Onderwijs2032
Onderwijs2032 professionalisering Stellingen #2032 Curriculum geen visie Time-out 2032 Platform #onderwijs2032 Vreemde talen onderwijs Overdenkingen Schnabel I Nationaal curriculum
Algemeen
Schoolorganisatie Leerstofjaarklassensysteem is failliet! Kindgericht onderwijs Formatieve assessment Nederlands onderwijsstelsel Leren zichtbaar maken Onderwijsverslag 2013-2014 Schooladvies 10 vragen bij OGW Brede school Schoolopbrengsten essentie Condities buitenschoolse opvang Essential Schools Meritocratie en scholen Teamgrootte mbo In zeven stappen naar zinvol leren Leeropbrengsten gebruiken Kleine scholen Doorstroom mbo-hbo Normjaartaak Onderwijs idealisten Onderwijskansenbeleid Onderwijssysteem en creativiteit Onderwijsverslag 2012/2013 OGW in 4 niveaus Pijnpunten basisonderwijs Samenlevingsgerichte school Onderwijstijdschrift JSW Effecten brede scholen Bouwstenen verandercapaciteit Werkdrukbeleving Opgestapelde veranderingen Implementatie wet OKE Onderwijsakkoord 2013
bestuur
Functioneren LCTI Invloed sturingsdynamiek VO/MBO Luisterend bestuur
LVS
Begrip door zelftoetsen Functionele toetsvragen Update Citonormen Cito hernormering Citoscore hanteren Citoscore misverstanden Cito spelling toets 1 DTT niet formatief Formatief toetsen Formatief evalueren Leerwinst formatief toetsen Leren van toetsen GAS methodiek De inspectie gaat mank Toetsing en motivatie Kwaliteit toetsen Leerlingvolgsysteem Leren van data Toetsuitslag interpreteren Objectief beoordelen Computer Adaptieve Oefentoetsen Toetsvormen Schoolvaardigheidstoets spelling Formatief toetsen po Cito spelling toets 2 Minder standaardtesten Teaching to the test Een sober leerlingvolgsysteem Testen voor het LVS Toetsen en hulp(middelen) Waarde cito-toets Naar een goede toets Update normeringen Volgen van de ontwikkeling Voorwaarden formatieve toetsing Wegcijferen door toetsen Referentieniveaus po
LVS - DLE
Uitleg DLE DLE geschiedenis DLE kritiek weerlegd
LVS - Eindtoets
Centrale eindtoets Onderwijsinspectie eindtoets Gevolgen verplichte eindtoets Eindtoets overbodig Route 8 en IEP eindtoets Gelijke kansen Verplichting Eindtoets ongewenst Eindtoets Engels
LVS - Kleuters
Groep 1 en 2 niet toetsen Kleuters en inspectie Kleuters toetsen Kleuters zonder cito Stop de kleutertest
LVS - leestoetsen
Voorbereiden op toetsen Leesrijpheid toetsen Leesrijpheid deel 1 Leesrijpheid deel 2 Leesrijpheid deel 3 Data analyse Grip op leesbegrip Woordenschattoets
Ouders
Ouderbeleid achterstandsleerlingen Ouderparticipatie nieuwe leren Ouderbetrokkenheid schoolbeleid po Participerende ouders Studiekeuze vmbo
profiel
Dalton kernwaarden Identiteit school Marktgerichte school Open dag school School met pit School profileren Schoolprofilering Website verbeteren Schoolinterieur Social media school
Onderwijskwaliteit
Lerarenvaardigheden in gepersonaliseerd onderwijs Onderwijstijd Brede vorming Groepsgrootte Schoolgrootte Onderwijsachterstandenbeleid Kwaliteit in de klas Ontwikkeling kwaliteitszorg Kwaliteitszorg onderzoek Kwaliteitszorg po Onderwijskwaliteit po 2009 2012 Educational governance Sturen kwaliteit po Opbrengstgericht werken Overladenheid Perspectieven kwaliteit Publicatie eindtoets Streven naar kwaliteit po Onderwijsontwikkeling Visitatie onderwijs 2 Visitatie onderwijs 1
Sociaal
Sociale context scholen
Samenwerken
Lerende netwerken Duobanen
Differentiatie
Differentiëren is te leren
Leiding geven
Balans in basisbehoeften Schoolleider als hitteschild HRM schoolprestaties Visie en kernwaarden Leiderschap tonen Leidinggeven autonomie Pedagogisch leiderschap Luisteren bij leiderschap Sturen door luisteren Responsief leiderschap AOC Schoolleider als regisseur Positie schoolleider Stakeholders Teamontwikkeling Onderwijskundig leiderschap
Onderwijssysteem
Uitgangspunt van leren 21st century skills Persoonlijk leren Doorstroom groene beroepskolom Resultaten arbeidsmarkt Continurooster Kleuterverlenging Onderwijsstelsels Keuze vervolgopleiding mbo Gemeentelijke beleid Invloed kwartiertjesrooster op taakgerichtheid leerlingen Leerplan in beeld nieuwe leren po Leerlingpopulatie en resultaten Vier centrale functies onderwijs Schoolkenmerken cognitieve prestatie Ontwikkeling van kinderen bij loslaten leerstofjaarklassensysteem Adaptief onderwijs
Burgerschap
Burgerschapsonderwijs
Nieuwsbrief
Nieuwsbrief 2017 - 1 - 11
Schoolontwikkeling
Duurzaam onderwijs Beleid zwakpresterende school po Duurzame schoolontwikkeling Lokale Educatie Agenda LEA Organiseren gepersonaliseerd leren Gepersonaliseerd leren Kwaliteitszorg po Kwaliteitszorg innovatie Leernetwerken po Leeromgeving De lerende school Onderwijs- en schoolontwikkeling Ontwikkelen van wijsheid
Beroepsonderwijs
Aansluiting overgangen po/vo en vmbo/mbo Werken en leren Formatieve beoordeling docenten Verpleegkundig onderwijs evalueren Ontwikkeling vakmanschap Publieke waarde MBO Groene mbo duurzaamheid
Problemen
Onderwijsachterstandenbeleid periode 2005 2009 Onderwijsachterstanden OAB Onderwijsachterstanden 1988 2002 Onderwijsachterstandenbeleid vve/po
VO en MBO
groepsgrootte werkbeleving docenten effecten studenten mbo Wetenschapsoriëntatie Integratie wiskunde Passend Onderwijs IMPROVE methode metadenken Nederlands leerprestaties Motivatie leerlingen Motivatie onderwijs in groepen Motivatie onderbouw vo Professionele leergemeenschappen Professionele leergemeenschappen Schoolkeuze havo/vwo Management en organisatie Motivatie verhogen TIME Wiskundige denktactiviteit Leren van teksten Heterogene brugklas
VVE
Aansluiting VVE en schoolloopbaan Beleid onderwijsachterstanden PO Onderwijsachterstandenbeleid Effecten vroegschoolse educatie Gemeenten schoolbesturen Effectiviteitskenmerken Doelgroepkinderen
Passend onderwijs
Onderwijszorgroute Clusteren van leerlingen Integratie Downsyndroom Vroegtijdig verwijzen Handelingsgericht passend onderwijs Instrumenten passend onderwijs Integratie onder Rugzak beleid OPP en IQ Rugzakbeleid LGF Luc Stevens over passend onderwijs Onafhankelijkheid CvI s Kwaliteit met NSCCT Ontwikkeling voorwaarden Ontwikkelingsperspectief OPP als groeimodel Regionale Expertise Centra Passend onderwijs Brede school en integratie Integratieklas ZML Kengetallen vervolgmeting Inzet klassenassistent Leerkracht en Passend Onderwijs Passend onderwijs VO Regionale ontwikkeling Ruimte voor leraren Zorgstructuren po/vo Aanpak po/vo Bureaucratie leerlingenzorg Weer Samen Naar School Toelaatbaarheid
Engels
Tweetalig onderwijs TTO schoolprestaties
Arbeidsvoorwaarden
Functiemix en salaris
ICT
digitale geletterdheid mediawijsheid computervaardigheden praktijkonderwijs

 

Ontwikkeling van en voorwaarden voor Passend onderwijs

Geplaatst op 1 juni 2016

Dit onderzoek naar Passend Onderwijs bestaat uit vier delen (zie de gerelateerde projecten hieronder):

  • Ontwikkeling van en voorwaarden voor Passend onderwijs
  • Regionale ontwikkeling van Passend Onderwijs
  • Pedagogisch-didactisch handelen en Passend Onderwijs
  • Hulpstructuur rond de leraar bij Passend Onderwijs

Er hebben hieraan zes samenwerkingsverbanden voor primair onderwijs deelgenomen. De onderzoeken omvatte de volgende activiteiten:

  • literatuurstudie;
  • verzamelen en analyseren van relevante documenten van de samenwerkingsverbanden en van kengetallen van scholen en samenwerkingsverbanden;
  • houden van vraaggesprekken met 26 sleutelpersonen op bovenschools niveau;
  • afname van een korte vragenlijst bij sleutelpersonen op bovenschools niveau;
  • afname van een enquête bij 150 interne begeleiders;
  • afname van een enquête bij 695 leerkrachten, inclusief ‘vignetten-onderzoek’;
  • uitvoeren van lesobservaties in 52 scholen (103 groepen);
  • uitvoeren van gevalsstudies met betrekking tot het onderwijs aan leerlingen met leerproblemen en aan leerlingen met gedragsproblemen (69 leerlingen).

Een groot deel van de dataverzameling heeft in de eerste helft van 2012 plaatsgevonden. De onduidelijkheid in het beleid rond Passend onderwijs in die periode kan enige invloed op de enquêteresultaten hebben gehad.

De resultaten van de vier delen zijn samengevoegd in het rapport ‘Op de drempel van Passend onderwijs’. Hierin is een opdeling gemaakt naar niveau: bovenschools, school, klas en leerkracht. Uit de samenvatting van dit rapport:

Bovenschools niveau

Er zijn aanzienlijke verschillen tussen de zes samenwerkingsverbanden die aan het onderzoek hebben deelgenomen. Die verschillen betreffen niet alleen organisatorische aspecten, zoals de omvang en het aantal deelnemende besturen, maar ook de invulling van de rol van het samenwerkingsverband. Sommige schoolbesturen trekken zoveel mogelijk naar zich toe, waardoor de ruimte voor het samenwerkingsverband klein wordt. Dergelijke verschillen zijn ook te zien in de positie en bevoegdheden van de coördinator van het verband. Enkele samenwerkingsverbanden beschikken over een uitgebreide bovenschoolse ondersteuningstructuur, waarin een zorgplatform een belangrijke functie vervult. Medewerkers daarvan geven onder meer adviezen en begeleiding in de scholen. In één van de samenwerkingsverbanden wordt het uitgangspunt gehanteerd dat een uitgebreide bovenschoolse ondersteuningsstructuur onwenselijk is. Het daardoor uitgespaarde budget kan worden ingezet om de kwaliteit van onderwijs en ondersteuning in de scholen te verhogen. Dit is het enige van de zes verbanden waar geen preventieve ambulante begeleiding beschikbaar is. Problematiek van leerlingen kan worden besproken in zorgadviesteams (ZAT’s), waarna zo nodig jeugdzorg en/of schoolmaatschappelijk werk kan worden ingezet. In een aantal verbanden is er een directe koppeling tussen het ZAT en de permanente commissie leerlingenzorg (PCL) of het zorgplatform. De meerderheid van de interne begeleiders is positief over de adviezen van het ZAT en over de bijdrage daarvan aan de hulpverlening. In de scholen wordt volgens de interne begeleiders vooral gebruik gemaakt van ondersteuning door een orthopedagoog, logopedist, schoolmaatschappelijk werk, schoolbegeleiders en ambulante begeleiders vanuit de regionale expertisecentra. Van de leerkrachten geeft een derde aan preventief ambulante begeleiding te krijgen en eveneens een derde ambulante begeleiding vanuit een regionaal expertisecentrum. De helft van de leerkrachten krijgt ondersteuning van een orthopedagoog en twee derde van een schoolbegeleider. De leerkrachten die ondersteuning krijgen, voelen zich daardoor in het algemeen ook daadwerkelijk ondersteund. Veel deelnemers aan de gesprekken geven aan dat er grote verschillen tussen scholen zijn in de mogelijkheden op het gebied van onderwijs aan zorgleerlingen. De verantwoordelijkheid voor kwaliteitszorg en deskundigheidsbevordering ligt bij de schoolbesturen. De ruimte die het samenwerkingsverband krijgt om hierop invloed uit te oefenen, hangt af van de schoolbesturen. In een aantal samenwerkingsverbanden zijn afspraken gemaakt om gezamenlijk handelingsgericht werken in te voeren. De uitwerking van die afspraak kan echter van schoolbestuur tot schoolbestuur verschillen. Het monitoren van de kwaliteit beperkt zich in het ene samenwerkingsverband tot het verzamelen van kengetallen over aanmeldingen bij de PCL en verwijzing, terwijl in andere verbanden functionarissen van het verband met de scholen in gesprek gaan over het onderwijs aan zorgleerlingen. Via netwerken van schoolleiders en van interne begeleiders communiceren de samenwerkingsverbanden met de scholen en peilen zij de behoefte aan professionalisering. In een aantal gevallen functioneren deze netwerken op bestuursniveau in plaats van op het niveau van het samenwerkingsverband. Van Passend onderwijs verwacht men vooral dat basisscholen meer zicht krijgen op hun eigen mogelijkheden en beperkingen rond onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, dat hun deskundigheid op dit gebied zal verbeteren, dat deze leerlingen beter ondersteund worden, dat er meer samenwerking komt tussen basisscholen en speciaal onderwijs en tussen onderwijs en zorginstellingen en dat budgetten doelmatiger worden besteed. De meerderheid verwacht meer flexibiliteit in het toewijzen van extra zorg en afname van verwijzing naar speciaal (basis)onderwijs. Op tal van punten zijn de meningen verdeeld, zoals over de mogelijkheden voor ouders om zelf een school te kiezen, over bureaucratie bij het toewijzen van extra ondersteuning aan leerlingen en over thuiszitters. Er is zorg over bezuinigingen, schaalvergroting, en de vraag hoe men in een groter samenwerkingsverband kan behouden wat is opgebouwd en of de besturen in de toekomst (nog) meer naar zich toetrekken.

Schoolniveau

Op vrijwel alle scholen geven de interne begeleiders aan dat de basiselementen van een goede ondersteuningsstructuur aanwezig zijn. Dit betreft onder meer het volgen en analyseren van leerprestaties en het afstemmen van het onderwijs op de uitkomsten daarvan, het opstellen van individuele handelingsplannen en van groepsplannen en het regelmatig evalueren van de effecten hiervan, schoolbrede afspraken over differentiatie en overdracht van informatie over de leerling bij wisseling van groep en over het onderhouden van contacten met de ouders van zorgleerlingen. Minder frequent toegepaste maatregelen zijn het volgen van de sociaal-emotionele ontwikkeling, het vastleggen van te behalen (tussen)doelen, het voeren van leerlingbesprekingen waarbij alle leerlingen aan bod komen en het vastleggen van doelen voor specifieke groepen leerlingen. Knelpunten zijn er volgens interne begeleiders vooral bij het opstellen en in de lespraktijk integreren van groepsplannen en van individuele handelingsplannen. Meer in het algemeen vinden veel intern begeleiders het afstemmen van de onderwijsaanpak op individuele leerlingen nog (enigszins) een knelpunt, evenals het toepassen van de cyclus van planmatig werken en het werken volgens vaste protocollen. Volgens twee derde van de intern begeleiders vinden leerkrachten lesgeven op verschillende niveaus een uitdaging. Intern begeleiders maken zich echter zorgen over de belasting die het lesgeven aan zorgleerlingen voor leerkrachten met zich meebrengt en over de druk die de aanwezigheid van zorgleerlingen legt op de niet-zorgleerlingen. Over competenties van hun leerkrachtenteam als geheel denken de interne begeleiders veelal positief. Punten die voor verbetering vatbaar zijn, zijn het vermogen tot planmatig handelen, het vermogen om onrustige klassen te hanteren en gedragsproblemen te voorkomen door aangepaste opdrachten te geven en de kennis van remediërende materialen of aanpakken. Interne begeleiders zijn positief over hun eigen vaardigheden op het gebied van leerlingenzorg. Zij zijn iets minder zeker over hun vaardigheid in adviseren/begeleiden bij het omgaan met sociaal-emotionele en gedragsproblemen en het zelf stellen van diagnoses en zij zijn onzeker over hun vaardigheden in het begeleiden van leerkrachten bij weinig voorkomende zorgvragen. Functioneringsgesprekken, gevolgd door afspraken over verdere ontwikkeling van competenties, en klassenbezoek met nabespreking door de interne begeleider of de schoolleider zijn algemene praktijk in de scholen. Dat leerkrachten bij elkaar gaan observeren in de klas is minder gebruikelijk en lang niet alle scholen hebben een professionaliseringsplan. Coaching van individuele leerkrachten en georganiseerde vormen van intervisie komen weinig voor. Beperkingen of belemmeringen als faalangst, adhd, autisme, sociaal-emotionele problemen, dyslexie of dyscalculie leveren volgens de ib’ers op weinig scholen problemen op. Scholen voorzien overwegend problemen bij het plaatsen van leerlingen met visuele of auditieve beperkingen of ernstige verstandelijke beperkingen, met name het syndroom van Down. Wat meer verdeeld zijn de meningen over lichamelijke beperkingen, ernstige spraak- en taalmoeilijkheden, psychiatrische problematiek en opstandig en/of antisociaal gedrag. De ambities liggen over het algemeen iets hoger dan wat nu gerealiseerd wordt, maar het algemene beeld is hetzelfde. De meeste scholen geven aan dat zij de meeste zorgleerlingen toelaten, maar ouders doorverwijzen als er specifieke vormen van hulp nodig zijn die zij echt niet kunnen bieden. Afspraken met andere scholen over het plaatsen van zorgleerlingen zijn er volgens meer dan de helft van de interne begeleiders (nog) niet. Interne begeleiders verwachten vooral dat Passend onderwijs een grotere werkdruk zal opleveren en dat scholen meer zullen moeten gaan doen met minder geld. Positieve verwachtingen zijn dat de deskundigheid van leerkrachten in het omgaan met zorgleerlingen zal toenemen en dat het ondersteuningsprofiel van de school duidelijker zal worden. Over het geheel genomen valt vooral op hoe weinig eensluidend de verwachtingen van ib’ers rond Passend onderwijs zijn.

Leerkracht- en klasniveau

Leerkrachten vinden zorgleerlingen zowel de verantwoordelijkheid van hen zelf als van het hele schoolteam. Ze raadplegen elkaar ook regelmatig over de aanpak van zorgleerlingen. Het vertrouwen in eigen kunnen is bij leerkrachten behoorlijk hoog. Zij zijn gemiddeld nog iets positiever over hun eigen competenties dan de interne begeleiders. Leerkrachten geven slechts zelden aan iets niet te kunnen en zeggen ook niet vaak iets ‘deels’ te kunnen. De meerderheid vindt het lesgeven op verschillende niveaus en het lesgeven aan zorgleerlingen een uitdaging en is van mening dat zorgleerlingen in hun klas goed op hun plek zitten. Er is echter ook een vrij grote groep die vindt dat hun grens bereikt is wat betreft zorgleerlingen en die het onderwijs aan deze leerlingen een zware belasting vindt. Ook zijn er vrij veel leerkrachten die er niet zeker van zij dat zij zorgleerlingen kunnen bieden wat zij nodig hebben. Eén op de vijf leerkrachten voelt zich echt overbelast. Naar de zorgcapaciteit van de leerkracht is op twee manieren onderzoek gedaan: door hen in algemene zin te vragen welke type leerlingen ze goed kunnen opvangen in hun eigen groep en door hen een aantal op vignetten beschreven denkbeeldige leerlingen voor te leggen, variërend in type beperking en in zwaarte van hun problemen. Daarbij moesten de leerkrachten per leerling aangeven of ze deze in hun eigen groep zouden kunnen opvangen (zonder extra steun, met extra steun of helemaal niet). In de vragenlijst geven leerkrachten aan het beste overweg te kunnen met leerlingen met dyslexie, faalangst, dyscalculie, sociaal-emotionele problemen en adhd. Iets moeilijker vinden ze leerlingen met lichamelijke handicaps en autistische stoornissen. Het moeilijkst achten ze leerlingen met visuele of auditieve handicaps, psychiatrische problemen, antisociaal gedrag, spraak- en taalmoeilijkheden en ernstige leermoeilijkheden, een verstandelijke beperking of het syndroom van Down. Het vignettenonderzoek bevestigt dit beeld. Daarin is ook gevraagd waar de beschreven leerlingen het beste af zou zijn. Twaalf van de voorgelegde dertien zorgcategorieën zijn volgens een meerderheid van de leerkrachten het beste af op de gewone basisschool, soms alleen wanneer leerlingen daarmee in lichte mate te maken hebben (visuele handicaps, auditieve handicaps, autisme en agressief gedrag), maar ook zeven maal wanneer er sprake is van middelmatig zware problemen en zelfs vier maal bij zware problemen. De categorie Downsyndroom is de enige categorie die volgens een meerderheid van de leerkrachten niet op de gewone basisschool thuishoort. Uit de enquête blijkt dat vier vijfde met groepsplannen werkt en drie vijfde met individuele handelingsplannen. Differentiatie gebeurt vooral via verlengde instructie aan en begeleide inoefening bij zwakkere leerlingen. De meeste leerkrachten gebruiken specifiek materiaal voor leerlingen met leerproblemen en computers voor individueel oefenen en individuele hulp. Vrijwel allen maken gebruik van (gestandaardiseerde) toetsen, maar het is slechts bij weinigen gebruikelijk om de resultaten daarvan (al dan niet samen met de interne begeleider) te analyseren. Extra hulp wordt zoveel mogelijk in de klas geboden. Leerkrachten overleggen relatief veel met de ouders van zorgleerlingen en maken afspraken over wat ouders thuis kunnen doen en over afstemming van de aanpak thuis en op school. Bij de lesobservaties krijgen de leerkrachten hoge scores op de aspecten die horen bij sociaal-motivationele ondersteuning (goede sfeer creëren, sensitief reageren) en bij een goede organisatie in de klas (gedrag reguleren, leertijd benutten, instructie-aanpakken). Er wordt dus vrij goed ondersteuning geboden aan de kinderen, een variatie aan werkwijzen en materialen gehanteerd, duidelijke leerdoelen gesteld en actieve betrokkenheid van het kind gerealiseerd. Mindere resultaten zijn er bij de drie aspecten die horen bij de kwaliteit van de instructie (begripsontwikkeling, kwaliteit van feedback en stimuleren van taalontwikkeling). Vooral het stimuleren van begripsontwikkeling scoort relatief laag. Verreweg de meeste leerkrachten tonen zich tevreden over de steun die ze ervaren vanuit de interne zorgstructuur op hun school/van hun interne begeleider. Steun bij de aanpak van leer- en gedragsproblemen ervaren zij vooral van hun interne begeleiders en van collega’s en in iets mindere mate van ouders. De hoogste scores voor steun van externen zijn er bij schoolbegeleiders en orthopedagogen. De meeste behoefte aan ondersteuning hebben zij bij het omgaan met gedragsproblemen en hoogbegaafdheid, gevolgd door problemen in de sociaal-emotionele ontwikkeling. Nascholing op het gebied van omgaan met zorgleerlingen is door ongeveer een derde tot de helft van de leerkrachten gevolgd, afhankelijk van het onderwerp. Het meest genoemd wordt nascholing in handelingsgericht werken/1-zorgroute. Van Passend onderwijs verwachten leerkrachten vooral meer werkdruk en dat ze meer zullen moeten doen voor minder geld. Ook denkt een grote meerderheid dat er minder kinderen verwezen zullen worden. Andere verwachtingen zijn dat er een helder ondersteuningsprofiel van de eigen school komt en dat de deskundigheid in het omgaan met zorgleerlingen zal toenemen. Uit de gevalsstudies blijkt dat leerkrachten in het basisonderwijs de besproken zorgleerlingen (vaak met een combinatie van leer- en gedragsproblemen) sterker als belasting voelen dan in het speciaal (basis)onderwijs, terwijl bij laatstgenoemde leerlingen vaker sprake is van meervoudige problematiek. De leerlingen krijgen op verschillende manieren extra steun, waarbij ‘aandacht geven’ voorop staat, naast een combinatie van andere strategieën. Zowel leerkrachten als ouders zijn in de meeste gevallen positief over de onderlinge contacten en afspraken. Doorgaans is er ook dezelfde visie op de problematiek. De meeste ouders zijn tevreden over het effect van de geboden hulp. Bij ouders van leerlingen in het speciaal (basis)onderwijs is die tevredenheid sterker dan bij ouders van zorgleerlingen in het basisonderwijs. Over Passend onderwijs weten de ouders nog niet veel, maar de vrees bestaat wel dat er minder geld en hulp zal zijn dan nu, met negatieve effecten voor het kind. Uit de multiniveau-analyses blijkt dat leerkrachten minder mogelijkheden zien om leerlingen met de in de vignetten beschreven problematiek in hun klas onderwijs te geven als het aantal leerlingen in de klas groter is en/of het aandeel zorgleerlingen in de klas groter is. Een grotere zorgcapaciteit gaat samen met positievere attitudes ten aanzien van onderwijs aan zorgleerlingen en het gevoel competent te zijn in het aansluiten bij cognitieve verschillen tussen leerlingen. De analyses laten ook zien dat leerkrachten eerder aan de grens zitten wat betreft het onderwijs aan zorgleerlingen als zij in een grotere klas lesgeven en/of er een hoger percentage zorgleerlingen in de klas is. Een gevoel van hoge belasting gaat samen met negatievere attitudes ten aanzien van het onderwijs aan zorgleerlingen. In grotere scholen en in scholen waar de interne begeleider positief is over de mogelijkheden van de school in onderwijs aan zorgleerlingen voelen leerkrachten zich significant minder zwaar belast. Een andere uitkomst van de multiniveau-analyses is dat het gevoel zorgleerlingen te kunnen bieden wat nodig is, bij leerkrachten vooral samen gaat met de eigen inschatting competent te zijn in het omgaan met cognitieve verschillen en met de mate waarin zij het lesgeven aan zorgleerlingen als uitdaging beschouwen en met de steun die zij van de interne begeleider ervaren. Daarnaast zijn de attitudes ten aanzien van de opvang van leerlingen met een verstandelijke beperking in het reguliere onderwijs, de mate waarin de leerkracht leerlingen van verschillend niveau laat samenwerken en de mate waarin de leerkrachten zich competent voelen in het omgaan met leerlingen met gedragsproblemen van belang. Op schoolniveau bleek dat leerkrachten minder sterk het gevoel hebben dat zij zorgleerlingen kunnen bieden wat nodig is, als er meer knelpunten zijn bij de inzetbaarheid van externe ondersteuning.

Deze tekst is overgenomen uit de samenvatting van het eindrapport; zie bij Publicatie(s) hieronder.

Details van het onderzoek

  
NWO-projectnummer:  413-09-150
Titel onderzoeksproject:  Ontwikkeling van en voorwaarden voor Passend onderwijs
Looptijd:01-11-2009 tot 26-03-2014

Projectleider(s)

Naam Instelling E-mail
Dr. E.F.L. Smeets Radboud Universiteit Nijmegen e.smeets@its.ru.nl
Drs. M.F.G. Derriks Universiteit van Amsterdam H.Derriks@uva.nl

Publicatie(s)

Relevante links(s)

Gerelateerde projecten

[Bron: Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO)]

Ontwikkeling voorwaarden



Inschrijven nieuwsbrief


Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.