Kijk eens bij de Nieuwe onderwijsboeken! - mei 2026

Grenzen aangeven volgens het 3-kleuren model

Ernst van Grol
docent en zelfverdedigingsinstructeur bij Grol Weerbaarheid  

Van Grol, E. (2026). Grenzen aangeven volgens het 3-kleuren model.
Geraadpleegd op 10-05-2026,
van https://wij-leren.nl/weerbaarheid-grenzen-aangeven.php/
Geplaatst op 18 maart 2026
Laatst bewerkt op 22 april 2026
Grenzen aangeven volgens het 3-kleuren model

In elke groep ontstaan situaties waarin grenzen een rol spelen. Dat gebeurt in een klas, op het schoolplein, in een sportteam of thuis. Soms gaat alles goed en voelt iedereen zich prettig. Op andere momenten voelt iemand zich ongemakkelijk of zelfs onveilig. Juist dan is het belangrijk dat mensen hun grenzen kunnen herkennen en aangeven.

Grenzen stellen is een belangrijke sociale vaardigheid. Wanneer kinderen leren om hun gevoel serieus te nemen en dit duidelijk te communiceren, voorkomen zij veel conflicten. Tegelijk leren zij rekening te houden met anderen. Onderzoek laat zien dat het ontwikkelen van sociaal-emotionele vaardigheden – zoals zelfbewustzijn, empathie en assertiviteit – sterk bijdraagt aan een veilig leerklimaat en betere onderlinge relaties (Durlak et al., 2011).

Het Grol Weerbaarheidsmodel helpt kinderen om hun grenzen te herkennen en aan te geven. Het model werkt met drie kleuren en vier duidelijke stappen. De kleuren maken gevoelens zichtbaar en bespreekbaar. De stappen helpen om situaties op een rustige manier op te lossen voordat ze escaleren (Grol Weerbaarheid, z.d.).

"Wie zijn grenzen kent en benoemt, voorkomt dat situaties onnodig escaleren."

Grenzen aangeven is noodzakelijk

De bescherming van persoonlijke grenzen is een belangrijke voorwaarde voor een prettig leef- en leerklimaat voor iedereen. Wat voor de ene persoon geen probleem is, kan voor een ander ongemakkelijk voelen. Het is belangrijk om aan te geven wat je prettig vindt, zodat je elkaar beter leert kennen en je ook rekening met elkaar kunt houden. Speciaal voor kinderen ontwikkelde Grol Weerbaarheid een model om grenzen te herkennen en te stellen. Grenzen herkennen is zowel bij jezelf als bij de ander belangrijk. Samengevat: Door duidelijk je grenzen aan te geven, geef je anderen de mogelijkheid om rekening met jou te houden. 

Het Grol Weerbaarheidsmodel 

De drie kleuren en vier stappen van het Grol Weerbaarheidsmodel bieden praktische handvatten om inzicht te krijgen in gedrag en conflicten op te lossen voordat het escaleert. De stoplichtkleuren helpen kinderen om te bepalen wanneer ze hun grenzen aangeven. De vier stappen leren hen hoe je het beste je grenzen kunt aangeven.

"Pas als grenzen worden uitgesproken, kunnen anderen er rekening mee houden."

Figuur 1. Het Grol Weerbaarheidsmodel. 

Het Grol Weerbaarheidsmodel helpt kinderen om grenzen te herkennen en aan te geven naar elkaar.

Grenzen herkennen

In het Grol Weerbaarheidsmodel staat elke kleur voor een beleving die als wel of niet prettig wordt ervaren. Op deze manier worden gevoelens in de drie kleuren van het stoplicht ingekaderd en leren kinderen hoe ze op deze gevoelens kunnen reageren.

De 3 kleuren en hun betekenis

Groen: De kleur groen staat voor: ik voel me prettig, alles is fijn en veilig. Ik hoef me nergens zorgen over te maken. Deze beleving past bij een moment van rust en iemand die lekker in zijn vel zit.

Oranje: De kleur oranje staat voor een ongemakkelijk gevoel. De situatie is niet fijn en er moet iets gebeuren om weer in de comfortkleur groen te komen. Dit is de kleur waarin je jouw grens moet aangeven om uiteindelijk weer terug te kunnen naar groen. Iemand die zich oranje voelt, laat dit vaak zien via lichaamstaal. Denk hierbij aan opgetrokken schouders, bekenden aankijken in een poging hulp te vinden en het onbewust iets afstand nemen met een vragende blik.

"Oranje is het moment waarop grenzen zichtbaar worden en actie nodig is."

Rood: Bij deze kleur is duidelijk sprake van grensoverschrijdend gedrag. Dit is de kleur die iedereen wil vermijden, omdat er iets gebeurt wat je niet wilt. Je hebt je grens al aangegeven, maar toch besluit de dader om door te gaan met als gevolg dat jij in de gevoelskleur rood terechtkomt. Dit voelt onveilig en absoluut niet prettig. In deze situatie kan het slachtoffer de situatie waarschijnlijk niet zelf meer oplossen. Daarom is er hulp nodig van verantwoordelijken, zoals de leerkracht, pleinwacht of een andere gezagsdrager. 

Mensen die geconfronteerd worden met grensoverschrijdend gedrag, reageren hier verschillend op. Denk aan huilen, in paniek raken, verstijven, gaan vechten en wegrennen.

De 4 stappen om weer terug te komen in kleur ‘groen’

Het herkennen van grenzen is de eerste stap. Om weer in de comfortabele kleur groen terug te komen, moet je ook duidelijk maken aan die ander waar jouw grens ligt. Dat kun je doen met de volgende stappen: 

  1. Realiseer

  2. Maak oogcontact

  3. Geef grenzen aan

  4. Creëer afstand 

Realiseer: Allereerst is het belangrijk om je te realiseren wat er gebeurt. Analyseer wat er gebeurt en of je deze situatie wel of niet prettig vindt.

Oogcontact: Ogenschijnlijk is het aankijken van de ander niet zo belangrijk. Maar dat is niet waar! Door oogcontact te maken met de persoon die over je grens gaat, laat je zien dat je niet bang bent. Zo is er daadwerkelijk contact over de situatie en laat je de grensoverschrijder als het ware stilstaan bij de impact van zijn/haar daad. Deze stap overslaan is niet zo slim. Als je geen oogcontact maakt, kan het zelfs zijn dat de grensoverschrijder nog een stap verder gaat.

Geef grenzen aan: Praten is heel belangrijk in het aangeven van je grenzen. Benoem wat je niet fijn vindt en zeg wat je wil. Bijvoorbeeld: ‘Wil je me loslaten’, ‘Wil je niet meer zo’n opmerking maken’ of ‘Ik vind het niet fijn als je dit doet’. Het doel van deze stap is de situatie de-escaleren zodat je jezelf weer comfortabel voelt. Of dit lukt, is afhankelijk van de reactie van de grensoverschrijder. Als deze persoon, na het aangeven van de grens, bewust verder gaat en hierin geen rekening houdt met jouw grens, ontstaat grensoverschrijdend gedrag. Maar het kan ook gebeuren dat de grensoverschrijder spijt krijgt of zelfs helemaal niet doorhad dat hij een grens overschreed. Dan kun je direct samen een oplossing zoeken, zodat iedereen zich weer comfortabel voelt. 

"Oogcontact en woorden maken een grens zichtbaar voor de ander."

Creëer afstand: Houd die ander nog steeds geen rekening met jouw grens? Creëer dan even afstand. Deze stap is nodig om de situatie niet te laten escaleren. Zo kunnen beide partijen even afkoelen. Eventueel kan een leerkracht of pleinwacht helpen om gezamenlijk de stappen nog eens te doorlopen. 

Lichaamstaal 

De kleuren van het model geven mooi inzicht in conflictsituaties. Denk hierbij aan een akkefietje op het schoolplein. De lichaamstaal van de betrokken kinderen laat goed zien hoe ze zich voelen en welke kleur daarbij past. Het sterke hiervan is dat lichaamstaal er altijd is en zo leerlingen helpt reflecteren op hun eigen gedrag. Deze lichaamstaal is ook een belangrijk hulpmiddel bij het ontwikkelen van empathie. Stel vragen zoals: ‘Heb jij gezien dat de ander zich in de kleur oranje bevond?’ ‘Waaraan had je dat kunnen merken?’ ‘Op welke manier kun je dat vervolgens oplossen?’ ‘Welke kleur wordt het anders?’. 

"Wie leert kijken naar lichaamstaal, leert ook beter rekening houden met de ander."

Grol Weerbaarheidsmodel in de praktijk

Om je op weg te helpen, vind je hieronder een aantal voorbeelden waarin het Grol Weerbaarheidsmodel een oplossing biedt.

Voorbeeld 1

Diederik en Cornelis spelen op het plein. Plotseling rent Diederik tegen Cornelis aan en hij valt op de grond. Diederik denkt dat het wel meevalt en gaat verder met het spel. Cornelis baalt ervan en komt verhaal halen bij Diederik.

Cornelis: ‘Wat was dat nu, waarom duwde jij mij op de grond?’

Diederik: ‘Oh sorry, dat ging per ongeluk’. Cornelis gaat akkoord en samen spelen ze verder.

Wat ook kan… Diederik: ’Waar heb je het over, doe niet zo moeilijk...’ 

 

Is het duwen expres gebeurd, dan is er duidelijk een groter probleem dat eerst uitgepraat moet worden. De fout van Diederik is dan dat hij niet eerst heeft verteld dat hij ergens niet tevreden over is. Doordat hij niet gepraat heeft, is er een fout gemaakt waarvoor hij bestraft kan worden. Lukt het vervolgens ook niet om een oplossing te vinden met praten dan is dit een duidelijk voorbeeld van rood. De enige oplossing is dan om hulp te zoeken bij een gezaghebbende partij, zoals een leerkracht.

 

Voorbeeld 2 De kleuren voor de leerkracht.

 

De juffrouw staat voor de klas en wil de instructie van een nieuwe rekenopdracht gaan uitleggen. Ze zegt tegen de klas: ’Luister goed, ik ga nu iets uitleggen, dus je blijft gewoon zitten. Let heel goed op en houd je mond dicht.’ Dit is al kleur oranje, aangezien ze een grens aangeeft. Op het moment dat er een leerling toch doorheen gaat praten gaat dit in tegen de groepsnorm luisteren en de groepswaarde beleefdheid. De juf kan nu zeggen: ‘Pietje, je praat nu door mij heen. Dit is nu kleur rood, ik heb net mijn grens aangegeven en jij gaat daar nu overheen.’ Dan heeft Pietje nog mazzel als hij een waarschuwing krijgt. Het kan ook zijn dat er een gepaste consequentie bij komt, die heel makkelijk uitgelegd kan worden: ‘Ja, je zat nu bij mij in rood dus daarom zet ik jou even bij het tafeltje bij de muur.’ 

 

Voorbeeld 3

Fieke heeft één pen tot haar beschikking. Haar buurvrouw Mieke vraagt of ze de pen even mag lenen om iets op te schrijven. Natuurlijk mag dat van Fieke, maar Mieke heeft de pen wel erg lang nodig. De juf legt iets uit wat Fieke heel goed moet onthouden, dus Fieke wil nu ook wat op gaan schrijven. Ze steekt haar hand uit om de pen terug te krijgen en Mieke kijkt haar zijdelings aan, maar schrijft rustig verder. Fieke begint het nu vervelend te vinden en raakt Mieke aan en zegt: ‘Ik wil nu graag mijn pen terug, want ik moet deze aantekening opschrijven’. (oranje) Mieke antwoordt hierop: ‘Eerst dit liefdesbriefje afmaken’. ‘Nee’, zegt Fieke, ‘Ik moet nu iets belangrijks opschrijven, dan teken je straks verder of je leent een pen van iemand anders’. ( nog steeds oranje) Nu ligt het initiatief volledig bij Mieke. Geeft zij de pen terug, dan wordt het groen. Geeft ze de pen niet terug, dan wordt het rood en is de juf de enige die ervoor kan zorgen dat de pen op dat moment terugkomt. Een andere mogelijkheid is dat Fieke haar verlies neemt. Dit gaat om het aftasten van prioriteit. De aantekening is belangrijk, maar die liefdesbrief ook. De mate van inlevingsvermogen of empathie gaat nu bepalen wat er gaat gebeuren. Komt er onderling geen oplossing, dan zou het gesprek met de juf zo kunnen gaan: 

Vraag 1: ‘Wat is er gebeurd?’ De juf stelt deze vraag aan beide betrokkenen. 

Vraag 2: ‘Waarom ging het fout?’ ‘Ik had de pen nodig’, zullen Fieke en Mieke beiden antwoorden.

Vraag 3: ‘Fieke, welke kleur was het voor jou toen Mieke de pen niet terug wilde geven?’ ‘Eerst oranje en uiteindelijk zelfs rood.’

Vraag 4: ‘Heb jij dit ook verteld tegen Mieke?’ ‘Ja, maar Mieke luisterde niet, daarom werd de kleur rood.’

Vraag 5: ‘Mieke, heb jij gezien dat Fieke toen in de kleur oranje zat?’ ‘Ja, dat zag ik aan haar gezichtsuitdrukking en ik merkte het toen ze zei dat ze haar pen nú terug wilde hebben.’ Leerkracht: ‘Dus wat had je dan moeten doen?’ Of: ‘Nee, ik kon dit nergens aan zien.’ (ontbreken van oplettendheid of empathie) Leerkracht: ‘Fieke, was jij duidelijk genoeg toen je zei dat je de pen terug wilde?’ (Miscommunicatie kan ook een reden zijn).

Vraag 6: ‘Hoe had je dit op kunnen lossen zonder dat de kleur rood werd? Dat is nu namelijk gebeurd en dat is niet leuk.’ ‘De pen is van Fieke dus ik had hem terug moeten geven en de liefdesbrief straks verder moeten schrijven.’ 

 

Voorbeeld 4

Op het schoolplein is het fout gegaan tussen twee jongens die op het kraaiennest speelden. Piet uit groep acht zat bovenop het kraaiennest en Jan uit groep zes mocht er niet bij. Piet speelde namelijk een spel, waarbij hij anders door zijn klasgenoten getikt zou worden. Piet en Jan begonnen elkaar te duwen en te trekken, waarna Jan uiteindelijk naar de pleinwacht stapte. Dan is het heel makkelijk om aan de hand van het Grol Weerbaarheidsmodel het voorval kort te evalueren en te koppelen aan hun gedrag. 

Vraag 1: ‘Wat is er gebeurd?’ (uiteraard een vraag voor beide partijen) 

Vraag 2: ‘Waarom ging het fout?’

Piet: ‘Ik was een spel aan het doen en er was geen plaats voor Jan.’

Jan: ‘Ik mocht niet bij Piet op het kraaiennest.’ 

Vraag 3: ‘Piet, welke kleur was het voor jou toen Jan erbij wilde?’

Piet: ‘Toen was de kleur oranje voor mij.’

Vraag 4: ‘Heb jij dit ook verteld tegen Jan? Ook waarom hij er niet bij op kon?’ 

Vraag 5: ‘Jan, welke kleur was het voor jou toen Piet zei dat je er niet bij mocht?’

Jan: ‘Ook oranje, want ik mag toch ook op het kraaiennest spelen?’

Vraag 6: ‘Heb jij gezien dat de ander toen in de kleur oranje zat?’ 

Mogelijke antwoorden:

‘Ja, het was te zien aan zijn gezichtsuitdrukking.’

‘Ja, hij zei dat ik er niet op mocht en begon te duwen.’

‘Nee, ik heb niets gemerkt.’

Vraag 7: ‘Hoe had je dit op moeten lossen zonder dat de kleur rood werd? Dit is nu namelijk het geval en dat is niet leuk.’ 

‘Geduld hebben door Piet er bijvoorbeeld nog twee minuten op te laten, dan kon Jan er daarna op.’ 

 

Conclusie: overleggen is de sleutel!

 

Conclusie

Het Grol Weerbaarheidsmodel is een praktisch handvat voor het herkennen en aangeven van grenzen. Dit model is goed toepasbaar in een schoolsituatie bij conflicten in het klaslokaal of op het schoolplein. Maar dit model is net zo goed te gebruiken bij het aangeven van grenzen binnen relaties of op de werkvloer. Dit model is een hulpmiddel om duidelijker over te komen naar jezelf en anderen. Het helpt om jezelf bewust te zijn wat er in je leeft en dit duidelijk te maken aan anderen. Zo komt er meer ruimte voor gezamenlijkheid en til je de relatie naar een hoger niveau. 

"Een helder model helpt om grenzen niet alleen te voelen, maar ook uit te spreken."

Meer over het Grol Weerbaarheidsmodel en de Grol Weerbaarheid-boeken kunt u vinden op www.grolweerbaarheid.nl.

Literatuurlijst

  • Denham, S. A., Bassett, H. H., & Wyatt, T. (2012). The socialization of emotional competence. Child Development Perspectives, 6(3), 265–272.
  • Durlak, J. A., Weissberg, R. P., Dymnicki, A. B., Taylor, R. D., & Schellinger, K. B. (2011). The impact of enhancing students’ social and emotional learning: A meta-analysis of school-based universal interventions. Child Development, 82(1), 405–432.
  • Alberti, R. E., & Emmons, M. L. (2017). Your perfect right: Assertiveness and equality in your life and relationships (10th ed.). New Harbinger.
  • Bracha, H. (2004). Freeze, Flight, Fight, Fright, Faint: Adaptationist Perspectives on the Acute Stress Response Spectrum.
  • Terburg, D. Look at Me! The socio-neuro-endocrinology of eye-contact, dominance and status. Diss. Utrecht University, 2012
  • Grol Weerbaarheid. (z.d.). Grol weerbaarheidsmodel. Geraadpleegd van http://www.grolweerbaarheid.nl

 

 

Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.