Halsstarrigheid versus assertiviteit
Carl D'hondt
Orthopedagoog bij Bekina
Geraadpleegd op 13-01-2026,
van https://wij-leren.nl/halsstarrigheid-versus-assertiviteit.php
Laatst bewerkt op 12 januari 2026

Wij leven in bijzondere tijden, waarin de waarden van vroegere generaties onder druk komen te staan. Deze waarden hebben hun vanzelfsprekendheid verloren. Geografische en beroepsmobiliteit hebben de geborgenheid van een gemeenschap onder de kerktoren naar het verleden verwezen. De massale informatiestroom via pers, tv, internet en op heden door sociale media maken een veel ruimer perspectief mogelijk en confronteren de traditionele zienswijzen met nieuwe ideeën en ongekende standpunten.
In de opvoeding vond een analoge evolutie plaats. De grootste invloed ging vroeger uit van het gezin. Naarmate het kind ouder werd, had ook de familie, de omgeving, de school en de dorpsgemeenschap een groeiende impact op de ontwikkeling van kinderen. De vroegere gezinnen waren vaak vrij grote gezinnen. Het gezinsbelang stond er op de eerste plaats. De kinderen werden gestimuleerd om niet enkel te zorgen voor hun eigen voordeel maar om hun activiteiten ook ten dienste te stellen van het gehele gezin. Kinderen hielpen mee aan kleine karweien; opruimen, orde scheppen… werd als evident beschouwd om het voor iedereen comfortabel te maken. Ouders gaven duidelijke grenzen aan. Regels en grenzen werden consequent opgevolgd en creëerden geborgenheid voor de kinderen omdat vaste regels zorgen voor voorspelbaarheid. Sommige kinderen konden doorgroeien van begeleide discipline naar zelfdiscipline.
Huidige opvoedingsstijl
Vandaag ziet de opvoedingsstijl er in veel gezinnen heel anders uit. Een groot aantal ouders is zeer permissief geworden en stelt haast geen grenzen meer. Veel kinderen krijgen hierdoor de gewoonte om hun eigen zin, hun eigen wensen en verlangens (tot het uiterste) door te drijven. Zelfs als peuter gooien sommigen zich in een winkel op de grond om aan de kassa de uitgestalde snoep te krijgen. Als ouders niet direct toegeven zijn er omstaanders bereid om het in hun plaats te doen. Als kinderen morsen aan tafel of iets breken, veren de ouders recht om het op te ruimen en weer schoon te maken. In de kleine gezinnen van vandaag hebben ouders daar veel meer tijd voor.
Vaak realiseert men zich echter niet dat men daardoor het kind zijn verantwoordelijkheid ontneemt. Vanaf een zekere leeftijd is het belangrijk dat kinderen zelf verantwoordelijkheid leren dragen voor hun daden en op deze manier meehelpen aan een vlotte gang van zaken in het gezin. Kinderen die geen verantwoordelijkheid leren dragen, zijn vaak uitsluitend bezig met hun eigen voordeel. Enkel wat nuttig is voor henzelf vinden zij belangrijk. Kinderen leren op deze wijze om thuis en op school sterk op te komen voor zichzelf, echter zonder zich te bekommeren om het algemeen belang.
Gevolgen
Als er op school of in de klas veel leerlingen zijn met een dergelijke houding, ontstaan bepaalde mechanismen die negatieve effecten hebben op hun persoonlijkheidsontwikkeling en op hun houding als volwassene later. Kinderen zijn dan meer bezig met zichzelf te profileren. Zij willen winnen, proberen zich op de voorgrond te hijsen, willen de beste rapporten behalen enz. In uitzonderlijke gevallen kan dit leiden tot extreme competitiviteit, (latent) pestgedrag, jaloezie enz.
Andere kinderen die aansturen op coöperatie, prefereren groepswerk, service learning (praktische uitvoering door oudere leerlingen van een opdracht met een direct maatschappelijk nut), discussie, waarbij leraar en leerlingen samen zoeken naar een oplossing enz. Conflicten worden door deze leerlingen niet opgelost door van zich af te bijten maar door zich assertief te gedragen. Hier knelt echter het schoentje bij veel hoogbegaafde leerlingen. Sommigen voelen zich vlug beledigd door ongevoelig gedrag van andere leerlingen en vermijden conflicten. Dit kan leiden tot emotionele blokkades in het sociaal contact.
Het is belangrijk dat hoogbegaafde leerlingen een beter inzicht verwerven in dergelijk kwetsend gedrag. Sommigen denken dat zijzelf de oorzaak zijn van lomp en ongevoelig gedrag van andere leerlingen. Er zijn ook hoogbegaafde leerlingen die moeilijk overweg kunnen met negatieve kritiek. Negatieve kritiek op hun prestaties of op hun gedrag interpreteren zij als kritiek op hun “persoon”. Zij voelen zich afgewezen of uitgesloten. Om zich hiertegen te beschermen, vermijden zij zoveel mogelijk situaties die tot pijnlijke afwijzing zouden kunnen leiden. Sommigen conformeren zich aan de mentaliteit van de groep om er toch maar bij te horen.
Assertiviteit
Wijze ouders of een mentor op school kunnen hier wonderen verrichten. Als zij deze mechanismen kennen, kunnen zij vaak de negatieve spiraal milderen of zelfs helpen uitdoven. Hun vertrekbasis is doorgaans respect voor de gevoelens van het hoogbegaafde kind of de jongere, maar tegelijk de vaste wil om een analyse te maken van wat er redelijk is en onredelijk in deze kritiek. Rationaliteit krijgt op deze wijze meer vat op emotionele blokkades en verhoogt de kans op meer assertief optreden onmiddellijk na de kritiek.
Assertiviteit is niet hetzelfde als van zich afbijten. Met de verruwing in de maatschappij en het toenemend pestgedrag op school, raden veel ouders hun kinderen aan om zich niet te laten doen, niet op hun kop te laten zitten. Zo’n houding leidt nogal eens tot ruzies, waarbij de macht van de sterkste geldt. Deze conflicten hebben meestal een negatief effect omdat geen enkele partij bereid is om te “luisteren” naar de andere en iedereen halsstarrig zijn eigen weg blijft gaan. Assertiviteit betekent echter dat de leerling bereid is om het standpunt van de tegenpartij te analyseren. Het kind is bereid om de context te analyseren van waaruit de kritiek ontstaan is.
Voor jezelf opkomen is niet hetzelfde als je gelijk halen.
Assertiviteit is onontbeerlijk voor individueel geluk. Het bevordert gelijkheid in menselijke relaties (weg van het recht van de sterkste), stelt ons in staat om onze eigen belangen te verdedigen, om zonder angst op te komen voor onszelf, om onze rechten uit te oefenen zonder deze van anderen te miskennen. Deze rechten bevatten het recht op een eigen mening, het recht om deze mening vrij te uiten, het recht om zich vrij te gedragen zonder de rechten van anderen te schaden, het recht om zich te verdedigen tegen schending van z’n rechten.
Opkomen voor jezelf
Wijze ouders en mentors zullen het kind aanmoedigen om direct te reageren. Onterechte kritiek moet men “in real time” bespreken. Hoe langer men wacht, hoe moeilijker het wordt en hoe kunstmatiger het nadien overkomt. Maak het kind duidelijk dat de zaak besproken moet worden met de persoon die de kritiek gaf en dat het moet vermijden om goedkoop gelijk te halen bij vrienden of derden. Wijs het kind erop dat het moet gaan over het concrete voorval en niet over de persoon die kritiek gaf. Haal geen oude koeien uit de gracht maar blijf bij de zaak in kwestie. Leer het kind om op te komen voor z’n gevoelens zonder de kwetsende kritiek te gaan interpreteren of generaliseren. Toon aan hoe belangrijk het is om een voorstel voor de toekomst te formuleren. Indien de opposant geen voorstel wil aanvaarden, leer dan het kind om het gesprek af te sluiten door erop te wijzen dat het voor hem heel belangrijk was om dit aan bod te laten komen. Je kan niet eisen dat de ander z’n gedrag zal aanpassen, maar je hebt wel het recht (en de plicht) om op te komen voor jezelf.
