Toetsing in het basisonderwijs (3): Toetsing binnen opbrengstgericht en ontwikkelingsgericht onderwijs
Karen Heij
Zelfstandig toetsexpert bij Parrhesia onderwijsadvies
Geraadpleegd op 09-12-2025,
van https://wij-leren.nl/toetsing-opbrengstgericht-ontwikkelingsgericht.php
Laatst bewerkt op 1 december 2025

Toetsing hoort bij onderwijs. Het helpt om zicht te krijgen op waar een leerling staat en wat een passende vervolgstap is. Niet altijd is direct zichtbaar of leerlingen begrijpen wat je aanbiedt. Toetsing kan dan inzicht bieden. Die toetsing kan gericht zijn op feedback: voor de leerling, de leerkracht of de gebruikte leermiddelen. Maar toetsen hebben vaak ook andere functies, zoals selectie of verantwoording (accountability). Dan gaat het om vergelijkingen tussen scholen of leerlingen. In de praktijk blijkt de functie van een toets niet altijd uit de toets zelf, maar uit het gebruik ervan in de praktijk. Daarmee zijn toetsen instrumenten die vooral op hun waarde in de praktijk moeten worden onderzocht.
In deze artikelenserie gaan we in op vragen die leven rondom toetsing in het basisonderwijs. Wat betekent toetsing in de praktijk? Welke impact hebben toetsresultaten op leerlingen en scholen? En hoe verschilt de Nederlandse toetspraktijk van die in andere landen? We onderzoeken de betekenis en rol van toetsing. Kritisch, verdiepend en altijd met oog voor de praktijk.
Toetsen om te meten of om te leren? De rol van toetsing binnen opbrengstgericht en ontwikkelingsgericht onderwijs.
In het eerste artikel van deze serie verkenden we de brede doelen van het onderwijs: persoonsvorming, socialisatie en kwalificatie. We benadrukten dat toetsing nooit een doel op zich mag zijn, maar altijd gezien moet worden als een middel in dienst van een bepaalde bedoeling. In artikel 2 onderzochten we hoe het Nederlandse onderwijsstelsel is ingericht en hoe toetsing daarin een selecterende functie heeft gekregen, met grote gevolgen voor de schoolloopbaan en kansen van leerlingen.
In dit derde artikel verleggen we de focus naar de toetspraktijk binnen verschillende onderwijsvisies. Hoe wordt er getoetst in opbrengstgericht onderwijs en hoe in ontwikkelingsgericht onderwijs? Wat betekent dat voor de rol van de leerkracht, de functie van toetsing en de ruimte voor brede ontwikkeling?
Laten we eerst inzoomen op de concepten opbrengstgericht en ontwikkelingsgericht onderwijs.
Opbrengstgericht of ontwikkelingsgericht onderwijs: de toetspraktijk laat zien waar de nadruk ligt.
Dit is het derde deel van een artikelenreeks over toetsing in het basisonderwijs.
- Lees hier deel 1 over brede onderwijsdoelen
- Lees hier deel 2 over het Nederlandse onderwijsstelsel
- Lees hier deel 4 over methodegebonden toetsen
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen, tips en infographics? Schrijf je dan in voor het gratis kennisdossier 'Toetsing in het basisonderwijs' van de Wij-leren Academie.
Wat is opbrengstgericht onderwijs?
Opbrengstgericht onderwijs richt zich op het systematisch verbeteren van leerresultaten. Centraal staat een cyclisch proces van doelen stellen, data verzamelen, analyseren en het onderwijsaanbod bijstellen. Toetsresultaten spelen hierbij een centrale rol. Het doel is het realiseren van maximale leerwinst voor iedere leerling.
Deze aanpak gaat uit van hoge verwachtingen en doelgericht werken op alle niveaus in de school. Leerkrachten vertalen de onderwijsdoelen naar concrete groepsplannen en stemmen hun instructie daarop af.
Critici wijzen erop dat het risico bestaat dat leren bij opbrengstgericht onderwijs gereduceerd wordt tot datgene wat meetbaar gemaakt kan worden. In een wereld vol maatschappelijke uitdagingen zijn niet alleen meetbare taal- en rekenresultaten van belang, maar minder goed meetbare taalvaardigheden als vrij schrijven, spreken en luisteren. En ook waarden, burgerschap en zelfsturing. Een toetscultuur die enkel stuurt op prestaties gaat ten koste van onderwijs gericht op brede doelen, persoonsvorming en motivatie.
Opbrengstgericht onderwijs draait om doelen stellen, data verzamelen en bijsturen voor optimale leerwinst.
Wat is ontwikkelingsgericht onderwijs?
Ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO) richt zich op de brede ontwikkeling van kinderen. De persoonlijke groei van de leerling staat centraal. Dat omvat cognitieve, sociale, emotionele en morele ontwikkeling, met aandacht voor zingeving, motivatie en identiteitsvorming. OGO sluit goed aan bij de drieslag van Biesta, waarin kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming als samenhangende doelen van onderwijs worden gezien (zie artikel 1).
Een kernprincipe van OGO is werken in de zone van naaste ontwikkeling: kinderen leren het meest wanneer ze worden uitgedaagd op het snijvlak van wat ze al kunnen en wat ze met begeleiding kunnen leren. Leren gebeurt in betekenisvolle sociale contexten, waarin de leerkracht optreedt als ontwerper, deelnemer en begeleider van het leerproces.
Kenmerkend voor OGO is het werken met thema’s die aansluiten bij de leefwereld van kinderen. De leerkracht ontwerpt in dialoog met de leerlingen activiteiten die betekenisvol zijn en bijdragen aan de brede ontwikkeling. Observatie, reflectie en aanpassing vormen hierbij een continue cyclus.
OGO veronderstelt dat ontwikkeling niet vastligt, maar beïnvloedbaar is. Het neemt de potentie van een kind niet als startpunt, maar als uitdaging voor zo goed mogelijke ontwikkeling. Elk kind wordt gezien als uniek, ontwikkelbaar en in staat tot groei, mits de juiste pedagogische condities worden gecreëerd. In de praktijk wordt OGO vaak gezien als een gulden middenweg tussen methodegericht en leerlinggericht onderwijs: het biedt structuur en doelgerichtheid, maar ook ruimte voor betrokkenheid en eigen initiatief van leerlingen.
Ontwikkelingsgericht onderwijs zet brede groei centraal: cognitief, sociaal, emotioneel en moreel.
Verschillen in toetspraktijk tussen opbrengstgericht en ontwikkelingsgericht onderwijs
Opbrengstgericht en ontwikkelingsgericht onderwijs verschillen dus wezenlijk van elkaar. Niet alleen de visie op leren verschilt, maar ook de manier waarop toetsinformatie wordt verzameld, beoordeeld en benut. In de volgende paragrafen vergelijken we beide onderwijsvisies op een aantal centrale thema’s in de toetspraktijk:
- De rol van de leerkracht bij toetsing;
- Formatief vs. summatief toetsen;
- Holistisch vs. analytisch beoordelen;
- Formeel vs. informeel toetsen;
- Dynamisch vs. statisch toetsen.
De rol van de leerkracht bij toetsing
De rol van de leerkracht bij toetsing verschilt fundamenteel tussen ontwikkelingsgericht en opbrengstgericht onderwijs. Niet alleen in wat er getoetst wordt, maar ook in hoe toetsinformatie wordt verzameld, geïnterpreteerd en gebruikt om het onderwijs vorm te geven.
Binnen ontwikkelingsgericht onderwijs is de leerkracht een onderzoekende begeleider. Toetsing is verweven met het dagelijks onderwijs, vaak in de vorm van observaties, spelanalyse, gesprekken en werk van leerlingen. De leerkracht gebruikt deze informatie om zicht te krijgen op waar een leerling staat in zijn of haar ontwikkeling en waar groeikansen liggen. Het doel is niet om te normeren, maar om het onderwijsaanbod af te stemmen op de zone van naaste ontwikkeling. De leerkracht stelt vragen als: Wat laat dit kind al zien? Wat heeft het nodig om verder te komen? Reflectie en professionele intuïtie spelen hierin een grote rol.
In opbrengstgericht onderwijs is de leerkracht meer een data-gedreven beslisser. Hij/zij interpreteert toetsresultaten van gestandaardiseerde toetsen om doelen te evalueren en om onderwijsplannen op te stellen of bij te stellen. Analyse gebeurt systematisch: via groepsplannen, trendanalyses en opbrengstbesprekingen. De toetsdata wordt gebruikt om keuzes te maken over instructieniveaus en om verantwoording af te leggen aan ouders, schoolleiding of inspectie. De centrale vraag luidt: Wat werkt, voor wie en wat moet anders?
Waar de ontwikkelingsgerichte leerkracht toetsing ziet als een geïntegreerd proces in dialoog met het kind, werkt de opbrengstgerichte leerkracht met toetsinformatie als stuurmiddel binnen een cyclisch verbeterproces.
Formatief vs. summatief toetsen
De begrippen formatief en summatief toetsen verwijzen naar twee verschillende manieren van toetsgebruik. Het verschil zit niet alleen in het moment van toetsen, maar vooral in de bedoeling en gebruikswijze van de toetsinformatie. Waar summatief toetsen draait om het evalueren van wat een leerling heeft geleerd, staat bij formatief toetsen het ondersteunen van het leerproces centraal. Ontwikkelingsgericht en opbrengstgericht onderwijs geven elk een eigen invulling aan deze vormen van toetsing.
Binnen ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO) heeft formatief toetsen een grote rol. Toetsen is hier geen afsluiting, maar een integraal onderdeel van het leerproces. De leerkracht observeert, stelt vragen en analyseert spel, opdrachten en interacties om zicht te krijgen op de ontwikkeling van het kind. Deze informatie wordt gebruikt om activiteiten aan te passen, doelen bij te stellen en begeleiding af te stemmen op de zone van naaste ontwikkeling. Feedback is rijk, procesgericht en gericht op groei van de unieke leerling. Toetsing is een middel om te groeien.
In opbrengstgericht onderwijs is summatief toetsen vaak dominant. Leerkrachten gebruiken gestandaardiseerde toetsen om vast te stellen of leerlingen de beoogde leerdoelen hebben behaald, veelal afgezet tegen gemiddelde scores van vergelijkbare cohorten leerlingen. Deze uitkomsten worden gebruikt voor verantwoording, schoolrapportages en het bijstellen van groepsplannen. Tegelijkertijd is er binnen opbrengstgericht werken ook toenemende aandacht voor formatief handelen, bijvoorbeeld bij differentiatie of verlengde instructie. Toch blijft het summatieve toetsgebruik leidend voor de structuur van het onderwijsproces.
Formatief en summatief toetsen hoeven elkaar niet uit te sluiten. Een evenwichtige toetspraktijk vraagt om bewust doelgericht gebruik: summatief waar nodig (bijvoorbeeld voor externe verantwoording), formatief waar mogelijk (om leren te versterken).
De ontwikkelingsgerichte leerkracht gebruikt toetsing om groei zichtbaar te maken, de opbrengstgerichte om prestaties te sturen.
Holistisch vs. analytisch beoordelen
De manier waarop leerlingen beoordeeld worden, verschilt fundamenteel tussen ontwikkelingsgericht en opbrengstgericht onderwijs. Holistisch beoordelen en analytisch beoordelen vertegenwoordigen daarin twee uitersten.
Binnen ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO) sluit holistisch beoordelen goed aan bij de visie op leren als een breed, geïntegreerd en persoonsgericht proces. Bij holistische beoordeling kijkt de leerkracht naar de ontwikkeling van het kind in samenhang: cognitieve groei, sociale interactie, motivatie en creativiteit worden niet los van elkaar beoordeeld. De beoordeling is vaak gebaseerd op professionele ervaring, observaties en rijke beschrijvingen van het handelen van het kind. Toelichtingen zijn uitgebreid en genuanceerd en worden gebruikt om het onderwijsaanbod af te stemmen op de zone van naaste ontwikkeling. Deze vorm van beoordelen vraagt om een adaptieve, reflectieve houding van de leerkracht en sluit aan bij het uitgangspunt dat ontwikkeling niet volledig in toetsbare criteria, laat staan ‘vinklijstjes’ te vatten is.
Opbrengstgericht onderwijs leunt daarentegen meer op analytische beoordeling, waarbij prestaties systematisch worden afgezet tegen de norm of tegen vooraf vastgestelde criteria. Deze vorm van beoordelen wil transparantie, houvast, vergelijkbaarheid en interbeoordelaarsbetrouwbaarheid bevorderen. Gestandaardiseerde toetsen, zoals LVS-toetsen en de doorstroomtoets, zijn voorbeelden van analytische beoordelingen uitgaand van vergelijkingen met normgroepen. Echter: niet alle aspecten van ontwikkeling zijn te vangen in objectieve criteria. Toetsing richt zich dan veelal tot die aspecten van het curriculum die zich lenen voor een dergelijke beoordeling. Analytisch beoordelen past bij het streven naar meetbare opbrengsten, maar botst met de bredere ontwikkelingsdoelen van het onderwijs.
Holistisch beoordelen ziet het kind in zijn geheel, analytisch beoordelen splitst ontwikkeling op in meetbare onderdelen.
Formeel vs. informeel toetsen
In de dagelijkse onderwijspraktijk wordt zowel formeel als informeel getoetst. De keuze voor toetsvorm hangt nauw samen met de onderwijsvisie. Ontwikkelingsgericht en opbrengstgericht onderwijs leggen elk andere accenten in het gebruik van deze vormen van toetsing.
Binnen ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO) speelt informeel toetsen een centrale rol. Leerkrachten verzamelen continu informatie over de ontwikkeling van leerlingen via observaties, gesprekken, spel en werk van kinderen. Deze toetsen zijn ingebed in betekenisvolle activiteiten en hebben vooral een formatieve functie: ze geven inzicht in wat het kind al (bijna) kan en wat de volgende stap in de zone van naaste ontwikkeling zou kunnen zijn. Toetsen worden niet los van de onderwijspraktijk afgenomen, maar zijn verweven met het leerproces. Onder het begrip toetsen vallen alle vormen van informatie die bijdragen aan het verkrijgen van een gefundeerd beeld van een leerling. De leerkracht gebruikt deze informatie om het aanbod te verfijnen en te verdiepen. De nadruk ligt op groei.
Opbrengstgericht onderwijs maakt juist nadrukkelijk gebruik van formeel toetsen. Dit zijn vooraf geplande, vaak gestandaardiseerde meetmomenten die prestaties van leerlingen willen objectiveren en vergelijken mogelijk willen maken. Daartoe worden leerlingen vergeleken met normgroepen en de gemiddelde scores van die groepen. Ze bieden op die manier inzicht in het behalen van doelen op groeps- en schoolniveau en vormen de basis voor analyses, groepsplannen en opbrengstbesprekingen. Formele toetsen willen transparant, uniform en betrouwbaar zijn. Dit heeft gevolgen in de zin van beperkingen voor de vorm en inhoud van dit soort toetsen.
Informeel toetsen is verweven met leren, formeel toetsen maakt prestaties vergelijkbaar.
De verschillen tussen ontwikkelingsgericht en opbrengstgericht onderwijs die tot nu toe besproken zijn, worden samengevat in Figuur 1.
.png)
Figuur 1. Ontwikkelingsgericht vs. opbrengstgericht onderwijs
Wil je deze infographic gratis downloaden in hoge kwaliteit? Schrijf je dan in voor het kennisdossier 'Toetsing in het basisonderwijs' van de Wij-leren Academie.
Dynamisch vs. statisch toetsen
Tot slot verschillen ontwikkelingsgericht en opbrengstgericht onderwijs aanzienlijk in de wijze waarop toetsen worden ingezet. Deze tegenstelling tussen dynamisch en statisch toetsen raakt aan fundamentele keuzes in het onderwijs.
Binnen ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO) is dynamisch toetsen vanzelfsprekend. De toets is geen los meetmoment, maar onderdeel van het leerproces. Toetsen zijn ook niet aan vaste meetmomenten gekoppeld. De leerkracht kijkt niet alleen naar wat een leerling al kan, maar vooral naar wat het kind met begeleiding zou kunnen leren: de zone van naaste ontwikkeling. Feedback is hierbij essentieel: het wordt tijdens het proces gegeven, is gericht op het denken en handelen van de leerling en stimuleert verdere ontwikkeling. Toetsen en begeleiden lopen zo in elkaar over. De toetsing is sensitief, responsief en gericht op groei.
In opbrengstgericht onderwijs overheerst het statisch toetsen. Hierbij wordt het niveau van de leerling vastgesteld op een vastgesteld moment, vaak aan de hand van gestandaardiseerde toetsinstrumenten. De nadruk ligt op objectiviteit, normering en vergelijkbaarheid. Feedback volgt meestal pas na afloop en is soms zelfs beperkt tot alleen de uitkomst. De verschillen tussen dynamisch en statisch toetsen zijn weergegeven in Tabel 1.
In een dynamische toets is feedback deel van het proces, in een statische toets komt feedback pas na afloop.
Tabel 1. Dynamisch vs. statisch toetsen.
Risico’s en randvoorwaarden: wat staat er op het spel?
Bij opbrengstgericht onderwijs kan een sterke nadruk op toetsresultaten leiden tot ongewenste neveneffecten, vooral wanneer toetsing wordt ingezet voor verantwoording of selectie. Twee risico’s springen daarbij in het oog:
1. Vernauwing van het curriculum
Wanneer toetsen leidend worden in plaats van ondersteunend, ontstaat het risico van teaching to the test. Het onderwijs richt zich dan vooral op dat wat getoetst wordt (vaak taal en rekenen) terwijl andere belangrijke domeinen, zoals creativiteit, diepgang en sociaal-emotionele ontwikkeling, onder druk komen te staan. De toets gaat het curriculum bepalen in plaats van ondersteunen (backwash-effect).
Een toets moet het leren ondersteunen, niet het curriculum dicteren.
2. Vervlakking van het leerlingbeeld
Een sterke focus op toetsdata kan ertoe leiden dat leerlingen vooral worden gezien als scores of niveau-indicaties. Hun unieke ontwikkeling, motivatie en veerkracht raken daardoor uit beeld. Het risico bestaat dat onderwijs zich meer richt op meetbaarheid dan op mensvorming.
Een te sterke focus op toetsdata vervlakt het leerlingbeeld tot scores en niveaus.
Hoewel ontwikkelingsgericht onderwijs veel ruimte biedt voor brede ontwikkeling, vraagt het wel om specifieke randvoorwaarden. Zonder deze voorwaarden dreigt het risico dat de aanpak verzandt in vrijblijvende intenties of dat er onvoldoende zicht is op de voortgang van leerlingen. Ontwikkelingsgericht onderwijs stelt daarmee duidelijke eisen aan de professionaliteit van de school en het team:
- Vertrouwen in professionele ruimte: Schoolleiders, collega’s en ouders moeten vertrouwen hebben in de expertise van de leerkracht, ook wanneer leerresultaten niet direct zichtbaar of meetbaar zijn. Dit vraagt om een cultuur waarin professionele oordelen serieus genomen worden.
- Opleiding in observatievaardigheden en formatief handelen: Leerkrachten moeten goed getraind zijn in het systematisch observeren, interpreteren en begeleiden van leerprocessen. Zonder deze expertise is het moeilijk om onderwijs af te stemmen op de zone van naaste ontwikkeling van leerlingen. Leerkrachten moeten ook goed de leerlijnen kennen en dus weten wat voor iedere leerling de volgende stap kan zijn.
- Curriculaire ruimte voor brede doelen: Het curriculum moet voldoende ruimte bieden voor persoonsvorming, zingeving, spel en onderzoekend leren. Dit zijn doelen die essentieel zijn binnen OGO, maar die niet altijd terugkomen in standaardtoetsen of leerplannen.
Een ontwikkelingsgerichte aanpak vraagt dus om bewuste keuzes in het schoolbeleid, gerichte professionalisering en een heldere visie op wat telt in onderwijs. Alleen dan kan de brede ontwikkeling van leerlingen daadwerkelijk tot zijn recht komen.
Ontwikkelingsgericht onderwijs kan alleen bloeien in een cultuur van vertrouwen in professionaliteit.
Tot slot
In dit artikel hebben we verkend hoe toetsing verschillend wordt vormgegeven binnen opbrengstgericht en ontwikkelingsgericht onderwijs. Deze visies gaan niet alleen uit van andere opvattingen over leren, maar brengen ook fundamenteel andere toetspraktijken met zich mee. Waar het ene model stuurt op meetbare prestaties en gestandaardiseerde procedures, richt het andere zich op brede ontwikkeling, betekenisvolle observaties en de zone van naaste ontwikkeling.
Toetsen zijn dus nooit neutraal: ze weerspiegelen en versterken de onderliggende visie op onderwijs. Daarmee beïnvloeden ze niet alleen het leerproces, maar ook de rol van de leerkracht, de positie van de leerling en de inrichting van het curriculum. Een eenzijdige focus op toetsresultaten brengt risico’s met zich mee, zoals het versmallen van het onderwijsaanbod en het reduceren van kinderen tot cijfers.
Niet alleen wat we toetsen, maar vooral waarom en hoe we toetsen doet ertoe. Een doordachte toetspraktijk vraagt om een bewuste keuze voor de doelen die we centraal willen stellen. In de volgende artikelen zoomen we in op concrete toetsvormen binnen het basisonderwijs, zoals methodegebonden toetsen en LVS-toetsen.
Toetsing is nooit een neutraal instrument, maar een spiegel van onze visie op onderwijs.
Referenties
- Biesta, G. J. (2012). Giving teaching back to education: Responding to the disappearance of the teacher. Phenomenology & Practice, 6(2), 35-49.
- Biesta, G. (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Phronese.
- Biesta, G. (2016). Het leren voorbij: Democratisch onderwijs voor een menselijke toekomst. Phronese.
- Biesta, G. (2020). Risking ourselves in education: Qualification, socialization, and subjectification revisited. Educational Theory, 70(1), 89-104. https://doi.org/10.1111/edth.12411
- Biesta, G. (2022). Wereldgericht Onderwijs: Een visie voor vandaag. Phronese.
- Blok, H., Ledoux, G., & Roeleveld, J. (2015). Opbrengstgericht werken in het primair onderwijs: een effectieve weg naar onderwijsverbetering? Pedagogische studiën, 92(3).
- Ledoux, G., Blok, H., Boogaard, M., & Krüger, M. L. (2009). Opbrengstgericht werken: over de waarde van meetgestuurd onderwijs. SCO-Kohnstamm Instituut.
- Schildkamp, K. (2012). Opbrengstgericht werken: data-geïnformeerd onderwijs voor schoolverbetering. Onderzoek in de school ter discussie: doelen, criteria en dilemma’s, 29-36.
- Van der Veen, C., Wardekker, W. L., de Haan, D., & Fijma, N. (2013). Didactief Special Ontwikkelingsgericht Onderwijs. Didactief.
- Van Oers, B. (2003). Signatuur van ontwikkelingsgericht onderwijs. Zone, 2(3), 11-15.
