Welke leerkrachtonafhankelijke werkvormen dragen bij aan de begrijpende leesvaardigheid van NT2-leerlingen in het primair onderwijs?
Geplaatst op 15 november 2021
NT2-leerlingen hebben doorgaans een beperktere Nederlandse woordenschat en daardoor problemen met begrijpend lezen. Ze zijn gebaat bij uitleg van woorden en instructie door de leerkracht. Om hun achterstand te verkleinen kunnen aanvullend leerkrachtonafhankelijke interventies worden ingezet. Effectief is een rijke taalleeromgeving met veel ruimte voor zelfstandig lezen en praten over boeken. Daarnaast kunnen leerlingen met behulp van multimedia hun woordenschat en tekstbegrip vergroten. Ook rolwisselend lezen, waarbij leerlingen ieder om de beurt hardop denkend lezen, bevordert tekstbegrip.
Leesbegrip wordt in sterke mate bepaald door de decodeervaardigheden van leerlingen (dus technische leesvaardigheid) en door hun taalbegrip. Verder speelt kennis van de Nederlandse cultuur een belangrijke rol bij leesbegrip.
Beperkt taalbegrip NT2-leerling veroorzaakt leesbegripsproblemen
De decodeervaardigheden van NT2-leerlingen blijken vergelijkbaar te zijn met die van Nederlandse leerlingen. Het probleem zit dus niet in het technisch kunnen lezen van een tekst. NT2-leerlingen hebben vaak een beperkt taalbegrip, wat zich onder meer uit in een kleinere woordenschat. En dat veroorzaakt een achterstand in begrijpend lezen. NT2-leerlingen met een kleine woordenschat hebben meer moeite met het begrijpen en gebruiken van de context.
Zwakke lezers zijn gebaat bij uitleg en instructie
Uitleg van kernwoorden in een tekst en instructie in woordleerstrategieën leiden bij zwakke lezers tot beter begrip van de tekst. Ook het actief verwerken van woorden is effectief voor zwakke lezers. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld alleen definities krijgen of het woordenboek gebruiken. Transfer naar andere woorden en teksten is echter niet vanzelfsprekend.
Leerkrachtonafhankelijke interventies zijn aanvullend effectief
De rol van de leerkracht is cruciaal voor uitleg van woorden en leesinstructie. Aanvullend kan de inzet van leerkrachtonafhankelijke interventies een bijdrage leveren aan het verkleinen van de achterstand in taalbegrip en woordenschat. Voorbeelden van dergelijke interventies zijn een rijke leeromgeving, multimedia en rolwisselend lezen.
Rijke leeromgeving en zelfstandig lezen vergroten taalbegrip
Een rijke, talige leeromgeving is essentieel voor het vergroten van het taalbegrip, waaronder de woordenschat. In zo’n omgeving worden leerlingen voorgelezen, lezen ze zelf veel voor hun plezier, en praten ze met elkaar over hetgeen ze hebben gelezen. Deze activiteiten bevorderen tevens de ontwikkeling van dagelijkse algemene taalvaardigheid naar cognitieve abstracte taalvaardigheid. Om de conceptuele kennis van NT2-leerlingen te vergroten, is het zinvol om ook aandacht te hebben voor de taalvaardigheid in de eerste taal.
Inzet van multimedia is effectief voor woordenschat en taalbegrip
Multimedia kunnen de taalontwikkeling van NT2-leerlingen stimuleren. In taalspelletjes of digitale prentenboeken worden moeilijke woorden uitgelegd of uitgebeeld. Ook kunnen er in een digitale leeromgeving tussentijds vragen worden gesteld aan de leerlingen, waardoor ze woorden actief verwerken. Digitale prentenboeken hebben een positieve uitwerking op de woordenschat en op het verhaalbegrip van (jonge) NT2-leerlingen.
Rolwisselend lezen bevordert tekstbegrip
Rolwisselend lezen is effectief om begrijpend lezen te verbeteren. Daarmee kunnen leerlingen leesstrategieën (bijvoorbeeld om de betekenis van woorden of zinnen te achterhalen) oefenen. Deze werkwijze bestaat grofweg uit instructie van strategieën door de leerkracht aan de hele groep en modelleren van strategieën door de leerkracht. Vervolgens oefenen de leerlingen in kleine groepjes, waarbij ze om de beurt de rol van de leerkracht aannemen. De verantwoordelijkheid verschuift daarbij geleidelijk van leerkracht naar leerlingen.
Uitgebreide beantwoording
Opgesteld door: Martine Gijsel
Vraagsteller: intern begeleider basisschool
Geraadpleegde expert(s): Nicole Swart en Mienke Droop (onderzoekers begrijpend lezen)
Vraag
Welke leerkrachtonafhankelijke werkvormen dragen bij aan de begrijpende leesvaardigheid van NT2-leerlingen in het primair onderwijs?
Kort antwoord
NT2-leerlingen hebben doorgaans een beperktere Nederlandse woordenschat en daardoor problemen met begrijpend lezen. Ze zijn gebaat bij uitleg van woorden en instructie van de leerkracht. Aanvullend kunnen leerkrachtonafhankelijke interventies worden ingezet om de achterstand te verkleinen. Een rijke taalleeromgeving met veel ruimte voor zelfstandig lezen en praten over boeken en ontwikkeling van de moedertaal is effectief. Ook kunnen leerlingen met behulp van multimedia hun woordenschat en tekstbegrip zelfstandig vergroten. Tot slot kan de leerkracht rolwisselend lezen inzetten, waarin leesstrategieën wederkerend worden onderwezen in tweetallen of kleine groepjes.
Toelichting antwoord
Beperkt taalbegrip bemoeilijkt begrijpend lezen voor NT2-leerlingen
Leerlingen met een andere thuistaal hebben doorgaans meer moeite met tekstbegrip in het Nederlands dan leerlingen met het Nederlands als thuistaal (Gubbels et al., 2019; Van den Bosch et al., 2019). Leesbegrip wordt in sterke mate bepaald door de decodeervaardigheden van leerlingen (dus technische leesvaardigheid) en hun taalbegrip (zie bijv. Droop & Verhoeven, 2003; Verhoeven, 2000). Ook achtergrondkennis van de Nederlandse cultuur speelt een belangrijke rol (Droop & Verhoeven,1998). Met taalbegrip wordt doorgaans de woordenschat, luistervaardigheid, morfologisch bewustzijn en/of syntactisch bewustzijn bedoeld. Om een goede lezer te worden, moeten deze vaardigheden dan ook goed ontwikkeld worden.
Om na te gaan waar de problemen met begrijpend lezen bij NT2-leerlingen met name door veroorzaakt worden, zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd. Daaruit blijkt dat de decodeervaardigheden van NT2-leerlingen vergelijkbaar zijn met die van Nederlandse leerlingen (Van den Bosch et al., 2019). Het probleem zit dus niet in het technisch kunnen lezen van een tekst. Uit meta-analyses waarin de resultaten van verschillende onderzoeken met elkaar vergeleken werden, blijkt dat leesbegripsproblemen met name verklaard worden door een beperkt taalbegrip van NT2-leerlingen (Melby-LervaÌŠg & LervaÌŠg, 2014; Spencer & Wagner, 2017).
Beperkt taalbegrip uit zich onder andere in een kleinere woordenschat. Verschillende studies laten dan zien dat de beperkte woordenschat van NT2-leerlingen een achterstand in begrijpend lezen veroorzaakt (zie bijv. Droop & Verhoeven, 2003; Lervåg & Aukrust, 2010). NT2-leerlingen met een kleine woordenschat hebben dan ook meer moeite met het begrijpen en gebruiken van de context (Raudszus, 2020).
Zwakke lezers zijn gebaat bij uitleg en instructie
Uitleg van kernwoorden in een tekst en instructie in woordleerstrategieën blijken bij zwakke lezers tot beter begrip van de betreffende tekst te leiden (Houtveen e.a., 2019). Houtveen en collega’s (2019) voerden een reviewstudie uit naar effectieve indicatoren van begrijpend leesonderwijs op basis van een tiental recent verschenen meta-analyses en reviews, aangevuld met relevante studies die (nog) niet in de beschikbare reviews en meta-analyses waren meegenomen. Ook actief verwerken van de woorden (in tegenstelling tot bijvoorbeeld alleen definities krijgen of woordenboek gebruiken) blijkt effectief voor zwakke leerlingen. Transfer naar andere woorden en teksten is echter niet vanzelfsprekend. Dit concludeerden Wright en Cervetti (2017) in hun systematische review van 36 studies waarin het effect van woordenschatinterventie op begrijpend lezen is onderzocht.
Leerkrachtonafhankelijke interventies aanvullend effectief
Hoewel de rol van de leerkracht cruciaal is voor uitleg en instructie, kunnen (aanvullend) leerkrachtonafhankelijke interventies worden ingezet om de achterstand te verkleinen. We bespreken enkele interventies die het taalbegrip en de woordenschat van leerlingen vergroten, gezien de grote rol van woordenschat bij begrijpend lezen en de achterstand hierin van NT2-leerlingen. Eerst beschrijven we het belang van een rijke leeromgeving en veel lezen, waarbij zonder leerkracht leerlingen zelfstandig hun woordenschat en hun kennis van de wereld vergroten. Vervolgens beschrijven we effecten van de inzet van multimedia, waarbij de rol van de leerkracht (grotendeels) wordt vervangen door de computer.
Tot slot beschrijven we een interventie die direct is gericht op leesbegrip, namelijk rolwisselend lezen, waarbij leerlingen (uiteindelijk) vooral van en met elkaar leren.
Rijke leeromgeving en zelfstandig lezen vergroten taalbegrip
Een taalrijke leeromgeving waarin leerlingen veel voor plezier lezen (Zie Mol & Bus, 2011 voor een meta-analyse), waarin wordt voorgelezen en waarin leerlingen met elkaar praten over hetgeen gelezen is, is cruciaal voor het vergroten van het taalbegrip, waaronder de woordenschat. Ook wordt daarmee de ontwikkeling van dagelijkse algemene taalvaardigheid naar cognitieve abstracte taalvaardigheid bevorderd. Om de conceptuele kennis van NT2-leerlingen te vergroten is het zinvol om ook de taalvaardigheid in de eerste taal te bevorderen (Raudszus, 2020; Van den Bosch, 2020). Leerkrachten kunnen de ouders daarin adviseren.
Inzet van multimedia is effectief voor woordenschat en taalbegrip
Multimedia kunnen de taalontwikkeling van NT2-leerlingen positief bevorderen (zie Kennisrotonde, 2016). In taalspelletjes of digitale prentenboeken kunnen moeilijke woorden worden uitgelegd of uitgebeeld en tussentijds vragen worden gesteld die het actief verwerken van woorden uitlokken. Digitale prentenboeken blijken zowel de woordenschat als het verhaalbegrip van NT2-leerlingen positief te bevorderen (Kennisrotonde, 2017). De meeste studies naar de inzet van digitale prentenboeken bij NT2-leerlingen zijn uitgevoerd bij kleuters (zie Hoogeveen & Bonset, 2018 voor een overzicht).
Rolwisselend lezen bevordert tekstbegrip van NT2-leerlingen
Wederkerend onderwijzen is effectief om het begrijpend lezen te verbeteren. Daarmee kunnen leesstrategieën (bijvoorbeeld om de betekenis van woorden of zinnen te achterhalen) worden ingeoefend. Wederkerend onderwijzen/rolwisselend lezen– in de internationale literatuur bekend als reciprocal teaching- blijkt volgens de reviewstudie van Houtveen e.a. een positief effect op leesbegrip te hebben (zie ook Kennisrotonde, 2019). Deze werkwijze bestaat grofweg uit instructie van meerdere strategieën (voorspellen, samenvatten, vragen stellen, verduidelijken) door de leerkracht aan de hele groep, modelen van strategieën door de leerkracht en laten oefenen in kleine groepjes. Daarbij is een geleidelijke verschuiving van verantwoordelijkheid van leerkracht naar de leerlingen effectief (zie Kennisrotonde, 2018). De leerkracht heeft dus wel degelijk een belangrijke rol, maar deze wordt door deze verschuiving iets minder intensief.
Voor NT2-leerlingen lijken voor het rolwisselend lezen zowel tutorgroepjes als coöperatieve groepjes effectief. Dat was het resultaat van een kleinschalige interventiestudie van Klinger en Vaughn (1996), waarbij het effect van groepssamenstelling werd onderzocht bij tweedetaalleerders met zwak leesbegrip. Leerlingen in beide groepen boekten vooruitgang in leesbegrip. De studie is echter te klein om algemeen geldende conclusies uit te trekken.
Daarnaast blijkt het werken in duo’s van sterke en zwakke leerlingen -een variant op het klassieke wederkerend onderwijzen- effectief voor NT2-leerlingen (Saenz e.a., 2005). Saenz e.a. (2005) onderzochten in een gerandomiseerde onderzoeksopzet het effect hiervan bij 132 Spaanstalige kinderen met leerproblemen van groep 4-8 in vergelijking met een controlegroep met reguliere lessen. Binnen elke sessie wisselden de duo’s van sterke en zwakke leerlingen van rol. De interventiegroep boekte meer vooruitgang op begrijpend lezen dan een controlegroep die reguliere instructie en begeleiding kregen.
Geraadpleegde bronnen
- Droop, M., & Verhoeven, L. (1998). Background Knowledge, Linguistic Complexity, and Second-Language Reading Comprehension. Journal of Literacy research, 30, 253-271. http://dx.doi.org/10.1080/10862969809547998.
- Droop, M., & Verhoeven, L. (2003). Language proficiency and reading ability in first-and second-language learners. Reading Research Quarterly, 38(1), 78-103.
- Gubbels, J., van Langen, A.M.L., Maassen, N.A.M., & Meelissen, M.R.M. (2019). Resultaten PISA-2018 in vogelvlucht. Universiteit Twente. doi: 10.3990/1.9789036549226.
- Hoogeveen, M., & Bonset, H. (2018). Woordenschatontwikkeling in het basisonderwijs opnieuw onderzocht. Enschede: SLO.
- Houtveen, A. A. M., Steensel, R. C. M. van, & Rie, S. de la (2019). De vele kanten van leesbegrip. Literatuurstudie naar onderwijs in begrijpend lezen in opdracht van het
- Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek en de Inspectie van het Onderwijs.
- Kennisrotonde (2016). Wat zijn effectieve methoden om (immigrante) kinderen in het basisonderwijs Nederlands als tweede taal aan te leren? En welke ict-middelen kunnen daaraan bijdragen? Den Haag: Kennisrotonde.
- Kennisrotonde. (2017). Wat is het effect van geanimeerde prentenboeken en het programma Letters in Beweging op de beginnende geletterdheid en taalontwikkeling van risicoleerlingen in groep 1 en 2? (KR.174). Den Haag: Kennisrotonde.
- Kennisrotonde. (2018). Welke aspecten van begrijpend leesinstructie dragen bewezen effectief bij aan de verhoging van leerprestaties in groep 5-8- van het basisonderwijs? (KR.394). Den Haag: Kennisrotonde .
- Kennisrotonde (2019). Is het bij begrijpend leesonderwijs in de bovenbouw effectiever als leerlingen eerst individueel de hele tekst lezen, voordat ze per alinea in tweetallen informatie verwerken? (KR. 765). Den Haag: Kennisrotonde.
- Klingner, J. K., & Vaughn, S. (1996). Reciprocal teaching of reading comprehension strategies for students with learning disabilities who use English as a second language. Elementary School Journal, 96, 275–293.
- Lervåg, A., & Aukrust, V. G. (2010). Vocabulary knowledge is a critical determinant of the difference in reading comprehension growth between first and second language learners. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 51(5), 612-620. https://doi.org/10.1111/j.1469-7610.2009.02185.
- Melby-LervaÌŠg, M., & LervaÌŠg, A. (2014). Reading Comprehension and Its Underlying Components in Second-Language Learners: A Meta-Analysis of Studies Comparing First- and Second-Language Learners. Psychological Bulletin, 140 (2), 409–433.
- Mol, S., & Bus, A. (2011). Lezen loont een leven lang: De rol van vrijetijdslezen in de taal- en leesontwikkeling van kinderen en jongeren. Levende Talen Tijdschrift, 12(3), 3–15.
- Raudszus, H. (2020). Integration processes in children’s first and second language reading comprehension. Proefschrift. Nijmegen: Behavioural Science Institute.
- Saenz, L., Fuchs, L. S., & Fuchs, D. (2005). Effects of peer-assisted learning strategies on English language learners: A randomized controlled study. Exceptional Children, 71, 235–247.
- Spencer, M., & Wagner, R.K. (2017). The comprehension problems for second-language learners with poor reading comprehension despite adequate decoding: A meta-analysis. Journal of Research in Reading, 40(2), 199–217. doi: 10.1111/1467-9817.12080.
- Van den Bosch, L. J. (2020). The role of linguistic diversity in early reading comprehension. Proefschrift. Nijmegen: Behavior Science Institute.
- Van den Bosch, L. J. Segers, E., & Verhoeven, L. (2019). The role of linguistic diversity in the prediction of early reading comprehension: A quantile regression approach. Scientific Studies of Reading, 23, 203-219.
- Verhoeven, L. T. (2000). Components in early second language reading and spelling. Scientific Studies of Reading, 4, 313–330.
- Wright, T. S., Cervetti, G. N. (2017). A systematic review of the research on vocabulary instruction that impacts text comprehension. Reading Research Quarterly, 52, 203–226. doi:10.1002/rrq.163
Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!
Gerelateerd

oo.nl







































