Ouderbetrokkenheid en constructieve communicatie 2

NoŽlle Pameijer

School-, GZ- en kinderpsycholoog NIP bij SWV Passend Onderwijs Unita

 

n.pameijer@gmail.com

  Geplaatst op 1 juni 2016

Pameijer, N. (2016) Ouderbetrokkenheid en constructieve communicatie - 2.
Geraadpleegd op 20-08-2017,
van http://wij-leren.nl/ouderbetrokkenheid-hgw-constructieve-communicatie-2.php

School en ouders op één lijn (deel 2)

In de communicatie met ouders geven tien aandachtspunten houvast. De eerste vier aandachtspunten kwamen aan de orde in ‘School en ouders samen sterk’ (deel 1). In dit tweede artikel worden de andere zes aandachtspunten besproken.

Wanneer school en ouders op één lijn zitten, bevordert dit het vertrouwen van ouders in de school en het werkplezier van leerkrachten. Samenwerken betekent meer dan elkaar informeren: ouders denken en doen mee in het onderwijs aan hun kind.

5. Gedrag op school anders dan thuis

Gedrag – vooral probleemgedrag –kan per situatie verschillen. De situaties op school en thuis verschillen sterk van elkaar. Op school bevindt een kind zich met één leerkracht en medeleerlingen in een groep. Thuis is het kind met één of twee ouders en al dan niet met broertjes/zusjes. Op school moeten kinderen zich aan andere gedragsregels houden, zelfstandig werken en samen spelen. Thuis zit een kind aan tafel, speelt alleen op diens kamer of zit achter de computer/tv. Het gedrag van een kind kan ook op verschillende momenten van de dag anders zijn, door vermoeidheid of honger bijvoorbeeld. De kans dat leerkrachten precies hetzelfde gedrag ervaren als ouders is dan ook klein.

Dit zien we terug bij gedragsvragenlijsten waarin leerkrachten en ouders – los van elkaar –aankruisen welke problemen zij met een kind ervaren (zoals brutaal, ongehoorzaam, verlegen, somber, veel ruzie). De uitkomsten hiervan kunnen zodanig uiteenlopen dat het soms om twee verschillende kinderen lijkt te gaan. Dat kinderen zich op school anders gedragen dan thuis is dus een gegeven. Als leerkracht kijk je bovendien heel anders naar je leerlingen dan ouders naar hun kind. Belevingen kunnen dus ook daardoor verschillen. Gedrag dat de één bijvoorbeeld ‘levendig’ vindt, noemt de ander ‘hyperactief’. En wat de één ‘beduusd’ noemt, vindt de ander ‘beleefd’.

Zie verschillen daarom als bespreekpunt, niet als discussiepunt. Je hoeft ouders niet te overtuigen van je gelijk (en zij jou niet). Beter is elkaar te informeren over het gedrag op school en thuis, met respect voor de beleving van de ander. Concrete voorbeelden zijn waardevol, ze illustreren een beleving en dragen bij aan een beter begrip over en weer. Een leerkracht kan recente voorbeelden geven, zoals ‘Sander heeft vandaag twee keer een andere jongen geslagen’ of ‘Anna pakte de boterham van een meisje af en at die op’. En ouders kunnen vertellen hoe hun kind zich thuis gedraagt. Als blijkt dat probleemgedrag zich thuis niet voordoet, dan is dat interessant: wat maakt dat het thuis wel goed gaat en op school niet? En omgekeerd. We gaan daarmee voor dialoog in plaats van discussie.

Voorkom een ‘welles-nietes’ discussie
Benoem de overeenkomsten en verschillen in het gedrag van het kind op school en thuis. Respecteer die verschillen. Doe je dat niet, dan kan een gesprek al snel vast lopen. De strijd aangaan of denken dat ouders een onwaarschijnlijk verhaal vertellen, verstoort de communicatie. Zo ontstaat een ‘welles-nietes’ discussie:

  • Leerkracht: ‘Ze kent de kleuren/letters/cijfers nog niet.’ Ouders: ‘Thuis lukt het anders wel, ze kan al …’
  • Ouder: ‘Hij luistert thuis voor geen meter.’ Leerkracht: ‘Op school is hij juist heel gehoorzaam.’

Een discussie is zelden zinvol en biedt weinig perspectief. Want het is onwaarschijnlijk dat de gesprekspartners elkaar zullen overtuigen. Wat het kind op school doet, doet het thuis niet. En omgekeerd. Zie deze informatie daarom als waardevol. Het bespreken ervan helpt om het gedrag van je leerling te begrijpen. Het is zinvoller om open naar elkaar te luisteren, begrip voor elkaar te tonen en samen te zoeken naar wat goed werkt en waarom. Dit blijkt uit een reactie als ‘Thuis is hij gelukkig wel sociaalvaardig, fijn. Hoe zouden we dat op school kunnen benutten?’

6. Vanuit een analyse formuleren we doelen

In een gesprek over zorgen gaan we bij handelingsgericht werken (HGW) van overzicht (wat gaat goed en wat moeilijk?) naar inzicht (analyse, hoe zou dat kunnen komen?) naar uitzicht (wat willen we bereiken en hoe?). Een doel van zo’n gesprek is om samen in kaart te brengen hoe de situatie te begrijpen is: welke kenmerken van kind, onderwijs en opvoeding spelen een rol? Deze kenmerken kunnen de ontwikkeling van de leerling stimulerendan wel belemmeren. Zodra er genoeg zicht is op de (waarschijnlijke) verklaringen, formuleren leerkracht en ouders samen doelen voor kind, onderwijs en/of opvoeding. Met als richtlijn: verander dat wat problematisch is én versterk/benut dat wat positief is.

7. Behoeften van leerling, ouders en leerkrachten

Nadat doelen voor de ontwikkeling van het kind, het onderwijs en/of de opvoeding zijn geformuleerd, bespreken we wat nodig isom deze doelen te behalen. Voor de leerling gebruiken we ‘hulpzinnen’: ‘dit kind heeft uitleg/instructie die …, feedback die …, opdrachten/activiteiten/materialen/een leeromgeving die …, andere kinderen die …, leerkrachtdie … en/of ouders die ….nodig om dit doel te behalen’.We lopen de hulpzinnen na, kiezen er één of enkeleuit en vullen deze samen in. Zo wisselen we expertise uit: onze kennis en ervaring over wat werkt bij dit kind en die van de ouders. Een ander voordeel hiervan is dat het gesprek meer gaat over wat het kind nodig heeft(de aanpak) dan over wat het kind is of heeft (de diagnose of stoornis). Dit biedt meer perspectief, zeker bij jonge kinderen, want leerkrachten en ouders kunnen danzelf iets doen om de situatie te verbeteren.

De meeste hulpzinnen betreffen het onderwijs, jij geeft als leerkracht dus aan welke tips van ouders je al dan niet kunt toepassen. Wees hierover helder, in de trant van: ‘Fijn dat jullie meedenken. Dank voor de tip om …, die ga ik toepassen. Ook dank voor de tip om …, maar die is niet haalbaar voor mij in een klas met twintig kinderen.’ De meeste ouders begrijpen dit goed, zeker als het duidelijk is dat het een kwestie van ‘niet kunnen’ is (in plaats van ‘niet willen’). Ouders kunnen je als leerkracht ondersteunen, denk aan de hulpzin ‘Om het doel … te behalen, heeft dit kind ouders nodig die …’. Het gaat hier vaak om onderwijsondersteunend gedrag, zoals ouders die een deel van de oefentijd voor hun rekening nemen of die hun kind motiveren om zich voor het beloningssysteem van de juf in te zetten. Zo ervaar je er als leerkracht niet alleen voor te staan, bundel je de krachten van onderwijs en opvoeding en zal je aanpak succesvoller zijn. Let wel: het zijn de ouders die aangeven of dit voor hun - gezien hun werk of andere kinderen – ook haalbaar is (aandachtspunt 10).

8. Kinderen zijn betrokken bij de samenwerking

School neemt een grote plaats in de wereld van jonge kinderen in. Ze brengen er gemiddeld zo’n dertig uur per week door. De meeste tijd dus, buiten het gezin. Het is belangrijk hen te betrekken in de samenwerking met hun ouders. Zij zijn immers de schakel tussen beide werelden en het gaat om hun belang. Kinderen beschikken bovendien over relevante informatie die alleen bij hen zelf is te verkrijgen: hun eigen mening. Zij kunnen ons vertellen waarover ze tevreden zijn, wat ze anders zouden willen en hoe. Eigen oplossingen van kinderen blinken vaak uit in eenvoud. Daar kunnen we ons voordeel mee doen. Een kind zal zich gemotiveerder inzetten voor zijn eigen idee dan voor het idee van een ander. Lukt het een leerling actief te betrekken bij een plan van aanpak (‘kindplan’), dan heeft hij/zij er ook meer grip op. Hiermee vergroot de kans van slagen aanzienlijk.

Eigenlijk kun je alle kinderen, ook kleuters, bij de samenwerking betrekken: voor en/of na het gesprek met hun ouders. Zo leren kinderen al van jongs af aan hun gedrag met een leerkracht te bespreken. Zo’n gesprek vergt wel het één en ander van jou als leerkracht, zoals: actief luisteren, samenvatten, doorvragen, rekening houden met de mogelijkheden en beperkingen van de leerling en tijd. Even belangrijk is je houding: warmte, geduld, respect, echtheid, inlevingsvermogen en belangstelling. Luister vanuit een open en belangstellende – niet veroordelende – houding en laat het kind zelf oplossingen bedenken. Kom dus niet te snel met je eigen oplossingen.

Het vergt ook het één en ander van de leerling, zoalsdat deze verklaringen en oplossingen kan bedenken en gemotiveerd is om zelf iets aan de situatie te doen. Voor jonge kinderen is het makkelijker om te praten als ze ondertussen bezig zijn: spelen, tekenen, knutselen of lopend over het plein. Hoe beter je hierop weet af te stemmen, des te zinvoller het gesprek. Ook hierbij kun je ouders benutten, zij kunnen hun kind op het gesprek voorbereiden door alvast een en ander te bespreken of door samen een tekening te maken van het onderwerp waarover het gesprek zal gaan. Het helpt ouders als ze beschikken over de weekplanning, daar kunnen ze dan bij aansluiten met vragen als: ‘Wat heb je vandaag geleerd over de herfst? Wat was er leuk bij het buitenspelen?’

9. Onderwijs- en ondersteuningsroute biedt houvast

Elke school heeft een onderwijs- en ondersteuningsroute met stappen die elkaar opvolgen, zoals:

  1. Een groepsbespreking waarin de groep wordt besproken;
  2. Een leerlingbespreking voor enkele leerlingen waarover vragen zijn;
  3. Een ondersteuningsteam met externe deskundigen als de situatie rondom de leerling moeilijk blijft.

Het motto van HGW luidt: ouders worden zo vroeg mogelijk in die route betrokken. Bij voorkeur nemen ze deel aan de stappen 2 en 3 zodra die ingezet worden.

Als je in de onderbouw een probleem signaleert, aarzel dan niet om ouders meteen te informeren. Een richtlijn bij twijfel is, mede op advies van de landelijke oudervereniging Balans Belang: maak ouders liever ten onrechte ongerust dan dat je hen ten onrechte gerust stelt. Dit kun je verwoorden. In het tweede geval kan kostbare tijd verloren gaan, tijd die besteed had kunnen worden aan extra ondersteuning van de leerling of extra tijd voor ouders om te wennen aan het feit dat de ontwikkeling van hun kind anders verloopt dan ze verwachtten of hoopten. In het eerste geval zal er bij het volgende gesprek goed nieuws zijn: de zorgen zijn verminderd en de doelen behaald.

Het is voor oudersbelangrijk te weten in welke stap hun kind zich bevindt, waarom, voor hoe lang en wat mogelijk een volgende stap kan zijn (transparantie). Stel dat het straks goed gaat (het doel is bereikt), blijft hun kind dan nog in de leerlingbespreking(2) of gaat het terug naar de groepsbespreking(1)? En stel dat het niet goed gaat, gaat hun kind dan door naar het ondersteuningsteam(3)? Zozijn ouders betrokken bij de route; je doorloopt het traject samen en kijkt met hen vooruit. De verwachtingen over en weer zijn helder en ouders kunnen een volgende stap alvast voorbereiden. Bijvoorbeeld door informatie op internet te zoeken of bij ouders die dit al eens eerder hebben meegemaakt.

Cruciale rol
Kortom, laat vanaf stap 1 ouders meelopen in de route, want zo verhoog je de kans op een constructieve samenwerking. Als leerkracht in de onderbouw speel je dus een cruciale rol; je bent de eerste die zorgen signaleert en mogelijk ‘slecht nieuws’ voor ouders heeft. Hoe moeilijk dit ook kan zijn, het is in het belang van kind en ouders om dit zo snel mogelijk open en eerlijk te bespreken, eventueel met ondersteuning van de interne begeleider.

10. Maak, noteer en evalueer afspraken

Rond ieder gesprek af met perspectief voor het kind, de ouders en jezelf als leerkracht: we werken naar dit doel toe en gaan dit en dat doen. Bespreek eventueel de mogelijke vervolgstap in de onderwijs- en ondersteuningsroute: ‘Als het ons lukt om …, dan … Maar als het ons niet lukt, dan kunnen we…’

Zorg voor duidelijke afspraken (met vijf componenten): wie doet wat, waarom, wanneer en hoe? Wees niet alleen duidelijk over wat voor jou als leerkracht wel/niet haalbaar is, maar vraag ook aan ouders of bepaald onderwijsondersteunend gedrag voor hen haalbaar is (aandachtspunt 7). Lukt het hen bijvoorbeeld om elke dag vijf minuten te oefenen met tellen tot 10?
Schrijf de afspraken op en maak een kopie voor ouders. Zo is duidelijk wat school en wat ouders gaan doen (of juist niet!) en kunnen jullie elkaar helpen herinneren aan de afspraken. Heel wat onnodige misverstanden zijn hiermee te voorkomen. Maak ook meteen een vervolgafspraak om te evalueren: zijn we dichter bij ons doel?

Ter afronding: de tien aandachtspunten communicatie bevorderen de samenwerking met ouders en zetten zowel de leerkracht als de ouders in hun kracht. Zo versterken ze elkaar, in het belang van het jonge kind. Kortom: Samen sterk!

Literatuur

  • Pameijer, N., Beukering, T. van & Lange, S. de (2009). Handelingsgericht werken: een handreiking voor het schoolteam. Leuven/Den Haag: Acco.
  • Pameijer, N. (2012). Samen Sterk: Ouders & School!. Leuven/Den Haag: Acco

Dit artikel is ook verschenen in HJK, november 2013

Pameijer, N. (2016) Ouderbetrokkenheid en constructieve communicatie - 2.
Geraadpleegd op 20-08-2017,
van http://wij-leren.nl/ouderbetrokkenheid-hgw-constructieve-communicatie-2.php

Gerelateerd

Doelen stellen, vorderingen bijhouden & successen vieren
Doelen stellen, vorderingen bijhouden & successen vieren
De basis voor een leergerichte focus!
Bazalt | HCO | RPCZ 
Ouderbetrokkenheid
Ouderbetrokkenheid - communicatie - educatief partnerschap
Arja Kerpel
Communicatie met ouders
Thuis in school: samen leren begint bij communiceren
Annemieke Top
Constructieve communicatie 1
Ouderbetrokkenheid en constructieve communicatie - 1
NoŽlle Pameijer
Samenwerking ouders
Leerlingsucces vraagt om samenwerking met ouders
Peter de Vries
Ouders en onderwijs
School en ouders: samen sterker dan alleen!
NoŽlle Pameijer
Educatief partnerschap
Samen leren begint bij communiceren
redactie
Coaching leerling
Wat verdieping in de zorgleerling voor u ťn de zorgleerling kan betekenen
Joop Stroes
Community bouwen
Community bouwen met ouders
Peter de Vries
Samen sterk
Samen sterk - Ouderbetrokkenheid en schoolsucces
Arja Kerpel
Communicatie ouders
Professioneel communiceren met ouders
Korstiaan Karels
School en ouder
School en ouder, schouder aan schouder
Arja Kerpel

Hoe kunnen scholen ouderbetrokkenheid vergroten?
Hoe kunnen scholen ouderbetrokkenheid versterken?
Tweelingen
Wat is beter voor tweelingen: in verschillende klassen of bij elkaar?
Ouderbetrokkenheid en leerresultaten
Wat is de relatie tussen ouderbetrokkenheid en leerresultaten?
Ouderportalen
Welke voor- en nadelen zien scholen, ouders en besturen in ouderportalen?
Nurture of nature
Invloed van gezin, school en docent op ontwikkeling natuurlijke talenten in het basisonderwijs
Welwillend tegenover zorgleerlingen
Ouders welwillend tegenover Ďzorgleerlingení in de klas
Digitaal oefenen taal rekenen vo
Digitaal oefenen en ouderbetrokkenheid bij taal- en rekenprestaties in het voortgezet onderwijs
Leraren en ouderbetrokkenheid
De rol van leraren in de effectiviteit van ouderbetrokkenheid
Ouderbetrokkenheid schoolbeleid po
Ouderbetrokkenheid bij schoolbeleid van het primair onderwijs
Ouderparticipatie nieuwe leren
Ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie op scholen met vormen van Ďnieuw lerení
Onderwijs-ouderbetrokkenheid
Onderwijs op maat en ouderbetrokkenheid
Ouderbeleid achterstandsleerlingen
Ouderbeleid in scholen met veel en weinig achterstandsleerlingen
Keuzevrijheid
Keuzevrijheid van ouders bij het onderwijs voor kinderen met beperkingen
Positie ouders binnen LGF
Positie van ouders binnen de Regeling Leerlinggebonden Financiering (LGF)
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]

Stel je onderwijsvraag

Technologie in de klas

Verkiezing onderwijscooperatie

Constructieve communicatie 2



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.