Meidenvenijn in het basisonderwijs

Arja Kerpel

Redactielid wij-leren.nl l Projectleider bij Wij-spelen.nl

 

  Geplaatst op 25 oktober 2016

Kerpel, A. (2016) Meidenvenijn in het basisonderwijs.
Geraadpleegd op 23-03-2017,
van http://wij-leren.nl/meidenvenijn-in-het-basisonderwijs.php

Meidenvenijn is het subtiele spel van aantrekken en afstoten in relaties. Meiden zijn er sterren in: honingzoet gedrag en steken onder water. Het resultaat? Bazige kliekjes en meisjes die eenzaam onderaan de pikorde bungelen. Dit gedrag lijkt onschuldig, maar het brengt schade toe. Voorkomen en aanpakken dus, schrijft Anke Visser in het boek Meidenvenijn in het basisonderwijs.
 
Het boek is als volgt opgebouwd: 
  • Welkom in de roze wereld: Meidenvenijn, wat is het en waarom?
  • De schoolsituatie
  • Preventie
  • Aanpak
  • Doorpakken
  • Beleid

Meidenvenijn, wat is het?

Meidenvenijn is het middel voor meisjes-meisjes om de rangorde te bepalen én te bewaken. Het is een machtsmiddel. Twee opvallende kenmerken zijn:
  • Het is subtiel.
  • Het is gericht op het ondermijnen van de ander, van de relatie.

Welke vormen kent meidenvenijn?

Meidenvenijn is er in verschillende vormen. Live, en op sociale media. Een selectie van ‘live’ signalen:
  • Buitensluiten
  • Negeren
  • Non-verbaal: kuchen, snuiven, zuchten, met de ogen rollen
  • Samenklitten / clubjes vormen
  • Manipuleren
  • Roddelen
  • Geheimen doorvertellen
  • Geruchten verspreiden
  • Vriendschap ondermijnen
Meisjes zijn gericht op anderen. Dat maakt hen afhankelijk. Ze meten hun waarde af aan de kwaliteit van hun sociale contacten. Zelfbeeld en zelfvertrouwen hangen af van de goedkeuring van anderen. Dat maakt kwetsbaar voor meidenvenijn.

De verschillende rollen bij meidenvenijn

Rosalind Wiseman geeft in haar boek Queen Bees & Wannabes een uitgebreide rolverdeling binnen meidenkliekjes. Deze indeling is handig om meidenvenijn te analyseren en aan te pakken. De rollen zijn:
  • Queen bee – De koningin. De koningin heeft een natuurlijk charisma en veel zelfvertrouwen. Ze is nooit alleen: ze wordt omringd door trouwe hofdames die haar beschermen en onderdanig uitvoeren wat zij beveelt.
  • Side kick, banker – De hofdame(s). Hofdames, daar heb je twee types van:
    • De side kick volgt de koningin trouw, geeft haar complimentjes en lacht om haar grapjes. Ze vormen een bijna ondoordringbaar blok. 
    • Het andere type hofdame is de banker, de intrigante. Ze verzamelt en beheert gevoelige informatie over andere kinderen en ze lekt deze informatie zo dat ze er zelf beter van wordt. 
  • Wannabe - De wannabe. De wannabes zijn de meelopers, zij worden door de koningin aan het werk gezet. Ze willen er graag bij horen en hebben daar veel voor over. Ze proberen de populaire meisjes te kopiëren in uiterlijk en gedrag. 
  • Target – Het mikpunt-meisje. Het mikpunt-meisje is het meisje waartegen de kliek zich afzet. Het is niet perse een klassiek buitenbeentje, maar het kan juist een meisje zijn dat de koningin bedreigend vindt, omdat ze zelfvertrouwen heeft, onafhankelijk en creatief is. 
  • Torn bystanders – De omstanders. De omstanders zijn stille getuigen. Ze zien wat de koningin en haar kliek doen, maar durven niet in te grijpen. Uit angst om zelf het mikpunt te worden, is hun lijfspreuk: horen, zien en zwijgen. 

De schoolsituatie

In elke klas is er een populariteitsstrijd. Dit vraagt de aandacht van de leerkracht. Het is handig als je snel de leidsters kunt spotten, zodat je kunt voorkomen dat populaire kinderen de groepssfeer negatief beïnvloeden. 

Preventie

In dit hoofdstuk komen bekende modellen en theorieën aan bod, waarbij Anke Visser de link legt naar meidenvenijn. Aan de orde komen:
  • De behoeftenpiramide van Maslov
  • De basisbehoeften van Luc Stevens
  • De fasen van groepsvorming van Bruce Tuckman
Telkens wisselt de auteur theorie af met werkvormen en activiteiten. Bijvoorbeeld: stel samen ‘Roze regels’ op. Of verstop een smiley-button bij een van de kinderen. Deze leerling krijgt de taak om de hele schooldag andere kinderen complimentjes te geven. Aan het einde van de dag moet de klas raden wie de smiley had. 
 
Hoe de leerkracht reageert op meidenvenijn hangt samen met de eigen opvattingen. Zie je het als typisch meidengedrag? Dan ben je minder geneigd om in te grijpen dan een leerkracht die zelf de angel van de koningin heeft ervaren. Als je niets doet, laat je meidenvenijn onbedoeld voortbestaan.
 
Meidenvenijn moet altijd serieus genomen worden. Ook als je het als leerkracht bijna niet gelooft. De belangrijkste tip voor elke leerkracht is: laat merken dat je de dames doorhebt. Reageer!
 
Het kan zijn dat je je als leerkracht ook ergert aan het mikpunt-meisje en begrijpt waarom ze het mikpunt is. Maar juist van een leerkracht mag een professionele houding verwacht worden. Kinderen die lijden onder afwijzing van klasgenoten, zijn extra kwetsbaar voor afwijzing door een volwassene. Van een leerkracht verwachten ze hulp!

Aanpak

In het verleden was de aanpak vaak: het slachtoffer moet maar een weerbaarheidstraining volgen. Dit heet blaming the victim. Wat zeg je dan eigenlijk? Dat het slachtoffer niet deugt en meidenvenijn over zichzelf afroept. En het gedrag van de hofkliek? Dat is blijkbaar wel aanvaardbaar, want zij hoeven niet op cursus. Daarom is het belangrijk om het hele sociale systeem te veranderen.

Verzoeningsgesprek?

Kees van Overveld -in Groepsplan gedrag- is een tegenstander van een verzoeningsgesprek tussen de pester en de gepeste. Je kunt kinderen alleen met elkaar laten praten als ze een gelijkwaardige relatie hebben. Daarom vindt hij een passende straf voor de pester (= koningin, hofdame of wannabe die het vuile werk opknapt) de enige juiste oplossing. Anke Visser beschrijft verder wat gepaste straffen kunnen zijn en waar je alert op moet zijn.

Vijfsporenaanpak en de Ringaanpak

Om meidenvenijn te stoppen, moeten álle meiden uit hun rol stappen. De vijfsporenaanpak van Dan Olweus/ Bob van der Meer en de Ringaanpak van Barry Redeker kunnen hierbij helpend zijn.

Steungroepaanpak

Een aanpak die snel aan populariteit wint, is de steungroepaanpak, ook wel de No-blame-methode. Bij deze aanpak worden geen schuldigen aangewezen. De leerkracht stelt een steungroep samen, met daarin een koningin, een hofdame (of een wannabe) een vriendin en drie omstanders. De leerkracht doet dan een beroep op ieder lid van de steungroep: ‘Ik heb jou nodig om het voor M. weer prettig te maken in de klas’. De leerkracht vraagt van elk kind zijn/haar bijdrage en schrijft dat op. De steungroep gaat in het geheim aan het werk. Na een week evalueert de leerkracht individueel met alle betrokkenen.

Oplossingsgerichte aanpak

Negatief gedrag aanpakken kan ook goed met de oplossingsgerichte methode. De uitgangspunten daarvan zijn:
  • Als iets werkt, doe er meer van.
  • Als iets niet werkt, doe er minder van, doe dan iets anders.
  • Als iets goed genoeg is, ga er dan niet aan sleutelen.
  • Zoom in; kleine stapjes kunnen voor grote veranderingen zorgen.

Tips om positief gedrag te stimuleren

Tips voor omstanders:
  • Lach niet mee als een meisje uitgelachen wordt.
  • Probeer de aandacht van de hofkliek af te leiden van het mikpunt-meisje.
  • Spreek de hofkliek aan.
  • Steun het mikpunt-meisje: troosten, etc.
  • Neem de leerkracht in vertrouwen.
Tips voor het mikpunt:
  • Let op je houding: rechtop.
  • Laat niet merken dat je bang of verdrietig bent.
  • Lach niet als er valse grappen over jou gemaakt worden.
  • Neem jezelf serieus.
  • Zeg wat je vindt en kom voor jezelf op.
Tip voor wannabe: Kijk eens goed: hoe aardig zijn populaire meisjes voor elkaar en voor anderen? Weet je zeker dat je daarbij wilt horen? Als je niet meer naar de koningin opkijkt, kun je naar anderen om je heen kijken en gaan spelen met kinderen bij wie je je prettig voelt.
 
Tips voor hofdame: Vraag je eens af: Ben je het eens met hoe meisjes in het populaire groepje zich gedragen? Wat wil ik zelf? Kan ik iets aardigs doen?
 
Tips voor de koningin:
  • Verplaats je eens in een ander.
  • Maak anderen blij, niet bang.
  • Reageer je niet af op andere meisjes.
  • Etc..
Anke Visser behandelt hier verder de stappen van Positive Behavior Support en het kernkwadrant van Daniel Ofman. 

Doorpakken

Werkt de aanpak door de groepsleerkracht en door specialisten onvoldoende? Dan is het tijd om door te pakken. Het pestprotocol is hier een leidraad bij. De meeste scholen hebben zo’n protocol, maar het wordt zelden systematisch gevolgd. De eerste stap van de gesprekken, dat gebeurt meestal wel. Maar de laatste stap - het schorsen van de koningin bij hardnekkig volhouden- komt bijna niet voor.

Oudercontacten 

De auteur geeft diverse tips voor oudergesprekken en heeft ook oog voor het feit dat de geschiedenis zich vaak herhaalt in generaties. De koningin heeft vaak een ‘queen mom’ die met alle egards behandeld wil worden en beslist geen terechtwijzing vanuit de school duldt. En de moeder van het mikpunt kunnen zelf in de slachtofferrol kruipen. 

Tot slot

Het boek eindigt met een hoofdstuk over beleid en diverse bijlagen. Anke Visser sluit af met een schitterend slot: een echte bijenkorf. Daar is geen mikpunt. De angel? Die wordt zelden gebruikt. Daar werken bijen fantastisch samen!

Recensie

Het boek Meidenvenijn in het basisonderwijs leest prettig. Het is sprekend vormgegeven. Theorie, praktische werkvormen en erg veel forumverhalen wisselen elkaar af. Anke Visser is er goed in geslaagd om helder over te brengen wat meidenvenijn is en wat je eraan kunt doen. 
 
Één kritisch nootje: de discutabele hiërarchie van Maslov1 komt ook aan bod. Dit versterkt het verhaal niet, al begrijp ik dat ze hiermee het belang van de behoefte aan veiligheid en zekerheid wil benadrukken.
 
Dit doet echter niets af van dit inzichtgevende, praktische boek. Door de koppeling van de Queenbee-theorie aan diverse manieren om pesten aan te pakken, ontstaat een krachtig geheel. Dit boek zou elke leerkracht moeten lezen!

N.a.v. Visser, A. Meidenvenijn in het basisonderwijs, 2016, Uitgeverij Pica, 93 blz. ISBN 978 9491 806827. Het boek is te bestellen bij bol.com

1De Bruykere, P. en Hulshof, C. Jongens zijn slimmer dan meisjes - en andere mythes over onderwijs en leren. blz. 14 – 16. 

Kerpel, A. (2016) Meidenvenijn in het basisonderwijs.
Geraadpleegd op 23-03-2017,
van http://wij-leren.nl/meidenvenijn-in-het-basisonderwijs.php

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.