Externaliserende problemen verwijzen naar gedragsproblemen die zich naar buiten toe uiten en zichtbaar storend zijn voor de omgeving. Leerlingen die externaliserend gedrag vertonen, uiten hun frustratie of onmacht door middel van bijvoorbeeld brutaal of dwars gedrag, schreeuwen, spullen kapot maken of het overtreden van regels. Deze gedragingen zijn vaak direct merkbaar voor leraren en klasgenoten en vragen daardoor veel energie van de leraar. Leraren ervaren dit gedrag vaak als belastend. Externaliserende problemen belemmeren niet alleen het leerproces van de betreffende leerling, maar kunnen ook een negatieve invloed hebben op de sfeer en veiligheid in de klas.
De tegenhanger van externaliserende problematiek is internaliserende problematiek. Waar externaliserend gedrag zich richt op de buitenwereld, keren internaliserende problemen zich juist naar binnen. Denk aan teruggetrokkenheid, angst, onzekerheid of passiviteit. Beide vormen van probleemgedrag vragen om een bewuste en gerichte aanpak van leraren. Goed klassenmanagement, met duidelijke verwachtingen, structuur, voorspelbaarheid en aandacht voor de relatie met de leerling, is daarbij cruciaal. Waar externaliserende problemen vragen om grenzen stellen en het actief aanleren en belonen van gewenst gedrag, vragen internaliserende problemen juist om veiligheid, ondersteuning en ruimte om zelfvertrouwen op te bouwen. In beide gevallen geldt dat gedrag altijd in een bredere context gezien moet worden: het resultaat van een samenspel tussen de leerling, de docent en de leeromgeving.
Laatst geactualiseerd op 23 augustus 2025
