Verkeersmethode gratis proberen

Digitale kloof in het onderwijs: hoe ongelijke internettoegang leerprestaties beïnvloedt

Geplaatst op 22 juni 2026

Digitale kloof in het onderwijs

In de afgelopen twintig jaar is het onderwijs ingrijpend gedigitaliseerd. Online leeromgevingen, digitale toetsen en samenwerkingsplatformen zijn niet meer weg te denken uit de klas. Die platformen zijn goed bereikbaar vanaf de computers op school, maar ze moeten vaak ook worden gebruikt bij het maken van het huiswerk. Daar knelt het, want niet iedere leerling heeft thuis toegang tot goed internet. Dat werkt ongelijkheid in de hand.

Digitale kloof is meer dan een laptop

Bij de ‘digitale kloof’ denk je al snel aan leerlingen die geen toegang tot een laptop of een tablet hebben. Maar het probleem is veel groter; leerlingen die geen toegang hebben tot goed internet en een rustige werkplek, lopen achter in vergelijking met leerlingen die dat wel hebben. De digitale vaardigheden van leerlingen en ouders zonder deze toegang zijn gemiddeld genomen minder goed ontwikkeld.Als vergelijkingsplatform voor internet- en telecomdiensten ziet ProviderCheck.nl dagelijks hoe groot de verschillen in internettoegang kunnen zijn. In de ene wijk ligt razendsnel glasvezel, terwijl in buitengebieden een kabelverbinding nog altijd het gemeengoed is. Die resultaten komen voort uit een analyse van de internet postcodecheck die gebruikers op de site kunnen doen. Daar komt nog bij dat armere gezinnen duurdere glasvezelverbindingen vaak niet kunnen betalen. Het gevolg: traag internet met slechte videogesprekken en internetpagina’s die lang nodig hebben om te laden.

Wat is de digitale kloof dan precies?

De digitale kloof is de ongelijkheid in toegang tot digitale technologie en de mogelijkheid deze effectief in te zetten. De kloof bestaat uit drie niveaus:

  • Toegang: beschikken leerlingen over een geschikte internetverbinding en voldoende apparaten?
  • Gebruik: weten leerlingen hoe zij digitale middelen effectief kunnen inzetten voor schoolwerk?
  • Resultaten: profiteren leerlingen daadwerkelijk van digitale technologie in hun leerproces?

Uit onderzoek van de OECD blijkt dat deze drie niveaus een groot verschil tussen leerlingen kunnen maken. Een leerling die thuis met een instabiele internetverbinding te maken heeft, zal minder snel digitale vaardigheden ontwikkelen en daardoor minder goed presteren op school.

Prestaties en internet zijn met elkaar verbonden

Was digitaal onderwijs vroeger nog beperkt tot het gebruik van bepaalde programma’s op de schoolcomputer, moeten leerlingen tegenwoordig constant schakelen tussen online leeromgevingen, digitale toetsen, videolessen en communicatieplatformen. Huiswerk, lesmateriaal en feedback zijn steeds vaker alleen online beschikbaar.Wie thuis geen betrouwbare internetverbinding heeft, kan niet goed deelnemen aan het onderwijsproces. Tijdens de coronapandemie werd pijnlijk duidelijk wat er gebeurde met de leerprestaties van leerlingen zonder een goede toegang tot stabiel internet. Ze liepen leerachterstanden op. Uit de cijfers van de OECD blijkt dat leerlingen uit gezinnen die minder te besteden hebben minder vaak beschikken over een goede internetverbinding. In sommige buitengebieden zijn snelle internetverbindingen niet of minder vaak beschikbaar. Daarnaast kunnen financiële beperkingen ervoor zorgen dat huishoudens kiezen voor een minder uitgebreid abonnement.

Wat kunnen scholen en beleidsmakers doen?

Scholen zouden meer inzicht moeten krijgen in de digitale thuissituatie van leerlingen en alternatieven aanbieden als online werken niet mogelijk is. Het is belangrijk dat er investeringen komen in digitale vaardigheden van leerlingen en ouders. Om dat te bereiken, moeten scholen en beleidsmakers meer de samenwerking zoeken met gemeenten en maatschappelijke organisaties.Voor providers is er ook een taak: de prijs van internetabonnementen moet behapbaar blijven. Voor sommige huishoudens zijn de alsmaar stijgende abonnementskosten een drempel om te kiezen voor een internetverbinding die past bij de eisen van digitaal onderwijs.

Speciale rol voor gemeenten en overheden

Nu glasvezel steeds meer de standaard wordt, zouden gemeenten een potje moeten maken voor minder kapitaalkrachtige gezinnen, zodat ook zij toegang kunnen krijgen tot glasvezel. ‘Een standaardverbinding van 1 Gbps is voldoende voor een gemiddeld gezin om huiswerk te kunnen maken, videogesprekken te kunnen voeren en voor entertainment na het maken van huiswerk, zegt een expert van ProviderCheck. ‘Meerdere gezinsleden kunnen daarmee tegelijk gebruik maken van snel en stabiel internet.’ Ondersteuning hiervoor werd in 2024 juist geschrapt door het toenmalige kabinet. Eerder aangekondigde subsidieregelingen voor snelle internetverbindingen in bepaalde gebieden werden verder uitgewerkt.

Internet is tegenwoordig een basisvoorziening

Het onderwijs en het internet kunnen niet meer zonder elkaar. Toegang tot een stabiele en betaalbare internetverbinding is allang geen luxe meer. Het is een randvoorwaarde voor inclusief onderwijs. Nederland doet het goed op het gebied van digitale infrastructuur, maar er zijn nog altijd grote verschillen in de ontwikkeling van leerlingen. Door meer aandacht te besteden aan toegang, vaardigheden en ondersteuning, wordt de digitale kloof verkleind.Ouders, scholen en beleidsmakers moeten niet alleen kijken naar de aanwezigheid van internet, maar vooral ook naar de kwaliteit en betrouwbaarheid ervan. Pas wanneer iedere leerling daadwerkelijk goed kan deelnemen aan digitaal onderwijs, zijn er gelijke kansen.

Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.