Kijk eens bij de Nieuwe onderwijsboeken!

Leer leerlingen intuitief meer rationeel te denken

de Keulenaar, T. (2025). Leer leerlingen intuitief meer rationeel te denken.
Geraadpleegd op 14-01-2026,
van https://wij-leren.nl/leer-leerlingen-intuitief-meer-rationeel-te-denken.php
Geplaatst op 12 augustus 2025
Laatst bewerkt op 29 september 2025
Intuïtief denken

In dit artikel beschrijven we een aantal kenmerken van ons denkvermogen en hoe we onze leerlingen kunnen leren om beter en rationeler na te denken binnen het kader van hun intuïtieve denken.

In tegenstelling tot wat we snel zouden denken, is het vrijwel onmogelijk om zonder emoties rationeel te denken. Daarover ging het vorige artikel artikel (5 - We denken intuïtief en vertrouwen op ons gevoel). De neuro(bio)loog Antonio Damasio heeft daar jaren geleden ook al op gewezen. En Kahneman (‘Ons Feilbare Denken, Thinking Fast and Slow’) heeft daar tal van bewijzen voor gevonden. We kunnen daarom niet langer om de conclusie heen dat ons denkvermogen (ic. intelligentievermogen) een vermogen is waar emoties en gevoelens de dienst uitmaken.

"Emoties en gevoelens maken de dienst uit."

Voor het onderwijs betekent dit dat we er ook niet langer vanuit mogen gaan dat leerlingen vanzelf wel rationeel, oftewel kritisch kunnen denken en handelen. In het kader van de ontwikkeling van ons intelligentievermogen (ons denkvermogen) zal het onderwijs meer dan tot nu toe, aandacht moeten gaan geven aan de rol van emoties en gevoelens.

Kritisch leren denken en handelen; Hoe werkt ons denkvermogen?

Om leerlingen te leren meer rationeel te gaan denken is het nodig dat ze kritisch en analytisch gaan kijken naar gebeurtenissen, relaties, situaties om zich heen, als ook naar eigen denken en handelen. Dit lijkt makkelijk, maar gaat niet vanzelf. Om daar didactisch grip op te kunnen krijgen, moeten we weten hoe ons denkvermogen werkt.

Kahneman gebruikt daarvoor de systemen-metafoor van Stanovich. Daarbij staat Systeem 1 voor intuïtief, meer impliciet denken en Systeem 2 voor rationeel, meer expliciet denken (zie ook eerdere artikelen). Het rationele deel van ons denkvermogen (Systeem 2) controleert of het wel verstandig, redelijk of logisch is wat we denken, maar zoals Kahneman heeft aangetoond beslissen of handelen we helaas niet altijd zo verstandig als wenselijk zou zijn. Systeem 2 laat zich gemakkelijk door emoties en gevoelens wegdrukken, zo blijkt. Kijk maar naar het voorbeeld in het vorige artikel over de invloed van gemoedstoestanden op ons denken.

Afbeelding met tekst, Lettertype, schermopname, GraphicsAutomatisch gegenereerde beschrijving

 

 

Denkvermogen opvoeden is een complex vraagstuk

Het complexe is dat Kahneman heeft laten zien dat het deel van ons denkvermogen dat we in de systematiek van Stanovich / Kahneman steeds Systeem 2 noemen, niet net zoals Systeem 1 autonoom werkt. Systeem 2 is afhankelijk van wat het krijgt aangedragen door het autonome Systeem 1, ons intuïtieve denkvermogen dat geheel automatisch zijn werk doet. Dit heeft – zoals we nog laten zien − als consequentie dat we Systeem 2 het beste kunnen ontwikkelen door het intuïtieve denken van leerlingen te scholen en op te voeden.

In deze en volgende artikelen zullen we u stap voor stap meenemen in het vraagstuk hoe ons denkvermogen in elkaar zit en hoe we hier voor het onderwijs grip op kunnen krijgen zodat we er ook mee aan de slag kunnen gaan.

Deze tweeslag is nodig. Want als je eenmaal weet hoe ons denkvermogen te werk gaat, dan weet je nog niet hoe je dat kunt scholen en opvoeden. Wat je dan wel weet is: vanuit welke kenmerken je dat het best kunt aanpakken. Eén ding is in ieder geval heel zeker: alles draait om de invloed van emoties en gevoelens op ons denkvermogen. Hieronder enkele kenmerken waar we alvast rekening mee kunnen houden.

“Leerlingen kunnen niet vanzelf rationeel, oftewel kritisch denken en handelen, dat moeten ze leren.”

1. Invloed van emoties en gevoelens reikt tot diep in onze overtuigingen

De invloed van emoties en gevoelens op ons denken gaat veel verder dan bijvoorbeeld alleen gemoedstoestanden. Gemoedstoestanden duren meestal kort. Langduriger emoties en gevoelens hebben impact op de vorming van ‘overtuigingen’ en op hoe we de wereld zien. Bruce Lipton heeft dat aangetoond: “overtuigingen filteren je waarnemingen en veranderen de manier waarop je de wereld ziet”. [i] En ook Paul Slovic, door Kahneman veelvuldig aangehaald, heeft zich met de invloed van emoties in overtuigingen beziggehouden. Hij heeft kunnen aantonen dat interventies gericht op verandering van overtuigingen kunnen slagen door de emotionele lading te beïnvloeden. Voor het onderwijs is dat – doceerkundig gezien − een interessant punt.

Voorbeeld hoe emoties onze waarneming en beslissingen beïnvloeden

Kahneman haalt in zijn boek een onderzoek van Paul Slovic aan waarin de werking van emoties in overtuigingen op indringende wijze werd aangetoond. Het onderzoeksinstrument betrof een enquête. Kahneman: “De enquête handelde over voedsel-conservering, autotechniek, chemische processen en het fluorideren van water. Aan de deelnemers werd gevraagd om zowel de voordelen als de gevaren van deze technologieën te noemen. Wat bleek: “als mensen een gunstig beeld van een technologie hadden, meenden ze dat de technologie veel voordelen bood en weinig risico’s kende; had de technologie een negatief imago, dan dacht men uitsluitend aan de nadelen en werden er geen voordelen genoemd.” Na de vragenlijst te hebben ingevuld kregen alle respondenten korte tekstjes met argumenten ten gunste van diverse technologieën te lezen. Sommigen kregen tekstjes met argumenten te lezen die de voordelen van de technologie bevestigden; anderen stukjes tekst met argumenten op het gebied van risicobeperking.

De soorten tekstjes ‘ten gunste van de diverse technologieën’, bleken de emotie van de respondenten over het onderwerp daadwerkelijk te kunnen veranderen en daarmee hun waarneming en beslissingen. De opvallende uitkomst was dat de respondenten die stukjes tekst hadden gelezen met voordeelargumenten, ook anders over risico’s gingen denken. Degenen die de technologie reeds waardeerden vonden de risico’s nog minder riskant. De respondenten die uitsluitend de argumenten op het gebied van risicobeperking hadden gelezen, vormden zich ook een gunstiger beeld van de voordelen.

Conclusie: De teksten bleken de emotionele aantrekkingskracht van de technologieën daadwerkelijk te kunnen veranderen.

“Overtuigingen kunnen veranderen door de emotionele lading te beïnvloeden.”

Het voorbeeld laat zien

  • a) dat emoties naar hun intensiteit of aantrekkingskracht de dienst uitmaken in onze overtuigingen. Het laat ook zien
  • b) dat overtuigingen die geheel automatisch van Systeem 1 naar Systeem 2 worden gesluisd, herprogrammeerbaar zijn door (de intensiteit van) de emotionele lading te beïnvloeden.

Hieruit blijkt niet alleen de potentiële kracht van Systeem 2 (bewuster, met meer informatie en andere emoties nogmaals naar situaties kijken), maar ook de potentiële kracht van (onderwijs)interventies om zo nodig overtuigingen (of de intensiteit van de emotionele ladingen daarvan) te veranderen.[ii]

Ons gaat het hier nu niet direct om het herprogrammeren van ‘overtuigingen’ van leerlingen, al is dat soms wel nodig, vooral als het blokkerend werkt op hun persoonlijke ontwikkeling. Denk bijvoorbeeld maar aan het werk van Carol Dweck waarin zij aantoont dat het nodig kan zijn om bij leerlingen met een fixed mindset over hun intelligentie, deze om te vormen tot een groei-mindset. Of denk aan het werk van Taibi Kahler om − met het oog op een betere onderlinge communicatie − leerlingen en leraren op dit gebied inzicht te geven in de emotionele intensiteit van hun mindset-percepties.[iii]

Ons gaat het in het perspectief van het concept ‘Thinking Fast and Slow’ er meer om, dat alle leerlingen (en ook wij zelf als levenslang lerenden) leren alert te zijn op het gevaar van te snelle conclusies in ons denken. Dat we signalen die daarop duiden niet negeren. Dat we leren hoe we kritisch kunnen blijven in de automatische intuïtieve modus van ons denkvermogen (Systeem 1). En bovenal hoe we het kritisch vermogen c.q. de potentiële kracht van Systeem 2 kunnen opvoeren door Systeem 1 te scholen.

“Kritisch leren blijven in de automatische intuïtieve modus van ons denkvermogen (Systeem 1).”

Daarvoor hebben we inzicht nodig zowel in de macht als in de kracht van Systeem 1 (ons intuïtieve denken). Om de macht aan te geven gebruikt de wetenschapsfilosoof Ton Derksen voor alles wat Systeem 1 ophoest de term ‘denkinstincten’.[iv] Hou die term maar in gedachten als u de macht van uw intuïtie in uw eigen denken wil voelen, want de term instinct past heel goed bij de emotionele basis van ons denkvermogen waarin al onze emoties en gevoelens zijn terug te voeren op onze overlevingsinstincten.[v] De kracht van Systeem 1 bespreken we op een later moment. Hier belichten we eerst de basale werking van ons denkvermogen waarin ons ‘denkinstinct’ leidend is en zoekt naar samenhang.

2. Ons ‘denkinstinct’ streeft autonoom naar een kloppend wereldbeeld in ons hoofd

Kahneman: “De wereld in ons hoofd is geen exacte replica van de werkelijkheid.” Die “wordt gekleurd door de invloed en emotionele intensiteit van de boodschappen waaraan we worden blootgesteld” (p145 – 153). De voornaamste functie van Systeem 1 is, zegt Kahneman, om een voor ons kloppend beeld van de wereld om ons heen te maken (ons model). Dat geeft rust en houvast. “Dit model wordt opgebouwd uit associaties tussen ideeën, gebeurtenissen, handelingen en ontwikkelingen die met enige regelmaat plaatsvinden, tegelijkertijd of binnen een redelijk kort tijdsbestek” (p 79 - 82). Passen ze in een patroon dan detecteert Systeem 1 associatieve samenhang. Passen ze niet in een bekend patroon dan wordt een abnormaliteit gedetecteerd, onze persoonlijke belevingswereld wordt verstoord, er gaat een belletje rinkelen; en controleur Systeem 2 wordt ingeschakeld.[vi]

Systeem 2 zoekt vervolgens naar nieuwe samenhangende verbanden die het wereldbeeld weer kloppend kunnen maken zodat het goed aanvoelt. Het is daarbij aangewezen op Systeem 1 die daarvoor automatisch suggesties doet. Systeem 2 doet kort gezegd eigenlijk niets anders dan deze overnemen of verwerpen (“is de aangedragen suggestie van Systeem 1 logisch, aannemelijk, voelt het goed, past het binnen mijn overtuigingen, waarden en normen, OF nog niet?”). Dat samenspel tussen Systeem 1 en Systeem 2 gaat net zo lang door tot Systeem 2 (terecht of onterecht) er zijn goedkeuring aan geeft. Of tot Systeem 2 aangeeft dat het nog steeds niet klopt en we als denkende mensen onszelf motiveren om zèlf (buiten ons eigen geheugen) verder op zoek te gaan naar informatie (media, andere mensen raadplegen, e.d.).

3. Drang naar samenhang is zo groot dat we desnoods causale verbanden verzinnen.

Verbanden ontdekken en daarmee een samenhangend verhaal maken is een automatisch proces in Systeem 1 [vii]. We hebben, zegt Kahneman, kennelijk een ingebouwde behoefte aan samenhang: gebeurtenissen zouden gevolgen moeten hebben en gevolgen hebben oorzaken nodig om ze te kunnen verklaren. Dat automatische proces gaat lang niet altijd goed. Systeem 1 is bedreven in het verzinnen van samenhangende verhalen of redenaties waarin beschikbare feiten of gegevens al dan niet terecht causaal aan elkaar worden gekoppeld (p 83). Systeem 2 heeft de neiging om dit als het voor je gevoel klopt, zomaar te accepteren.
Tenzij het in samenhang met Systeem 1 getraind is om alert te zijn. Kahneman: “Systeem 2 vormt zich oordelen en maakt keuzen, maar ondersteunt of rationaliseert ook vaak ideeën en gevoelens die zijn opgewekt door Systeem 1” (p.449). Zo worden gebeurtenissen gemakkelijk ten onrechte als oorzaak en gevolg aan elkaar gekoppeld en worden deze als schijnzekerheden in onze persoonlijke belevingswereld en in ons denkvermogen ingebouwd.[viii] Voor het onderwijs is dit een punt van aandacht en zorg.

“We koppelen gebeurtenissen vaak onterecht aan elkaar als oorzaak en gevolg, en zien die dan als zekerheden in ons denken."

Wat staat ons in het onderwijs te doen?

De emotionaliteit van ons denkvermogen, de intuïtieve drang naar associatieve samenhang en causaliteit, en de dwangmatige zoektocht naar nieuwe verbanden binnen de eigen geheugen ‘box’, vraagt om aandacht van het onderwijs.

  1. Aandacht voor het ontwikkelen van methoden om de denkvermogens van leerlingen te ontwikkelen in relatie tot de rol die emoties en gevoelens daarin spelen.
  2. Aandacht voor concepten die ‘out of the box’ denken kunnen bevorderen.

Hier willen we nog eens benadrukken dat de emotionele intensiteit van de boodschappen waaraan leerlingen in het onderwijs worden blootgesteld, een indringende rol speelt in hun denk- en leervermogen. Dat betekent dat de manier waarop de boodschappen tot hun komen en door wie die boodschap wordt gebracht, een cruciale rol speelt (is die bedreigend, aanvallend, kwetsend of open, veilig, respectvol, explorerend of geestdodend). Alleen al de sfeer in de klas waarin positief emotioneel verbindende contacten tussen leerling en docent (vice versa en onderling) bestaan, kan het verschil maken tussen ‘groeien’ of ‘knoeien’.

“Alleen al de sfeer in de klas kan het verschil maken tussen ‘groeien’ of ‘knoeien’.”

Kahneman: “rationaliteit heeft betrekking op de bereidheid om je hersenen te gebruiken, en [op] de zorg waarmee je dit doet (p 57).”

In het kader van het concept ‘Cultiveren van Intelligenties’ gaat het dan niet alleen om fouten of onnadenkendheid te voorkomen, maar ook en vooral om het versterken van het denkvermogen zelf met denkstrategieën die voor het functioneren in onze 21e eeuw van belang zijn.

In de volgende artikelen gaan we verder in op de kenmerken van ons intelligentievermogen en de onderlinge verbanden. Dit vormt een ode aan intuïtie, het snel en effectief denken dat geladen is met emoties en gevoelens. Hoewel dit creatieve denken foutgevoelig kan zijn, zullen we bespreken dat de meeste fouten niet voortkomen uit onjuiste intuïties van Systeem 1 naar Systeem 2, maar eerder omdat we "niet beter weten". Dat lijkt op het intrappen van een open deur. Maar is die deur open, en zo ja waar leidt die dan naar toe? Wat zit er achter die deur?

Boeken 'Naar een nieuwe kijk op intelligentie'

Dit artikel is een vervolg op twee boeken waarin de auteur een stevige wetenschappelijke basis legt voor deze fundamenteel andere kijk. Deze artikelenserie heeft als doel te prikkelen en allen die het onderwijs een warm hart toedragen te steunen in een andere kijk naar hun werk en de resultaten die ze halen. De boeken zijn te downloaden via de volgende link:

Naar een nieuwe kijk op intelligentie – Deel 1: Cultiveren van intelligenties,

Zorgplicht van het onderwijs en Deel 2: Van theorie naar praktijk’ 


[i]Bruce Lipton (2007): ‘De Biologie van de overtuiging. Hoe je gedachten je leven bepalen’. Voor info zie ‘Cultiveren van Intelligenties’, Deel I, Sectie V Wat is ‘Intelligentie’ eigenlijk? 5.3.5.: ‘Biologie en Overtuigingen’, (p 200 e.v.)

[ii] NB: De reclamewereld maakt hiervan al intensief gebruik.

[iii] We rapporteerden daarover in ‘Cultiveren van Intelligenties’, Deel II, Hoofdstuk 9 p. 305 – 325.

[iv] Derksen gebruikt de termen Systeem 1 en Systeem 2 niet noch de termen intuïtie of rationaliteit, maar duidelijk is dat hij het daarover heeft als hij de rechtspraak hekelt vanwege de ‘akelige denkfouten’ die het maakt. Derksen: “In de praktijk zijn het eerder denkinstincten die ons in de richting van een oordeel drijven dan de argumenten zelf”. “Die denkinstincten zijn vaak heel handig in het alledaagse leven.” “Maar het probleem is dat mensen deze denkinstincten ook meenemen naar de strafrechtcontext, waar je elke keer met een volledig nieuwe situatie te maken krijgt.” “Politiemensen en juristen maken [daardoor] elementaire denkfouten die hun brein hen automatisch meegeeft.” “Als het bewijsmateriaal allemaal past, is de zaak rond”, denken ze dan. Helaas klopt dit lang niet altijd. “Want het bewijsmateriaal zou ook kunnen passen bij een ander scenario”. “Toch kun je zulke denkinstincten niet zomaar uitschakelen, want die motor slaat al aan voordat je eigen nadenken begint”. Maar “Je kan jezelf wel trainen opdat er een lampje gaat branden.” NB: Het was Derksen (hoogleraar Nijmegen en Tilburg) die in 2006 om herziening vroeg van de zaak- Lucia de Berk. In 2010 werd zij vrijgesproken en van blaam gezuiverd. “Rechtspraak kent akelige denkfouten”, Trouw, donderdag 22 oktober 2015.

[v] Emoties en gevoelens zijn zoals Damasio dat noemt ‘krachtige manifestaties’ van instincten. Zie voor meer info ‘Cultiveren van Intelligenties’ Deel I, par. 2.2.4. ‘Emoties bepalen functioneren van brein en cognitie’ p. 67 -77.

[vi] Systeem 1 verwerkt ook taal, en heeft daarmee toegang tot cultuurbepaalde normen die mogelijke en

gebruikelijke gevoelswaarden representeren.

[vii] Dat proces steunt op ons vermogen tot patroonherkenning (pattern-finding). Voor meer info zie Deel I, p.105. We hebben hier het Engelse woord naast het Nederlandse gezet omdat het pro-actiever is. We gaan met ons vermogen tot patroonherkenning actief op zoek naar mogelijke nieuwe verbanden en samenhang.

[viii] Kahneman noemt deze schijnzekerheden: illusies van causaliteit.

Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 4000+ artikelen.