arbeidsmarkt voor leraren po 2019 – 2024. CentERdata in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: Tilburg.

CentERdata (2019b). De arbeidsmarkt voor leraren vo 2019 – 2024. CentERdata in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: Tilburg.

Cörvers, F., A. Mommers, S. van der Ploeg & S. Sapulete (2017). Status en imago van de leraar in de 21ste eeuw. Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt en Ecorys: Maastricht en Rotterdam.

Deelen, A. & S. Kuijpers (2018). Do paid teacher trainee programs lead to additional teachers in secondary education? A Regression Discontinuity Analysis. CPB Discussion Paper 374.

Dolton P., & O. Marcenaro-Gutierrez (2014). If you pay peanuts do you get monkeys? A cross-country analysis of teacher pay and pupil performance, Economic Policy, 26(65), 5-55.

Elk, R. van, D. Lanser & S. van Veldhuizen (2011). Onderwijsbeleid in Nederland: de kwantificering van effecten. CPB: Den Haag.

Fontein, P., H. Adriaens & K. de Vos (2018). Tien jaar arbeidsmarktramingen onderwijs: de relevantie van prognoses, in: Cörvers, F. & M. van der Meer (red.) (2018). Onderwijs aan het werk – 2018. CAOP, Leerstoel Onderwijsarbeidsmarkt: Den Haag.

Gerritsen, S., S. Kuijpers & M. van der Steeg (2015). Leidt een hogere beloning tot behoud van leraren in het voortgezet onderwijs? CPB: Den Haag.

Kennisrotonde (2019). Welke groepsgrootte levert bij groepsoverstijgend (unit)onderwijs het beste resultaat voor leerprestaties van leerlingen in de onderbouw van het basisonderwijs? (KR. 530). Kennisrotonde: Den Haag.

Lanser, D. (2013). Arbeidsmarkt leraren: aanpassingsmechanismen en aangrijpingspunten voor beleid. CPB: Den Haag.

Lonsdale, M. & L. Ingvarson (2003). Initiatives to address teacher shortage. ACER Policy Briefs, issue 5, november 2003.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2013). Beleidsdoorlichting Actieplan LeerKracht van Nederland (2007-2012). Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: Den Haag.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2017). Kamerbrief over plan van aanpak lerarentekort. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: Den Haag.

OECD (2019). Education at a Glance. OECD Indicators. OECD Publishing: Parijs.

Visser, D., K. Folmer & J. Bolhaar (2019). Monitor impuls leraren tekortvakken. CPB: Den Haag.

Gerelateerd

Masterclass
Timemanagement voor leraren
Timemanagement voor leraren
Effectief en efficiënt omgaan met je tijd en onderwijstaken
Medilex Onderwijs 
Kleine klassen hebben voordelen
Klein is fijn - Waarom kleine klassen beter werken dan grote
Ruben du Burck
Reflectie-instrument voor werkdruk en werkplezier
Meer werkplezier door minder werkdruk
Alex de Bruijn
Werkdruk en administratie
De bliksemafleiders in de discussie over werkdruk
Marjolein Zwik
Werkdrukbeleving
De dooddoener die werkdrukbeleving heet...
Marjolein Zwik
Startende leerkracht
De startende leerkracht
Angela Kouwenhoven-de Waardt
Werkdruk tips
Werkdruk? Wees zuinig op je professionals!
Machiel Karels
Werkdruk bespreekbaar maken (1)
Werkdruk bespreekbaar maken? Doe dit met kennis van de CAO PO. Deel 1
Marjolijn van Noord
Regeldruk en administratie
Regeldruk en administratie: 5 vragen
Machiel Karels
40-urige werkweek
De 40-urige werkweek: lust of last?
Marjolein Zwik
Meester Mark -2-
Meester Mark vraagt door
Helèn de Jong
Meester Mark -1-
Meester Mark draait door - ten onder in het onderwijs
Arja Kerpel
Startende leraren in het po en vo
Startende leraren in het po en vo
Myriam Lieskamp
Druk druk druk, slimmer organiseren in het onderwijs
Druk druk druk: Slimmer organiseren in het onderwijs
Myriam Lieskamp
Werkdruk onderwijs
Hoge werkdruk in het onderwijs is een gevolg van het huidige organisatiemodel.
Luc Stevens
Drie soorten beleid
Beleid, beleid en beleid
Harm Klifman
Werkdruk bespreken
Leraren en werkdruk: waarom mopperen in de koffiekamer niet werkt
Angela Kouwenhoven-de Waardt
Werkdruk werkgelegenheid
Van werkdruk naar werkgelegenheid
Marjolein Zwik
Vier maatregelen tegen lerarentekort
Vier maatregelen om meer onderwijzers voor de klas te krijgen
Ewald Vervaet


Inschrijven nieuwsbrief

Inschrijven nieuwsbrief



Inschrijven nieuwsbrief

Wat doen scholen aan het oplossen van het lerarentekort?
Wat doen scholen aan het oplossen van het lerarentekort?
redactie
Hoe kicken we af van zinloze routines? Tjipcast 018
Hoe kicken we af van zinloze routines? Tjipcast 018
redactie
Maatregelen om lerarentekort te verminderen
Hoe dring je effectief het lerarentekort terug?
Welbevinden van leerlingen na herindeling groepen
Hoe ervaren leerlingen een herindeling van de groep?
Het terugbrengen van contacttijd
Leveren kortere lesuren wat op?
Invloed van fysieke omgeving op leren
Heeft de fysieke omgeving invloed op het leren?
Inzet onderwijsassistenten
Hoe zet je onderwijsassistenten rendabel in?
Effecten van duobaan op leerlingen
Duobaan: wat zijn de effecten voor leerlingen?
Werkzaamheden van de leerkracht per dag
Hoeveel uur werkt een leerkracht per dag?
Invloed wisselende leerkrachten op jonge kind
Wisselende leerkrachten op één dag: heeft dat invloed op het welbevinden?
Verhindert werkdruk docenten in mbo goed onderwijs?
Verhindert werkdruk van docenten in mbo goed onderwijs?
Kostenvergelijking mbo opleidingen
Is er verschil in kosten tussen mbo-instellingen?
Passende professionalisering
Passend onderwijs vraagt om passende professionalisering
Ontwikkeling voorwaarden
Ontwikkeling van en voorwaarden voor Passend onderwijs
Ouderbeleid achterstandsleerlingen
Ouderbeleid in scholen met veel en weinig achterstandsleerlingen
Financiering basisscholen
De financiering van basisscholen: prikkels, doelstellingen en gedrag
Groepsgrootte
Effecten van formatie-inzet in de onderbouw van het basisonderwijs
[extra-breed-algemeen-kolom2]



Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.