Geheugen

Geheugen is het vermogen om informatie te onthouden. De drie aspecten van het geheugen zijn: 

  • het opslaan van informatie
  • het bewaren van informatie
  • het terugzoeken van informatie

Als nieuwe kennis en vaardigheden in de hersenen worden opgeslagen spreken we van leren. Als informatie in het geheugen verloren gaat, spreken we van vergeten.

Het geheugen kan ingedeeld worden op basis van tijd: het zintuiglijk, korte termijn en lange termijn geheugen. Het geheugen kan ook ingedeeld worden op basis van beleving: het expliciete -bewuste- geheugen en het impliciete -onbewuste- geheugen.

Het geheugen kan in de hersenen niet op één plek gelokaliseerd worden, omdat er verschillende gebieden in de hersenen zijn die een bijdrage leveren aan het geheugen. Globaal kun je zeggen dat informatie de hersenen binnen komt via de zintuigen ogen, oren, neus, huid en tong. Voor het ontvangen en doorgeven van de zintuigelijke prikkels is de thalamus - een gebied diep in de hersenen – heel belangrijk. De prikkels worden doorgegeven aan onder andere de hersenschors (cortex). In verschillende gebieden, onder andere de hippocampus en amygdala wordt de informatie opgeslagen. Vooral de voorste gebieden van de hersenschors (frontaalkwab) zijn heel belangrijk voor het geheugen. Door zenuwnetwerken zijn deze gebieden onderling verbonden.
 

Volg wij-leren.nl

Volg ons op LinkedIn Volg ons op twitter Volg ons op facebook

Mis geen bijdragen.