Hoe en in welke mate kan het huidige onderwijs in het V(S)O bijdragen aan de ontwikkeling van een passend toekomstperspectief bij leerlingen met ASS?

Geplaatst op 24 augustus 2016

Samenvatting

Leerlingen met een autismespectrumstoornis (ASS) lijken baat te hebben bij gerichte begeleiding in het regulier of speciaal voortgezet onderwijs. ASS is een verzamelnaam voor heel verschillende leerlingen, die soms behoefte hebben aan een verschillende aanpak. Dus maatwerk is nodig. Voor stellige uitspraken over effecten van begeleiding is het te vroeg. Meer empirisch onderzoek hiernaar is wenselijk.

Onder de groep ASS-leerlingen vallen de ‘klassieke’ autistische leerlingen, leerlingen met het syndroom van Asperger en leerlingen met PDD-NOS. Voor de invoering van passend onderwijs kregen deze leerlingen een indicatie voor cluster 2 of 4, als ze een normale intelligentie hadden. ASS-leerlingen met een verstandelijke beperking kregen een indicatie voor cluster 3.

Maatwerk

De Inspectie van het Onderwijs onderzocht hoe scholen ASS-leerlingen stapsgewijs integreren en voorbereiden op werk en maatschappij. Maatwerk moet centraal staan, concludeert de Inspectie op basis van case studies op vijf scholen voor speciaal basisonderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. Andere sleutelbegrippen zijn veiligheid en structuur, schoolinterne deskundigheid, betrokkenheid en flexibele onderwijspraktijk.

Studie- en beroepskeuze

Een project om ASS-leerlingen te begeleiden is het Pass-traject, opgezet door scholen, bedrijven en overheid in Twente. Het Pass-traject richt zich op ASS-leerlingen met een normale intelligentie. Binnen het Pass-traject zijn doorlopende leer- en zorglijnen opgezet om de leerlingen te begeleiden bij twee schakelmomenten, de overgang van vmbo naar mbo en de overgang van mbo naar arbeid. Centraal daarbij stonden een ontwikkelingsgerichte aanpak en een sterke samenwerking tussen alle betrokken partijen binnen onderwijs en bedrijfsleven.

Na de invoering van het Pass-traject daalde het aantal studenten dat in het eerste leerjaar in het mbo switchte naar een andere opleiding fors. In vier jaar tijd daalde dit van zestig procent naar twintig procent. De overgang van vmbo naar mbo is dus veel beter verlopen.

Een belangrijke ervaring uit de evaluatie van het Pass-traject is dat er steeds wordt gezocht naar een balans tussen enerzijds verantwoordelijkheid geven aan de ASS-studenten en anderzijds rekening houden met hun beperkingen op het gebied van sociale competenties. Die balans is niet voor alle studenten dezelfde. De een kan meer verantwoordelijkheid aan dan de ander. Maatwerk bieden is daarom van groot belang. Dat blijkt ook uit een kleinschalig onderzoek: jongeren met ASS hebben behoefte aan begeleiding, maar ook aan het maken van eigen keuzes.

Werk

Er zijn ook studies naar een bredere doelgroep dan alleen leerlingen met ASS, zoals een studie naar de (werk)toekomst van cluster 4-leerlingen. Onderzoek door UWV laat zien dat cluster 4-scholen leerlingen bij voorkeur voorbereiden op vervolgonderwijs, omdat een startkwalificatie betere kansen geeft op een goede arbeidsmarktpositie. Niet alle leerlingen hebben echter het vermogen naar het vervolgonderwijs te gaan. Directe begeleiding naar werk krijgt daarom ook aandacht. Maar cluster-4-scholen geven aan te weinig middelen te hebben om dat goed te doen. Een intensievere samenwerking tussen cluster-4-scholen, UWV en jobcoachorganisaties zou de aansluiting tussen opleiding en werk kunnen verbeteren. Met name voor ASS-leerlingen is er winst te behalen volgens dit onderzoek.

Het lijkt erop dat gerichte begeleiding van ASS-leerlingen, waarbij maatwerk wordt geleverd, hun kansen in het vervolgonderwijs vergroot. Deze conclusie is echter voorlopig, omdat hij gebaseerd is op een klein aantal studies.

Uitgebreide beantwoording

Opgesteld door: Anne Luc van der Vegt
Vraagsteller: Leerkracht basisschool

Vraag

Op welke manier en in welke mate draagt het huidige (NL) onderwijs in het V(S)O bij aan het ontwikkelen van een realistisch, passend en persoonlijk toekomstperspectief bij leerlingen met een ASS-diagnose? Welke onderzoeken zijn gedaan en waar is eventueel nog onderzoek noodzakelijk?

Kort antwoord

Leerlingen met een autismespectrumstoornis (ASS) lijken baat te hebben bij gerichte begeleiding in het regulier of speciaal voortgezet onderwijs. Maatwerk is een begrip dat opduikt in verschillende studies. ASS is een verzamelnaam voor heel verschillende leerlingen, die soms behoefte hebben aan een verschillende aanpak.

Voor stellige uitspraken over effecten van begeleiding is het te vroeg. Meer empirisch onderzoek hiernaar is wenselijk.

Toelichting antwoord

ASS-leerlingen in het V(S)O

Met de term autismespectrumstoornis (ASS) wordt gedoeld op een brede groep leerlingen bij wie de informatieverwerking in de hersenen op een afwijkende manier verloopt. Onder de groep ASS-leerlingen vallen de ‘klassieke’ autistische leerlingen, leerlingen met het syndroom van Asperger en leerlingen met PDD-NOS. Voor de invoering van passend onderwijs kregen deze leerlingen een indicatie voor cluster 2 of 4, als ze een normale intelligentie hadden. ASS-leerlingen met een verstandelijke beperking kregen een indicatie voor cluster 3.

Het aantal leerlingen met een ASS-indicatie is sterk toegenomen in de periode voorafgaand aan de invoering van passend onderwijs. In de periode 2007-2011 is het aantal ASS-leerlingen met indicatie voor cluster 2 of 4 sterk toegenomen, met 150%. In 2011 had meer dan de helft van de cluster 4-leerlingen ASS (Inspectie van het Onderwijs, 2013). Meer actuele cijfers zijn niet beschikbaar; sinds de invoering van passend onderwijs in 2014 is er geen landelijke registratie meer van aantallen ASS-leerlingen.

Regulier of Speciaal VO? – Leerlingen met een ASS-indicatie gaan relatief vaak naar het reguliere onderwijs. Vaker dan leerlingen met ADHD, oppositioneel gedrag of leerstoornissen zoals dyslexie (Stoutjesdijk & Scholte, 2009). De vraag naar het ontwikkelen van een passend toekomstperspectief is dus relevant voor verschillende schooltypen, zowel regulier als speciaal onderwijs.

Voorbereiding op vervolgonderwijs of werk: maatwerk

Het is de taak van het onderwijs leerlingen met een ASS-diagnose (autisme spectrum stoornis) voor te bereiden op een plaats in de maatschappij. Leerlingen met ASS moeten net als andere leerlingen een studie- of beroepskeuze maken. Dit kan soms voor problemen zorgen, aangezien het gaat om kwetsbare jongeren.

Door de Inspectie van het Onderwijs is onderzocht hoe scholen ASS-leerlingen stapsgewijs integreren en voorbereiden op werk en maatschapij. De aanbevelingen van de Inspectie zijn gebaseerd op case study’s op vijf scholen voor speciaal basisonderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. Maatwerk staat daarbij centraal. Andere sleutelbegrippen zijn veiligheid en structuur, schoolinterne deskundigheid, betrokkenheid, flexibele onderwijspraktijk.

Onderzoek naar begeleiding van ASS-leerlingen bij studie- en beroepskeuze

Een project om ASS-leerlingen te begeleiden is het Pass-traject, opgezet door scholen, bedrijven en overheid in Twente. Het Pass-traject richt zich op ASS-leerlingen met een normale intelligentie, degenen die vóór passend onderwijs een indicatie voor cluster 2 of cluster 4 zouden hebben gekregen. Binnen het Pass-traject zijn doorlopende leer- en zorglijnen opgezet om de leerlingen te begeleiden bij twee schakelmomenten: 1. de overgang van vmbo naar mbo, 2. de overgang van mbo naar arbeid. Doel van de begeleiding was dat de leerling optimaal kan functioneren binnen het reguliere onderwijssysteem en op de arbeidsmarkt. Centraal daarbij stonden een ontwikkelingsgerichte aanpak en een sterke samenwerking tussen alle betrokken partijen binnen onderwijs en bedrijfsleven. De loopbaanbegeleiding begint in de onderbouw van het vmbo. In het tweede leerjaar nemen ze deel aan prakische sectororiëntatie (PSO), in het vierde jaar maken ze kennis met het mbo, onder andere door middel van een excursie en een study try-out. Daarnaast is een begeleidingsstructuur opgezet en is een netwerk gevormd van ‘ASS-vriendelijke bedrijven’ waar mbo-studenten stage kunnen lopen.

Effecten Pass-traject – Na de invoering van het Pass-traject trad een forse daling op van het aantal studenten dat in het eerste leerjaar in het mbo is geswitched naar een andere opleiding. In vier jaar tijd is dit gedaald van 60 procent naar 20 procent. De overgang van vmbo naar mbo is dus veel beter verlopen.
Om vast te stellen wat de opbrengst is voor de deelnemende leerlingen, is het Pass-traject ook geëvalueerd door de Hogeschool Edith Stein (Ritzen e.a., 2011). Hierbij is de methode van de ‘leergeschiedenis’ gebruikt. Een kwalitatieve onderzoeksmethode, waarbij ervaringen van docenten, studenten en ouders worden gecombineerd tot één document. Harde conclusies over de effectiviteit kunnen op basis van dit onderzoek nog niet worden getrokken. Een belangrijke ervaring is dat er steeds gezocht wordt naar een balans tussen enerzijds verantwoordelijkheid geven aan de ASS-studenten en anderzijds rekening houden met hun beperkingen op het gebied van sociale competenties. Die balans is niet voor alle studenten dezelfde, is de ervaring. De een kan meer verantwoordelijkheid aan dan de ander. Maatwerk bieden wordt daarom van veel belang geacht.

Kleinschalig onderzoek naar begeleiding van ASS-jongeren – Deze conclusie van het onderzoek naar het Pass-traject worden onderschreven door een kleinschalige kwalitatieve studie onder vijf jongeren met ASS, hun ouders en vertegenwoordigers van hun school (Van Son, 2012). De belangrijkste conclusie is het belang van maatwerk. Jongeren met ASS hebben behoefte aan begeleiding, maar ook aan het maken van eigen keuzes. Hoe zelfstandig ze daarbij zijn, hangt af van hun mogelijkheden en beperkingen. Vanwege de grote onderlinge verschillen is maatwerk van belang.

Ander onderzoek naar voorbereiding op vervolgonderwijs door vso-scholen – Naast onderzoek dat specifiek is gericht op ASS-leerlingen zijn er ook studies naar een bredere doelgroep. Een voorbeeld is de studie van Vilans naar de (werk)toekomst van cluster 4-leerlingen. Het UWV-onderzoek beschrijft dat cluster 4-scholen leerlingen bij voorkeur voorbereiden op vervolgonderwijs, omdat een startkwalificatie betere kansen geeft op een goede arbeidsmarktpositie. Niet alle leerlingen hebben echter het vermogen verder te gaan naar het vervolgonderwijs. Directe begeleiding naar werk krijgt daarom ook aandacht vanuit de cluster-4-scholen. Cluster 4-scholen geven aan dat ze te weinig middelen hebben voor een goede voorbereiding naar de werkcontext. Een intensievere samenwerking tussen cluster-4-scholen en UWV en jobcoachorganisaties zou de aansluiting tussen een opleiding en werk kunnen verbeteren. Op die manier kunnen scholen de leerlingen beter voorbereiden op de volgende stap (Hagen & Overmars-Marx, 2009).
Met name voor ASS-leerlingen is er winst te behalen volgens dit onderzoek. De cluster 4-leerlingen van wie het uitstroomprofiel tijdens de schoolperiode naar boven is bijgesteld, hadden allemaal een vorm van autisme.

Waar is nog onderzoek nodig?

Het lijkt er op dat gerichte begeleiding van ASS-leerlingen, waarbij maatwerk wordt geleverd, hun kansen in het vervolgonderwijs vergroot. Deze conclusies is echter voorlopig, omdat hij gebaseerd is op een klein aantal studies.
Vervolgonderzoek is nodig om te kunnen concluderen dat leerlingen met autisme ook echt beter in staat zijn om doelen te halen of dat het voor scholen makkelijker is hen te begeleiden.
Daarnaast zou onderzoek naar de ervaringen van leerlingen met autisme die de overstap maakten van opleiding naar werk nieuwe relevante inzichten kunnen geven.

Geraadpleegde bronnen

  • Hagen, B. & Overmars-Marx, T. (2009) De werktoekomst van VSO cluster 4-leerlingen. Een studie naar de bijdrage van cluster 4-scholen aan de (werk)toekomst van hun leerlingen. Utrecht: Vilans.
  • Inspectie van het Onderwijs (2013) Beter op hun plek? Maatwerk voor leerlingen met een autismespectrumstoornis; kwantitatieve analyse en casusonderzoek. Utrecht: Inspectie van het Onderwijs.
  • Onderwijsraad (2010). De school en leerlingen met gedragsproblemen. Onderwijsraad, Den Haag, 1-110.
  • Ritzen, H., m.m.v. Van der Veen, H.J., Sueters, P., Tornij, J., Lubkeman, K. & Kruiskamp, A. (2011) Leergeschiedenis Pass-traject; onderzoek naar de slaag- en implementatiekansen van het Pass-traject. Hengelo: Hogeschool Edith Stein.
  • Son, M. van (2012) Gebruik mij als kompas, ik ken de richting beter dan de je denkt... Tilburg: Fontys Hogescholen.
  • Stoutjesdijk, R. & Scholte, E.M. (200() Cluster 4-speciaal onderwijs. Een vergelijking tussen leerlingen op cluster 4-scholen en cluster 4-rugzakleerlingen. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, Jrg. 48, nr. 4, pp. 161-169.

Gerelateerd

Hechtingsstoornissen
Hechtingsstoornissen - kenmerken - signalering - tips
Arja Kerpel
ASS tips
Autisme Spectrum Stoornis - tips voor de leerkracht
Anton Horeweg
Autisme en communicatie
Autisme en communicatie
Inge Verstraete
Autisme handleiding
Autisme - Een persoonlijke handleiding
Inge Verstraete
Autisme bij meisjes
´A-girl´, meisjes met autisme in het voortgezet onderwijs
Inge Verstraete
OPP en IQ
Waarom een ontwikkelingsperspectief meer is dan IQ en leerrendement
Noëlle Pameijer
Autisme op school
Autisme op school - een passend aanbod binnen passend onderwijs
Arja Kerpel
Hoogbegaafd met stoornis
Hoogbegaafde kinderen met stoornissen
Arja Kerpel

Vroegtijdig verwijzen
Zijn leerlingen die op jongere leeftijd naar speciaal basisonderwijs (sbao) of speciaal onderwijs (so) worden verwezen succes...
Leerlingen met ASS
Hoe kan het V(S)O bijdragen een passend toekomstperspectief bij leerlingen met ASS?
Toetsen-leertrajecten
Gebruik van toetsen bij het plannen van leertrajecten
GAS methodiek
GAS geven: doelgericht werken aan taal en lezen in Passend Onderwijs
Kengetallen vervolgmeting
Passend Onderwijs – kengetallen vervolgmeting
Aanpak po/vo
Verschillen in aanpak Passend Onderwijs basis- en middelbare scholen
Passend Onderwijs
MBO voortvarend aan de slag met Passend Onderwijs
Passende professionalisering
Passend onderwijs vraagt om passende professionalisering
Taakspel vso cluster 4
Taakspel in het voortgezet speciaal onderwijs cluster 4
Ontwikkeling voorwaarden
Ontwikkeling van en voorwaarden voor Passend onderwijs
Hulpstructuur rond leraar
Hulpstructuur rond de leraar bij Passend Onderwijs
Regionale ontwikkeling
Regionale ontwikkeling van Passend Onderwijs
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
Schrijf in voor de nieuwsbrief
[extra-breed-algemeen-kolom2]

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.