Laat/d de pedagogische basis met rust
Marleen Legemaat
Redactielid bij Kennisplatform Wij-leren.nl
Geraadpleegd op 19-02-2026,
van https://wij-leren.nl/laat-de-pedagogische-basis-met-rust.php/
Laatst bewerkt op 26 januari 2026

Het is druk aan de pedagogische basis, zegt Bert Wienen. Ouders, scholen, gemeenten, jeugdhulp, werkgevers, iedereen houdt zich bezig met het opvoeden van kinderen. Toch lijkt al die inzet niet het gewenste resultaat te leveren en te zorgen dat het goed gaat met de jeugd. In het boek Laat/d de pedagogische basis met rust! pleit Bert Wienen voor een ander perspectief.
In dit boek -een vervolg op -Van individueel naar inclusief onderwijs- ziet hij de pedagogische basis vooral als de mate waarin pedagogische relaties op elkaar zijn afgestemd.
Opvoeden in tijden van versnelling is de ondertitel en in het voorwoord zoomt Bert Wienen in op Pep, zijn buurjongen. Is hij verantwoordelijk voor hem, zo vraagt hij zich af. En hoe dan, op welke manier?
Ook introduceert hij een aantal opvoedingsparadoxen, bijvoorbeeld deze:
Ik ben voor een generatie die zich goed voelt. Daarom moeten we minder gaan helpen.
Wienen stelt dat het probleem van de jeugdhulp is dat die zich overal in nestelt, als een japanse duizendknoop. Gewoon opvoeden wordt door ouders steeds meer als een angstige aangelegenheid gezien.
De hoofdreden voor mijn boek is bewustwording creëren voor die duizendknoop en om kritische vragen te stellen bij het huidige beleid en vooral de huidige beleidslogica.
Omdat we steeds meer redeneren vanuit het perspectief van het individu en de logica van de getherapeutiseerde samenleving gaan we bepaalde dingen normaal vinden. Het is belangrijk ruimte te maken voor een stevige pedagogische basis. Díe plek moet je verkennen, daar vindt het leven plaats en dát is de wereld waarin kinderen opgroeien.
Het boek is ingedeeld in zeven hoofdstukken. Elk hoofdstuk eindigt met verwerkingsvragen voor drie groepen mensen:
- gemeenteambtenaren;
- professionals in het sociaal domein;
- ouders.
1. De pedagogische basis en maatschappelijke tendensen
Wat zijn de uitdagingen waarmee het huidige jeugdbeleid wordt geconfronteerd?
Er is een toenemende druk op jeugdhulp vanwege het grote aantal kinderen dat gebruik maakt van deze diensten (2023: 400.000 kinderen). Als reactie daarop is de Hervormingsagenda tot stand gekomen, een pakket afspraken dat
- de betaalbaarheid van het systeem wil waarborgen;
- meer focust op samenwerken, effectievere en meer geïntegreerde zorgtrajecten;
- preventieve maatregelen
Er is veel verwarring rond het begrip pedagogische basis.
Overal waar wordt opgevoed is er een pedagogische basis aanwezig – als mensenwerk dat per moment en situatie verschilt.
De auteur pleit in dit boek voor een praktische, ervaringsgerichte benadering om de pedagogische basis te begrijpen. De pedagogische basis is voor hem niet één vastomlijnd concept, maar verschillend per situatie en context. Hij ziet de pedagogische basis als een verzameling van diverse sociale praktijken, elk met eigen logica, geschiedenis en impliciete kennis, en niet als een 'lege omgeving' waarin beleid kan worden gemaakt.
Dit boek pleit voor een radicale perspectiefwisseling. Van de gebruikelijke ‘brillen’ (de jeugdhulpbril, interventiebril, preventiebril en gemeentelijke beleidsplannenbril) waardoor we naar het individu kijken naar de bril van de context en de gemeenschap en de praktijk.
Doordat de maatschappij is gepsychologiseerd en getherapeutiseerd, zijn we kinderen ook zo gaan benaderen. Normale uitdagingen worden nu vaak gezien als problemen die professionele interventie nodig hebben. Er is een groeiende industrie van kindercoaches en hulpprogramma’s.
Maar:
Een sterke pedagogische basis benadrukt de kracht van alledaagse opvoeding en de veerkracht van kinderen. Door te vertrouwen op de natuurlijke competenties van opvoeders kan een tegenwicht worden geboden aan de psychologisering van het kinderleven. Het is essentieel om deze basis te versterken om een evenwichtige en effectieve benadering van opvoeding te waarborgen.
2. Een korte geschiedenis van opvoeden
In dit hoofdstuk wordt nagegaan hoe er over opvoeden en opgroeien is gedacht in de loop van de tijd:
- vanaf 19e eeuw steeds meer aandacht voor het bewust opvoeden van kinderen;
- verschuiving van moralisering naar normalisering en van ondersteuning van gezinnen vanuit de kerk naar ondersteuning door de overheid;
- vanaf 20e eeuw neutrale, verwetenschappelijkte benadering algemene tendens, met steeds meer aandacht voor de psyche;
- gezin en afkomst bepalen niet je identiteit, maar je bent een ‘zelf’;
- er is een opkomst en uitbreiding van verschillende mentale termen zie illustratie pag. 44);
- geluk, welbevinden en mentale gezondheid worden steeds meer als uitwisselbare termen gebruikt;
- de verantwoordelijkheid voor mentaal welzijn ligt bij individuen en bij instellingen.
Maar bij dat laatste geeft de overheid een dubbele boodschap af. Want als ouders hun verantwoordelijkheid nemen raakt de jeugdhulp overbelast.
We maken door onze manier van opvoeden kinderen en ouders tot zorgafhankelijke of zelfs zorgverslaafde wezens.
3. Een verpletterend gevoel van verantwoordelijkheid
In dit hoofdstuk gaat de auteur in op de hedendaagse opvoedingscultuur die gekenmerkt wordt door ‘een overweldigend gevoel van verantwoordelijkheid.’ Ouders willen het allerbeste voor hun kind doen en zoeken aan alle kanten naar hulp.
Dit zoeken naar het allerbeste voor je kind en het je daar verantwoordelijk voor voelen, heeft geleid tot een cultuur van optimalisatie en angst onder ouders.
Er wordt aan alle kanten gesproken over een gezond brein en ouders worden verantwoordelijk gehouden voor een gezonde start van de eerste 1000 dagen en daarna. In de literatuur wordt deze trend aangeduid als ‘neuroparenting (hersenouderschap)
Door dit alles is er bij het opvoeden minder aandacht voor het gewone:
- er zijn voor je kinderen;
- liefde voor je kinderen;
- belang van rust
Door de vertaalslag van wetenschap naar beleid worden vaak kleine dingen groot gemaakt en als algemene normen gepresenteerd.
Het gezin verandert tot een omgeving gericht op het faciliteren van de ontwikkeling van het kinderbrein.
Bovendien moeten ouders op emotioneel vlak hard werken aan zichzelf om de beste versie van zichzelf te zijn. De verantwoordelijkheid van ouders lijkt op deze manier steeds verder te reiken, met een verschuiving van juridische naar morele verantwoordelijkheid. Gevolg: een risico-georiënteerde benadering van opvoeding en jeugdzorg.
Door moderne technologie kunnen ouders continu controleren maar kinderen krijgen hierdoor minder kansen problemen zelf op te lossen. Ook lijkt opvoeden hierdoor steeds meer een publieke aangelegenheid en wordt je als ouders gestimuleerd tot het tonen van een geïdealiseerd plaatje van je gezinsleven. Al deze dingen samen met de verpletterende verantwoordelijkheid die het ouderschap lijkt mee te brengen zorgen ervoor dat ouders zich uitgeput voelen, parental burn-out.
4. De samenleving en opvoeding als machine
Uiteindelijk zijn we het kind dus als machine gaan benaderen: je stopt er wat in en er komt een ideaal kind uit. In dit hoofdstuk laat de auteur zien hoe het machinemodel als vanzelfsprekende denkwijze en strategie fungeert in het omgaan met sociale vraagstukken in onze cultuur,
Ook onszelf zijn we steeds meer als machine gaan zien.
We monitoren onszelf continu via allerlei apps en wearables.(…) Deze constante stroom van data over onszelf leidt ertoe dat we onszelf gaan zien als een systeem dat kan en moet worden geoptimaliseerd.
Ook naar kinderen kijken we zo. Ouders delen prachtige beelden van hun kinderen en elk succesvol moment wordt vastgelegd en gedeeld. Maar struggles en alledaagse momenten worden weggelaten. Er ontstaat een perfect plaatje dat vaak ver af staat van de realiteit.
Ook toets systemen (bijvoorbeeld Cito) dragen bij aan de ontwikkeling om alles van individuele leerlingen nauwkeurig te volgen.
De mechanische en marketinggerichte benadering van opvoeding heeft als effect dat ze een cultuur van constante vergelijking en competitie creëert.
Deze prestatiecultuur zorgt voor een groeiende kloof in de maatsschappij, tussen ouders en gezinnen die meedraaien in deze cultuur, en aan de andere kant gezinnen die bewust of noodgedwongen afhaken.
Door de neiging om alles te optimaliseren, is er een obsessie met preventie. Het is een neiging om alle aspecten van het menselijk bestaan te willen beheersen en controleren. Maar van de weeromstuit ontstaat er daardoor meer aandacht voor het negatieve, voor dat wat we willen voorkomen, in plaats van dat we kinderen hoopvolle idealen bieden.
Het beleidsjargon weerspiegelt deze machinale benadering, met termen als ‘voorveld’, ‘voorliggende voorzieningen’, en scholen als ‘vindplaats’ of ‘werkplaats’ van sociaal beleid.
Vormen van versnelling die overal in onze samenleving te vinden zijn leiden tot een constante druk om bij te blijven en te presteren.
Het machinemodel legt de nadruk op meetbare resultaten en relaties worden vaak als inefficiënt beschouwd. De gevolgen van het machine denken zijn een constant gevoel van ontevredenheid en een eindeloze cyclus van hervormingen.
5. De lens van praktijken
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillen tussen het machine model en het praktijkmodel.
Het praktijkmodel ziet de samenleving als een verzameling van diverse handelingen, elk met eigen logica en dynamiek, in plaats van als een te manipuleren machine.
De auteur pleit voor het gebruiken van de lens van praktijken om zaken en gewoonten beter te begrijpen. Dit is een sociologische theorie die ons helpt anders te kijken.
In twee uitgebreide tabellen zet hij de verschillen tussen het machinemodel en het praktijkmodel naast elkaar wat de begrippen opvoeden en pedagogische basis betreft.
Opvoeden
- Machinemodel: aanknopingspunt ligt op individuele ouder of individuele leerling
- Praktijkmodel: Aanknopingspunt ligt bij individu in relatie tot de groep in context.
Pedagogische basis
- Machinemodel: Mensen betrekken bij plannen waarvan de richting al is bepaald
- Praktijkmodel: Omgekeerde participatie, als overheid betrokken worden bij plannen van anderen.
6. Van ouderbetrokkenheid naar ouderverbondenheid
Een pedagogische basis is pedagogisch door de aanwezigheid van sterke en afgestemde relaties in een specifieke vorm en met een lange duur. De afstemming van relaties is belangrijker dan de focus op interventies. De pedagogische relatie is wederkerig met een ongewis, niet planbaar doel. De relatie is ook eindig, omdat het doel is het kind los te laten als zelfstandige volwassene.
In de huidige tijd is het belangrijk dat kinderen binnen de pedagogische relatie zowel gezien als niet gezien worden, om te kunnen oefenen met vrijheid.
De kwaliteit van de pedagogische relaties tussen opvoeders bepaalt de basis van een sterke pedagogische omgeving. Deze pedagogische relatie is gericht op het vormen van het kind, maar ook op het bieden van ruimte voor zelfontwikkeling en vrijheid. Een goede pedagogische relatie is het medicijn tegen een te grote nadruk op eigenaarschap en zelfstandig zijn. Eveneens is het een borgpen voor te hoge en te lage verwachtingen ten aanzien van kinderen.
Kinderen doen een appel op volwassenen binnen de pedagogische relatie: Wat vinden wij goed voor kinderen, wat dragen wij over?
7. Laden met rust
De slotvraag in dit boek luidt: Wat kunnen wij anders doen?
Begin zelf, en draag persoonlijk bij aan de pedagogische basis in jouw omgeving.
- Wat is mijn ‘waarom’ voor het opvoeden van kinderen?
- Hoe toon ik verantwoordelijkheid voor de kinderen in mijn omgeving?
- Welke concrete acties onderneem ik om een positieve invloed te hebben op de kinderen om me heen?
Andere adviezen in dit hoofdstuk betreffen:
- Het versterken van netwerken tussen ouders in je omgeving;
- Het ondersteunen van bestaande (buurt) initiatieven;
- Kijjk naar de omgevingsfactoren rond het kind in plaats van de focus te leggen op het kind zelf;
- Laat kinderen met rust; zorg voor goed onderwijs en goede ontmoetingsplekken in de vorm van verenigingen, cultuur en sport;
- Laad kinderen met rust: geef hen grenzen en daarbinnen vrijheid;
- Stop met ketens van zorg die problemen verplaatsen in plaats van oplossen;
Bij het boek zijn twee spelen ontwikkeld om onderling gesprek te stimuleren;
- Het ouderavondspel voor scholen en kinderopvangorganisaties;
- Het pedagogische basis-spel; o.a. voor professionals en beleidsmakers;
Recensie:
Met dit boek uit Bert Wienen fundamentele kritiek op het denken dat ten grondslag ligt aan het huidige jeugdhulpsysteem. Hij laat zien waarom steeds meer inzet op preventie en welbevinden niet de oplossingen zijn voor het steeds toenemende jeugdhulpgebruik.
Al lezend bekruipt je soms het onbehaaglijke gevoel dat je zelf ook onderdeel bent van dit denken en systeem, en dat het ons nog heel wat moeite zal kosten anders te leren kijken en denken. Bert Wienen wil daarbij echter een goede gids zijn om vooraanames die aan beleid ten grondslag liggen te ontmaskeren. Hij geeft scherpe analyses en laat zien waar de denkfouten zitten in een systeem van machinedenken en maakbaarheid. Hij pleit krachtig voor het versterken van de pedagogische basis. Daarbij ziet hij de pedagogische basis als een verzameling van diverse sociale praktijken, elk met eigen logica, geschiedenis en impliciete kennis, en niet als een 'lege omgeving' waarin beleid kan worden gemaakt.
De vragen aan het einde van elk hoofdstuk vormen een wezenlijk onderdeel van het boek. Zij zijn bedoeld om op het geschrevene te reflecteren en daadwerkelijk te bedenken hoe het anders zou kunnen. Deze vragen zijn gericht op gemeenteambtenaren, professionals in het sociaal domein en ouders. Leerkrachten worden daarbij niet genoemd. Maar ook voor hen en voor iedereen die zich met opvoeden bezighoudt is dit een inzichtgevend boek dat aan het denken zet.
Bert Wienen schreef dit boek in heldere taal en het boek heeft een duidelijke opbouw. De korte samenvattingen tussendoor geven grip en structuur en maken het boek prettig leesbaar.
Bestellen
Het boek Laat/d de pedagogische basis met rust is te bestellen via bol.com:
