De stem van leerlingen: wat helpt hen echt?
Anke de Boer
Bijzonder hoogleraar Inclusief en Gespecialiseerd onderwijs bij Rijksuniversiteit Groningen
Geraadpleegd op 07-06-2026,
van https://wij-leren.nl/inclusief-onderwijs-stem-van-de-leerling.php
Laatst bewerkt op 1 juni 2026

Wat maakt dat leerlingen zich écht geholpen voelen in een inclusieve onderwijssetting? In dit artikel staat de stem van leerlingen centraal. Op basis van internationaal onderzoek naar ervaringen van leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften wordt zichtbaar welke factoren inclusie bevorderen of juist belemmeren.
Dit artikel maakt deel uit van een reeks van zeven artikelen over het onderzoek Ondersteuning aan leerlingen in een inclusieve onderwijssetting (De Boer & Kuijper, 2025). In deze reeks vertalen we wetenschappelijke bevindingen naar de onderwijspraktijk. De artikelen behandelen achtereenvolgens:
- Wat is inclusief onderwijs en waarom is ondersteuning cruciaal?
- Ondersteuningsvormen en hun effecten: wat werkt voor wie?
- De stem van leerlingen: wat helpt hen echt?
- Hoe ervaren onderwijsprofessionals inclusief onderwijs?
- Interventies die werken: hoe los je belemmeringen op?
- Succesfactoren voor inclusieve scholen.
- Naar duurzaam inclusief onderwijs: lessen en aanbevelingen.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen in deze serie? Schrijf je dan in voor het gratis kennisdossier 'Inclusief onderwijs' in de Wij-leren.nl Academie.
Inleiding: van effecten naar ervaringen
In het vorige artikel stonden de effecten van verschillende ondersteuningsvormen centraal. We zagen dat ondersteuning, op alle niveaus van het continuüm, positieve effecten kan hebben op zowel cognitieve ontwikkeling als sociale participatie. Tegelijkertijd werd duidelijk dat effectiviteit niet uitsluitend kan worden afgemeten aan meetbare opbrengsten. Inclusief onderwijs raakt immers direct aan de dagelijkse beleving van leerlingen: voelen zij zich gezien, begrepen en onderdeel van de groep?
In dit derde artikel verschuiven we daarom het perspectief. De vraag is niet langer wat werkt volgens onderzoek, maar wat ervaren leerlingen zelf als helpend of belemmerend in een inclusieve onderwijssetting. De stem van leerlingen vormt een onmisbare schakel tussen beleid, ondersteuning en daadwerkelijke inclusie in de praktijk.
Waarom het leerlingperspectief essentieel is
Inclusief onderwijs beoogt meer dan fysieke aanwezigheid in een reguliere klas. Het gaat om volwaardig meedoen, leren en ontwikkelen, in een omgeving waarin leerlingen zich veilig voelen en zichzelf kunnen zijn. Juist leerlingen met intellectual disabilities (ID) en social-emotional and behavioral difficulties (SEBD) zijn daarbij kwetsbaar. Hun ervaringen laten vaak scherper dan welke meting ook zien waar inclusie slaagt en waar zij onder druk komt te staan.
Het onderzoek waarop deze artikelenserie is gebaseerd, omvat 21 internationale studies naar ervaringen van leerlingen met ID en SEBD in inclusieve onderwijssettings. Deze studies geven inzicht in hoe leerlingen ondersteuning beleven, welke factoren hun ontwikkeling bevorderen en welke omstandigheden juist stress, uitsluiting of overbelasting veroorzaken. De bevindingen maken duidelijk dat goede bedoelingen niet automatisch leiden tot positieve ervaringen.
Erbij horen als kern van inclusie
Een van de meest consistente uitkomsten uit de studies is het belang van het gevoel erbij te horen. Leerlingen geven aan dat inclusie voor hen in de eerste plaats betekent dat zij zich geaccepteerd voelen door klasgenoten en leraren. Dit gevoel van verbondenheid blijkt nauw samen te hangen met welbevinden, motivatie en zelfvertrouwen.
Wanneer leerlingen het idee hebben dat zij “gewoon” onderdeel zijn van de groep, durven zij meer initiatief te nemen, vragen te stellen en sociale contacten aan te gaan. Andersom ervaren leerlingen die zich voortdurend anders of afwijkend voelen, meer spanning en terugtrekgedrag. Voor leerlingen met SEBD geldt dit in het bijzonder: zij geven aan dat negatieve verwachtingen of een label snel kunnen leiden tot een gevoel van buitensluiting.
Opvallend is dat leerlingen inclusie niet per se definiëren als geen ondersteuning krijgen. Integendeel: zij erkennen vaak goed dat zij extra hulp nodig hebben. Doorslaggevend is of die hulp hen helpt om mee te doen, of hen juist apart zet.
Bevorderende factoren volgens leerlingen
De studies laten een aantal factoren zien die leerlingen zelf expliciet benoemen als helpend in een inclusieve setting.
Allereerst noemen leerlingen het belang van een duidelijke en voorspelbare structuur. Heldere dagindelingen, vaste routines en duidelijke verwachtingen geven rust. Vooral leerlingen met SEBD geven aan dat onduidelijkheid en wisselende regels stress oproepen, wat hun leer- en sociaal functioneren belemmert. Structuur fungeert voor hen als een vorm van ondersteuning die niet stigmatiseert, maar voor iedereen geldt.
Daarnaast spelen prikkelarme of rustige plekken een belangrijke rol. Leerlingen waarderen het wanneer zij zich tijdelijk kunnen terugtrekken om tot rust te komen, zonder dat dit wordt ervaren als straf of afzondering. Het gaat hierbij niet om isolatie, maar om herstel. Een rustige ruimte, een korte pauze of een alternatief werkplekje kan helpen om overprikkeling te voorkomen en de regie weer terug te krijgen.
Ook de houding van leraren blijkt cruciaal. Leerlingen geven aan dat positieve verwachtingen, geduld en begrip sterk bijdragen aan hun gevoel van veiligheid. Wanneer leraren vertrouwen uitstralen en fouten zien als onderdeel van leren, voelen leerlingen zich serieuzer genomen. Dat geldt zowel voor cognitieve uitdagingen als voor sociaal-emotionele groei.
Ten slotte noemen leerlingen het belang van ondersteunende klasgenoten. Vriendschappen, samenwerken en informele hulpmomenten worden vaak als waardevoller ervaren dan formele ondersteuning door volwassenen. Peer support voelt gelijkwaardiger en draagt bij aan wederzijds begrip binnen de groep.
Klik op de afbeelding voor een infographic in hoge resolutie in het kennisdossier.
Belemmerende ervaringen: waar loopt inclusie vast?
Naast bevorderende factoren laten de studies ook zien waar leerlingen tegenaan lopen. Een veelgenoemd knelpunt is prestatiedruk. Leerlingen ervaren spanning wanneer zij voortdurend moeten voldoen aan normen die niet aansluiten bij hun mogelijkheden. Vergelijkingen met klasgenoten, tempo-eisen en toetsdruk kunnen het gevoel versterken dat zij tekortschieten, zelfs wanneer zij vooruitgang boeken.
Sociale stress vormt een tweede belangrijke belemmering. Sommige leerlingen geven aan dat zij bang zijn om fouten te maken in het bijzijn van anderen, of om negatief beoordeeld te worden door leeftijdsgenoten. Dit geldt met name voor leerlingen met SEBD, die vaak al negatieve ervaringen hebben opgedaan in sociale interacties. Wanneer ondersteuning te zichtbaar is, bijvoorbeeld door voortdurende aanwezigheid van een onderwijsassistent, kan dit sociale stress juist vergroten.
Een derde knelpunt is het gebrek aan passende ondersteuning. Leerlingen merken scherp op wanneer ondersteuning niet aansluit bij hun behoeften. Te weinig hulp leidt tot frustratie en faalangst, terwijl te veel of verkeerd afgestemde ondersteuning het gevoel van autonomie kan ondermijnen. Leerlingen willen geholpen worden, maar niet overgenomen.
Autonomie en regie: gehoord worden doet ertoe
Een opvallend resultaat uit meerdere studies is dat leerlingen waarde hechten aan inspraak. Zij willen betrokken worden bij beslissingen over hun ondersteuning, werkvormen en leeromgeving. Dit sluit aan bij het kinderrechtenperspectief, waarin het recht op inspraak centraal staat.
Leerlingen geven aan dat zij vaak goed kunnen benoemen wat hen helpt: een andere uitleg, meer tijd, een rustige plek of juist samenwerking met een vaste klasgenoot. Wanneer deze signalen serieus worden genomen, ervaren zij meer regie en eigenaarschap. Dat versterkt niet alleen hun motivatie, maar ook hun zelfbeeld.
In Nederland krijgt dit perspectief extra gewicht door de invoering van het hoorrecht vanaf 2025, waarbij leerlingen structureel worden betrokken bij het opstellen en evalueren van hun ontwikkelingsperspectief. Het onderzoek laat zien dat dit geen formaliteit zou moeten zijn, maar een kans om ondersteuning beter af te stemmen op wat leerlingen daadwerkelijk nodig hebben.
De spanning tussen ondersteuning en normaliteit
Een terugkerend thema in de leerlingervaringen is de spanning tussen ondersteuning en normaliteit. Leerlingen willen geholpen worden, maar tegelijkertijd “gewoon” zijn. Zij waarderen ondersteuning die discreet is, flexibel kan worden ingezet en past binnen de dagelijkse klaspraktijk.
Dit vraagt van scholen en leraren een zorgvuldige afweging. Ondersteuning moet effectief zijn, maar ook sociaal sensitief. Wat voor volwassenen logisch of efficiënt lijkt, kan door leerlingen heel anders worden ervaren. De studies maken duidelijk dat inclusie pas echt werkt wanneer ondersteuning niet alleen didactisch doordacht is, maar ook relationeel en pedagogisch afgestemd.
Praktijkvertaling: het leerlingperspectief structureel benutten
Wat betekenen deze bevindingen voor scholen? Allereerst dat het leerlingperspectief geen aanvulling is, maar een fundament onder inclusief onderwijs. Scholen die serieus werk willen maken van inclusie, doen er goed aan om ervaringen van leerlingen systematisch te verzamelen en te gebruiken.
Dat kan bijvoorbeeld door regelmatige leerlinggesprekken, korte vragenlijsten, observaties of het betrekken van leerlingen bij evaluaties van ondersteuning. Belangrijk is dat deze input ook zichtbaar wordt benut. Wanneer leerlingen merken dat hun stem daadwerkelijk invloed heeft, versterkt dat het vertrouwen in de school.
Daarnaast vraagt het om aandacht voor klassenorganisatie en schoolcultuur. Structuur, rust, positieve verwachtingen en ruimte voor herstel zijn geen individuele aanpassingen, maar kenmerken van een inclusieve leeromgeving waar alle leerlingen van profiteren.
Vooruitblik naar artikel 4
In dit artikel staat de beleving van leerlingen centraal. Hun ervaringen laten zien hoe inclusief onderwijs in de praktijk wordt gevoeld en beleefd, en waar ondersteuning echt het verschil maakt. Maar inclusie is ook intensief en complex voor degenen die het dagelijks vormgeven.
In het volgende artikel verleggen we daarom opnieuw het perspectief, naar de onderwijsprofessionals. Hoe ervaren leraren en ondersteuners inclusief onderwijs? Welke succesfactoren zien zij, en waar lopen zij tegenaan? Hun ervaringen vormen een onmisbare schakel tussen beleid, onderzoek en klaspraktijk.
Bronvermelding
De Boer, A., & Kuijper, S. (2025). Ondersteuning aan leerlingen in een inclusieve onderwijssetting: uitgebreid rapport. Met medewerking van M. Afman, E. van Es, C. Labee en L. van der Vegt. Rijksuniversiteit Groningen / RENN4. Beschikbaar via:
https://www.rug.nl/staff/anke.de.boer/uitgebreid-rapport-ondersteuning-aan-leerlingen-in-een-inclusieve-onderwijssetting.pdf

