Verkeersmethode gratis proberen

Pseudowetenschap op school (2): Weg met de dwaalweg

Esther Monfils
Onderwijsspecialist bij Breinbloeiers  

Monfils, E. (2026). Pseudowetenschap op school (2): Weg met de dwaalweg.
Geraadpleegd op 13-10-2026,
van https://wij-leren.nl/weg-met-de-dwaalweg.php
Geplaatst op 27 juli 2026
Laatst bewerkt op 27 augustus 2026
Pseudowetenschap op school (2): Weg met de dwaalweg

Een aanpak die logisch klinkt, een professional die vol overtuiging vertelt en ouders die opgelucht zeggen dat er eindelijk iets werkt. Het klinkt al snel betrouwbaar. Toch zegt een overtuigend verhaal nog weinig over de kwaliteit van een methode. Pseudowetenschap herken je vaak pas als je kritische vragen stelt. Hoe reageert iemand op tegengeluid? Waar is de onderbouwing? Welke opleiding heeft de aanbieder gevolgd? En werkte de aanpak werkelijk, of horen we alleen de succesverhalen? In deze serie gaat orthopedagoog Esther Monfils in op verschillende elementen van pseudowetenschap.

Ik erger me eraan en maak me er zorgen over: de hardnekkigheid van dwaalwegen en de daaruit voortvloeiende zelfbenoemde experts of aanhangers die een oplossing voor elk (leer-/ontwikkelings)probleem lijken te hebben. Als je niet in de pas loopt, dan komt het omdat je in plaatjes denkt, omdat je reflexen nog niet geïntegreerd zijn of omdat je hersenhelften niet goed samenwerken. Een zorgelijke ontwikkeling als je het mij vraagt, omdat ouders de mooie praatjes voor zoete koek aannemen. Eerder schreef ik al een artikel over hoe je weet of je met een dwaalweg te maken hebt door een aantal common sense'jes te geven die je voelsprieten moeten geven om een dwaalweg te ontdekken. In dit artikel sta ik stil bij twee dwaalwegen, ga ik in op waarom dwaalwegen en mythen hardnekkig zijn en vertel ik over denkfouten. Ik eindig met mijn beweegredenen waarom ik dit onderwerp onder de aandacht breng.

"Hardnekkige dwaalwegen krijgen ruimte wanneer mooie verklaringen voor zoete koek worden aangenomen."

Dwaalweg: visuele leerstijl

Er zijn een aantal hardnekkige dwaalwegen. De grootste is de leerstijlen-dwaalweg en met name de visuele leerstijl. In Nederland valt ook beelddenken hieronder. Ondanks jarenlang onderzoek waaruit steeds naar voren komt dat ons brein echt niet zo werkt, blijft de groep aanhangers verkondigen dat aansluiten op de leerstijl noodzakelijk is. In dit filmpje wordt uitgelegd hoe het wel werkt. Aan het eind van het filmpje worden waardevolle tips gegeven.

Belangrijke tip uit het filmpje: typ in Google 'learning styles debunked'; je vindt daar links naar onderzoeken/websites die aantonen dat uitgaan van leerstijlen niet aansluit bij wat we uit onderzoek weten. Eye-opener uit dit filmpje: we denken dat we een voorkeur hebben, maar dat is niet zo. We denken het, omdat iemand het eens gezegd heeft. 

Er wordt door aanhangers veel geschreven over hun visie. Boeken onder andere. Als er een mooi uitziend boek voor je ligt, dan denk je: 'Zo, dat is heel wat'. Maar vergeet niet: iedereen kan en mag een boek schrijven. Dat het prijkend voor je ligt, betekent niet dat er waarheden in staan. Vaak beperken literatuurlijsten zich tot eigen werk en valt op dat wetenschappelijk onderzoek ontbreekt. Het is er niet tot nauwelijks. En wat er wel is, is zeer mager of wordt ronduit verkeerd geïnterpreteerd ten faveure van het eigen gelijk. Onderzoeken interpreteren is overigens een kunst op zich. Wat vaak gebeurt, is dat alleen dat eruit gehaald wordt wat het eigen gelijk bevestigt. Dat heet confirmation bias, daarover later meer.

In het artikel De wankele basis van beelddenken legt Jaap Walhout niet alleen uit waarom beelddenken een wankele basis heeft, hij laat tevens zien hoe moeilijk het is om een onderzoekspublicatie te begrijpen. Daarnaast toont zijn betoog aan dat conclusies onjuist geïnterpreteerd zijn. Hoewel het onderzoek dat hij bespreekt destijds hét artikel moest zijn dat beelddenken zou aantonen, concludeert Walhout dat het onderzoek juist iets heel anders onderzocht.

"Een fraai boek en een overtuigende visie zeggen weinig zonder onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek."

Dwaalweg: reflexintegratie

Sinds een aantal jaren is er een nieuwe dwaalweg opgepopt: reflexintegratietherapie. Gedragsproblemen en leerproblemen zijn vanuit deze visie terug te voeren op de reflexen die we hadden als baby. Ik werd laatst gebeld door een ouder met de vraag of ik hulp kon bieden bij het integreren van een bepaalde reflex, omdat hun zoon door een niet goede integratie hiervan niet tot lezen en schrijven komt. Omdat ze het onderzoek aan de andere kant van het land hadden laten uitvoeren, zochten ze iemand in de eigen regio. Misschien was ik diegene? Nee, zeker niet... Ik heb nog zeker een uur met deze ouder aan de telefoon gezeten. De conclusies die getrokken werden, waren niet van de lucht. Hersenhelften zouden niet goed samenwerken, door een niet-geïntegreerde reflex was de zoon niet toe aan lezen en schrijven en de aanpak van school was absoluut niet de juiste. De professional in kwestie was ooit basisschooljuf, heeft een RT-opleiding en een aantal certificaten van cursussen over reflexintegratie bij een instituut dat aan geen enkele universiteit verbonden is. Dat laatste alleen al, even los dus van de inhoud, zou alarmbellen moeten doen rinkelen. De Kennisrotonde vat mooi samen waarom we ook hier onze kostbare tijd niet aan moeten besteden: 'Wat is het effect van reflextherapie op leer- en gedragsproblemen van leerlingen op de basisschool?'

"De opleiding en wetenschappelijke inbedding van een behandelaar verdienen net zo veel aandacht als de methode zelf."

Waarom zijn dwaalwegen zo hardnekkig?

Naast leerstijlen en reflexintegratie zijn er nog meer dwaalwegen, zoals die op het gebied van oogmotoriek en speciale brillen. Deze zie je vooral oppoppen rondom dyslexie. Waarom zijn alle dwaalwegen zo hardnekkig? Dit heeft ten eerste met wanhoop van ouders te maken en hoe er op deze wanhoop wordt ingespeeld. Ik vermoed vaak niet eens met de verkeerde bedoelingen. Alhoewel ik soms ook wel erg twijfel aan de intenties, zoals bij: 'Heeft jouw kind geen E'tjes op zijn Cito's en kan daarom geen dyslexie worden vastgesteld? Ik help je verder met een methodiek die wel werkt' of 'Slaat bij jouw kind de behandeling niet aan? Mogelijk is er nog niet gekeken naar de reflexen.' Ik ervaar dat toch als zeer ondermijnend, al druk ik me doorgaans wat milder uit en noem ik het 'niet helpend'. Maar feit is wel dat vasthouden aan een dwaalweg inhoudt dat tijd verloren gaat, tijd waarin gewerkt kan worden met iets dat wél werkt. Om over geld maar niet te spreken. Ten tweede zijn dwaalwegen hardnekkig doordat ze blijven rondzoemen. Door de herhaling groeit het waarheidsgehalte. Veel over iets horen maakt het echter nog niet waar.

De dwaalweg overleeft omdat deze gevoed wordt door het gehoor dat er gegeven wordt aan de hulpvraag van ouders. Ga jezelf maar eens na: als je in het ziekenhuis komt omdat je ergens pijn hebt, wil je weten waardoor het komt. Je wilt het vooral weten omdat je dan ook hoopt er iets aan te kunnen doen. Als ouders een eindgesprek bij een diagnosticus uitlopen met in hun ogen lege handen, dan komen ze van een koude kermis thuis. Vooral als ze op voorhand ergens van overtuigd waren en een diagnose ook deuren zou openen. En dan... dan gaan ze verder zoeken tot ze iemand gevonden hebben die hun pijn voelt en die hen in het gelijk stelt. Onder andere op deze manier houden dwaalwegen stand, omdat ouders vinden 'dat er eindelijk geluisterd wordt'. Ik denk dat hierdoor weerstand tegen de wetenschap ontstaat. De dwaalwegbeoefenaar versterkt dat nog eens. Je afzetten tegen de gevestigde orde lijkt tegenwoordig op zich al iets nastrevenswaardigs. 

"Het gevoel eindelijk gehoord te worden kan ouders verder weg leiden van wetenschappelijk onderbouwde hulp."

Waarom jezelf tekort doen?

Een paar goede kennissen van mij werken als RT-er en orthopedagoog. Een aantal van hen volgt een dwaalweg en zweert er goede resultaten mee te behalen. Als ik goed doorvraag, merk ik vaak dat ze ook andere dingen inzetten, dingen waarvan we wel weten dat het helpt. Zo dwaalwegstandvastig vind ik ze dus niet altijd. Waarom ze dan blijven vasthouden aan het toeschrijven van de winst aan de dwaalweg, is voor mij een raadsel. Daarnaast vind ik het gek dat ze deze winst niet aan zichzelf toeschrijven. De belangrijkste variabele voor het slagen van een behandeling of hulp is en blijft de therapeutische relatie. In mijn ogen doen deze goede kennissen zich dus tekort. Ik snap er werkelijk waar niks van. Zonde ook, want in mij en een grote groep collega's vinden ze geen doorverwijzers. Laatst nog mailde een collega of ik iemand in de regio wist die niet met een dwaalweg bezig is. Ik wist er één. Zij houdt vast aan dingen die we wel weten uit onderzoek en neemt haar eigen fijne persoonlijkheid mee en daarmee boekt ze grote winsten. Zonder poespas. Ze is een graag geziene en gevraagde professional bij overleggen op scholen en vertaalt op de juiste wijze onderzoeksbevindingen naar adviezen in de praktijk.

"Goede resultaten kunnen voortkomen uit de therapeutische relatie en uit interventies waarvan de werking bekend is."

Wanneer moet je vraagtekens gaan zetten?

Wees op je hoede als:

  • een methode niet terug te voeren is op wetenschappelijk onderzoek (evidence-based) of niet uitgaat van beproefde bevindingen (evidence-informed);
  • de achtergrond van de professional twijfelachtig is;
  • het enige bewijs de ervaringen van anderen is.

Als een methodiek niet terug te voeren is op wetenschappelijk onderzoek of beproefde bevindingen, dan is het voornamelijk gebaseerd op ervaringen van anderen. Gevaar daarbij is dat niet duidelijk is of het ook voor anderen helpend zou zijn. Met goede ervaringen is op zich niets mis. Echter, willen we ze kunnen toepassen op een grotere groep mensen, dan is onderzoek nodig. Onderzoek waarbij onafhankelijk gekeken wordt naar of iets werkt. Pas dan kun je zeggen dat het ook voor andere mensen helpend kan zijn. Dat is zeker belangrijk als jouw idee afwijkt van de consensus. Dan draag je een grote bewijslast. En daar gaat het bij de dwaalweg al mis: die is er niet. Er is geen deugdelijk onderzoek gedaan, niet om te kijken of het voor meerdere mensen zou kunnen werken, maar ook niet om een wetenschappelijk tegengeluid te geven. Als je vindt dat al die anderen het mis hebben, moet je ook wel over de brug kunnen komen, toch?

"Persoonlijke ervaringen krijgen pas bredere betekenis wanneer onafhankelijk onderzoek laat zien dat de aanpak ook bij anderen werkt."

Heel vaak krijg ik te horen 'Moet alles dan wetenschappelijk onderbouwd zijn?' 'Wat mij betreft wel als je iets doet dat haaks staat op de consensus en er kinderen mee gemoeid zijn', is steevast mijn antwoord. Enkele dwaalwegen gaan al 'een aantal jaren mee', maar nog nooit is er evidentie gevonden. Dat zegt echt wat. Ik vraag me ondertussen af waarom wetenschap uit de gratie is geraakt. Waarom wordt die vraag maar steeds gesteld? Komt dat omdat de wetenschap geen gezicht heeft en de dwaalwegbeoefenaar wel? Wetenschappers zijn er heus niet op uit om de mensheid een loer te draaien. Ze toetsen wat we hypothetiseren, daar is niks mis mee. Dat is een deugd. We zijn als mensen namelijk geneigd om een aantal denkfouten te maken. Ik zet graag een aantal van de bekendste op een rij:

  • Het Dunning-Kruger-effect: dit is het effect van de overschatting. Als je iets over een onderwerp weet of je hebt net iets geleerd, overschat je vaak je eigen kennis of kunde. Ik heb mezelf gedurende mijn studie en daarna uitvoerig verdiept in de werking van ons brein, toch zou ik mezelf geen expert willen noemen. Ik vind het daarom bijzonder hoe mensen zonder enige vorm van neuropsychologische opleiding therapieën bedenken of aanbieden die dat terrein raken en zich neerzetten als expert.
  • Confirmation bias of het bevestigingsvooroordeel: als je ergens in gelooft of je vindt iets heel aannemelijk klinken, dan zie je daar in je omgeving overal bewijs voor. Je hebt een gekleurde bril, je bent niet meer objectief en zoekt bewijs voor je oordeel. Ik observeerde eens in een klas bij een juf. Ze was ervan overtuigd dat één van haar leerlingen autisme had. Ze had een cursus gevolgd en herkende zoveel in deze leerling. Tijdens mijn observatie zag ik heel veel dingen die juist niet op autisme wezen. Toch hield de juf voet bij stuk. Bij de dwaalwegbeoefenaars zie je het ook gebeuren. Ze lezen zich in, maar houden vervolgens alleen vast aan die gegevens die hun oordeel ondersteunen. Een tegengeluid willen ze al niet eens horen. Ik zie het ook gebeuren wanneer ik met dwaalwegbeoefenaars om tafel zit. Bij het bespreken van de uitkomst van een intelligentieonderzoek krijg ik bijvoorbeeld verschillende, vaak tegengestelde bevindingen te horen. Maar hun conclusie is wel altijd hetzelfde: het komt door X of Y en hun dwaalweg is nodig of verklaart de boel. Hoe is dat mogelijk? Dat is mogelijk als je bevooroordeeld bent. Maar goed, niets menselijks is ons vreemd.
  • Affectheuristiek: we denken dat we objectief zijn, maar onze gevoelens kleuren ons oordeel. Dat iets goed voelt, betekent nog niet dat het goed is. Wat mij betreft gaat de dwaalweg te veel op gevoel of geloof. En wanhopige ouders luisteren naar iedereen die hun verhaal wil horen en erin mee wil gaan. Ook van hun kant speelt affectheuristiek een grote rol. Ik heb overigens nog nooit gehoord dat ouders de casus van hun kind voorlegden aan een dwaalwegbeoefenaar en dat ouders dan te horen kregen dat het niet paste in de visie. Nog geen één keer. Jij wel? De visie is kennelijk van toepassing op iedereen die aanklopt bij de dwaalwegbeoefenaar. Zorgelijk. Bij mij gaan er dan gelijk alarmbellen af.

"Een afwijking van de wetenschappelijke consensus vraagt om stevige onderbouwing."

De rol van onderzoek is om een onafhankelijk oordeel te vellen, vrij van al deze denkfouten dus. Daarom is onderzoek belangrijk. Een poos geleden kwam ik in discussie met een dame met dyslexie. Hoewel ze oorspronkelijk uit de sales kwam en daarbij erg aanliep tegen haar dyslexie, was ze nu dyslexiecoach. Op zich al wonderbaarlijk als je het mij vraagt. Ze plaatste een bericht op LinkedIn waarin ze afgaf op beproefde methodieken en interventies die in het protocol waren beschreven. Het was volgens haar volstrekt belachelijk dat ervaringsdeskundigen niet meegenomen waren bij het tot stand komen van het protocol. Ik snap heel goed waarom dat niet gedaan is, op grond van al het bovenstaande. Met alle ervaringen is er niets onafhankelijks meer aan. Ervaringen kunnen, mits op de juiste manier in kaart gebracht, een rol spelen bij de hypothesevorming, maar bij diagnosestelling gaat het om het voldoen aan een aantal criteria. Hoe iemand zich daarover voelt, is daarvoor niet belangrijk, hoe hard het ook klinkt. Daarnaast vond de dame dat dat wat haar geholpen had in het rijtje werkende interventies en therapieën moest staan en niet in het rijtje dwaalwegen bij dyslexie. Want 'Hoe kunnen zij nou weten wat helpt voor mij?'. En daar zit de crux: voor wat bij haar werkte is geen evidentie gevonden dat het voor een populatie kan werken. Als we ons oordeel op positieve ervaringen en geloof moeten baseren, is het eind zoek. 

Een ander belangrijk punt is de achtergrond van de deskundige. Die is vaak twijfelachtig. Ik krab mezelf achter de oren als ik lees dat iemand RT-er is en ook oogmetingen doet. Ik denk gelijk: 'Wat weet een RT-er nu van ogen?' Een vriendin van mij is oogarts, zij heeft ik weet niet hoelang gestudeerd. Waarom ga je voor oogvraagstukken niet naar een oogarts of optometrist? Hetzelfde geldt voor de met een aantal cursussen bijgeschoolde juf waar ik eerder over vertelde. Wat weet zij nou van neuropsychologie? En wat weet de 'eerst Sales nu dyslexiecoach-dame' nu eigenlijk echt over dyslexie? Laat het alsjeblieft een voelspriet worden en stel jezelf de vraag: is de ‘professional’ echt deskundig?

In zijn algemeenheid zou je kunnen denken: 'ik probeer het', maar het grote nadeel is dat je achteraf veel herstelwerk hebt als blijkt dat het niets heeft opgeleverd. Daarmee verlies je op twee fronten veel tijd: tijdens en achteraf. En dat is zo zonde, ook voor je portemonnee. Baat het niet, dan schaadt het niet, gaat dus niet op.

"Een onbewezen aanpak kan tijd, geld en herstelwerk kosten."

Voorvechters voor wat wél werkt

In Nederland publiceren Kirschner, De Bruyckere, Hulshof en Raaijmakers over wat wél werkt. In hun publicaties lees ik een roep om mensen voor dwaalwegen te behoeden. Als orthopedagoog zie ik een taak, ook gestuurd door mijn beroepsethiek, om een tegengeluid te geven. Een geluid tegen dwaalwegen en voor wat wel werkt. Zelfs tegen het handjevol collega-gedragswetenschappers dat er ook in gestonken is, ook al nemen ze mij dat niet in dank af. Vaak hoor ik: 'Waar bemoei je je eigenlijk mee?' of 'Mogen ouders dit zelf niet weten?'. Uiteraard mogen ouders dit zelf weten, maar dan wat mij betreft wel met de volledige informatie, zodat ze de juiste beslissing kunnen nemen. Als de heren van WC-eend WC-eend aanbevelen, dan is er geen onafhankelijk tegengeluid. Misschien moet mijn blog maar als zodanig beschouwd worden.

"Onafhankelijke duiding beschermt mensen tegen adviezen die vooral het eigen gelijk bevestigen."

Referenties

 

Meer lezen over pseudowetenschap in het onderwijs?

Esther Monfils schreef Houd pseudowetenschap buiten de schooldeur, een praktische gids die onderwijsteams helpt om kritisch te blijven en onderbouwde keuzes te maken. Bestel het boek hier of lees onze uitgebreide boekbespreking.

Dit artikel verscheen eerder in blogvorm op de website van Esther Monfils.

Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.