Pesten als familietrek? “Zo doen we dat bij ons…”

Ivo Mijland

trainer en coach bij Ortho Consult

 

  Geplaatst op 1 juni 2016

Mijland, I. (2016) Pesten als familietrek? “Zo doen we dat bij ons…”
Geraadpleegd op 22-02-2017,
van http://wij-leren.nl/pester-gepeste-no-blame.php

Iedereen heeft wel een jeugdherinnering aan pesten. Als pester, gepeste of toeschouwer, het kan haast niet dat je in je geschiedenis geen verhaal tegenkomt dat je als ‘pesten’ kunt bestempelen.

Toch valt het niet mee om een juiste begripsomschrijving van pesten te geven. Want wat voor de een pesten heet, is voor de ander een leuke plagerij. En wat zegt pestgedrag over de pester en de gepeste?

Een casus

Tijdens de les Engels van Gerard Franken gooit Leo de boekentas van Bram uit het raam. De leraar is des duivels en geeft Leo een fikse straf. De leraar accepteert geen pesterijen. Bram krijgt een aai over de bol, Leo wordt drie dagen geschorst. 

Een duidelijk voorbeeld. Hier wordt gepest. Dat ziet iedereen. Toch is het verdere verloop van de casus verrassend. 

In de pauze geven Bram en Leo elkaar een ‘high five’. “Heb je die rooie kop van Franken gezien? Het leek wel of hij uit elkaar spatte.” Bram vervolgt: “Je hebt me mooi teruggepakt, maat. We staan weer quitte.” Tegen een verbaasde derde klasgenoot vertellen de twee in geuren en kleuren hoe Bram tijdens het uur voor Engels een etui uit het raam gegooid had. 

Pesten is dus niet zo grijpbaar als sommigen vermoeden. Een dikke jongen die ‘bolle’ genoemd wordt, kan zich gepest voelen, een andere dikke jongen die ‘bolle’ genoemd wordt, kan als ‘bolle’ de leider van de klas zijn.

Pesten gaat dus niet altijd over de inhoud, maar vooral over het gevoel dat de woorden of daden oproepen. Het gaat ook om lichaamstaal en intonatie. Ook de tolerantiegrens speelt een voorname rol. De een is nu eenmaal eerder gekrenkt dan de ander. En ook hoe je je op het moment voelt, speelt een voorname rol.

Iemand die zich niet gelukkig voelt, omdat hij onzeker is over zijn uiterlijk, ervaart eerder pesterijen dan een zelfverzekerd iemand die ondanks zijn puisten en brilletje tevreden is over wie hij is.

Tot slot is je relatie tot de mogelijke pester van belang. Als je bij een leerling in de klas komt van wie je weet dat hij een neefje van je gepest heeft op de basisschool, kijk je anders naar deze klasgenoot dan wanneer je de leerling kent als de vrijwilliger die elke zaterdag kinderen met een verstandelijke handicap zwemles geeft, waar je zusje ook aan meedoet.

De pest van pesten is dat het niet zo eenvoudig is om de juiste diagnose te stellen. Er zijn middelen om het verschil in beeld te krijgen:

PESTEN PLAGEN
Structureel Incidenteel
Machtsverschil Geen machtsverschil
Eenrichtingsverkeer Over en weer
Destructief Constructief
Maakt ziek Maakt sterk
Vaak onzichtbaar Zichtbaar

De eerste taak van de begeleider is duidelijk krijgen wat de feiten zijn en die zo goed mogelijk interpreteren door naast je eigen waarneming te luisteren naar wat anderen ervan zeggen. Wat zien collega’s?

"Pesten is niet zo grijpbaar als vaak gedacht wordt"

Wat zien andere leerlingen en wat ziet bijvoorbeeld de conciërge in de pauze? Zodra dat je duidelijk is, kun je een plan van aanpak maken.

Pesten komt voort uit onrecht

Iedereen heeft in zijn leven te maken met onrecht. Ook pesters. Onrecht kun je niet voorkomen. Het hoort bij het leven. Onrecht kan je overkomen door het lot (je broertje is chronisch ziek, je kind wordt dood geboren,  je hebt 3000 euro schade door een fikse najaarsstorm), maar onrecht kan je ook worden aangedaan.

In een aflevering van ‘Buren’ was eens te zien hoe buurtbewoners ruzie maakten over de problemen rondom hondenpoep. De ene buur ervoer onrecht, omdat zijn zoontje elke week wel eens in de hondenpoep stapte. Hij haalde verhaal door na het zoveelste poepincident zijn buurman met hondenpoep te besmeuren. Die ervoer op zijn beurt onrecht. Wat een smerige actie was dat, zeg.

Er is sprake van vergeldend onrecht, omdat er duidelijk een verantwoordelijke aangewezen kan worden. Iemand die onrecht (door lot of door schuld) aangedaan wordt, heeft behoefte aan erkenning van dat onrecht. Onrecht roept gerechtigde aanspraak op. Iedereen die te maken heeft met onrecht, heeft behoefte aan herstel en aan ‘recht’. Dat kan plaatsvinden doordat je erkenning krijgt voor het aangedane of overkomen leed. Maar vaak zie je dat diegene die onrecht ervaart, desnoods op destructieve wijze zijn ‘recht’ haalt. Liever onrecht dan geen recht! 
 
"Geen etter en zielige gast, maar leerlingen die samen een probleem kunnen oplossen"

Door (aangedaan) onrecht ontwikkel je als vanzelf een recht op excuus en op genoegdoening. En dan komen we terug bij de pester en de gepeste. Het onrecht van de gepeste is duidelijk: hij of zij is slachtoffer van het onrecht dat de pester hem aandoet. 

De vraag is wat er gebeurd is waardoor de gepeste ruimte geeft om onrecht toe te laten. Er is ook onrecht bij de pester. De vraag die je als onderwijsinstelling niet aan je voorbij mag laten gaan, is wat voor onrecht in dit leven heeft plaatsgevonden waardoor hij overgaat tot het bewust of onbewust beschadigen van anderen.

Er kunnen drie redenen zijn voor een pester om over te gaan tot beschadigen.

  1. Het kind gebruikt het pesten om status te verwerven, om zelf sterker uit de strijd te komen. Uit onderzoek is gebleken dat mensen het belangrijker vinden om erbij te horen dan om te overleven.  Gezien worden, of je dat nu constructief (positief gedrag) of destructief (negatief gedrag) doet, is van groot belang voor schoolgaande jeugd.
  2. Het kind ervaart in zijn eigen context onrecht. Bijvoorbeeld omdat zijn ouders in scheiding liggen. Of omdat hij het nooit goed kan doen in de ogen van zijn ouders. Uit het onrecht in de thuissituatie kiest het kind voor het recht op herstel door via onrechtmatig handelen de balans te herstellen. Dat anderen daar schade door ondervinden neemt het kind op de koop toe. Aangedaan onrecht verhindert in dat geval het rechtdoen aan anderen. Het onrechtmatige gedrag wordt in dat geval gebruikt als bliksemafleider van de eigen ellende of de ellende in het gezin van herkomst.
  3. Je kunt pestgedrag vanuit het oogpunt van loyaliteit. Hij ziet thuis dat pesten een middel is om je staande te houden. Vader en/of moeder gebruikt het middel pesten om zichzelf overeind te houden. “Zo doen we dat bij ons!” is de reactie die je als begeleider krijgt van ouders van deze pesters. “Een Van Dam laat niet over zich heen lopen!” Dat anderen daardoor onrecht wordt aangedaan, wordt op de koop toegenomen.

Bij de gepeste leerlingen zijn vaak familiepatronen te herkennen.

  • Kinderen zijn uit oogpunt van loyaliteit gewillig slachtoffer als ze bij (een van de) ouders zien dat het lastig is om assertief te reageren op plagen of pesten.
  • Ouders van gepeste leerlingen kunnen zelf slachtoffer van pesten zijn geweest.

Juist het gedrag dat de leerling nu kwetsbaar maakt, is het gedrag dat die ouder vertoont en is de oorzaak van het slachtofferschap. In dat geval verschuift het aangedaan onrecht naar het ‘lot’. 

Van destructief naar constructief: weg met de schuldvraag

In de aanpak van pestgedrag op school zijn we geneigd ons te focussen op het probleem. We werken direct aan de oplossing en daar hoort in de ogen van scholen vaak alleen corrigerend optreden bij. Begrijpelijk, want met dergelijk beleid kunnen we snel het onrecht aanpakken.

Soms is het nodig om een pester te straffen om de veiligheid in de groep even te herstellen. Straffen betekent ook dat je de gestrafte serieus neemt en medeverantwoordelijk maakt voor de problemen die er zijn. Alleen als je straft in dialoog heeft het zin, omdat je dan de strafacceptatie vergroot.

Toch levert deze corrigerende aanpak meestal schijnoplossingen op. Om de simpele reden dat we op deze manier alleen het onrecht van de gepeste leerling aanpakken.

Pesten is destructief gedrag, gedrag waarmee je jezelf en/ of anderen schade toebrengt. Het heeft geen zin om het destructieve gedrag aan te pakken. Er is immers een reden voor. Alleen aandacht voor het probleem hebben geeft zogenaamde ‘ziektewinst’.

De pester wordt op het matje geroepen en wordt beloond voor zijn gedrag. Hij pest immers om aandacht te krijgen en neemt het voor lief dat die aandacht negatief van aard is. De vraag is op welke manier de pester zijn eigen onrecht rechtvaardigt als het pesten hem onmogelijk gemaakt wordt.

  • Misschien gaat hij zich buiten school crimineel gedragen?
  • Of richt hij zijn destructieve gedrag op zichzelf en kiest hij voor een extreme toevlucht in alcohol of drugs?

Het is beter om te kijken hoe je dit gedrag kunt erkennen (begrip tonen voor het feit dat een leerling dit gedrag vertoont) om vervolgens te kijken hoe je de behoefte achter het gedrag kunt omzetten in constructief gedrag (gedrag waarmee je jezelf, je medeleerlingen en de school een dienst bewijst).

Wie zo ‘ja’ zegt tegen de pester, bereikt opvallend betere resultaten dan degene die het gedrag alleen verwerpt. Gepeste leerlingen zijn bang voor de gevolgen van een open houding. Het is dus zaak om te zoeken naar het gemeenschappelijke belang.

Gelukkig zijn er op veel scholen pestprotocollen, waarin stap voor stap omschreven wordt hoe je constructief kunt optreden. Pestprotocollen bestaan uit een preventief en een curatief programma door de jaren heen voor leerlingen, medewerkers en ouders.

Van beschuldigen naar ontschuldigen

Er is een goede aanpak om recht te doen aan alle betrokkenen: ontschuldigen.

Pesten hoort bij het leven en is biologisch bepaald. In de dierenwereld zijn tal van pesterijen waar te nemen. Pesten is een natuurlijk gegeven en kun je het beste aanpakken door niet in beschuldigende woorden te werk te gaan. Bij de no blame-methode wordt het verschil tussen sterk en zwak losgelaten. Iedereen doet er toe.

Er is geen etter en er is geen zielige gast, alleen leerlingen die samen een probleem hebben dat je samen kunt oplossen. Daarbij is het van belang om overeind te houden dat iedereen okay is. Niet de persoon wordt aangepakt, maar de achtergrond van de situatie.

Er wordt gekeken:

  • hoe er erkenning gegeven kan worden aan alle betrokkenen;
  • hoe daarvoor eventuele hulpbronnen kunnen worden ingeschakeld;
  • op welke manier de partijen op constructieve wijze de dialoog kunnen aangaan. Erkenning maakt de pijn al een stuk minder. 

De ouders van Joost en Mark worden op school uitgenodigd. Joost heeft Mark tijdens de pauze een tand uit de mond geslagen. De vuistslag was de reactie op jarenlang opgebouwde frustratie rondom de sarrende Mark, die geen les onbenut liet om Joost te pesten vanwege zijn ‘vrouwelijke trekjes’.

De directie nodigt Joost, Mark en hun ouders uit voor een gesprek op school. In dat gesprek wordt slechts kort stilgestaan bij de situatie. De gespreksleider besluit snel over te gaan op het omschrijven van wat de situatie voor beide partijen betekent. Al snel blijkt dat beide partijen verantwoordelijkheid willen nemen voor hun aandeel. 

Joost vindt zijn vuistslag ontoelaatbaar, Mark kijkt niet bepaald trots terug op zijn pesterijen. Er is sprake van erkenning: erkenning voor de pijn van het pesten en erkenning voor de pijn van de tandschade.

Zodra je erkenning hebt kunnen geven, zijn gesprekspartners meer in staat om hun schulddeel te bekennen. En dan kun je verdergaan met dat waar het om draait: ontschuldigen. Want met het aanwijzen van een schuldige blijft het onrecht altijd aan de kant van de onschuldige openstaan.

En wie onrecht voelt, zal doorgaan. Winst kun je pas behalen wanneer je allemaal bereid bent om voor de zege te knokken.

Meer lezen?

  • Tussen thuis en school, Wim van Mullligen, Ard Nieuwenbroek en Piet Gieles
  • Pesten op school, Bob van der Meer 
  • Handboek Herstelrecht, Jan Ruigrok en Hans Oostrik

Mijland, I. (2016) Pesten als familietrek? “Zo doen we dat bij ons…”
Geraadpleegd op 22-02-2017,
van http://wij-leren.nl/pester-gepeste-no-blame.php

No blame-methode



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.