Kijk eens bij de Nieuwe onderwijsboeken!

Het tienerbrein: een ander perspectief. Gids voor ouders, leraren en andere opvoeders

Nico den Breejen
Onderwijskundige bij Wij-leren.nl  

Den Breejen, N. (2026). Samenvatting en recensie van het tienerbrein: een ander perspectief.
Geraadpleegd op 13-01-2026,
van https://wij-leren.nl/het-tienerbrein.php/
Geplaatst op 3 januari 2026
Laatst bewerkt op 12 januari 2026
Het tienerbrein: een ander perspectief

Jongeren worden in het publieke debat te gemakkelijk neergezet als een probleem: verslaafd aan de telefoon, ongevoelig voor regels, weinig gemotiveerd voor leren en vatbaar voor ongezond en zelfs crimineel gedrag. Dat beeld doet tieners enorm tekort. Want de jongere die soms zo lastig is, anderen in de weg zit en niet begrijpt waarom er huiswerk moet worden gemaakt, is simpelweg nog niet ‘af’. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de hersenen pas rond het vijfentwintigste jaar volledig zijn uitgerijpt. In Het tienerbrein: een ander perspectief. Gids voor ouders, leraren en andere opvoeders laat Jelle Jolles overtuigend zien dat tieners anders denken, voelen en doen omdat hun brein nog volop in ontwikkeling is. Dat vraagt iets van volwassenen. Niet om los te laten, maar om actief te begeleiden, te inspireren, feedback te geven en structuur te bieden.

Inleiding op het boek

Jelle Jolles schreef eerder drie boeken over het tienerbrein (Ellis en het verbreinen, Het tienerbrein en Leer je kind kennen). Het boek ‘Het tienerbrein: een ander perspectief. Gids voor ouders, leraren en andere opvoeders’ bouwt daarop voort, maar verschilt in een belangrijk opzicht van de eerdere boeken. Dit nieuwe boek legt sterk de nadruk op de vertaalslag naar de praktijk van opvoeding en onderwijs. Centrale vragen zijn: Wat kun je als opvoeder doen? Hoe geef je richting aan de ontwikkeling van je kind of leerling? Wat vraagt dat van je houding, je taalgebruik en je interactie?

Het boek bevat dertig kaders met concrete aanbevelingen en tips voor de opvoedingspraktijk. Die kaders worden (zo leren de eerste reacties op het boek) door veel onderwijsprofessionals goed ontvangen. Het maakt het boek minder een doorlopende verhandeling en meer een raadpleegbare gids, die je kunt openslaan bij een vraag die zich in de klas voordoet (zie Figuur 1 voor een voorbeeld). 

“Het tienerbrein: een ander perspectief is een boek dat je erbij pakt wanneer gedrag in de klas vragen oproept.”

Figuur 1. Voorbeeldkader: Hoe praat je niet met je tiener? Bron: Het tienerbrein: een ander perspectief (Jelle Jolles, 2025). 

Jolles houdt het onderwijs een duidelijke spiegel voor: is er wel voldoende aandacht voor de pedagogische kant van het onderwijs? Volgens hem is dat niet het geval en hij onderbouwt die stelling overtuigend. Jolles pleit voor een verschuiving van teaching naar learning: meer aandacht voor de lerende leerling. Dat perspectief onderbouwt hij door te laten zien welke neuropsychologische vaardigheden essentieel zijn voor cognitief en schools leren. Zo wordt duidelijk wat hij bedoelt met zijn kernstelling dat de tiener ‘werk in uitvoering’ is. Tieners en jongvolwassenen hebben immers tot ver na hun 25e levensjaar tijd nodig om de vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn voor zowel schools als sociaal-emotioneel leren.

Waarom iedere onderwijsprofessional dit boek zou moeten lezen

Voor onderwijsprofessionals is Het tienerbrein: een ander perspectief relevant omdat het ingaat op ontwikkelingsprocessen die essentieel zijn voor leren, maar die in het onderwijs tot nu toe nauwelijks expliciet aandacht krijgen. Jolles laat zien dat jongeren niet vastlopen omdat zij tekortschieten, maar omdat zij worden aangesproken alsof zij ‘af’ zijn, terwijl zij neuropsychologisch nog volop bezig zijn kennis en vaardigheden te verwerven. We verwachten prestaties, zelfregulatie en planning die zij nog niet kunnen dragen.

Tegelijk plaatst hij deze ontwikkeling in een bredere maatschappelijke context die volgens hem pedagogisch is verschraald: er is minder tijd, minder gesprek, minder interactie en minder steun en inspiratie voor jongeren, thuis, op school en in de vrije tijd. Juist daarom is dit boek nadrukkelijk een praktijkboek en een wake-upcall voor volwassenen. Met heldere kerninzichten maakt Jolles zichtbaar waarom vooral wij, opvoeders en leraren, moeten veranderen als we jongeren beter willen laten leren en ontwikkelen.

"Jolles laat zien dat jongeren niet vastlopen omdat zij tekortschieten, maar omdat zij worden aangesproken alsof zij ‘af’ zijn."

Samenvatting van het boek

Tieners zijn ‘werk in uitvoering’: hun brein verschilt fundamenteel van dat van volwassenen. Ze hebben meestal nog niet veel meegemaakt in het leven en zijn volop bezig om kennis en ervaringen op te doen en vaardigheden aan te leren. Ze denken anders dan volwassenen. Daardoor zijn ze nog niet in staat om de verantwoordelijkheden op te pakken die wij als volwassenen hen geven.

Over de lange periode van de adolescentie leren tieners (met vallen en opstaan) de gevolgen van hun gedrag te overzien, impulsen te beheersen, emoties bij zichzelf en anderen te herkennen, risico’s in te schatten en hun leertaken en hun leven te plannen.  

“Met vallen en opstaan leren jongeren wat wij volwassenen al vanzelfsprekend vinden.”

Jongeren zijn geen passieve ontvangers

Een centrale stelling in het boek is dat jongeren geen passieve ontvangers zijn van opvoeding of onderwijs, maar actieve medespelers. Ze bouwen aan hun eigen brein door de prikkels die ze ontvangen en door wat ze meemaken, wat ze doen, hoe ze worden aangesproken en welke verwachtingen er zijn.

Daarbij is taal cruciaal. Denken en taal zijn nauw verweven en dat is in de eerste plaats van belang om kennis en inzichten te krijgen in de wereld om hen heen. Daarmee bedoelt Jolles dat taal uiterst bruikbaar is om de wereld te verkennen, concepten te leren begrijpen en ook situaties, gebeurtenissen en procedures te leren kennen, die overigens een hoofdbestanddeel zijn van ons onderwijs. Daarnaast is taal van belang voor de jongere om inzicht te krijgen in zichzelf en in anderen (leeftijdsgenoten én volwassenen): door met jongeren te praten over hun keuzes, gedrag, gevoelens en overtuigingen, ontwikkelen zij taal om hun binnenwereld te verkennen en te verwoorden. Reflectie en zelfinzicht komen niet vanzelf, maar moeten geoefend worden. Door in gesprek te gaan, vragen te stellen en alternatieven aan te reiken, help je tieners hun denken te verdiepen.

“Taal is het gereedschap waarmee jongeren leren nadenken over zichzelf.”

Wat het brein van tieners van ons vraagt

De oplossing voor het probleem dat wij met jongeren hebben, ligt daarom ook binnen handbereik. Niet zij moeten veranderen, maar wij, de volwassenen, de opvoeders. Door gebruik te maken van inzichten over de ontwikkeling van tieners en hun brein kunnen wij onze verwachtingen bijstellen.

Jongeren hebben een actieve begeleiding nodig: thuis, op school en bij sport, muziek en vrijetijdsbesteding. Dit vraagt van opvoeders een houding die voorwaarden schept, nieuwsgierigheid voedt, richting wijst en inspireert. Voor het onderwijs betekent dit een omslag in aanpak: van teaching naar learning. Hiermee bedoelt Jolles dat niet de lesstof centraal zou moeten staan, maar de lerende leerling.

Het boek is een pleidooi voor betrokkenheid. Jolles stelt dat tieners hun brein niet in hun eentje vormen. Hersenontwikkeling voltrekt zich in interactie met de omgeving. De ontwikkeling van vaardigheden, motivatie, zelfinzicht en gedrag hangt sterk samen met ervaringen, opvoeding, onderwijs, voorbeeldfiguren en feedback. Jongeren hebben dus tijd, kansen en context nodig om te groeien. Zo worden in dit boek neuropsychologische kennis met praktische opvoedkundige handvatten gecombineerd.

“Tieners hebben recht op onze actieve steun, sturing en inspiratie.”

Breinontwikkeling in de puberteit

‘De puberteit’ wordt vaak beschreven als een hormonale storm, maar Jolles laat zien dat de belangrijkste veranderingen vooral in het brein plaatsvinden. De prefrontale cortex (verantwoordelijk voor plannen, afwegen, zelfbeheersing en empathie) ontwikkelt zich onafhankelijk van het emotionele brein (limbisch systeem). Deze hersengebieden werken nog niet effectief samen. Dat verklaart het typische gedrag van tieners en zelfs veel laat-adolescenten van ouder dan 18 jaar: nog wat impulsief, met onvoldoende grip op hun emoties, gericht op kicks en status.

Het brein van tieners biedt veel kansen: het is gevoelig voor leren en ervaring. Juist omdat het nog niet ‘af’ is, kunnen jongeren zich in hoog tempo ontwikkelen, mits ze de juiste input krijgen. Daar zit een kernboodschap van het boek: het brein van tieners groeit in interactie met mensen die begeleiden, uitdagen en richting geven.

“Gedrag van jongeren is het gevolg van een brein waarvan de onderdelen nog niet synchroon werken.”

De rol van motivatie, zelfinzicht en executieve functies

Een belangrijk deel van het boek gaat over executieve functies: mentale processen die helpen om gedrag te sturen. Bekend zijn het werkgeheugen, inhibitie, cognitieve flexibiliteit en metacognitie, die zich al ontwikkelen vanaf de periode van de basisschool. Deze functies ontwikkelen zich traag en ongelijkmatig en zijn sterk beïnvloedbaar door ervaring, stress, slaap en motivatie. Jolles laat zien dat er naast deze zogenaamde ‘koude executieve functies’ nog een uiterst belangrijke set van executieve vaardigheden is die zich juist over de tienertijd ontwikkelen tot ruim na het twintigste jaar. Hij noemt deze ‘de warme executieve functies’ en daaronder schaart hij onder anderen zelfinzicht en zelfregulatie, het overzien van consequenties, emotieregulatie + empathie, actieplanning, projectplanning + toekomstplanning, vaardigheden die te maken hebben met moreel besef en het inzicht in sociale processen. Deze warme executieve vaardigheden zijn essentieel voor het cognitief leren, en daarom zijn ze zo belangrijk voor opvoeding en onderwijs.

Motivatie krijgt tevens veel aandacht in het boek. Jolles benadrukt dat motivatie geen vaste eigenschap is, maar contextafhankelijk en ontwikkelbaar. Jongeren moeten ontdekken waar ze goed in zijn, succeservaringen opdoen, vertrouwen krijgen en betekenis zien in wat ze leren. In dat proces spelen ouders, leraren en andere volwassenen een sleutelrol. Ze kunnen jongeren helpen zichzelf te begrijpen, nieuwe interesses te ontwikkelen en hun motivatie op gang te brengen, vooral als die even weg is.

“Waar jongeren succes ervaren en betekenis zien, komt motivatie in beweging.”

Kijken naar mogelijkheden, niet naar problemen

Waar veel boeken over tieners focussen op risico’s, problemen en hormonen, kiest Jolles een andere insteek. Hij ziet adolescentie als een periode van enorme groeikansen, mits we jongeren de juiste stimulansen bieden. De boodschap is positief en realistisch: er is niets mis met tieners, maar ze hebben wel een stevige omgeving nodig die hen helpt richting te geven aan hun ontwikkeling.

Daarbij wijst Jolles ook op het belang van ongelijkheid in ontwikkeling. Niet elke jongere ontwikkelt zich in hetzelfde tempo of op dezelfde manier. Dat is normaal. Maar het betekent ook dat maatwerk, geduld en differentiatie nodig zijn. Er is geen ‘one-size-fits-all’.

“Adolescentie is geen probleemfase, maar een periode vol ontwikkelkansen.”

Praten over denken, gedrag en keuzes

Een rode draad in het boek is het belang van zelfinzicht en reflectie. Jolles benadrukt hoe belangrijk het is dat jongeren nadenken over hun eigen denken en gedrag. Om te kunnen reflecteren, is taal nodig. Volwassenen kunnen jongeren stimuleren om over zichzelf te praten, door vragen te stellen als: “Waarom deed je dat?”, “Wat dacht je toen?” of “Wat zou je de volgende keer anders doen?”

Het zijn zulke gesprekken die jongeren helpen om dergelijke vragen ook aan zichzelf te stellen en daardoor inzicht te krijgen in  het eigen gedrag en dat bij te sturen. Ze leren dat ze keuzes hebben, dat gedrag gevolgen heeft en dat ze kunnen leren van ervaringen: dat helpt hen om te leren de consequenties te overzien. Dit zelfinzicht is niet alleen belangrijk voor school, maar ook voor relaties, werk, identiteit en burgerschap.

“Wie leert nadenken over zichzelf, ontwikkelt vaardigheden voor het leven, niet alleen voor school.”

Oproep aan opvoeders, leraren en beleidsmakers

Het boek eindigt met een oproep aan iedereen die met jongeren werkt. We moeten jongeren niet zien als ‘afwachtende leerlingen’, maar als mensen met potentieel. Als ontwikkelende breinen die floreren in een stimulerende omgeving. Ouders, leraren, coaches, mentoren en hulpverleners kunnen allemaal bijdragen aan die omgeving. Door aan te moedigen, structuur te bieden, nieuwsgierigheid te voeden, en vooral: door betrokken te zijn.

Jolles pleit er dan ook voor om te kijken naar groei en ontplooiing en niet naar prestaties op zich. Stel niet alleen eisen, maar bied ook hulp, inspiratie en af en toe zelfs sturing. En vergeet niet dat leren, veranderen en volwassen worden tijd kost.

“Ontwikkeling laat zich niet afdwingen, maar wel mogelijk maken.”

Recensie van het boek

Helder en toegankelijk geschreven

Het boek Het tienerbrein: een ander perspectief valt op door de rustige en toegankelijke schrijfstijl. Jelle Jolles legt complexe onderwerpen over breinontwikkeling uit zonder jargon en in begrijpelijke taal. Dat is verfrissend, zeker bij een vakgebied dat zo ingewikkeld is. Het boek is goed leesbaar voor iedereen die met jongeren werkt: leraren, ouders, mentoren, coaches en beleidsmakers. Voor wie weinig voorkennis heeft van neuropsychologie is het een laagdrempelige kennismaking. Wie juist veel weet van adolescentie en breinontwikkeling, herkent de onderliggende theorieën en ziet hoe zorgvuldig Jolles de inhoud heeft opgebouwd. Hij weet wetenschappelijke diepgang te combineren met praktische voorbeelden en blijft steeds dichtbij de leefwereld van jongeren en hun begeleiders.

“Zowel beginners als ervaren professionals vinden in dit boek herkenning en verdieping.”

Een logisch en samenhangend verhaal

De opbouw van het boek is doordacht. Jolles neemt de lezer stap voor stap mee in de ontwikkeling van tieners en hun brein. Het gaat over cognitie en sociaal gedrag, over handelen en beleven. Theorie en praktijk worden voortdurend aan elkaar gekoppeld. Geen losse feitjes, maar een doorlopend verhaal waarin brein, gedrag en omgeving steeds in samenhang worden besproken. Die structuur maakt het boek overzichtelijk en prettig leesbaar. De mooie vormgeving helpt daar ook zeker bij. De hoofdstukken zijn overzichtelijk opgebouwd, met kaders en voorbeelden die de leesbaarheid vergroten (zie bijvoorbeeld Figuur 1). Doordat alles logisch samenvalt, is het makkelijker om de inzichten te vertalen naar je eigen werk met jongeren.“Brein, gedrag en omgeving worden consequent in relatie tot elkaar besproken.”

Voor opvoeders en onderwijsprofessionals

Een groot pluspunt is dat het boek zich richt op een brede groep lezers. Ouders, leraren, schoolleiders en beleidsmakers vinden allemaal herkenning en verdieping. Jolles maakt duidelijk dat de principes die hij beschrijft universeel zijn, of je nu thuis opvoedt of voor de klas staat. Ondanks deze brede invalshoek voelt het boek nergens algemeen of oppervlakkig. Het biedt concrete voorbeelden, heldere analyses en praktische suggesties die toepasbaar zijn in allerlei situaties.

“Het boek spreekt een brede doelgroep aan zonder aan scherpte in te boeten.”

Hoopvol en realistisch tegelijk

De toon is optimistisch zonder naïef te worden. Jolles kijkt niet naar wat tieners nog niet kunnen, maar naar wat ze kunnen worden. Hij ziet gedrag van jongeren als een logisch gevolg van ontwikkeling, niet als een probleem dat moet worden opgelost. Dat maakt het boek hoopvol. De boodschap is duidelijk: jongeren hoeven niet te veranderen, wij als volwassenen moeten hen beter begeleiden. Niet door te sturen op controle, maar door richting te geven, vertrouwen te bieden en steun te geven waar nodig.

“Volwassenen maken het verschil door anders te kijken naar gedrag.”

De kracht van begeleiding

Het boek maakt overtuigend duidelijk hoe groot de invloed van opvoeders en leraren is. Jongeren ontwikkelen hun brein niet in hun eentje. Verwachtingen, feedback, ruimte en begeleiding maken het verschil. Jolles roept volwassenen op om die rol serieus te nemen. Niet met regels en sancties, maar met richting en inspiratie. Daarbij blijft hij praktisch: het boek biedt volop voorbeelden, kaders en suggesties die direct toepasbaar zijn in de dagelijkse praktijk.

Compleet en genuanceerd

Inhoudelijk is het boek opvallend compleet. Thema’s als impulsiviteit, nieuwsgierigheid, groepsdruk, emoties en zelfinzicht komen allemaal aan de orde, in samenhang met elkaar. Daardoor ontstaat een rijk en realistisch beeld van de adolescentie, waarin brein, gedrag en omgeving met elkaar verbonden zijn. Die brede benadering maakt het boek extra waardevol. Daarbij verdient de manier waarop Jolles wetenschap verbindt met de praktijk lof. Hij vertaalt neuropsychologische inzichten naar herkenbare situaties, zonder te simplificeren.

“Complexiteit wordt niet vermeden, maar inzichtelijk gemaakt.”

Ontlastend en normaliserend

Het boek heeft ook een sterk normaliserend effect. Veel gedrag dat als ‘lastig’ wordt ervaren, wordt verklaard als passend bij de ontwikkelingsfase. Dat helpt opvoeders en leraren om gedrag in perspectief te zien. Jolles doorbreekt het idee dat alle jongeren aan eenzelfde norm moeten voldoen. Hij benadrukt dat ontwikkeling grillig, ongelijk en contextafhankelijk is.

Praten over denken en doen

Een belangrijk accent ligt op taal en reflectie. Jolles laat overtuigend zien dat zelfinzicht en gedrag niet losstaan van taal. Door met jongeren te praten over hun keuzes, gedachten en gedrag help je hen om te groeien. Daarmee nodigt het boek ook uit tot zelfreflectie bij opvoeders en leraren. Wat doe je zelf, wat straal je uit, hoe ga je het gesprek aan? Het boek reikt geen kant-en-klare antwoorden aan, maar helpt je om betere vragen te stellen.

“Wie met jongeren praat over keuzes, helpt hen richting te geven aan hun ontwikkeling.”

Bonusmateriaal

Na het lezen van het boek is er aanvullend materiaal beschikbaar: een infographic, podcasts, interviews en longreads. Die maken het mogelijk om verder te denken en te leren, ook samen met collega’s of ouders. Het versterkt de impact van het boek en maakt het tot een blijvend hulpmiddel in opvoeding, onderwijs en beleid.

Tot slot

Samengevat is Het tienerbrein: een ander perspectief een toegankelijk en tegelijk verdiepend boek dat helpt om gedrag van tieners beter te begrijpen en beter te begeleiden. Voor iedereen die met jongeren werkt, biedt het herkenning, onderbouwing en richting. Een aanrader voor leraren, ouders, coaches en beleidsmakers die tieners niet willen beheersen, maar echt willen begrijpen. 

“Dit boek helpt om gedrag van tieners niet alleen te begrijpen, maar ook anders te benaderen.”

Meer lezen?

Jelle Jolles werd geïnterviewd voor:

de Nationale Onderwijsgids;

- de Hogeschool van Amsterdam.

Bestellen

Het boek Het tienerbrein: een ander perspectief is te bestellen via bol.com:


Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.