Wees voorzichtig met Bildung
Gert Biesta
Professor of Education bij Centre for Public Education and Pedagogy, Maynooth University
Geraadpleegd op 16-07-2026,
van https://wij-leren.nl/wees-voorzichtig-met-bildung.php/
Laatst bewerkt op 18 mei 2026

Het onderwijs is misschien wel effectiever en efficiënter geworden, maar niet beter. De blinde vlek is gewetensvorming, schrijft internationaal erkend onderwijsexpert Gert Biesta, en dat is nu juist waar deze tijd om vraagt.
Trouw wijst er in het hoofdredactionele commentaar terecht op dat de opmars van digitale technologie het hoger onderwijs uitholt. Dat is niet alleen een probleem voor het hoger onderwijs, het doet zich in het hele onderwijs gelden. Het commentaar benadrukt het belang van onderwijs als een traag en taai proces dat aandacht en inspanning vraagt.
Deze opiniebijdrage van prof. dr. Gert Biesta verscheen eerder in Trouw.
Goed onderwijs moet inderdaad, zoals ik in mijn boek Wereldgericht Onderwijs betoog, onderbreken en vertragen. Het moet studenten op zaken wijzen waar ze zelf niet naar op zoek waren, en ze de tijd geven te ontdekken welke vragen daarmee op hun pad komen. En goed onderwijs moet studenten steun bieden om het uit te houden bij de ‘plek der moeite’ in plaats van ze er snel en vluchtig langs te leiden. Alleen zo is er een kans dat studenten wezenlijke inzichten opdoen, zowel over de wereld als over zichzelf.
"Goed onderwijs moet studenten steun bieden om het uit te houden bij de ‘plek der moeite’ in plaats van ze er snel en vluchtig langs te leiden."
Die kwaliteiten staan haaks op een onderwijscultuur waarin ‘sneller’ gelijk wordt gesteld aan ‘beter’ en waarin studenten worden aangespoord om eigenaar van hun eigen, individuele leerproces te zijn. In zo’n cultuur is de kans groot dat je uiteindelijk niks anders meer tegenkomt dan jezelf en dat iedere onderbreking, van docenten of mede-studenten, als hindernis wordt ervaren, niet als een wezenlijk element van een betekenisvol vormingsproces.
Vooral meetbare opbrengsten
In het commentaar wordt de vraag opgeworpen hoe het kan dat scholen en universiteiten niet eerst vanuit de onderwijswetenschappen naar kunstmatige intelligentie gekeken hebben, alvorens er een visie op te ontwikkelen voor hun studenten. Een reden daarvoor is dat de onderwijswetenschappen de afgelopen decennia vooral hebben ingezet op effectiviteit – de vraag ‘wat werkt?’ – en niet op pedagogische diepgang – de vraag ‘wat is betekenisvol?’
Daardoor is het onderwijs misschien wel effectiever en efficiënter geworden, maar is de aandacht vooral uitgegaan naar meetbare opbrengsten in een klein aantal vakken, in plaats van naar onderwijskwaliteit over ‘de volle breedte’, zoals de Onderwijsraad het in 2016 heeft benoemd.
Het roer moet dus om. De overweldigende opkomst van kunstmatige intelligentie is wat dat betreft een welkome waarschuwing. De vraag is alleen welke kant het onderwijs op zou moeten. De hoofdredactie bepleit dat het Bildungsideaal in het hoger onderwijs ‘bovenaan de agenda’ gezet zou moeten worden, vooral ook als tegenwicht tegen de ‘sluipwegen’ die AI mogelijk maakt.
"De aandacht is vooral uitgegaan naar meetbare opbrengsten, in plaats van naar onderwijskwaliteit over ‘de volle breedte.’"
Ontspoord ideaal
Is Bildung een betekenisvol alternatief? Die conclusie zou ik niet te snel willen trekken. De reden daarvoor is allereerst van historische aard. Immers, de levensgrote vraag voor het Duitse onderwijs na de Tweede Wereldoorlog was precies hoe dat Bildungsideaal – dat vanaf het midden van de negentiende eeuw de trots van het Duitse onderwijs was – zo gigantisch heeft kunnen ontsporen. De levensgrote vraag was hoe het mogelijk is geweest dat al die breed gevormde en hoog ontwikkelde Duitsers zo makkelijk hebben kunnen vallen voor de ideologie van het nationaalsocialisme.
Het antwoord op die vragen is niet eenvoudig. De na-oorlogse generatie van kritisch pedagogen benadrukte vooral dat onderwijs niet alleen naar het leren en de ontwikkeling van kind en jongere moet kijken, maar de blik ook altijd kritisch op de samenleving moet richten. Geen individuele emancipatie zonder maatschappelijke emancipatie, was hun devies.
"Ondewijs moet niet alleen naar het leren en de ontwikkeling van de jongere kijken, maar de blik ook op de samenleving richten."
Maar zij, en anderen, wezen ook op een belangrijke blinde vlek in het Bildungsideaal en het daarop gebaseerde onderwijsparadigma. Een paradigma waarin de brede vorming van kind en jongere wordt nagestreefd via een breed curriculum, zodat zij al hun talenten kunnen ontwikkelen, kunnen floreren en worden wie ze willen zijn, om het in hedendaagse onderwijstaal te zeggen.
Maar half gevormd
De blinde vlek is gewetensvorming. Je kunt je nog zo breed en diep ontwikkelen, en je daar ook heel goed bij voelen, maar als je daarbij nooit de vraag tegenkomt wat je met al je kennen en kunnen gaat doen, welke verantwoordelijkheden daarbij in het geding zijn, en wat dat van jou als persoon vraagt, ben je eigenlijk maar half gevormd, zoals de Duitse filosoof Theodor Adorno het heeft benoemd.
Die vragen werden in het nazi-onderwijs, maar bijvoorbeeld ook in het jeugdwerk van Deutsches Jungvolk en Hitlerjugend, systematisch buiten de deur gehouden. Daardoor kon het Bildungsideaal min of meer naadloos tot instrument van de nazi-ideologie transformeren. Breed gevormd, hoog ontwikkeld, maar moreel verdoofd.
Het onderwijsparadigma waarin die vragen rond gewetensvorming wel centraal staan, heet niet ‘Bildung’ maar ‘Erziehung’. In dat paradigma wordt de centrale taak van het onderwijs aangeduid als Aufforderung zur Selbsttätigkeit, een oproep om zelf te handelen, om de formulering van de Duitse pedagoog Dietrich Benner te gebruiken. Dit is niet de uitnodiging om jezelf te zijn, maar de aansporing om een zelf te zijn, om jezelf niet te vergeten, om niet gewetenloos achter de horde aan te lopen, om je geweten de kans te geven te blijven knagen.
Dit biedt uiteraard geen garantie dat iedere leerling een gewetensvol persoon zal willen worden. Maar we kunnen er wel zeker van zijn dat wanneer die vraag geen plek heeft in het onderwijs, of er systematisch buiten wordt gehouden, onderwijs het risico loopt met alle winden mee te waaien en zijn unieke pedagogische opdracht vergeet of verzaakt.
Onderwijs dat inzet op smalle scholing en dat met gebruik van ‘evidence’ de effectiviteit ervan probeert te optimaliseren, doet hooguit de helft van wat onderwijs zou moeten doen. Maar onderwijs dat inzet op brede vorming en talentontwikkeling zonder daarbij de lastige vragen over verantwoordelijkheid en gewetensvorming in het spel te brengen, rust de nieuwe generatie ook onvoldoende toe. Laten we daarom voorzichtig zijn met Bildung en lessen trekken uit de geschiedenis, juist om alert te kunnen blijven op wat deze tijd van het onderwijs vraagt.
