Vrijeschool-onderwijs

Vrijeschool-onderwijs is het onderwijsconcept dat uitgaat van de intrinsieke ontwikkeling van het kind, dat wil zeggen: de drang van het kind om te ontwikkelen. Bij dit concept staat de mens centraal, als individu en sociaal wezen.

Bij het Vrijeschoolonderwijs is het kleuter- basis- en voortgezet onderwijs samengevoegd. Het is dus mogelijk om op een Vrije school een VWO-diploma, Havodiploma of diploma voor VMBO-t te halen. De grondlegger van dit concept is Rudolf Steiner, vandaar dat dit onderwijs ook wel Steineronderwijs genoemd wordt.

De gedachte achter dit onderwijs is dat de maatschappij in drie groepen in te delen is: het geestesleven, het rechtsleven en het economische leven. Bij het geestesleven horen religie, wetenschap, kunsten, en opvoeding. Dit moet zich in vrijheid kunnen ontwikkelen, los van het rechtsleven en het economische leven.

De nadruk ligt niet op de intellectuele kant van het onderwijs, vakken als beeldende vorming en muziek zijn net zo belangrijk. Leerlingen van Vrije scholen zijn doorgaans kunstzinniger. Omdat het accent niet op kennis ligt, heeft dit er in het verleden toe geleidt dat leerlingen van Vrije scholen op kennisgebied achterlopen. Dit bleek eind 2007 uit het onderzoeksrapport van de staatssecretaris van Onderwijs Dijksma. Er zijn nog geen recentere onderzoeksgegevens beschikbaar die aangeven dat dit is verbeterd. Om te kijken hoe de vrijescholen in uw omgeving zich op dit moment verhouden tot het landelijk gemiddelde, kunt u de Schoolvensters PO raadplegen. Daar staat voor alle basisscholen in Nederland de actuele stand aangegeven.



Gerelateerd

Hoe kinderen leren
Hoe kinderen leren: intelligentie - leerprocessen - leerstijlen
Arja Kerpel