Edufinity verzorgt weer de opleiding Intern begeleiden als kwaliteitscoördinator

Nederlands als tweede taal aanleren in het basisonderwijs

Geplaatst op 23 september 2020

Taalontwikkeling van NT2-leerlingen versterken met digitale middelen

In het Nederlandse onderwijs groeit het aantal leerlingen voor wie Nederlands niet de eerste taal is. Deze NT2-leerlingen beginnen vaak met een taalachterstand, vooral in woordenschat, wat hun kansen op schoolsucces kan beperken. Zowel ouders als leerkrachten kunnen een belangrijke rol spelen in het stimuleren van hun taalontwikkeling, zeker wanneer gebruik wordt gemaakt van effectieve, digitale hulpmiddelen.

Woordenschat in twee talen: het belang van L1 én L2

De woordenschatontwikkeling van NT2-leerlingen is gebaat bij stimulering in zowel de eerste taal (L1) als de tweede taal (L2, het Nederlands). Onderzoek toont aan dat een sterke basis in de moedertaal het leren van een tweede taal ondersteunt. Taalontwikkeling is geen geïsoleerd proces, maar vindt plaats in betekenisvolle en veilige contexten waarin veel interactie is.

Voorlezen speelt hierin een centrale rol. Door regelmatig boeken te lezen met jonge kinderen, thuis en op school, wordt de taalproductie gestimuleerd, groeit de woordenschat, en ontwikkelen kinderen een beter tekstbegrip. Leerkrachten doen er daarom goed aan aandacht te besteden aan de thuistaal van het kind en deze ook in de klas te waarderen. Het combineren van voorlezen in L1 en L2 versterkt het effect. Platforms als leesplein.nl bieden een overzicht van meertalige prentenboeken die hierbij kunnen ondersteunen.

Digitale leermiddelen: kansen en aandachtspunten

Om taalachterstanden aan te pakken maken scholen steeds vaker gebruik van digitale leermiddelen. Dat is begrijpelijk: veel programma’s bieden een adaptieve leerroute, visuele ondersteuning en feedback op maat. Toch zijn niet alle digitale middelen even effectief, zeker niet voor NT2-leerlingen.

Effectieve digitale hulpmiddelen kenmerken zich door een goede afstemming tussen tekst, beeld en geluid. Wanneer verbale en non-verbale elementen goed op elkaar aansluiten, ontstaat er een krachtige leerervaring. Een bekend voorbeeld zijn geanimeerde prentenboeken waarin beeld, gesproken tekst en ondersteunende geluiden samenwerken. Dergelijke boeken helpen NT2-leerlingen om woordbetekenissen beter te begrijpen en vast te houden, omdat ze via meerdere zintuigen tegelijk worden aangeboden.

Wat werkt wél?

Onderzoek wijst uit dat geanimeerde boeken het begrip van verhalen en de taalvaardigheid van NT2-leerlingen kunnen verbeteren, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan:

  • Samenhang tussen modaliteiten: Non-verbale elementen (beeld, animatie, geluid) moeten logisch aansluiten op de gesproken of geschreven tekst. Alleen dan ondersteunen ze het begrip.
  • Herhaling: Het meermaals bekijken of beluisteren van hetzelfde digitale boek (idealiter vier tot vijf keer) blijkt bijzonder effectief. Kinderen krijgen zo meer grip op de inhoud en onthouden nieuwe woorden beter.
  • Begeleiding door volwassenen: Digitale leermiddelen zijn geen vervanging van de leerkracht. Taalwinst treedt vooral op wanneer een volwassene actief meeleest, vragen stelt of het kind aanmoedigt.
  • Beperkte interactie: Programma’s met veel interactieve functies (zoals hotspots, digitale spelletjes of klikopties) kunnen de aandacht van NT2-leerlingen juist afleiden. Zelfs als de inhoud relevant is, werkt het vaak verstorend.

Kritische blik op adaptieve programma’s

Niet elk digitaal programma is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Leerkrachten maken in de praktijk vaak keuzes op basis van intuïtie of gebruikservaring. Toch is het belangrijk om kritisch te kijken naar de onderliggende didactiek.

Een goed digitaal programma voor NT2-leerlingen:

  • Sluit inhoudelijk aan op het onderwijsaanbod
  • Stimuleert herhaald gebruik, bijvoorbeeld door beloningen of een motiverende verhaallijn
  • Bevat duidelijke instructies, eventueel ook in de thuistaal van het kind
  • Bevat feedback die niet enkel corrigeert, maar ook ondersteunt en uitdaagt
  • Is eenvoudig in gebruik, zodat het kind zich op de inhoud kan richten

 

Samenwerking met ouders

Voor NT2-leerlingen is ouderbetrokkenheid extra belangrijk. Ouders spreken vaak een andere taal dan het Nederlands en voelen zich soms onzeker over hun rol in het leerproces. Toch kunnen zij, juist door in de eigen taal met hun kind te praten en te lezen, bijdragen aan diens taalvaardigheid in het Nederlands.

Scholen kunnen ouders hierbij ondersteunen door:

  • Meertalige boeken beschikbaar te stellen (bijvoorbeeld via de bibliotheek of schoolcollecties)
  • Tips te geven over voorleesmomenten thuis
  • Uitleg te geven over het belang van thuistaalstimulering
  • Digitale middelen te introduceren die thuis gebruikt kunnen worden, met instructies in begrijpelijke taal

Praktijkvoorbeelden

  1. Gebruik van Bereslimme Boeken: Leerkrachten in onderbouwgroepen gebruiken geanimeerde boeken van Bereslim in kleine kring. Na klassikaal kijken, mogen kinderen zelfstandig het verhaal herhalen. Leerkrachten begeleiden het kijken en stellen vragen als: “Wat gebeurt hier?” of “Hoe zie je dat?”
  2. Meertalig voorleesuurtje: Op sommige scholen worden ouders betrokken bij een wekelijks voorleesmoment waarin zij in hun eigen taal een prentenboek voorlezen. Daarna leest de leerkracht het boek in het Nederlands voor. Kinderen herkennen het verhaal en woorden gemakkelijker in beide talen.
  3. Digitale routine in de klas: In een NT2-rijke kleutergroep wordt dagelijks gewerkt met een digitale taalapp waarbij telkens dezelfde woorden herhaald worden in speelse context. De leerkracht kiest bewust een programma zonder afleidende spelletjes.

Conclusie

NT2-leerlingen hebben baat bij een krachtige combinatie van talige interactie, herhaalde blootstelling aan nieuwe woorden en multimedia die aansluiten bij hun leefwereld. Digitale leermiddelen kunnen hierin een waardevolle rol spelen, mits zij zorgvuldig worden gekozen en begeleid. Zowel thuis als op school zijn er mogelijkheden om taalontwikkeling in twee talen te stimuleren. Voorlezen, praten en samen ontdekken vormen de basis – digitaal én analoog.

Tabel: Belangrijke succesfactoren voor digitale taalontwikkeling bij NT2-leerlingen

Factor

Beschrijving

Inhoudelijke samenhang

Verbaal en non-verbaal materiaal sluiten op elkaar aan

Beperking van interactieve afleiding

Geen overdaad aan klikbare of speelse elementen

Herhaling en vertrouwdheid

Meerdere keren dezelfde input verhoogt effectiviteit

Volwassenbegeleiding

Leerkracht of ouder ondersteunt het gebruik en stimuleert interactie

Aandacht voor thuistaal

Positieve benadering van moedertaal stimuleert bredere taalontwikkeling

Motiverende elementen

Kind wordt uitgenodigd om herhaaldelijk met het materiaal te werken

Geraadpleegde bronnen

  • Bus, A. G., Takacs, Z. K., & Kegel, C. A. T. (2014). Affordances and limitations of electronic storybooks for young children’s emergent literacy. Developmental Review. Advance online publication. doi:10.1016/j.dr.2014.12.004 Centraal Bureau voor de Statistiek (2016). Bevolking; generatie, geslacht, leeftijd en herkomstgroepering, 1 januari. Gevonden via: http://statline.cbs.nl/statweb/publication
  • Cummins, J. (2003) Bilingual education. Basic principles. In J.-M. Dewaele, A. Housen and Li Wei (eds.), Bilingualism: Beyond Basic Principles. Multilingual Matters, pp. 56–66.
  • Emmelot, Y., Schooten, E. J., & Timman, Y. (2000). Wat weten we?: een literatuurstudie naar empirisch onderzoek gericht op het onderwijs Nederlands als tweede taal in het basisonderwijs. SCO-Kohnstamm Instituut.
  • Leseman, P.P.M. (2000). Bilingual vocabulary development of Turkish preschoolers in the
  • Netherlands. Journal of Multilingual and Multicultural Development, 21, 93–112. doi: 10.1080/01434630008666396
  • Korat, O. (2009). The effects of CD-ROM storybook reading on children’s emergent
  • literacy as a function of age group and repeated reading. Education and Information
  • Technologies, 14, 39-53. doi:10.1007/s10639-008-9063-y
  • Mayer, R. E. (2005). Principles for reducing extraneous processing in multimedia learning:
  • coherence, signaling, redundancy, spatial contiguity, and temporal contiguity principles.
  • In R. E. Mayer (Ed.), The Cambridge handbook of multimedia learning. New York, NY:
  • Cambridge University Press.
  • McKenney, S., & Voogt, J. (2009). Designing technology for emergent literacy: The PictoPal initiative.
  • Computers & Education, 52, 719-729. doi: 10.1016/j.compedu.2008.11.013
  • Mol, S. E., & Bus, A. G. (2011). To read or not to read: a meta-analysis of print exposure from infancy
  • to early adulthood. Psychological bulletin, 137(2), 267. doi: 10.1037/a0021890
  • Roberts, T. A. (2008). Home storybook reading in primary or second language with preschool children: Evidence of equal effectiveness for secondâ€Âlanguage vocabulary acquisition. Reading Research Quarterly, 43(2), 103-130. doi10.1598/RRQ.43.2.1/enhanced/exportCitation/ doi/10.1598/RRQ.43.2.1
  • Scheele, A. F. (2010). Home language and mono- and bilingual children’s emergent academic language : a longitudinal study of Dutch, Moroccan-Dutch, and Turkish-Dutch 3- to 6-year-old children. Doctoral dissertation, Utrecht University.
  • Scheele, A. F., Leseman, P. P., & Mayo, A. Y. (2010). The home language environment of monolingual and bilingual children and their language proficiency. Applied Psycholinguistics, 31(01), 117-140. doi: 10.1017/S0142716409990191
  • Segers, E., & Verhoeven, L. (2002). Multimedia support of early literacy learning. Computers &
  • Education, 39, 207–221. doi: 10.1016/S0360-1315(02)00034-9
  • Segers, E., & Verhoeven, L. (2005). Longâ€Âterm effects of computer training of phonological awareness in kindergarten. Journal of computer assisted learning, 21(1), 17-27. doi: 10.1111/j.1365-2729.2005.00107.x
  • Takacs, Z. K., Swart, E. K., & Bus, A. G. (2015). Benefits and pitfalls of multimedia and interactive features in technology-enhanced storybooks a meta-analysis. Review of educational research, 85(4), 698-739. doi: 10.3102/0034654314566989
  • Van Daal, V. H. P., & Reitsma, P. (2000). Computer-assisted learning to read and spell: Results from two pilot studies. Journal of Research in Reading, 23, 181–193. doi: 10.1111/1467-9817.00113
  • Van den Berg, H., & Bus, A. G. (2014). From BookStart to BookSmart. About the importance of an early start with parent-child reading. Doctoral dissertation, Leiden University.
  • Van Gorp, K., Segers, E., & Verhoeven, L. (2016). Enhancing decoding efficiency in poor readers via a word identification game. Reading Research Quarterly. doi: 10.1002/rrq.156
  • Verhallen, M. J., Bus, A. G., & de Jong, M. T. (2006). The promise of multimedia stories for kindergarten children at risk. Journal of Educational Psychology, 98(2), 410. doi: 10.1037/0022-0663.98.2.410
  • Wentink, H., & van den Berg, H. (2012). Handreiking effectieve digitale leermiddelen voor taal en Nederlands voor het primair en voortgezet onderwijs. Geactualiseerd september 2016. Gevonden via: https://www.nro.nl/wp-content/uploads/2016/10/Handreiking-effectieve-digitale-leermiddelen-voor-taal-en-Nederlands-voor-het-PO-en-VO.pdf
  • Zucker, T. A., Moody, A. K., & McKenna, M. C. (2009). The effects of electronic books on pre-kindergarten-to-grade 5 students' literacy and language outcomes: A research synthesis. Journal of Educational Computing Research, 40(1), 47-87. doi: 10.2190/EC.40.1.c
Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.