De rol van externe hulpverleners

Peter de Vries

Principal consultant bij CPS

  

p.devries@cps.nl

  Geplaatst op 1 juni 2016

Vries, P. de (2016) De rol van externe hulpverleners.
Geraadpleegd op 24-02-2017,
van http://wij-leren.nl/rol-externe-hulpverleners.php

Dit artikel is samen geschreven met Bert Wienen

Regie terug naar leraar en ouders!

Sommige leerlingen hebben extra ondersteuning of begeleiding nodig van buiten de school. Denk bijvoorbeeld aan:

  • psychologische hulp;
  • ondersteuning door een logopedist;
  • ergotherapeut;
  • fysiotherapeut;
  • of een maatschappelijk werker.

Het inzetten van externe ondersteuning kan, enerzijds, alle betrokkenen enorm helpen, maar kan, anderzijds, ook leiden tot misverstanden en conflicten: als leraar kun je je overrompeld voelen, omdat ouders ineens met een psycholoog komen of met de mededeling: “Mijn kind wordt binnenkort geobserveerd in de klas”.

Het omgekeerde komt ook voor: een hulpverlener die aan school is gekoppeld overvalt ouders na een gesprek met jou met een voorstel voor een andere aanpak en jij krijgt te maken met boze ouders. De vraag is hoe je dit soort situaties kunt voorkomen en hoe je beter kunt samenwerken.                                                     

De praktijk

Wanneer je als leraar tegen bepaalde problemen met een leerling aanloopt, dan probeer je die eerst in de klas op te lossen op basis van je eigen ervaring en kennis, bijvoorbeeld door extra aandacht te geven aan de leerling of verschillende strategieën in te zetten, zoals een beloningssysteem.

Op het moment dat je vaststelt dat je “het ook niet meer weet” is de logische volgende stap er met collega’s over te praten. Als dit ook niet helpt, dan wordt de leerling, vaak na tussenkomst van de intern begeleider of zorgcoördinator, besproken binnen een Zorgadviesteam (ZAT) waarbij alleen professionals aanwezig zijn.

Rond die tijd wordt vaak ook een overleg met ouders gepland om het probleem uit te leggen. In dit gesprek wordt het probleem gedefinieerd als;

  • ‘storend’;
  • ‘opvallend’;
  • ‘zeer veel aandacht vragend’.

Als leraar maak je aan de ouders duidelijk dat je het zelf niet meer ziet zitten of dat andere kinderen in de knel komen. Een dergelijk gesprek gaat niet zelden gepaard met spanning.

Ouders vinden het niet prettig om te horen dat het met hun kind niet meer wil op school. De samenwerking tussen jou en de ouders kan onder sterke druk komen te staan op zo’n moment. Zeker wanneer je ook nog aandringt op het inschakelen van hulp van buiten.

Het kan ook zijn dat juist ouders aandringen op deze ondersteuning van buitenaf. Aan jou wordt dan gevraagd bijvoorbeeld vragenlijsten over de leerling in te vullen. Het kan ook zijn dat de hulpverlener in de klas komt observeren en uiteindelijk een behandelplan maakt, waar jij soms wel, maar soms ook niet, mee aan de slag moet.

Is het laatste het geval, dan komt het voor dat er te weinig afstemming is over de voortgang van het traject en dat het behandelplan soms onvoldoende wordt afgestemd met de school. Als leraar kun je dan slechts vaststellen dat hulpverlening weliswaar plaatsvindt maar dat jij “zelden of nooit iets hoort”.

Marnix komt niet toe aan rekenen. Elke keer zit hij weer omgedraaid op de stoel. In de pauze spreek je met een maatschappelijk werker die aan de school verbonden is. 

Samen verzinnen jullie een plan om de aandacht van Marnix vast te houden. Het plan wordt in werking gesteld en na verloop van tijd bel je met de ouder.

Je geeft aan dat je een en ander hebt doorgesproken met de maatschappelijk werker. Vader reageert boos:

“En waarom vertel je mij dat nu pas?”

 

Wettelijke context

Twee ontwikkelingen zijn belangrijk voor het inschakelen van externe hulp in het onderwijs:

  • de invoering van passend onderwijs in 2014;
  • de nieuwe Wet op de Jeugdzorg, die per 1 januari 2015 in werking is getreden.

Belangrijk uitgangspunt van beide beleidswijzigingen is de wens om meer leerlingen, die voorheen wellicht speciaal onderwijs zouden volgen, nu dichtbij huis onderwijs te bieden op een reguliere school en de extra ondersteuning ook daar aan te bieden of in de thuissituatie of op beide locaties.

Ingewikkeld wordt het als de ondersteuning geboden wordt door disciplines waar je als leraar weinig of geen ervaring mee hebt en/of door organisaties waar je nog nooit mee hebt samengewerkt.


Misverstanden en miscommunicatie liggen dan voor het oprapen. Zeker wanneer duidelijk wordt dat de verschillende partijen eigen regels en procedures, eigen financieringsstromen en een eigen morele praktijk kennen. En meteen doemt de vraag dan op: wie heeft hier de regie?

Wie heeft de regie?

In de huidige situatie ligt die vaak bij de hulpverlening. De hulpverlener bepaalt het ritme van het behandelproces, zoekt afstemming met de school en de betrokken leraar (of niet), bepaalt de behandeldoelen (in afstemming met ouders).

Hierdoor kun je als leraar het gevoel krijgen dat de “hulpverlening de kant van de ouders kiest” of constateer je dat de “hulpverlening helemaal buiten de school om plaatsvindt”.

Van structurele samenwerking tussen school en hulpverleningsinstanties lijkt vaak geen sprake. Meestal is er vanuit de zorgstructuur van de gemeente (via een Centrum voor Jeugd en Gezin of sociale wijkteams) een vast contactpersoon en veelal spreekt deze contactpersoon voornamelijk met de intern begeleider, de zorgcoördinator of de directeur, maar niet met jou als betrokken leraar. Je krijgt soms wat tips hoe om te gaan met de leerling.

Hulpverleners en gemeenten gebruiken vaak de term ‘de school als vindplaats’ om aan te geven waar hulpverleners hun potentiële ‘cliënten’ kunnen vinden. Het nadeel van deze benadering kan zijn dat de leraar, die na de ouders het meeste met de leerling optrekt en hem of haar ook het beste kent, teveel buiten beeld blijft, niet erkend wordt als een belangrijke ander voor de leerling.

Regie terug naar de leraar en de ouders

Passend Onderwijs begint bij het terugbrengen van de regie naar de beide reguliere opvoeders:

allereerst de ouder en daarna naar jou als leraar.

Vanuit de samenwerking tussen jou en de ouder kunnen vormen van ondersteuning en begeleiding erbij gehaald worden. Als primaire opvoeders hebben jullie samen de verantwoordelijkheid voor het goed inzetten van externe hulpverleners! Dat kan er als volgt uit zien:

Kim spijbelt nu al voor de derde keer. Als mentor van Kim bel je de ouders van Kim en herinnert hen aan de afspraak:

“We zouden bij elkaar komen als één van ons het gevoel heeft tegen een probleem aan te lopen.”

Je nodigt de ouders en Kim uit voor een gesprek. Samen brainstormen jullie hoe het nu kan dat Kim spijbelt. Eén van de ideeën is dat Kim het lastig vindt om overzicht te houden.

Met elkaar wordt afgesproken om een hulpverlener in gesprek te laten gaan met de ouders van Kim en Kim zelf om er samen voor te zorgen dat Kim thuis leert hoe zij overzicht kan houden, waardoor het spijbelen stopt. 

Externe ondersteuning moet zich dus schikken naar de visie van de school en de ouders. Zowel het gezin als de school zijn ‘pedagogische oefenplaatsen’ voor het meedoen in de samenleving (Biesta, 2014).

Dit kan alleen als scholen, leraren en ouders zelf flink investeren in de samenwerking, waarbij samenwerken verder gaat dan elkaar infomeren (Ouderbetrokkenheid 3.0 genoemd). Soms doen zich problemen voor in éen van de pedagogische oefenplaatsen, vaak in beide.

Soms is dan externe ondersteuning nodig. Maar altijd onder regie van leraren en ouders. Omdat het daar gebeurt! In de klas en thuis. Het is om daarom nodig dat ook jouw school de visie en bedoeling van de school vertalen naar verwachtingen die jullie van hulpverleners hebben.

Vier praktische tips

Samengevat geven we de volgende vier tips voor het inschakelen van externe hulpverleners:

  1. Schakel als leraar (en als school) nooit een externe zorgverlener in zonder mét ouders vast te hebben gesteld dat er hulp van buiten nodig is.
  2. Externe hulpverleners dienen altijd te werken volgens de visie van de school en dus ook de die van de ouders van de school.
  3. Geen ZAT-team zonder ouders! En natuurlijk ook niet zonder jou als primair verantwoordelijke, de leraar.
  4. Crisissituaties zijn situaties waarin leerlingen acuut gevaar lopen: pas dan zijn uitzonderingen van toepassing.

Literatuur:

  • Biesta, G. (2014). Het prachtige risico van onderwijs. Culemborg: Uitgeverij Phronese.
  • De Vries, P. (2013). Ouderbetrokkenheid 3.0. Van informeren naar samenwerken. Amersfoort: CPS.

Vries, P. de (2016) De rol van externe hulpverleners.
Geraadpleegd op 24-02-2017,
van http://wij-leren.nl/rol-externe-hulpverleners.php

Gerelateerd

Communicatie met ouders
Thuis in school: samen leren begint bij communiceren
Annemieke van Nifterik
Ouderbetrokkenheid 3.0
Ouderbetrokkenheid 3.0
Peter de Vries
Ouders en onderwijs
School en ouders: samen sterker dan alleen!
Noëlle Pameijer
Het prachtige risico van onderwijs
Het prachtige risico van onderwijs – Gert Biesta
Machiel Karels
Samen sterk
Samen sterk - Ouderbetrokkenheid en schoolsucces
Arja Kerpel
Communicatie ouders
Professioneel communiceren met ouders
Korstiaan Karels
School en ouder
School en ouder, schouder aan schouder
Arja Kerpel

Tweelingen
Wat is beter voor tweelingen: in verschillende klassen of bij elkaar?
Ouderbetrokkenheid en leerresultaten
Wat is de relatie tussen ouderbetrokkenheid en leerresultaten?
Ouderportalen
Welke voor- en nadelen zien scholen, ouders en besturen in ouderportalen?
Nurture of nature
Invloed van gezin, school en docent op ontwikkeling natuurlijke talenten in het basisonderwijs
Welwillend tegenover zorgleerlingen
Ouders welwillend tegenover ‘zorgleerlingen’ in de klas
Digitaal oefenen taal rekenen vo
Digitaal oefenen en ouderbetrokkenheid bij taal- en rekenprestaties in het voortgezet onderwijs
Leraren en ouderbetrokkenheid
De rol van leraren in de effectiviteit van ouderbetrokkenheid
Ouderbetrokkenheid schoolbeleid po
Ouderbetrokkenheid bij schoolbeleid van het primair onderwijs
Ouderparticipatie nieuwe leren
Ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie op scholen met vormen van ‘nieuw leren’
Onderwijs-ouderbetrokkenheid
Onderwijs op maat en ouderbetrokkenheid
Ouderbeleid achterstandsleerlingen
Ouderbeleid in scholen met veel en weinig achterstandsleerlingen
Keuzevrijheid
Keuzevrijheid van ouders bij het onderwijs voor kinderen met beperkingen
Positie ouders binnen LGF
Positie van ouders binnen de Regeling Leerlinggebonden Financiering (LGF)
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]

Externe hulpverleners



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.