Verkeersmethode gratis proberen

Pseudowetenschap op school (4): Maar ik zie toch dat mijn kind er baat bij heeft?!!

Esther Monfils
Onderwijsspecialist bij Breinbloeiers  

Monfils, E. (2026). Pseudowetenschap op school (4): Maar ik zie toch dat mijn kind er baat bij heeft?!!
Geraadpleegd op 13-10-2026,
van https://wij-leren.nl/maar-mijn-kind-heeft-er-baat-bij.php
Geplaatst op 27 juli 2026
Laatst bewerkt op 27 augustus 2026
Pseudowetenschap op school (4): Maar ik zie toch dat mijn kind er baat bij heeft?!!

Een aanpak die logisch klinkt, een professional die vol overtuiging vertelt en ouders die opgelucht zeggen dat er eindelijk iets werkt. Het klinkt al snel betrouwbaar. Toch zegt een overtuigend verhaal nog weinig over de kwaliteit van een methode. Pseudowetenschap herken je vaak pas als je kritische vragen stelt. Hoe reageert iemand op tegengeluid? Waar is de onderbouwing? Welke opleiding heeft de aanbieder gevolgd? En werkte de aanpak werkelijk, of horen we alleen de succesverhalen? In deze serie gaat orthopedagoog Esther Monfils in op verschillende elementen van pseudowetenschap.

Op 28 februari 2024 woonde ik een online webinar bij van een aantal Vlaamse wetenschappers die eind 2023 met een grote groep andere wetenschappers en deskundigen een open brief schreven om te waarschuwen voor pseudowetenschap. Een vergelijkbare brief is op 7 februari 2024 ook door een grote groep Nederlandse wetenschappers en deskundigen verstuurd. De brief zorgde voor veel commotie in het land van ‘MNRI-reflexintegratie’, ‘INPP-reflexintegratie’ (bijvoorbeeld de Masgutova-methode), ‘Kritische Ontwikkelingsbegeleiding volgens Hendrickx’, ‘Brain Gym’, ‘Sensory Integration volgens Ayres’ en ‘lateralisatietherapie’. Aanbieders van pseudowetenschappelijke therapieën waren op zijn zachtst gezegd niet blij met deze brief. Volgens hen is er wel bewijs voor wat zij doen. Dat bewijs bestaat deels uit bevindingen uit onderzoek, maar met name uit positieve ervaringen. Niet alleen deze therapeuten en coaches zijn verontwaardigd. Op sociale media reageren ook ouders fel: ‘Maar ik zie toch dat mijn kind er baat bij heeft?!!’

"Open brieven tegen pseudowetenschappelijke therapieën maakten veel los bij aanbieders en ouders."

Graag sta ik stil bij een aantal onderwerpen die tijdens het webinar werden besproken.

Bewijs uit onderzoek: is dat er wel?

Bewijs voor de effectiviteit van pseudowetenschappelijke therapieën is er niet. Daarom worden ze ook pseudowetenschap genoemd. Het theoretisch kader waarop een dergelijk idee is gestoeld, is reeds verlaten of nooit als geldend aangenomen. Daarnaast is er nauwelijks effectiviteitsonderzoek gedaan en op de methodologie van wat er wel ligt, is een en ander aan te merken.

"Bij pseudowetenschappelijke therapieën schiet de onderbouwing op meerdere punten tekort."

Waarom lijkt het dan te werken?

Op deze manier blijft alleen het practice-based bewijs over. De effecten die worden gezien, kunnen niet worden toegedicht aan de therapie an sich. Hulp helpt in principe. Een placebo-effect dus. Maar er zijn ook indirecte effecten die bijdragen aan verbetering. Zo zorgen aandacht, een positieve relatie en vertrouwen voor een positief effect. Het feit dat er hulp is, kan voor rust zorgen in het gezin. Daarnaast zijn er soms effecten op de getrainde vaardigheden en dat wekt positieve verwachtingen. Als je na enige oefening beter bent geworden in het draaien van liggende 8’tjes, dan geloof of verwacht je ook dat je daardoor beter kunt schrijven. Zeker als dat je is gezegd door die lieve mevrouw die voor je gevoel wel naar je kind en jou luistert.

Criteria voor goede hulp

Goede hulp is taakgericht. Dat houdt in: je oefent dat wat je moeilijk vindt. Heb je moeite met het strikken van veters, dan moet je oefenen met het strikken van veters. Je leert het niet door touwtje te springen. Daarnaast is goede hulp op maat van het individuele kind en sluit die aan op de zone van naaste ontwikkeling. Planmatig werken is daarbij ook van belang. En uiteraard is het belangrijk dat er verantwoord wordt gewerkt vanuit orthodidactische grondvormen. Dat houdt in dat remediëren, compenseren en dispenseren onderdeel zijn van de planmatige aanpak. Verantwoord houdt in: evidence-based. Aandacht voor het zelfvertrouwen, de motivatie en het leren leren zijn ook onderdeel van goede hulp. De hulp is tevens gericht op samenwerking met de leerkracht, de school en de ouders. Er dient ook rekening te worden gehouden met de draagkracht van het kind. Hoe belastbaar is het kind? Maar ook: wat kan de school aan en wat kunnen ouders aan? Dít zijn de aspecten waarop ingezet moet worden. Tijdens het webinar werd met de casus van Jolien uitgelegd dat het soms nodig is om eerst andere, voorliggende problematiek aan te pakken alvorens je toekomt aan de taakgerichte hulp. Zo kunnen er angsten spelen of kan het zijn dat een kind door een weinig responsieve thuisomgeving vaardigheden mist om sociaal af te stemmen. Er dient te worden gekeken naar wat als eerste aangepakt gaat worden. Maar ook hiervoor geldt dat het doen van motorische oefeningen niet de oplossing is.

"Aandacht, vertrouwen en rust kunnen verklaren waarom hulp als werkzaam wordt ervaren."

‘Maar het kan toch helpen om te visualiseren en te doen als een kind moeite heeft met lezen?’, werd er gevraagd. ‘Zeker’, was het antwoord, ‘maar je moet wel bij de kern blijven, bij de taak dus eigenlijk.’ Een leerling die met een aantal klanken veel moeite heeft, kan die best even met de vingers in het zand schrijven of ‘lopen’ op een uitvergrote versie die met stoepkrijt op het plein is getekend. Dergelijke varianten gaan ook de monotonie tegen. Maar alleen het ‘lopen’ van letters of het doen van andere motorische oefeningen, als onderdeel van een theorie die uitgaat van niet-geïntegreerde reflexen of niet-samenwerkende hersenhelften, slaat de plank mis. In dit voorbeeld geldt: de leerling heeft een belemmering in het lezen, de verklaring ligt in het lezen en de interventie dient in het lezen te liggen. Dat is een citaat van Wied Ruijssenaars. Dát is wat onderzoek ons leert.

Baat het niet, dan schaadt het wel!

Wellicht vraag je je af wat er nou fout kan gaan, maar er gebeurt daadwerkelijk iets zorgwekkends. Door de verkeerde focus en het onjuiste doel wordt de mogelijkheid ontnomen om daadwerkelijk bezig te zijn met dat wat echt de kern van de hulpvraag aanpakt. Eenmaal een dwaalweg ingeslagen, kan het zijn dat deugdelijke diagnostiek wordt afgeraden of te laat wordt ingezet, dat een verkeerde school wordt geadviseerd en er kostbare tijd verloren gaat omdat niet met de juiste hulpvraag en doelen wordt gewerkt. Baat het niet, dan schaadt het wel dus en dat was de reden voor de open brief. We moeten kritischer zijn op wat we binnenlaten in therapie, onderwijs en hulpverlening.

"De hulpvraag bepaalt waar de verklaring en de interventie gezocht moeten worden."

De belofte achter de boodschap van dwaalwegbeoefenaars is onterecht en fout, werd er betoogd. Omdat er te veel waarde wordt gehecht aan een enkele vaardigheid zonder het grotere, complexere geheel te zien, worden beloften gedaan die feitelijk kant noch wal raken. Een kind doorsturen naar een ‘deskundige’ voor bijvoorbeeld lateralisatieproblemen is niet juist. Lateraliseren is een klein aspect van de motorische ontwikkeling. Hierin ligt niet de verklaring voor gesignaleerde problematiek. Wat leidend moet zijn, is de eigenlijke hulpvraag. Dat kan zijn: ‘Hoe leren we dit kind goed schrijven?’ Dan dient er naar alle aspecten te worden gekeken om vervolgens goede, taakgerichte hulp in te zetten.

Zijn alle oefeningen dan zinloos?

Het antwoord daarop is nee. Bewegen an sich is goed. Door te bewegen activeer je het brein en krijg je een goede bloedsomloop. Daarvan wordt je brein ook blij, want een goed doorbloed brein kan zijn werk beter doen. Het zou kunnen zijn dat je je beter kunt concentreren of dat je het antwoord minder snel eruit floept. We bewegen te weinig en we zitten te veel. De WHO publiceerde in 2012 reeds een rapport om ons te attenderen op de grootste epidemie aller tijden: de zitepidemie. Onderzoek toont aan dat onze beweegvaardigheid in de loop der jaren minder goed wordt. Deze neemt met 1 procent per decennium af. En dat zet zich al bij jonge kinderen van één tot drie jaar in. Daar moeten we wat mee. We kunnen er iets aan doen! Maar laten we vooral het goede doen, was het pleidooi. Bewegen, of beter gezegd onze motoriek, is de basispijler van onze algemene ontwikkeling. Dat betekent dat een kind veel ervaringen moet opdoen. Veel oefeningen die vanuit een pseudowetenschappelijke theorie worden aangeboden, hebben dus zeker enige waarde. Waarde voor het bewegen, voor de motorische ontwikkeling van een kind. Niets meer dan dat!

"Bewegen ondersteunt de motorische ontwikkeling en verdient een eerlijke uitleg over het effect."

Dwaalwegen zijn dus niet de oplossing. Wat er niet klopt, is dat aan de oefeningen verkeerde effecten worden toegedicht. Zo worden er bijvoorbeeld specifieke oefeningen gedaan om hersenhelften te laten samenwerken. Hersenhelften werken continu samen. Het is één grote cross-sectionele bedoening daarboven. Uitgaan van een specifieke dominantie en deze trainen met oefeningen doet de complexiteit van ons brein dus tekort. Bewegen is goed, maar dan moet wel de juiste boodschap daarboven liggen.

Wat is er nodig?

Volgens de wetenschappers die tijdens dit webinar spraken, is het belangrijk dat we kritisch zijn. En dat we niet zomaar iets doen omdat het misschien aannemelijk klinkt. Graag voeg ik eraan toe dat het belangrijk is dat therapeuten, coaches, remedial teachers en begeleiders die werken met een pseudowetenschappelijke methode beseffen dat zíj mogelijk van grote waarde zijn voor het kind en níét de methode. Een goede therapeutische relatie ondersteunt de hulp die je biedt. Het effect dat jij mogelijk ziet, is dus misschien wat jij inbrengt. Moet je nagaan wat je voor elkaar kunt krijgen als je wél het juiste inzet. Daarom een oproep aan iedereen die met kinderen werkt: keer het tij om en laat de pseudowetenschap los. De doorverwijslijstjes met professionals die evidencebased of evidence-informed werken, mogen wel wat langer worden. ;-)

Het webinar werd georganiseerd door de Universiteit Gent. Ruim 600 belangstellenden uit Vlaanderen en Nederland waren aanwezig. Tijdens het webinar spraken drie Vlaamse wetenschappers:

  • Prof. dr. Pol Ghesquière – deskundig op het gebied van leerproblemen en leerstoornissen
  • Prof. dr. Matthieu Lenoir – deskundig op het gebied van bewegen
  • Prof. em. dr. Hilde Van Waelvelde – deskundig op het gebied van DCD

"De professional kan van grote waarde zijn door de relatie en begeleiding die hij biedt."

Scholen, besturen, instellingen en opleidingsinstituten roep ik op deze discussie te volgen en hier beleid op te maken. Dat is echt nodig. Iedere onderzoeker, PhD-kandidaat of professional die anderszins betrokken is bij wetenschappelijk onderzoek, vraag ik om van zich te laten horen. De dwaalweg viert hoogtij op sociale media. Op alle kanalen. Laten we met zijn allen in de socialmedia-pen klimmen en deze boodschap verspreiden!

"Sociale media spelen een grote rol in de verspreiding van dwaalwegen en het tegengeluid."

In juni 2024 is het boek Eigen onderzoek eerst van Adriaan ter Braack uitgekomen, waarin hij uitlegt hoe pseudowetenschap terrein wint. Hij legt ook uit waarom pseudowetenschap aannemelijk klinkt en dat echt iedereen eraan ten prooi kan vallen. Ook legt hij uit hoe je je hieruit kunt bevrijden. Echt een aanrader!

Aan degene die zijn of haar brood verdient met een pseudowetenschappelijke methode of aanpak: ik weet dat mijn boodschap niet leuk is, zeker niet omdat je goede intenties hebt. Dat geloof ik zonder meer! Kinderen gaan je aan het hart. Wat dat betreft staan we er hetzelfde in. Misschien vind je mijn boodschap ook niet leuk omdat ik scherp ben met mijn woorden. Dat is niet iets persoonlijks. Mijn toon zou niets af moeten doen aan de boodschap.

Ik hoop van harte dat je de boodschap van de wetenschappers wilt aannemen. Ze doen niet voor niets al jarenlang onderzoek. Terecht wijzen ze ons op nieuwe en vernieuwde inzichten. Inzichten op basis waarvan we ons idee, hoe goed het ook voelt, los moeten laten. Reflectie is nodig. Houd jezelf dat spiegeltje voor. Zelf heb ik in mijn jaren als juf ook dingen ingezet waarvan ik dacht dat ze hout sneden. En ook ik hield aanvankelijk stand. Niet lang gelukkig en dat heb ik aan mijn studie orthopedagogiek te danken. Hiermee zeg ik niet dat je naar de universiteit moet sjezen voor een studie orthopedagogiek en ook niet dat je dit nodig hebt om kritisch te zijn. Dat kan heus zonder universitaire achtergrond.

Houd het volgende in gedachten: als je wilt weten of alle raven zwart zijn, moet je op zoek gaan naar raven die dat niet zijn. Met andere woorden: kom je een methodiek of idee tegen dat aannemelijk klinkt? Zoek dan juist naar tegengeluid en niet alleen naar de bronnen die jouw idee ondersteunen. Dat is een valkuil van ons brein!

"De zoektocht naar tegengeluid helpt om de valkuilen van ons brein te omzeilen."

Meer lezen over pseudowetenschap in het onderwijs?
Esther Monfils schreef Houd pseudowetenschap buiten de schooldeur, een praktische gids die onderwijsteams helpt om kritisch te blijven en onderbouwde keuzes te maken. Bestel het boek hier of lees onze uitgebreide boekbespreking.

Dit artikel verscheen eerder in blogvorm op de website van Esther Monfils.

Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.