Kijk eens bij de Nieuwe onderwijsboeken! - februari 2026

Taal in de natuur

Legemaat, M. (2025). Taal in de natuur.
Geraadpleegd op 19-02-2026,
van https://wij-leren.nl/taal-in-de-naatuur.php
Geplaatst op 4 november 2025
Laatst bewerkt op 12 januari 2026
Taal in de natuur

Natuur kan een geweldige bron van taalontwikkeling zijn voor jonge kinderen. Een natuurlijke omgeving maakt kinderen spraakzamer en creatiever, ontdekten onderzoekers. In Taal in de natuur laten Jannette Prins en Janneke Hagenaar zien hoe je de mogelijkheden van spel in een natuurrijke omgeving in kan zetten voor de taalontwikkeling van jonge kinderen.

In dit boek worden de uitkomsten van het project Hoofd, schouders, knie en TAAL gedeeld. Dit project deed praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek omdat er steeds meer kinderen opgroeien zonder veel buitenspel in de natuur. Zij missen daardoor bepaalde ervaringen. 

Als kinderen minder klimmen, klauteren, vallen, vies worden, balanceren en verstoppen, is dat merkbaar in hun ontwikkeling. 

Vaak concentreren we ons op talige activiteiten om de taalontwikkeling van kinderen te stimuleren, maar het is belangrijk dat kinderen hun taaluitingen kunnen verbinden met hun eigen ervaringen.

Het boek gaat in de eerste hoofdstukken (2 en 3) in op de theorie hierachter. De hoofdstukken 4 en 5 geven vervolgens een praktische uitwerking daarvan. 

Theorie

Het kennen van kinderen verloopt via hun lichaam. Ze verkennen de wereld om hen heen met hun lijf, en raken daarmee verbonden in een wederkerig proces.

Door er te zijn, waar te nemen, te verkennen en te reageren op de omgeving vormt en ontwikkelt een kind zich en geeft het betekenis aan de wereld.

De basis van taal en denken wordt zo gevormd door de ervaringen van het kind. Vanuit die ervaringen ontstaat de behoefte om woorden - taal te geven aan wat ze waarnemen. Een goed taalaanbod helpt hen hierbij. Dat wat ze om zich heen zien nodigt uit tot het stellen van vragen, het wekt de nieuwsgierigheid van kinderen, het is een rijke leeromgeving voor de taalontwikkeling. Voorbeelden hiervan zijn:

  • de biodiverse ondergrond - planten, schimmels, wormen;
  • levende wezens, dieren, insecten, planten, bomen
  • losse materialen zoals takken, blaadjes, zaadjes, veertjes, schelpen;
  • niet-levende elementen verbonden met de kringloop: water, lucht, zand, steentjes;
  • weerselementen zoals wind, regen, zonneschijn, groei en bloei.

Kinderen geven nieuwe betekenissen aan de natuur in hun spel. De struik wordt een huisje, de kastanjes taartjes. De natuur verandert voortdurend waardoor er ook telkens nieuwe vragen ontstaan die nieuwe antwoorden - nieuwe taal - behoeven. 

Veel plekken in de stad zijn pedagogisch armoedig, wat kan leiden tot ervaringsarmoede, wat weer kan leiden tot achterstanden in de taal-denkontwikkeling.

Het onderzoek

a. Wat gebeurt er met het kind in de natuur?

Kinderen gebruiken meer zinnen en meer woorden bij het buiten spelen in de natuur dan in een versteende omgeving. 

De natuurrijke omgeving maakt kinderen spraakzamer.

Ook spelen de kinderen vaak met de voorwerpen die voorhanden zijn in de natuur. bovendien gaan ze vanzelf rekentaal gebruiken: ze praten over hoeveelheden, kleuren en vormen, lengte en gewicht.

b. Wat neemt het kind mee in de natuur?

  • verwondering;
  • ontdekkingsdrang;
  • nieuwsgierigheid

Ook de natuur is uitgerust met eigenschappen die invloed hebben op hoe kinderen er praten en spelen. We noemden al de kenmerken die de nieuwsgierigheid prikkelen.

Als het goed is draagt de plek in de natuur ook bij aan het welbevinden, en ontstaat er voldoende vertrouwdheid zodat de kinderen zich geborgen, veilig en uitgedaagd voelen.

De natuur is de taalleraar waar je leert nadenken over bomen die hoog en laag zijn, stenen die licht en zwaar zijn en scheve en rechte stokken. 

c. De leerkracht is ook van belang:

  • De gevoeligheid en ontvankelijkheid voor de natuur van de leerkracht is bepalend. Ook de ervaring met het geven van initiatief aan de kinderen bepaalt of zij positieve ervaringen op doen.
  • Als zij/hij responsief reageert in het contact met kinderen stimuleert dit het vertrouwen om het onbekende tegemoet te treden. 
  • Zij zorgen ervoor dat er genoeg taalruimte voor de kinderen is om zelf te praten en vragen te stellen; leerkrachten stellen zelf open vragen die kinderen aan het denken zetten. 

Samen op stap

In dit hoofdstuk (4) wordt aan de hand van vijf lagen in de natuur duidelijk welke rijke taal er te vinden is in de natuur:

  • Laag 1: biodiverse ondergrond;

Dit is een levende ondergrond, een plek voor leven en groei. Er kunnen plassen water staan, hoopjes grond, er kan van alles groeien en er lopen kriebelbeestjes.

Dit roept taal op voor hoe je je beweegt: springen, sluipen, rollen, rennen. Ook roept het taal op hoe iets voelt: korrelig, nat, glad, hard, prikkelig. 

  • Laag 2: vaste elementen;

In de biodiverse ondergrond geven de vaste elementen structuur: struiken, bomen, planten. Dit nodigt uit je hiertoe te verhouden. Je kunt er onder, naast, boven, in of om heen gaan. Bovendien nodigt het uit tot gebruik van bijvoegelijke naamwoorden om het te beschrijven. 

  • Laag 3: Losse voorwerpen van natuurlijke materialen

Hierbij gaat het om stenen, blaadjes, takjes, eikels en kastanjes. Je kunt dit verzamelen, en het nodigt uit tot rekentaal: tellen, op volgorde leggen, groepjes maken of een patroon leggen. 

Verder nodigt dit uit tot onderhandelen en betekenis geven: de voorwerpen krijgen betekenis in het spel.

Tenslotte levert dit stof tot denkvragen: waar komt deze kastanje vandaan? Welke tak is het grootst?

  • Laag 4: Niet-levende materialen: elementen en substanties.

Dit roept taal op voor hogere denkfuncties, het redeneren wat er zou gebeuren als, en het denken in oorzaak en gevolg. 

  • Laag 5: Gebeurtenissen, verhalen van samenhang.

Er is bijvoorbeeld verband tussen lucht en water. Deze levendigheid van de natuur (bijvoorbeeld het weer, de seizoenen) roepen verhalen op. 

Praktijkbijeenkomst

In het laatste hoofdstuk (5) wordt uitgelegd hoe je met behulp van een praktijkgemeenschap samen met collega's vorm kunt geven aan taal in de natuur. Bijvoorbeeld door met elkaar

  1. na te denken hoe je de buitenomgeving van de school inricht;
  2. vier keer per jaar praktijkbijeenkomsten te houden. 

Deze bijeenkomsten worden verder in dit boekje als suggestie uitgewerkt. 

Recensie

Dat natuurervaringen belangrijk zijn voor kinderen is een inkopper. Maar we denken meestal vooral aan motorische en ontprikkelende ervaringen. Dit boekje laat zien dat natuur ook heel belangrijk is voor de taalontwikkeling, een prachtige insteek die voor velen een eye-opener zal zijn.

Het boekje richt zich qua voorbeelden vooral op het jonge kind, peuters en kleuters, maar is relevant voor de hele basisschoolleeftijd. 

Met zijn 95 pagina's is het boek kort en krachtig, en zo mooi geïllustreerd dat je vandaag nog zou willen beginnen met een buitenactiviteit. Het boekje bevat relatief weinig tekst en veel illustraties. Taal in de natuur inspireert van de eerste tot de laatste bladzijde om er met kinderen op uit te gaan of om natuurlijke materialen in de leeromgeving te brengen, en geeft praktische adviezen hoe je taalbevorderend daarmee om kunt gaan. 

Bestellen

Het boek Taal in de natuur is te bestellen via bol.com:


Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.