Kijk eens bij de Nieuwe onderwijsboeken! - februari 2026

Ondersteuningsvormen en hun effecten: wat werkt voor wie?

Anke de Boer
Bijzonder hoogleraar Inclusief en Gespecialiseerd onderwijs bij Rijksuniversiteit Groningen  

De Boer, A. (2026). Ondersteuningsvormen en hun effecten: wat werkt voor wie?
Geraadpleegd op 19-02-2026,
van https://wij-leren.nl/inclusief-onderwijs-ondersteuningsvormen-effecten.php/
Geplaatst op 13 januari 2026
Laatst bewerkt op 9 februari 2026
Ondersteuningsvormen en hun effecten

Onderzoeksserie: Ondersteuning aan leerlingen in een inclusieve onderwijssetting

In het eerste artikel schetsten we de fundamenten van inclusief onderwijs: de internationale en nationale kaders, de aanleiding voor het onderzoek en het belang van ondersteuning die zowel cognitieve ontwikkeling als sociale participatie bevordert. Daarmee werd duidelijk dat inclusief onderwijs geen abstract ideaal is, maar een concreet handelingsperspectief vraagt. Dat perspectief begint bij de vraag welke vormen van ondersteuning daadwerkelijk werken voor leerlingen met intellectual disabilities (ID) en social-emotional and behavioral difficulties (SEBD).


Dit artikel maakt deel uit van een reeks van zeven artikelen over het onderzoek Ondersteuning aan leerlingen in een inclusieve onderwijssetting (De Boer & Kuijper, 2025). In deze reeks vertalen we wetenschappelijke bevindingen naar de onderwijspraktijk. De artikelen behandelen achtereenvolgens:

  1. Wat is inclusief onderwijs en waarom is ondersteuning cruciaal?
  2. Ondersteuningsvormen en hun effecten: wat werkt voor wie?
  3. De stem van leerlingen: wat helpt hen echt?
  4. Hoe ervaren onderwijsprofessionals inclusief onderwijs?
  5. Interventies die werken: hoe los je belemmeringen op?
  6. Succesfactoren voor inclusieve scholen.
  7. Naar duurzaam inclusief onderwijs: lessen en aanbevelingen.

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen in deze serie? Schrijf je dan in voor het gratis kennisdossier 'Inclusief onderwijs' in de Wij-leren.nl Academie.


In dit tweede artikel gaan we daarop in. De systematische literatuurreview waarop dit onderzoek gebaseerd is, omvat 64 studies naar effecten van ondersteuning binnen het ondersteuningscontinuüm. Die studies laten een rijk beeld zien: soms bevestigend, soms verrassend, maar altijd waardevol voor scholen die inclusie in praktijk willen brengen. De inzichten uit deze studies vormen een belangrijke bouwsteen voor het vormgeven van een effectieve ondersteuningsstructuur.

Aan het eind van het artikel kijken we vooruit naar artikel 3, waarin de stem van leerlingen centraal staat. Want wat onderzoek laat zien als effectief, moet uiteindelijk ook aansluiten bij wat leerlingen zélf ervaren als helpend.

Niet de plek van ondersteuning is doorslaggevend, maar de kwaliteit en de manier waarop zij wordt vormgegeven.

1. Waarom onderzoek naar ondersteuningsvormen cruciaal is

Ondersteuning kan op veel manieren vorm krijgen: van incidentele hulp in de klas tot intensieve begeleiding in een aparte groep. Het continuüm van ondersteuning, zoals beschreven in artikel 1, maakt duidelijk dat deze variatie geen willekeur is, maar een doordachte ordening van licht naar zwaar. Toch is die ordening slechts een eerste stap. Minstens zo belangrijk is de vraag wat de verschillende vormen van ondersteuning opleveren voor de ontwikkeling van leerlingen.

Het onderzoek richt zich op twee domeinen die in internationaal beleid expliciet worden genoemd als vertrekpunt voor inclusief onderwijs:

  1. Cognitieve ontwikkeling, zoals taal, rekenen en leesvaardigheid.
  2. Sociale participatie, waaronder interacties met klasgenoten, acceptatie, vriendschappen en sociale zelfperceptie.

Juist voor leerlingen met ID en SEBD zijn deze domeinen essentieel. Zij hebben vaak ondersteuning nodig om toegang te krijgen tot het curriculum én om deel te nemen aan het sociale leven van de klas. Het onderzoek laat zien dat ondersteuning op alle niveaus betekenisvol kan zijn, maar dat de effecten verschillen per vorm, per uitvoerder en per context.

2. Ondersteuning binnen de reguliere klas (Level 1)

Level 1 is de meest onderzochte vorm van ondersteuning. De reden is begrijpelijk: ondersteuning in de klas sluit het beste aan bij het streven naar inclusief onderwijs, omdat leerlingen hierbij actief deelnemen aan dezelfde leer- en sociale omgeving als hun klasgenoten.

Effecten op cognitieve ontwikkeling

Het onderzoek laat een opvallend consistent beeld zien: ondersteuning in de klas werkt. Individuele en groepsinterventies binnen de reguliere klas leiden in veel studies tot aanzienlijke vooruitgang in taal-, lees- en rekenvaardigheden. Sommige interventies laten zelfs grote effectgroottes zien, bijvoorbeeld bij een-op-een instructie door een paraprofessional of bij interventies waarin de ondersteuner intensief betrokken is bij doelgerichte instructie en begeleiding.

Interessant is dat een directe vergelijking tussen ondersteuning in de klas (level 1) en ondersteuning buiten de klas (level 4) geen verschillen in effectiviteit laat zien voor woordenschatontwikkeling. Beide varianten bleken even effectief. Dit onderstreept dat cognitieve opbrengsten niet noodzakelijk afhangen van de locatie van de ondersteuning, maar van de kwaliteit van de interventie.

Effecten op sociale participatie

Bij sociale participatie laat het onderzoek een genuanceerder beeld zien. Veel interventies bevorderen sociale interactie, vooral wanneer klasgenoten actief worden betrokken bij het ondersteunen van leerlingen. Peer tutoring en gezamenlijke activiteiten vergroten de kans op positieve contacten en wederkerig gedrag.

Tegelijkertijd toont een studie aan dat de aanwezigheid van een onderwijsassistent soms onbedoeld een negatief effect kan hebben op sociale acceptatie en vriendschappen van leerlingen met SEBD. Dit gebeurt wanneer de ondersteuning te zichtbaar is, waardoor leerlingen als ‘anders’ worden gezien binnen de groep. De les voor de praktijk is helder: ondersteuning in de klas is het meest krachtig wanneer deze voorkomt dat leerlingen geïsoleerd raken of onbedoeld worden gestigmatiseerd.

Effectieve ondersteuning vergroot niet alleen leerprestaties, maar bepaalt ook of een leerling zich erbij voelt horen.

3. Externe ondersteuning in de reguliere klas (Level 2)

Bij level 2 komt een specialist voor enkele uren per week de klas in. Deze vorm van ondersteuning combineert het behoud van participatie in de reguliere groep met de inzet van specifieke expertise.

Cognitieve effecten

Twee Zwitserse studies vergeleken leerlingen die ondersteuning ontvingen van een specialist met leerlingen in het speciaal onderwijs. Hoewel de effecten klein waren, waren ze wel positief op twee van drie cognitieve uitkomstmaten, en belangrijk: er werden geen negatieve effecten gevonden. Dit betekent dat externe ondersteuning binnen de reguliere klas onder de juiste condities even effectief kan zijn als ondersteuning in het speciaal onderwijs, maar dan binnen een inclusieve setting.

Sociale participatie

Zeven studies richtten zich op sociale participatie binnen level 2. De uitkomsten zijn overtuigend. Interventies onder begeleiding van externe professionals verbeteren acceptatie en interactie tussen leerlingen merkbaar. In één studie leidde een schoolbrede interventie, uitgevoerd door een psycholoog, zelfs tot een groot effect op acceptatie van leerlingen met ID door hun klasgenoten.

Peer support-programma’s, begeleid door experts, blijken opnieuw bijzonder effectief. Leerlingen ervaren steun van klasgenoten als laagdrempelig, positief en minder stigmatiserend dan individuele hulp door volwassenen.

inclusief onderwijs

Figuur 1: De 7 levels van ondersteuning.

Wil je deze infographic gratis downloaden in hoge resolutie en op de hoogte blijven van nieuwe artikelen over dit thema? Schrijf je dan in voor het kennisdossier 'Inclusief onderwijs' van de Wij-leren Academie. 

4. Co-teaching (Level 3)

Co-teaching, waarbij een reguliere leraar structureel samenwerkt met een leraar uit het speciaal onderwijs, behoort tot de meest inclusieve vormen van ondersteuning. Toch is deze vorm relatief weinig onderzocht: slechts twee studies voldoen aan de inclusiecriteria. Desondanks geven de bevindingen een veelbelovend beeld.

Cognitieve effecten

Een interventie op het gebied van leesvaardigheid, uitgevoerd door een regulier leraar en een speciaal onderwijsleraar samen, leidde tot sterke cognitieve vooruitgang bij leerlingen met SEBD. Opvallend is dat deze leerlingen normaal gesproken les kregen op level 5, maar dat de interventie op level 3 plaatsvond en juist daar effectiever bleek dan verwacht. De combinatie van gedeelde expertise, gezamenlijke instructie en een meer gedifferentieerde aanpak lijkt hier een belangrijke factor te zijn.

Sociale participatie

Er zijn geen studies binnen level 3 die sociale participatie direct onderzochten. Toch ligt het voor de hand dat co-teaching potentieel positief werkt, omdat leerlingen binnen de reguliere klas blijven en er ruimte ontstaat voor kleinschalige interactie, differentiatie en gezamenlijke activiteiten zonder dat leerlingen opvallend apart worden gezet.

5. Ondersteuning buiten de reguliere klas (Level 4)

Ondersteuning op level 4 vindt plaats in een resource room of kleine groep buiten de reguliere klas. Sommige leerlingen profiteren van de rust, structuur en intensiteit die zo’n setting kan bieden.

Cognitieve effecten

De meeste interventies op level 4 laten duidelijke positieve effecten zien op taal, lezen en andere cognitieve domeinen. De eerder genoemde vergelijking tussen level 1 en level 4 leert dat ondersteuning buiten de klas even effectief kan zijn als ondersteuning in de klas, mits gericht en kwalitatief uitgevoerd.

Sociale participatie

Het effect op sociale participatie is wisselend. Enerzijds kunnen leerlingen profijt hebben van gerichte sociale vaardigheidstrainingen in een kleine groep. Anderzijds missen ze tijdens die momenten sociale interacties in de reguliere klas. Onderzoek laat zien dat programma’s waarbij reguliere leerlingen worden betrokken bij activiteiten in de resource room – zogenaamde “reverse mainstreaming” – juist sterke verbeteringen laten zien in sociale interactie en acceptatie tussen leerlingen met en zonder ondersteuningsbehoeften.

Dit onderstreept een belangrijke ontwerpvraag: als leerlingen (tijdelijk) buiten de klas ondersteuning krijgen, moet er altijd een actieve verbinding blijven met de reguliere groep.

Wat leerlingen helpt om te leren, kan hen onbedoeld ook zichtbaar anders maken.

6. Fulltime integratieklassen binnen reguliere scholen (Level 5)

Level 5 bestaat uit aparte, kleine integratieklassen binnen reguliere scholen. Deze setting lijkt een middenweg tussen speciaal en regulier onderwijs, waarbij leerlingen wel verbonden blijven aan de bredere schoolgemeenschap.

Cognitieve effecten

Interventies binnen level 5 zijn beperkt in aantal, maar de resultaten zijn positief. Zowel een leesinterventie als een programma waarin reguliere leeftijdgenoten actief deelnemen aan de klas van leerlingen met SEBD lieten duidelijke cognitieve vooruitgang zien. Verschillen met speciaal onderwijs waren niet significant; beide settingen bleken effectief, maar de integratieklas biedt het voordeel van nabijheid tot de reguliere schoolomgeving.

Sociale participatie

De studies die sociale participatie onderzochten, wijzen eveneens op positieve effecten. Video-feedback interventies, gericht op zelfregulatie en sociale interactie, leidden tot meer contactmomenten met reguliere leerlingen. Samenwerkingsactiviteiten tussen reguliere en speciale klassen bleken eveneens positief voor wederzijdse interactie en acceptatie.

7. Overkoepelende conclusies: wat werkt voor wie?

Wanneer we de studies als geheel bekijken, valt op dat ondersteuning op álle niveaus positieve effecten kan hebben. Er is geen enkel ondersteuningslevel dat consequent minder effectief is dan de andere, en er worden geen structureel negatieve cognitieve effecten gevonden. Wel verschillen de effecten per domein en per ondersteuningsvorm.

Cognitief geldt: bijna alle interventies, ongeacht niveau, leiden tot vooruitgang. Kwaliteit, gerichtheid en deskundigheid lijken belangrijker dan de locatie van de ondersteuning.

Sociaal geldt: dit domein is kwetsbaarder. Effecten kunnen zeer positief zijn, maar zijn sterk afhankelijk van de wijze waarop ondersteuning wordt vormgegeven. Vooral interventies die klasgenoten betrekken, blijken het meest kansrijk. Te opvallende begeleiding door volwassenen kan sociale participatie juist onder druk zetten.

Verder wordt duidelijk dat leerlingen baat hebben bij een mix van expertise: ondersteuning door leraren, onderwijsassistenten, specialisten en peers vult elkaar aan. Wel is het noodzakelijk om te investeren in professionalisering en afstemming om ongewenste neveneffecten te voorkomen.

Inclusieve ondersteuning werkt op alle niveaus, mits zij doelgericht, deskundig en relationeel wordt ingezet.

8. Betekenis voor de praktijk

Wat betekenen deze inzichten voor scholen die inclusiever onderwijs willen bieden?

Ten eerste is het belangrijk om ondersteuning zoveel mogelijk in de klas te organiseren, tenzij er een duidelijke reden is om een tijdelijke, intensieve interventie buiten de klas te bieden.

Ten tweede is de inzet van klasgenoten een krachtig instrument dat leraren relatief eenvoudig kunnen integreren in hun pedagogisch en didactisch repertoire.

Ten derde vraagt elke vorm van ondersteuning om cyclische evaluatie: sluit de ondersteuning nog aan bij de doelen en behoeften van de leerling? Wordt zowel cognitieve als sociale ontwikkeling zichtbaar ondersteund? En is de balans tussen participatie en extra begeleiding nog passend? Het onderzoek benadrukt dat dit steeds opnieuw besproken moet worden, samen met de leerling en andere betrokkenen.

Vooruitblik naar artikel 3

In dit artikel hebben we verkend welke vormen van ondersteuning effectief zijn. Maar effectiviteit is niet alleen een kwestie van meetbare uitkomsten; het gaat minstens zo veel om beleving. In het volgende artikel staat daarom de vraag centraal hoe leerlingen zélf ondersteuning ervaren. Hun perspectief is onmisbaar in een tijd waarin het hoorrecht steeds nadrukkelijker een plek krijgt in het onderwijs.

Bronvermelding

De Boer, A., & Kuijper, S. (2025). Ondersteuning aan leerlingen in een inclusieve onderwijssetting: uitgebreid rapport. Met medewerking van M. Afman, E. van Es, C. Labee en L. van der Vegt. Rijksuniversiteit Groningen / RENN4. Beschikbaar via: https://www.rug.nl/staff/anke.de.boer/uitgebreid-rapport-ondersteuning-aan-leerlingen-in-een-inclusieve-onderwijssetting.pdf

Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.