Verkeersmethode gratis proberen

De Roos van Leary (1): Een praktisch model voor interactie in de klas

Nico den Breejen
Onderwijskundige bij Wij-leren.nl  

Den Breejen, N. (2026). De Roos van Leary (1): Een praktisch model voor interactie in de klas.
Geraadpleegd op 13-10-2026,
van https://wij-leren.nl/roos-van-leary-deel-1.php
Geplaatst op 30 augustus 2026
Laatst bewerkt op 10 oktober 2026
De Roos van Leary (1): Een praktisch model voor interactie in de klas

In de klas is communicatie heel belangrijk. Elk uur, elke minuut, elke seconde gaan er communicatiesignalen over en weer. Van jou naar de leerlingen en andersom, maar ook tussen leerlingen onderling. Communicatie bestaat uit verbale en non-verbale signalen. Maar er is meer over te zeggen.

Wat ook heel belangrijk is, is hoe iets gezegd wordt. Als je als leraar zegt: "Pak je boek erbij", kan diezelfde boodschap vriendelijk, sturend, geïrriteerd, streng of onzeker klinken. Dat verschil bepaalt vaak hoe leerlingen reageren.

De Roos van Leary maakt zichtbaar hoe deze praktische interacties in de klas verlopen. Het model helpt om interacties beter te begrijpen. Waarom werkt een aanwijzing in de ene situatie wel en roept die in een andere situatie weerstand op? Waarom voelt een leraar zich bij sommige leerlingen bijna vanzelf strenger worden? En waarom lokt afwachtend gedrag van de één vaak sturend gedrag van de ander uit? In deze artikelenserie worden deze patronen stap voor stap geanalyseerd en uitgewerkt.

Communicatie gaat niet alleen over inhoud

Laten we om te beginnen eens kijken naar de volgende zinnen:

  • “Stop daarmee.”
  • “Stop daar eens mee.”
  • “Ik wil dat je daarmee stopt.”
  • “Wil je alsjeblieft even stoppen?”
  • “Kun je alsjeblieft even stoppen met wat je doet?”

De inhoud is steeds hetzelfde: iemand moet ergens mee stoppen. Toch voel je direct dat de toon verschilt. De eerste zin komt vrij autoritair over, de laatste erg voorzichtig. Niet alleen de formulering, maar ook de toon bepaalt hoe een boodschap overkomt. Eenzelfde zin kan heel verschillend klinken. Een luid “STOP DAARMEE” komt heel anders over dan een rustig en empathisch “stop daarmee”.

In dit voorbeeld zie je het verschil tussen inhoud en relatiewens. De inhoud gaat over de boodschap, over de woorden die je spreekt. De relatiewens laat zien hoe iemand zich tot de ander verhoudt. De manier waarop iemand zich in die relatie opstelt, kan bijvoorbeeld sturend, uitnodigend, afwachtend, vriendelijk of dwingend zijn.

"De inhoud en de relatiewens van een boodschap kunnen sterk van elkaar verschillen."

Spanning ontstaat vaak in de relatiewens, door de manier waarop iemand zich in de relatie opstelt. Ga maar na: conflicten gaan vaak over de manier waarop iets gezegd wordt. Een leerling die denkt: ik wil best luisteren, maar niet op deze toon, reageert vooral op de relatie, niet op de inhoud van de opdracht.

Wat belangrijk is om te beseffen, is dat mensen niet alleen reageren op wat er feitelijk gebeurt of uitgesproken wordt, maar vooral op hoe zij dat gedrag ervaren. Leerlingen reageren dus niet zozeer op de bedoeling van de leraar, maar op hoe het gedrag op hen overkomt. Dat kan per leerling verschillen. De één ervaart een opmerking als duidelijk en helpend, terwijl een ander diezelfde opmerking als streng of onvriendelijk kan ervaren.

Dat maakt communicatie in de klas zo complex. Je kunt als leraar iets goed bedoelen, maar toch een reactie oproepen die je niet had verwacht. Daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken naar wat je zegt, maar ook naar het effect dat je gedrag heeft op leerlingen. 

"Leerlingen reageren niet zozeer op de bedoeling van de leraar, maar op hoe het gedrag op hen overkomt."

De basis van de Roos van Leary

Als je beter wilt begrijpen wat er in die communicatie gebeurt, helpt het om er met een model naar te kijken. De Roos van Leary (ook wel de interpersoonlijke cirkel genoemd) maakt zichtbaar welke positie mensen innemen in contact met elkaar en wat dat betekent voor hun gedrag.

De Amerikaanse psycholoog Timothy Leary beschreef communicatie aan de hand van twee vragen:

  1. Wie neemt de leiding? (Boven-Onder)
  2. Zoek je verbinding of juist afstand? (Samen-Tegen)

Deze twee vragen vormen de basis van de Roos van Leary. In Figuur 1 zijn de twee dimensies van de Roos van Leary weergegeven: Boven-Onder (invloed) en Samen-Tegen (relatie).

"De Roos van Leary maakt zichtbaar welke positie mensen in een interactie innemen."

Figuur 1. De twee dimensies (Boven-Onder en Samen-Tegen) van de Roos van Leary.

Wil je deze infographic gratis downloaden in hoge resolutie en op de hoogte blijven van nieuwe artikelen over dit thema? Schrijf je dan in voor het kennisdossier 'gedragsmanagement en preventie gedragsproblemen' van de Wij-leren Academie.

Boven en Onder

De verticale as (Boven en Onder) gaat over invloed en initiatief. Wie neemt de leiding in het contact? 

  • Boven-gedrag is actief en sturend. Iemand neemt initiatief, geeft richting en beïnvloedt wat er gebeurt. In de klas zie je dit bijvoorbeeld wanneer een leraar duidelijke instructie geeft, een leerling aanspreekt op gedrag of de groep weer bij de les brengt. Ook leerlingen kunnen Boven-gedrag laten zien, bijvoorbeeld door het voortouw te nemen in een groepsopdracht of door de aandacht naar zich toe te trekken.
  • Onder-gedrag is meer afwachtend, volgend en passief. Iemand reageert op de ander in plaats van zelf te sturen. Dat zie je bij leerlingen die wachten tot ze iets mogen doen, zich aanpassen aan de groep of weinig initiatief nemen. Soms is dat rustig en meewerkend, soms ook onzeker of teruggetrokken.

Boven- en Onder-gedrag zijn niet goed of fout. In een klas heb je beide nodig. Een leraar zal vaak Boven-gedrag laten zien om de les te sturen, maar kan ook bewust ruimte geven en even ‘onder’ gaan om leerlingen zelf aan zet te laten.

"Boven- en Onder-gedrag gaan over invloed, initiatief en het nemen van regie."

Samen en Tegen

De horizontale as (Samen en Tegen) gaat over de relatie. Hoe verhoud je je tot de ander? 

Samen-gedrag is gericht op verbinding. Iemand werkt mee, toont interesse en zoekt contact. In de klas zie je dit bij een leraar die een leerling vriendelijk aanspreekt, meedenkt of ruimte geeft voor een reactie. Leerlingen laten Samen-gedrag zien wanneer ze helpen, luisteren of samenwerken.

Tegen-gedrag is meer afstandelijk of confronterend. Iemand gaat niet mee, stelt zich kritisch op of zet zich af. Dat kan heel zichtbaar zijn, bijvoorbeeld door een leerling die tegenspreekt of uitdaagt. Maar het kan ook subtieler, zoals een leerling die zucht, wegkijkt of niet reageert. Ook hier geldt: het gaat niet om goed of fout gedrag, maar om wat er gebeurt in de interactie. Tegen-gedrag kan soms nodig zijn, bijvoorbeeld om grenzen aan te geven. Tegelijk zie je in de klas vaak dat Tegen-gedrag spanning oproept en reacties uitlokt.

"In de klas roept Tegen-gedrag vaak spanning op."

Vier herkenbare gedragsrichtingen

Als je beide assen (Onder en Boven, Samen en Tegen) combineert, ontstaan vier typen gedrag (zie Figuur 2). In de praktijk zie je deze typen gedrag voortdurend terug in de klas. Bij leraren, bij leerlingen en in de wisselwerking tussen beiden. 

Figuur 2. De vier kwadranten van de Roos van Leary. 

Wil je deze infographic gratis downloaden in hoge resolutie en op de hoogte blijven van nieuwe artikelen over dit thema? Schrijf je dan in voor het kennisdossier 'gedragsmanagement en preventie gedragsproblemen' van de Wij-leren Academie. 

Boven-Samen: leidingnemend 

Dit is vaak het meest effectieve gedrag van een leraar in de klas. De leraar neemt de leiding, maar blijft in verbinding met de leerling. Uit onderzoek naar klassenmanagement blijkt dat een stijl waarin duidelijkheid en betrokkenheid samengaan, het meest effectief is. Leraren die richting geven en tegelijk interesse tonen in leerlingen, creëren een positief klimaat waarin leerlingen gemotiveerd zijn en weten waar ze aan toe zijn.

Voorbeelden:

  • duidelijke instructie geven;
  • grenzen stellen zonder te dreigen;
  • een leerling vriendelijk maar beslist aanspreken.

"Boven-Samen-gedrag combineert duidelijke leiding met betrokkenheid."

Onder-Samen: aanpassend

Dit gedrag is meewerkend en gericht op aansluiting. Leerlingen laten dit zien door te volgen, mee te doen en zich aan te passen aan de groep. Bij leraren kan dit zichtbaar worden wanneer zij veel ruimte geven, spanning vermijden of vooral reageren op wat leerlingen doen.

Voorbeelden:

  • snel instemmen;
  • afwachten wat er verwacht wordt;
  • zich aanpassen aan de groep.

"Onder-Samen-gedrag is gericht op meebewegen en aansluiten bij de ander."

Onder-Tegen: defensief

In dit kwadrant zie je terughoudend en defensief gedrag. Leerlingen trekken zich terug, haken af of laten stil verzet zien. Bij leraren kan dit zichtbaar worden in vermijden, afstand houden of minder duidelijk optreden, bijvoorbeeld door onzekerheid of irritatie die niet uitgesproken wordt.

Voorbeelden:

  • weinig zeggen, maar wel afstand houden;
  • oogcontact vermijden;
  • afhaken of mopperen.

"Onder-Tegen-gedrag kenmerkt zich door terugtrekken, vermijden en stil verzet."

Boven-Tegen: aanvallend

Dit gedrag is sturend zonder verbinding. Zowel leraren als leerlingen kunnen hier in schieten. Denk aan: druk zetten, dwingen, corrigeren vanuit boosheid of frustratie of de confrontatie zoeken. Vaak roept dit gedrag weerstand op.

Voorbeelden:

  • snauwen;
  • uitdagen;
  • scherp corrigeren.

"Boven-Tegen gedrag kenmerkt zich door druk zetten en de confrontatie zoeken."

Gedrag roept gedrag op

In de klas verlopen interacties vaak als een keten van acties en reacties. Een leerling doet iets, de leraar reageert daarop en die reactie roept weer iets op bij de leerling. Dit gebeurt razendsnel en vaak zonder dat je je daar bewust van bent. Zo kan een kleine verstoring uitgroeien tot onrust. Het zoeken naar een schuldige helpt dan weinig. Veel effectiever is het om te kijken: welk gedrag laat ik zelf zien en wat roept dat op? Je kunt het gedrag van leerlingen vaak niet direct veranderen, maar je kunt wel je eigen gedrag aanpassen. 

De Roos van Leary helpt om deze patronen zichtbaar te maken. Het model laat zien dat gedrag niet op zichzelf staat, maar bijna altijd bepaald gedrag bij de ander oproept. Daarbij spelen twee eenvoudige principes een belangrijke rol:

  • Samen roept Samen op, Tegen roept Tegen op (symmetrie-principe). 
  • Boven roept Onder op, Onder roept Boven op (complementariteitsprincipe)

"Interactie ontstaat uit een voortdurende keten van acties en reacties."

Samen roept Samen op, Tegen roept Tegen op (symmetrie-principe)

Gedrag dat gericht is op samenwerking en contact, nodigt de ander uit om ook mee te bewegen. Een rustige, open benadering vergroot de kans dat een leerling luistert of meewerkt. Bijvoorbeeld: Als leraar spreek je een leerling rustig aan → de leerling reageert meewerkend.

Het tegenovergestelde zie je ook. Irritatie, wantrouwen of een scherpe toon roepen vaak weerstand op. Een leerling die zich aangevallen voelt, gaat sneller in de tegenstand. Dat kan zichtbaar zijn in tegenspreken, uitdagen, afhaken of dichtklappen. Bijvoorbeeld: Als leraar spreek je een leerling scherp aan → de leerling gaat in discussie of trekt zich terug.

"Samen roept Samen op, Tegen roept Tegen op."

Boven roept Onder op, Onder roept Boven op (complementariteitsprincipe)

Sturend gedrag lokt vaak volgend gedrag uit. Als een leraar duidelijk de leiding neemt, gaan leerlingen eerder volgen. Dat kan rust geven in de klas. Bijvoorbeeld: Als leraar geef je duidelijke instructies → leerlingen weten wat ze moeten doen en gaan aan de slag.

Andersom gebeurt het ook. Als een leraar afwacht of onzeker overkomt, nemen leerlingen sneller het initiatief over. Ze voelen als het ware de ruimte die jij als leraar biedt. Dat kan betekenen dat zij drukker worden, grenzen opzoeken of zelf de regie pakken. Bijvoorbeeld: Als leraar blijf je vaag en twijfelend → leerlingen nemen ruimte, ze gaan zelf bepalen wat ze doen (zoals door de les heen praten).

"Duidelijk leiding nemen nodigt uit tot volgen."

Waarom dit model in de klas helpt

De klas is een sociale omgeving: gedrag volgt elkaar snel op. De patronen (Boven en Onder, Samen en Tegen) lopen vaak in snel tempo door elkaar heen. Een kleine correctie kan daarom snel uitgroeien tot een strijd. Een leerling die zich terugtrekt, kan steeds stiller worden. En een leraar die meer controle probeert te houden, kan ongemerkt steeds strenger gaan reageren. Het voelt dan alsof de situatie vanzelf escaleert, maar in werkelijkheid versterken gedrag en reactie elkaar. 

De Roos van Leary helpt om dat beter te zien. Belangrijk is dat gedrag aanpasbaar is: je kunt bewust kiezen om ander gedrag te laten zien. Daarmee kun je het patroon doorbreken en ingrijpen in de interactiepatronen in de klas.  

Het belang van gezonde interactiepatronen in de klas kan moeilijk worden overschat. Onderzoek laat zien dat interactiepatronen tussen leraar en leerling grote invloed hebben op zowel het leren als het welbevinden van leerlingen. Leerlingen die een positieve relatie ervaren met hun leraar, zijn meer gemotiveerd, werken beter mee en presteren beter. Uiteindelijk is dit ook bevorderlijk voor het werkplezier van de leraar. 

"Interactiepatronen hebben grote invloed op leren, gedrag en welbevinden."

Tot slot

In dit artikel is duidelijk geworden dat er in een klas voortdurend wordt gestuurd, gevolgd, samengewerkt en begrensd. De Roos van Leary helpt om die dynamiek te herkennen en bewuster te reageren. Het is belangrijk om te beseffen dat gedrag niet losstaat van de situatie. Wat in de ene context effectief is, kan in een andere situatie minder goed werken. Effectieve leraren beschikken over een breed gedragsrepertoire en kunnen bewust kiezen wat op dat moment nodig is. 

"De kracht van de Roos van Leary zit in het bewust kunnen kiezen van je gedrag."

In het volgende artikel staat de interactiespiraal centraal: hoe gedrag elkaar versterkt, hoe patronen ontstaan en hoe je die als leraar kunt herkennen en doorbreken.

Referenties

  • Admiraal, W. F. (1994). Reacties van docenten op aandachteisende situaties in de klas [Proefschrift, Universiteit Utrecht]. WCC.
  • Bennett, T. (2022). Regie in de klas. Phronese.
  • Bondy, E., & Ross, D. D. (2008). The teacher as warm demander. Educational Leadership, 66(1), 54–58.
  • Claessens, L. (2016). Be on my side, I’ll be on your side: Teachers’ perceptions of teacher–student relationships [Proefschrift, Universiteit Utrecht]. Utrecht University Repository.
  • Den Brok, P., Van Tartwijk, J., Wubbels, T., & Veldman, I. (2010). The differential effect of the teacher–student interpersonal relationship on student outcomes for students with different ethnic backgrounds. British Journal of Educational Psychology, 80(2), 199–221.
  • Hendrickx, M. M. H. G. (2017). The role of the teacher in classroom peer relations [Proefschrift, Universiteit Utrecht]. Utrecht University Repository.
  • Horeweg, A. (2015). Gedragsproblemen in de klas in het basisonderwijs. Lannoo Campus.
  • Leary, T. (1957). An interpersonal diagnosis of personality. Ronald Press Company.
  • Pennings, H. J. M. (2017). Interpersonal dynamics in teacher–student interactions and relationships [Proefschrift, Universiteit Utrecht]. Ipskamp.
  • Wubbels, T., Mainhard, T., Den Brok, P., Claessens, L., & Van Tartwijk, J. (2023). Classroom management at different time scales: An interpersonal perspective. In E. Sabornie & D. Espelage (Eds.), Handbook of classroom management: Research, practice, and issues (3rd ed., pp. 388–414). Routledge.
  • Wubbels, T., Den Brok, P., Claessens, L., Mainhard, T., & Van Tartwijk, J. (2025). Klassenmanagement vanuit een interpersoonlijk perspectief. Telos Uitgevers Coöperatie.
Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.