Verkeersmethode gratis proberen

Zijn Nederlandse kinderen ook nog slecht in lezen als ze groot zijn?

Barend Last
Onderwijskundige, schrijver en spreker bij Barend Last  

Last, B. (2026). Zijn Nederlandse kinderen ook nog slecht in lezen als ze groot zijn?.
Geraadpleegd op 13-10-2026,
van https://wij-leren.nl/zijn-nederlandse-kinderen-slecht-in-lezen.php
Geplaatst op 22 september 2026
Laatst bewerkt op 28 september 2026
Zijn Nederlandse kinderen ook nog slecht in lezen als ze groot zijn?

Als Nederlandse kinderen niet goed leren lezen, waarom blijken ze dat dan als volwassene wel heel goed te kunnen? Onderwijskundige Barend Last pleit voor een kritischer blik op het internationale Pisa-onderzoek.

Dinsdag verschijnen de nieuwe Pisa-resultaten, voor velen dé graadmeter voor onderwijskwaliteit. Nog voor het achtuurjournaal heeft iedereen met een mening er bewijs in gevonden voor wat ze gisteren ook al vonden: er is een leescrisis.

Wat men daarbij vaak negeert, is het Piaac-onderzoek. Dit is het minder bekende broertje uit dezelfde koker, dat alledaagse geletterdheid van volwassenen meet. Uit ‘Pisa’ komt de befaamde statistiek dat 33 procent van onze 15-jarigen risico loopt op latere laaggeletterdheid. Uit ‘Piaac’ blijkt dat Nederlandse volwassenen op geletterdheid in de mondiale top vijf staan.

Zelfde onderwerp, zelfde club, tegengesteld beeld. Gek toch?

Beide onderzoeken worden uitgevoerd onder de vlag van de Oeso, het samenwerkingsverband van voornamelijk welvarende landen. Die heeft deze kloof recent zelf onderzocht. Zet je beide onderzoeken naast elkaar op één moment, dan zal je niet meteen iets opvallen. Maar wel als je naar langjarige trends binnen landen kijkt. Finland zakt bijvoorbeeld bij rekenen in het Pisa-onderzoek. Je zou verwachten dat je dan ook een dalende trend ziet bij de rekenvaardigheden van volwassenen maar nee: Finland klimt in Piaac.

Nederland met naam en toenaam genoemd

De onderzoekers tekenen daarbij aan dat zulke trends lastig te meten zijn. Maar Nederland wordt wel met naam en toenaam genoemd: bij lezen doen we het als volwassenen beter dan je op grond van de Pisa-prestaties zou voorspellen, vooral de zwakste lezers.

De verklaringen liggen voor het oprapen. Allereerst is een 15-jarige nog niet af. Hij zit midden in een verbouwing die doorloopt tot ver in de volwassenheid. Bovendien zit leesmotivatie op die leeftijd in een dip. Omdat er van de Pisa-toets niets afhangt, doet lang niet iedereen zijn best, wat het beeld vertekent – vooral onderaan, precies de groep waar de twee onderzoeken het sterkst uiteenlopen. En vergelijkbaar zijn ze niet helemaal: andere leeftijden en steekproeven, plus bij Piaac een respons die per land uiteenloopt van 27 tot 73 procent.

Belangrijker nog is wat Pisa wel en niet is. Een paar duizend 15-jarigen krijgen een middag lang digitaal vragen voorgeschoteld over treinkaartjes en reclamefolders, en daar rolt dan een score uit. De stap van die score naar de kwaliteit van een heel onderwijssysteem zet de Oeso zelf niet. Dat doen wij.

Pisa wordt politiek beleidsdoel

Daar gaat het mis met onderwijsonderzoeken zoals Pisa, schrijft leraaropleider Johan De Wilde in zijn boek Weg met de ranking: we zijn een indicator van kwaliteit gaan verwarren met kwaliteit zelf. Hang daar genoeg gewicht aan en je duwt jezelf richting crisisretoriek en pleisterbeleid. Of erger nog, de Pisa-ranglijst verwordt tot politiek beleidsdoel.

Staatssecretaris van Onderwijs Judith Tielen schreef in juni aan de Tweede Kamer dat ze een trendbreuk wil realiseren voor de Pisa-resultaten voor taal. Dan geldt Goodhart’s law: zodra een maatstaf een doel wordt, verliest-ie zijn waarde als maat. Onderwijs verschraalt dan tot scoren, met beleid dat selectief shopt in cijfers die vooral lekker uitkomen. Zo kan het dat die 33 procent als alarmbel de Kamer rondvliegt, terwijl de positieve uitkomsten van Piaac onbesproken blijven.

Ranglijsten zoals Pisa doen onderwijskundig gezien meer kwaad dan goed.

Begrijp me goed, ik wil hier niets wegpoetsen; er is wel degelijk een probleem met leesvaardigheid. Te veel leerlingen verlaten school met te weinig bagage om zich te redden en dat probleem is scheef verdeeld over schoolsoorten, wijken en thuistalen. En ja, de 1,8 miljoen laaggeletterde volwassenen zijn er 1,8 miljoen te veel.

Maar wie zich deze week beroept op Pisa, mag zijn ogen niet sluiten voor de meting die datzelfde beeld tegenspreekt. Kijk daarom verder dan onze plek op de ranglijst en onze trendlijn. Onderzoek marges, verschillen tussen scholen, wie er achterblijft en waarom. Lees wat er staat, niet wat u wilde lezen.

Uiteindelijk doen deze ranglijsten onderwijskundig gezien meer kwaad dan goed. Maar het is een illusie te denken dat ze verdwijnen. Daarom blijft er één ding over waar we iets aan kunnen doen: hoe we ze lezen. Dinsdag dus geen toets voor onze 15-jarigen; enkel voor onszelf.

Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.